dinsdag 7 april 2015

66. Een boek in lithografie: Herman Gorter

Nederlandse boeken die geheel in lithografie zijn geproduceerd - illustratie én tekst - zijn in de twintigste eeuw zeldzamer dan in de negentiende eeuw. Ik zeg dit op gevoel, want over tellingen kan ik niet beschikken. Maar de moderne typografie - vanaf 1900 - maakte vaker gebruik van loden zetsel voor teksten dan van gelithografeerde teksten, dat is zeker, sterker, het geheel gelithografeerde boek is een uitzondering en volgens sommigen een anomalie.

Een voorbeeld is Het Hooglied van Salomo (1908), waarvan de illustraties in litho werden gemaakt door kunstenaar Bart van der Leck en de tekst door architect Piet Klaarhamer op de lithosteen werd geschreven.


Herman Gorter, Een fragment uit "Pan" (1931), gelithografeerd door Wouter van Heusden (titelschild)
Een later voorbeeld is Een fragment uit "Pan", een tekst van Herman Gorter (1931), gekozen, geïllustreerde en gelithografeerd door Wouter van Heusden (1896-1982), een kunstenaar die Rotterdam-Zuid alleen bij uitzondering verliet en daarom 'De Kluizenaar van Tuindorp' werd genoemd. Etsen maken het merendeel van zijn - magisch-realistische en later abstracte - oeuvre uit, maar in de jaren tot de Tweede Wereldoorlog werkte hij veelal in lithografie.

Bij een overzichtstentoonstelling in Museum Boymans-van Beuningen in 1962 verscheen een catalogus, waarvan de inleiding iets over de lithografie zegt (de andere publicaties concentreren zich op de etsen). C. Doelman schreef daarin: 'Met zulke litho's speelde Van Heusden nog een fluisterend spel op stille wegen. Maar er leefde meer in hem, dat om een uitweg vroeg. En daarvoor was de litho-techniek, die zich zo bij uitstek leent - zacht krijt gaat over een zachte steen - voor de zachtmoedig-sensitieve kunstenaarsnaturen, een beperkt middel.' Van Heusden had zich de litho-techniek aan de Rotterdamse Academie eigen gemaakt onder leiding van Simon Moulijn.

De Gorter-editie verscheen bij de Vereeniging tot Bevordering der Grafische Kunst een jaar later als waarin een door Van Heusden geïllustreerde uitgave met Sprookjes van den tuin door P.A. Begeer verscheen (bij de Haagse uitgeverij Servire De Baanbreker, 1930). Over deze illustraties en over die in Pan werd geschreven dat ze duidelijk maakte dat de kunstenaar de fantasie verkoos boven de werkelijkheid. Dromerig, mystiek, etherisch - en veelal en profil - gaf Van Heusden in de vroege jaren dertig vrouwenkoppen weer, zoals ook bij Pan. (Zie hierover Flora Stiemer, Wout van Heusden: graficus en schilder in Rotterdam 1896-1982, een uitgave van Stichting Kunstpublicaties Rotterdam, 1992, p. 49).


Herman Gorter, Een fragment uit "Pan" (1931), gelithografeerd door Wouter van Heusden (pagina 2-3)
Tekst en illustratie zijn geïntegreerd en gezamenlijk op de steen aangebracht. De geschreven letter is typerend voor de jaren dertig, met zijn art-decoachtige uitstraling. Het is een schreefloze letter. De cirkelvormige hoofdletter O lijkt op de geometrische vormen van de Futura. Opvallend zijn vooral de overdreven verlengde stokken van de b, d, l, t, h. Dat de letters met de hand getekend zijn is duidelijk door kleine verschillen, bijvoorbeeld (op pagina 3) de  combinatie 'st' in de woorden 'stof' en 'menschengeesten'. 



De letters 'st' gelithografeerd door Wouter van Heusden (1931)
De figuren van vrouw en man bevinden zich tussen zon, maan en sterren, op de hoogte van de 'Oneindigheid', als het ware. Ook op de titelpagina streeft alles naar boven.


Herman Gorter, Een fragment uit "Pan" (1931), gelithografeerd door Wouter van Heusden (titelpagina)
Het tekstfragment omvat slechts 12 regels. Gorters gedicht was veel langer, eerst ongeveer 140 pagina's lang (1912), in 1916 zelfs uitgebreid door bijna 500 pagina's. In het fragment gaat het om 'oneindige kracht' die in schoonheid huist en die in de mens de hoogste graad daarvan bereikt en oprijst tot 'gouden geest'. Daarin 'bloeit' de kracht van het heelal, de bewustheid van de oneindigheid. Vandaar ook de naar boven wijzende letterstokken. 

In het colofon van de uitgave zijn die uitschieters er niet. Daar zijn de stokken tweemaal de hoogte van de onderkastletters zonder stokken (8 mm versus 4 mm), terwijl de stokken in het fragment van Pan wel vier keer zo lang zijn (16 mm versus 4 mm). Misschien vond Van Heusden de verlengingen in het colofon aanstellerig of ongepast, terwijl ze in het gedicht meebepalend zijn voor het beeld.


Herman Gorter, Een fragment uit "Pan" (1931), gelithografeerd door Wouter van Heusden (colofon)
De KB bezit drie exemplaren van deze uitgave: nummer 5, 86 en 92 uit een oplage van 100 gesigneerde exemplaren, niet alle drie in opperbeste staat. De boekjes zijn gedrukt bij de firma N.V. Vürtheim & Zn in Rotterdam. Oprichter Joseph Vürtheim (1808-1900) had zijn vak nota bene geleerd bij de uitvinder van de lithografie, Alois Senefelder.

Misschien dat de tekst voor deze uitgave niet is gezet uit loden letters, maar geschreven en gedrukt in lithografie, omdat die bedoeld was voor een specialistisch publiek van grafici; de uitgever was tenslotte de Vereeniging tot Bevordering der Grafische Kunst, of misschien omdat Van Heusden als lithograaf de drukkerij goed kende en misschien ook omdat het zetten van de tekst de kosten van de uitgave had verhoogd. We zagen al bij Tinus van Doorn dat kunstenaars voor teksten vaker gebruik maken van een techniek die ze zelf beheersen (in Van Doorns geval de linosnede). Hoe dan ook, het is een van die zeldzame twintigste-eeuwse boeken die geheel in litho zijn uitgevoerd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten