vrijdag 16 mei 2014

16. Het Kunstenaarsboek: om te lezen of om te bekijken? (4)

[Vervolg van  Het Kunstenaarsboek: om te lezen of om te bekijken? (3)]


De vraag moet zijn: is dat een boek waarnaar je kijkt?  

Pierre Reverdy, Pablo Picasso, Le Chant des morts (Paris: Téraide, 1948)
Dit is een door Picasso geïllustreerd werk en u ziet verschillende opengeslagen pagina’s naast elkaar (het boek uit de Collectie Koopman van de KB was niet gebonden, de katernen bestonden uit losse bladen, dus dat kon). Maar is het zo nog wel een boek?

En is dit dan een boek dat je leest?


John Yau, Enrico Baj, Mon alias, Mona Lisa (Colombes, Collectif Génération, 1992)
We zien een opgeplakte knoop, en een plaatje van een vissekop, en een originele speelkaart, en een paar klankgedichten.

Intussen is de vraag naar lezen of kijken eigenlijk niet meer opportuun. De lezer van het kunstenaarsboek is ook altijd toeschouwer en dat houdt in dat de lezer dan ook tevens altijd degene is die moet interpreteren.  

Daar is nog wel iets op af te dingen overigens.

In zekere zin namelijk is elke lezer een toeschouwer, aangezien ieder letterteken dat gelezen wordt, iedere sequentie van woorden, moet worden herkend. Woorden zijn beelden. De lezer mag die woorden dan niet als beelden zien, en doen alsof de woorden simpelweg de tekst zijn, maar intussen is elk woord, elke tekst, een reeks tekens. Het woord ‘boom’ bijvoorbeeld is een reeks beelden dat een betekenis vertegenwoordigt.

Andere beelden, zoals bijvoorbeeld een foto van een boom, hebben niet dat voordeel van de taal die het betekenissysteem ondersteunt. In een kunstwerk is daardoor de persoonlijke betekenis van een kunstenaar de eerste betekenisgever die een objectieve betekenis van het werk kan bemoeilijken.


Boom 1
In onze woordenboeken, en dus in woorden, ligt de betekenis van bijvoorbeeld ‘boom’ goed verankerd, al kan de exacte betekenis per situatie verschillen. Als een dergelijk woord oversteekt naar een kunstwerk, een gedicht bijvoorbeeld, wordt de betekenis minder expliciet. In de kunst, en zeker in afbeeldingen, krijgt elke betekenis iets dat ambigue is, onzeker.

Boom 2
Boom 3
Het kunstenaarsboek brengt die twee betekenissystemen bij elkaar en de lezer die dus ook toeschouwer is kan worstelen met de betekenis van het geheel, temeer omdat de materialiteit van het object, het voorwerp zelf dus, er nog een derde betekenisveld aan toevoegt door bijvoorbeeld iets eigenaardigs te doen met inkt, papier, structuur, vouwwijze, en de interactie van woorden en beeld. Al die elementen kunnen iets betekenen.

Boom 4
Hebben boekhistorici, kunsthistorici, bibliothecarissen, en conservatoren zich druk gemaakt over de terminologie van het kunstenaarsboek omdat zij grenzen wilden stellen in een proefschrift, een financieel jaaroverzicht of een collectieplan; de bezoeker van museum en bibliotheek intussen kan het allemaal niets schelen. De lezer wil er gewoon van genieten. Dat wil zeggen, als ze te zien zijn. Behalve het terminologisch slagveld is er ook nog het niemandsland van de boekententoonstelling waarop een kunstenaarsboek in feite nooit tot zijn recht kan komen. Men ziet twee pagina’s, of een omslag, en dat is het.

De mogelijkheid om er eens lekker doorheen te bladeren, of het helemaal uit te vouwen, wordt zelden gegeven, omdat het boek daarvoor te kostbaar en kwetsbaar wordt geacht. Toch kan het natuurlijk wel en straks zullen we dat ook weer demonstreren. (*)

De stoelen aan de kant; de boeken op de tafel en u er omheen. Onder begeleiding van de bibliothecaris in dit geval. En onder zijn verantwoording. Gelieve niet te stelen.

Maar zo’n presentatie kan de betekenis van een kunstenaarsboek complexer maken. Behalve de onontwarbare eenheid van beeld, woorden en object, komt er dan nog de door de conservator bij gegeven betekenis bij en de verschillende opinies van alle aanwezige lezers/kijkers maakt een veelheid van betekenissen mogelijk.

Is het dan werkelijk de bedoeling van het kunstenaarsboek om onbegrepen te blijven? Is het kunstenaarsboek de puber onder de boeken?

Misschien eerder het tegendeel: het kunstenaarsboek als wijze oude vrouw die zwijgt en glimlacht. Hoewel sommige kunstenaarsboeken een heel grimmig voorkomen kunnen hebben.

Het aantal betekenissen van een boek kan zo onbeperkt worden – dat is wel ingebouwd in het kunstenaarsboek. Eenduidigheid is er nooit; de sensatie kan elke keer een andere worden; het effect van een boek ligt niet vast.

Zoals Ulysses Carrión zei: ‘In deze nieuwe kunst vraagt elk boek om een andere wijze van lezen.’

Lezen, kijken. In 1958 publiceerde Casper de Jong een Prismapocket met als titel Schilderijen zien. Om het publiek te leren kijken, want dat leerde men niet op school.

Wel schrijven en lezen, maar kijken is nooit een basisvaardigheid geweest. Misschien is het ook eens tijd voor een boekje dat zou kunnen heten Boeken lezen of Boeken zien.

Mijn rol als conservator is er een van intermediair, tussen kunstenaarsboek en u. Mijn focus ligt dan ook eerder op het toegankelijk maken dan op het interpreteren of met u meelezen. Daarom houd ik mij meestal in als ik een boek toon en vertel hoogstens wat u al ziet – zo fungeer ik als een extra leesbril – en soms vertel ik wat de kunstenaar mij heeft verteld. Maar vaak ook zou het verhaal van de kunstenaar al als stoorzender kunnen worden beschouwd voor uw eigen ontdekkingsreis. Want hoeveel moet u weten om het kunstenaarsboek te begrijpen?


(*) Deze presentatie vond plaats op 6 april 2014.

[Wordt vervolgd.]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen