dinsdag 12 mei 2015

70. De gestolen collectie van Paul May

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden schilderijen en andere waardevolle bezittingen van Joodse Nederlanders via slinkse wegen - gedwongen verkoop of anderszins - door het Nazi-bewind ingepikt. Minder aandacht tegenwoordig is er voor de boeken en hele bibliotheken die werden weggevoerd naar Duitsland. Een van de collecties die over de grens verdween is die van Paul May.


Paul May in 1936
Siegfried Paul Daniel May werd geboren in 1868; in 1897 huwde hij met Rosine Mariane Fuld die twee jaar jonger was. May was bankier bij de familiezaak Lippmann, Rosenthal & Co., en hij was betrokken bij allerlei financiële instellingen en bedrijven (zoals KLM), maar ook bij goede doelen (zoals een weeshuis). Hij financierde een private press, De Heuvelpers, en was er een van de oprichters van. Zijn verzameling kunstvoorwerpen was immens; zijn bibliotheek nog indrukwekkender. Hij verzamelde meer dan veertig jaar lang achttiende-eeuwse geïllustreerde werken en vooral kostuumboeken, maar bezat daarnaast moderne bibliofiele uitgaven, waaronder The Works of Geoffrey Chaucer van de Kelmscott Press in een band van Douglas Cockerell (huidige locatie onbekend). Het belangrijkste onderdeel van zijn collectie bestond uit boekbanden.


Odes by John Keats (Halcyon Press, 1927)
Bijzonder was dat hij opdrachten gaf aan de Engelse boekbinder Sybil Pye. Paul May bezat zestien Pye-boekbanden (voor twaalf uitgaven) en dat is maar een paar minder dan Major Abbey, de Engelse bibliofiel die met negentien banden (voor vijftien uitgaven) als Sybil Pye's belangrijkste opdrachtgever vanaf de jaren dertig wordt beschouwd. In de collectie van May bevonden zich boekbanden van Pye uit 1913 en 1916, maar waarschijnlijk is dat hij die later aanschafte; de meeste banden dateren uit de jaren 1923-1938, en werden gemaakt voor uitgaven van The Vale Press (vijf banden), The Eragny Press (drie banden), de Kelmscott Press (één band) en de Insel-Verlag (één band). Als Nederlandse verzamelaar greep May de gelegenheid aan om ook in Nederland gepubliceerde boeken te laten binden door Pye: Charles Baudelaire's Les Fleurs du Mal in de editie van De Zilverdistel (verschenen in 1913 en gebonden in 1926) en Odes by John Keats van de Halcyon Press (verschenen in 1927 en gebonden in 1928).


Odes by John Keats (Halcyon Press, 1927,
gebonden door Sybil Pye in 1928)
[Foto uit de veilingcatalogus Paul May, 1956]
De Zilverdistel-editie uit de collectie van May is nu in Wormsley Library (afgebeeld in Marianne Tidcombe's Women Bookbinders, 1880-1920) en de Halcyon Press-editie bevindt zich tegenwoordig op een niet bekende locatie. Veel werken uit de collectie van Paul May zijn naar onbekende boekenplanken verdwenen. De dramatische geschiedenis van de collectie begint met de bezetting van Nederland in de meidagen van 1940. Op 15 mei - een dag nadat zijn dochter met haar gezin was gevlucht naar New York - pleegde Paul May met zijn vrouw Rosine zelfmoord. Hun bezittingen kwamen toe aan de dochter, maar omdat zij in New York woonde moest May's broer Robert deze aangeven als vijandelijk vermogen bij de Deutsche Revisions und Treuhand A.G. Er werd een Duitse bewindvoerder aangesteld en die liet de kunstschatten veilen in 1941.



Eigendomskenmerken van Paul May:
de initialen S.P.D.M. (boven)
en de initialen P.M. (onder)
Tot 1943 bleef de boekencollectie ongemoeid, hoewel de woning van May op Landgoed De Breul te Zeist in beslag was genomen door de Luftwaffe. Maar vanaf 1943 werden de boeken - geschat op een kwart miljoen gulden - in kisten gepakt en eerst naar Amsterdam vervoerd in opdracht van de EinsatzStab Reichsleiter Rosenberg en vervolgens naar Duitsland getransporteerd. Ze kwamen terecht in de Hohe Schule der NSDAP in Frankfurt am Main, maar bleven daar niet. Na de oorlog werd de collectie terug gevonden in de abdij van Tanzenberg bij Klagenfurt in Oostenrijk. Restitutie van de boeken aan de erfgenaam, dochter Ellen van Marx-May, vond toen plaats, maar de boeken werden niet overgebracht naar haar nieuwe vaderland Amerika. Na een tussenstop bij Robert May in Amsterdam (voorjaar 1947) en een nieuwe taxatie van de niet altijd meer frisse exemplaren door antiquaar Menno Hertzberger (waarde nu fl. 140.000), vond een veiling van de collectie plaats in Zürich bij de firma van August Laube. Dat gebeurde in twee partijen: de meeste oudere boeken in 1949, het merendeel van de private press-uitgaven in 1956. Ze zijn daardoor nu over de hele wereld verspreid, maar ook van heel bijzondere exemplaren weten we de huidige locatie niet.


L.W.R. Wenckebach, ex-libris voor Paul May
[De geschiedenis van de inbeslagname van de collectie is te lezen op de Community Joods Monument.]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen