woensdag 30 november 2016

120. Een huwelijksgedicht uit 1820

Maandagmiddag reisde ik voor de KB naar Badhoevedorp om bij een briefschrijver van 85+, zoals hij het zelf omschreef, een bijzonder gedrukt gedicht op te halen. In het huis van de verzamelaar van kranten, documenten en archivalia bleek zijn eet- en werktafel bedolven onder allerlei documenten waarvan hij de historische sporen aan het onderzoeken was. Nu zijn leeftijd vorderde en zijn vrouw was overleden, vond hij het tijd afstand te doen van veel van die zaken. De kranten die hij aanbood, waren al in de collectie van de KB, maar een bruiloftsgedicht uit 1820 niet. Het lijkt evenmin in andere collecties aanwezig te zijn.

Het gaat om een huwelijk dat overigens ook in de krant werd gepubliceerd en wel in de Opregte Haarlemsche Courant van 19 februari 1820: Everhardus Johannes van Eeden en Johanna Jacomina Muntendam. Maar dat bleef bij een mededeling, zonder gedicht.


Opregte Haarlemsche Courant, 19 februari 1820
Het gelegenheidsgedicht spelt de naam van de bruidegom anders: Everardus. 

Ter bruilofte van den heer Everardus Johannes van Eeden, en mejufvrouw Johanna Jacomina Muntendam, gevierd op den 24ste verjaardag van den heer bruidegom, binnen Utrecht, den 17 februarij 1820
Het is een gelegenheidsuitgave zoals die vanaf de zeventiende eeuw veelvuldig werd gedrukt, meestal in een kleine oplage, voor de gasten van een huwelijksfeest bijvoorbeeld. Maar zulke gedichten verschenen ook nadat iemand was overleden, of bij benoemingen en jubilea. Deze gelegenheidsgedichten (de KB heeft daar een uitgebreide verzameling van) zijn vaak maar in één exemplaar bewaard gebleven. Ook in de negentiende eeuw komen ze nog voor, maar hun aantal is dan aanzienlijk kleiner. 

Het gedicht is gedrukt in zwart en rood aan één zijde van een vel Van Gelder-papier, 45 x 36,5 cm. De titel luidt:

Ter bruilofte van den heer Everardus Johannes van Eeden, en mejufvrouw Johanna Jacomina Muntendam, gevierd op den 24ste verjaardag van den heer bruidegom, binnen Utrecht, den 17 februarij 1820.

Uitgever en drukker zijn niet vermeld, maar er is wel een onderschrift dat verwijst naar een drukkerij. Het gedicht is ondertekend:

Uit oprechte hoogachting, de knechts der drukkerij.

De naam van de bruid - Muntendam - en de plaats van de huwelijksvoltrekking - Utrecht - kunnen wel een indicatie zijn. Drukkerij Muntendam in Utrecht was een begrip sinds de zeventiende eeuw. Vanaf de achttiende eeuw was Pieter (II) Muntendam de stadsdrukker. Talloze plakkaten en publicaties van de gemeente werden gedrukt bij Muntendam, maar ook persoonlijke gelegenheidsgedichten. In 1816 - de drukkerij van de Wed. P. Muntendam was toen gevestigd in de Romerburger-Straat - verscheen er bijvoorbeeld Feestzang, ter gelegenheid van de 25e verjaring der echtverbindtenis van den heere Bastiaan Batenburg, instituteur te Utrecht; met mejuffrouw Hendrika van Iterson en op de titelpagina zien we dezelfde tuinvaas-achtige decoratie als in het gedicht uit 1820. (Op de afbeeldingen hieronder lijken de decoraties niet even groot, maar dat zijn ze wel.)




Decoratie in twee gedrukte werken van drukkerij Muntendam:
1816 (boven) en 1820 (onder)
Maar er is geen directe familierelatie te vinden tussen de drukkers en de bruid. Zij werd geboren in Utrecht in 1795 en was 25 toen zij huwde. Ze stierf op 13 februari 1879. Haar echtgenoot, Everrardus (met dubbel 'r', zoals in officiële documenten staat) werd geboren in 1796 - dankzij dit gelegenheidsgedicht weten we nu dat hij werd geboren op 17 februari 1796: de trouwdag was tevens zijn verjaardag. Hij stierf op 2 februari 1889 in Utrecht.

Johanna Jacobina Muntendam had import-ouders: haar vader Pieter Muntendam werd geboren in Schalkwijk, haar moeder kwam uit Amersfoort. Beide ouders zouden wel in Utrecht hun laatste adem uitblazen. Haar moeder, Anthonia Vroom, leefde van 1756 tot 1830. Haar vader werd minder oud, hij leefde van 1760 tot 1815 en was dus bij haar trouwen al overleden.

Enkele details vinden we terug in het huwelijksgedicht. Na vele plichtmatige regels lezen we bijvoorbeeld:

Heer bruidegom! deez' dag is dubbel ten gedenken,
Verjaardag en gehuwd! - Triumf welk een geluk! -

En over de bruid lezen we de gewoonlijke wens voor een snel moederschap:

Wat blijdschap zou dit zijn voor uw geliefde moeder,
wanneer gij bij haar kwam met een' klein' lieveling? -
God schenkt haar dit, die, als een' wijze hoeder,
haar heeft bewaard tot dit uw echtvereeniging

Dat de vader niet 'bewaard' is, blijft kies buiten beeld. Die vader kwam overigens uit een geslacht van dominees, niet van drukkers. 

De ouders van de bruidegom worden evenmin genoemd, misschien wisten de knechten van de drukkerij van die familie gewoon minder af. Feit is dat beiden nog leefden: Dirk van Eeden en Johanna van der Heij. De ouders beleefden een huwelijk van 47 jaren, zoals bij de dood van moeder Van Eeden werd geschreven: zij stierf op 13 september 1841 op 78-jarige leeftijd. Zij was ongeveer zeven jaar ouder dan haar echtgenoot die op 4 februari 1846 op 76-jarige leeftijd zou sterven.

Hun zoon, Everrardus, werkte als griffier bij de rechtbank voor enkele politie - dat blijkt onder andere uit de annonce na zijn overlijden, maar ook uit allerlei toespelingen die in het gedicht werden gemaakt op zijn beroep: 'geregtigheid', 'vrêe' (vrederechter), 'proces-verbaal', 'vonnissen', 'boeten' en 'rechterlijke wetten'.

De drukkerij stond in de Romerburgerstraat en dat werd later de Hamburgerstraat. Dat was - zo vertelt het naslagwerk van A.M. Ledeboer (Alfabetische lijst der boekdrukkers, boekverkoopers en uitgevers in Noord-Nederland, 1876) - 'over het Geregtshof'. Tegenover de rechtbank dus. 

Zou het zo zijn, dat griffier Van Eeden af en toe naar de drukkerij aan de overkant liep en daar een keer 'mejufvrouw Muntendam' ontmoette?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen