maandag 14 april 2014

6. Het Kunstenaarsboek: om te lezen of om te bekijken? (1)

[Op 6 april hield ik op uitnodiging van de Nederlandse Boekhistorische Vereniging en Museum Meermanno een lezing over het kunstenaarsboek. In dit blog volgt het begin daarvan; de rest wordt in latere blogs gepubliceerd.]

Vanmiddag gaat het om kunstenaarsboeken. Het prettige van dit onderwerp is dat niemand het eens is over wat een kunstenaarsboek nu eigenlijk is en daar kun je dus goed ruzie over maken. Je hoeft maar iets te zeggen en de halve kunstenaarsboekengemeenschap valt over je heen. We zouden er dan ook een levendige middag vol scheldpartijen over en weer van kunnen maken.

Maar we kunnen het ook anders aanpakken. En verschillende aspecten van kunstenaarsboeken de revue laten passeren. We zouden eens goed kunnen kijken naar die onmogelijkheid om het kunstenaarsboek te vangen in definities en we zouden daarbij de problemen van de lezer van het kunstenaarsboek kunnen belichten. Dat zal ik doen vanuit de typografie, gezien mijn functie als conservator in een bibliotheek en gezien het thema van deze reeks lezingen: hoe beïnvloedt de vorm van het boek onze leeservaring? Al theoretiserend en naar mooie kleurenplaatjes kijkend, kunnen we dan bedenken wat wij eigenlijk vinden van dat soort boeken.

Want, dat is bij aanvang al duidelijk: sommige mensen hebben een gruwelijke hekel aan kunstenaarsboeken en dan bedoelen ze de luxe exclusieve uitgaven, die ze in de ban doen omdat zij zelf doordesemd zijn van democratische gevoelens en vinden dat boeken niet duur moeten zijn en voor iedereen bereikbaar; anderen zeggen van kunstenaarsboeken dat ze er niet zoveel aan vinden, maar dan bedoelen zij eigenlijk dat ze niet van aanstellerij houden, of van kunstzinnig gemodder; hun gaat het puur om de tekst. Want ja, een boek zonder tekst is natuurlijk niks.

Dat valt te bezien. Wat we intussen namelijk wel geleerd hebben, zeker de boekwetenschappers onder ons, is dat tekst helemaal geen tekst is. Daarover straks meer.

Waarom zou ik overigens zelf een mening hebben over kunstenaarsboeken? Wel, als conservator in de Koninklijke Bibliotheek ben ik onder andere verantwoordelijk voor de aanschaf van bijzondere drukken en dat kunnen fotoboeken, private press-uitgaven, of fragiele werken zijn, maar dus ook wel kunstenaarsboeken. 


Vroeger kochten we geen kunstenaarsboeken – althans, dat dacht de KB. Want, als depot van Nederlandse publicaties hanteerde de KB een definitie van het boek die uitging van tekst – zonder tekst geen boek nietwaar? – en van een oplage – minstens vijf exemplaren – en van nog een paar zaken. Museale stukken, of liever gezegd: kunstwerken hoorden daar niet bij. 
Paul Eluard, Fernand Léger, Liberté, j'écris ton nom (1953)
Nu is de KB in de eerste plaats een nationale bibliotheek, die taak is de afgelopen twintig jaar steeds duidelijker omlijnd en daarbij verzamelen we nu alles van en over Nederland. En daar horen kunstenaarsboeken – tot op zekere hoogte – ook bij. Alleen verzamelen we geen unica – de oplage is heilig.  Als het om uitgaven van kunstenaars gaat, is er eigenlijk geen reden te bedenken om Nederlandse kunstenaarsboeken niet op te nemen. Behalve dus als het meer kunst is dan boek.

Behalve Nederlandse uitgaven schaf ik voor bijzondere collectie ook buitenlands werk aan, waarbij de nadruk op het Franse aspect ervan ligt: dat in verband met de Collectie Koopman, waaruit verschillende werken hier in de tentoonstelling liggen, zoals Liberté, j’écris ton nom van Paul Éluard, een schreeuw om vrijheid, gemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog, met illustraties in pochoir van Fernand Léger uitgegeven in 1953. 

Paul Eluard, Fernand Léger, Liberté, j'écris ton nom (1953)
Of we nu kunstenaarsboeken aanschaffen of niet, hoe dan ook verwacht de KB van mij dat ik boeken koop en geen schilderijen, of tekeningen, of etsen. Boeken, maar als het gaat om kunstenaarsboeken schaf ik wel degelijk buitenissige zaken aan, zoals vergulde etsplaten, een handbeschilderd tafelscherm voor pinguïns of, jawel, geborduurde zakdoeken. Ik zal ze straks laten zien.

KB Koninklijke Bibliotheek’ (boeksimulant van marsepein, uitgave van de KB, 1998)
Als je zulke dingen in een bibliotheekcollectie aantreft – en dan heb ik het nog niet over zaken als eetbare boeken, namelijk van marsepein, of boeken in een fles geborgen, of andere curieuze objecten die we in de loop van veertig jaar Depot hebben ontvangen – dan moet je je de vraag stellen: kunnen we het boek wel definiëren als een boek? Is het kunstenaarsboek een boek en horen zulke boeken wel in een bibliotheek? 

[Wordt vervolgd.]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen