donderdag 10 juli 2014

27. Nummer 215, een geschenk uit 1855

De laatste dagen zocht ik enkele malen in Delpher naar uitgaven in gelimiteerde edities, omdat ik werk aan een artikel over het nummeren van exemplaren van bijzondere uitgaven. In het Samarangsch advertentie-blad van 25 juni 1858 vond ik een verwijzing naar een uitgave die in 'niet meer dan 250 genummerde exemplaren' was gedrukt. Het bericht is waarschijnlijk overgenomen uit de Leeuwarder Courant van 16 april van dat jaar.


Leeuwarder Courant, 16 april 1858

Het boek had veel met Friesland te maken, het was namelijk een vertaling van Het Evangelie van Mattheus in het 'Land-Friesch'. De vertaling was het werk van J.H. Halbertsma (1789-1869), een predikant, theoloog en filoloog die een internationaal netwerk onderhield met onder andere Jacob Grimm, Joseph Bosworth en Carlo Ottavio Castiglioni.

In 1858 publiceerde hij zijn vertaling van het Evangelie volgens Mattheus, maar dat gebeurde niet in Leeuwarden of Amsterdam, maar in Londen. De titelpagina van de uitgave wordt gesierd door een ovaal wapen met de tekst: 'Impensis Ludovici Luciani Bonaparte'.


Titelpagina van Het Evangelie van Mattheus (1858)
Dat sloeg op Louis Lucien Bonaparte, de neef van de toenmalige keizer van Frankrijk. Deze Louis was ook taalkundige, en politicus. Hij was geboren in Engeland, groeide op in Italië (waar hij ook zou sterven), woonde enige tijd in Frankrijk, maar in de jaren vijftig keerde hij terug naar Londen. Zijn taalkundige interesse ging vooral uit naar dialecten en hij verzamelde een internationale bibliotheek over dit onderwerp. 

Louis financieerde de uitgave van de Friese vertaling van het evangelie. Hij betaalde ook voor het drukken van andere bijbelvertalingen, zoals Celtic Hexapla, being The Song of Solomon (eveneens 1858).

Uit de inleiding van Halbertsma blijkt deze vertaler-theoloog graag van iets een punt maakte. 

Hier ontfangt gij het Evangelie van Mattheus vertaald in den Frieschen tongval, gelijk die ten platte lande wordt gesproken in Friesland aan de oevers van het meer Flevo, thans de Zuiderzee genoemd. Dit is dezelfde plek alwaar Tacitus in zijnen tijd reeds de Friezen aantrof.

Over de indeling in verzen lucht hij zijn hart:

Het ingeworteld gebruik, om ieder vers van den bijbel met een' nieuwe regel te beginnen, handhaalft zich nog schaamteloos in het aangezicht van wetenschap en van Christelijke waarheid en gezond verstand: ja, deze bron van eindeloze dwaling bij gewone lezers wordt in milloenen van exemplaren gehuldigd en gevoed door mannen, die den bijbel als een volksboek over geheel de aarde pogen te verspreiden.

Allemaal idioten natuurlijk. Maar Halbertsma maakt een einde aan deze 'gevaarlijke ongerijmdheid' en laat de regel gewoon doorlopen

waar zij doorloopt in den mond des evangelischen verhalers.

Maar daar ging het me niet om. Tegenover het begin van deze inleiding en tirade staat midden op de pagina een nummer gedrukt: '215'.

Begin van de inleiding in Het Evangelie van Mattheus (1858)
Dat is het exemplaarnummer. Achterin is een Engelstalige verklaring van de drukker opgenomen, waarin hij zegt dat er maar 250 exemplaren zijn gedrukt, waarvan er 248 zijn genummerd 'on the back of the title'.  Van de overige twee exemplaren is er één in twee kleuren gedrukt. Hoe dat exemplaar is genummerd staat er niet.


Colofon in Het Evangelie van Mattheus (1858)
Voorop het boek, dat niet is gebonden, maar gebrocheerd is in een groen papieren omslag - het oorspronkelijke omslag dat gelukkig nooit verwijderd is - staat in inkt een handgeschreven opdracht. Die is niet in het Engels, niet in het Nederlands en niet in het Fries, maar in het Frans.


Handgeschreven opdracht op het vooromslag van Het Evangelie van Mattheus (1858)
Waarom Frans? Wie heeft dit geschreven? De verklaring daarvoor kunnen we vinden in het archief van de KB. In de aanwinstenboeken zijn geschenken in de negentiende eeuw keurig bijgeschreven. Het deel voor 1855-1863 (register E, blad 112) meldt op 6 juli 1858 dat het boek is ontvangen:

Ontvangen ten geschenke van Zijne Keizerlijke Hoogheid Prins Louis Lucien Bonaparte.

Het is dus het handschrift van de Franse prins Louis zelf, niet van bijvoorbeeld de auteur.

De drukker, George Barclay, werkte in opdracht van de prins. Voordat de uitgave van 'It Ewangeelje' verscheen had de Leeuwarder Courant (11 augustus 1857) al gemeld dat hij in zijn Londense 'hôtel' een drukpers had laten plaatsen, 'waarop hij de vruchten zijner linguistischen studien drukken doet'. Dat adres was 6-8 Norfolk Terrace. Drukker Barclay geeft zijn adres echter als 28 Castle Street, Leicester Square. Dat lijkt eigenaardig, maar vanaf 1858 werkte de prins niet meer met zijn huisdrukkers W.H. en E. Billing, maar met Barclay en kennelijk was vanaf die tijd de pers op zijn adres in Bayswater buiten gebruik. 

De krant rapporteerde ook dat de prins najaar 1857 al werkte aan het boek dat Halbertsma in zijn opdracht had vertaald: 'De prins corrigeert de proeven zelf'. Hij deed dat volgens Halbertsma met een verbazingwekkende nauwkeurigheid en kennis van zaken.

Leeuwarder Courant, 11 augustus 1857
Voor de zekerheid heeft de prins onder de opdracht nog even het exemplaarnummer herhaald:

La Bibliothèque Royale de La Haye |  No. 215.

De schenking aan de KB ging niet onopgemerkt voorbij. Het Dagblad van Zuid-Holland en 's Gravenhage berichtte erover op 9 juli 1858, drie dagen nadat het geschenk in het aanwinstenboek was bijgeschreven.


Dagblad van Zuid Holland en 's Gravenhage, 9 juli 1858
Inmiddels is het omslag nogal gehavend. De hoeken zijn afgeschaafd, er is een beschadiging en met sellotape zijn aan rug- en achterzijde scheuren gerepareerd.  Ik zou zeggen: laten zo, niets aan doen. Zeker niet het omslag vervangen door een nieuw papiertje!





Voor- en achterzijde omslag van Het Evangelie van Mattheus (1858) 
[Meer informatie over de thuisdrukkende prins is te vinden in het standaardwerk van Roderick Cave, The Private Press. Second Edition, New York/London 1983, p.  50-51.]


Wapen van Prins Louis in Het Evangelie van Mattheus (1858)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen