zondag 8 februari 2015

57. Het Hooglied van Klaarhamer en Van der Leck (1)

Aan studenten en andere bezoekers met een interesse in onze bijzondere collecties laat ik soms een boek van Piet Klaarhamer zien - de tentoonstelling in het Centraal Museum Utrecht (tot en met 22 maart) is een goede gelegenheid om eens te zeggen waarom.


Titelpagina van Het Hooglied van Salomo (1905)
Piet Klaarhamer (1874-1954) maakte dit boek samen met Bart van der Leck (1876-1958) en hoewel ze bijna even oud waren, nam de carrière van Van der Leck een vlucht richting de vernieuwende en internationale beweging van De Stijl terwijl Klaarhamers werk zich vooral rond Utrecht concentreerde en niet als revolutionair staat geboekstaafd. Klaarmaker was in de architectuur wel een schakel tussen de opvattingen van Berlage en die van de zakelijkheid en het functionalisme. Om het verschil even aan te geven: in het MOMA in New York bevinden zich vier werken van Van der Leck en niet één van Klaarhamer.

Op boekgebied hebben Klaarhamer en Van der Leck maar een kleine rol gespeeld. In 1905 publiceerden zij samen een geïllustreerde uitgave van Het Hooglied van Salomo. Even later werkten ze nog aan een uitgave van Vondels Lucifer, maar die is bij proeven gebleven. In 1942 publiceerde Van der Leck solo een uitgave van H.C. Andersens sprookje Het vlas. De verrassende overeenkomst tussen Het Hooglied van Salomo en Het vlas is dat de tekst niet gezet is en gedrukt in een bepaald lettertype, maar dat de teksten zijn uitgeschreven, gekalligrafeerd in twee geheel verschillende schriften.


De verschijning van Het Hooglied van Salomo 


In 1902 begint Klaarhamer een praktijk als zelfstandig ontwerper van gebouwen, gebruiksvoorwerpen en meubels, maar hij krijgt voorlopig nog weinig opdrachten. Vanaf 1904 vestigt hij zich op de Herenstraat 19 in Utrecht en al gauw neemt ook Van der Leck, die als vrij kunstenaar een positie probeert te veroveren, daar zijn intrek. Samen geven ze cursussen 'ontwerpen en decoratief tekenen'.


Colofon in Het Hooglied van Salomo (1905)
In 1905 publiceerde uitgeverij Versluys in Amsterdam 300 exemplaren van Het Hooglied van Salomo. (Het prospectus vermeldt: 250 exemplaren, maar het zijn er 300.) De prijs bedroeg fl. 10,-. Het boek werd gedrukt door W. Scherjon en Versluys in Utrecht, waar de drukkerij op dezelfde gracht gevestigd was als het woonhuis van de familie Klaarhamer. Een advertentie voor deze uitgave - nu dankzij Delpher makkelijk te vinden - verscheen in het Algemeen Handelsblad op 13 september 1905 (een bespreking hierin verscheen op 23 september).


Advertentie voor Het Hooglied van Salomo in Algemeen Handelsblad, 13 september 1905
De advertentie citeert uit de Maasbode van 5 september, maar het boek was al eerder verschenen en een vroegere bespreking verscheen in de juli-aflevering van het tijdschrift De Beweging. Recensent was de dichter Albert Verwey. 

Terzijde: deze advertentie en de recensies worden niet genoemd in het boek over Klaarhamer dat bij de tentoonstelling in Utrecht verscheen, Marijke Kuper, Monique Teunissen, Piet Klaarhamer. Architect en meubelontwerper (2014); zie hierin pagina 32-33 over Het Hooglied van Salomo. Wel genoemd worden twee recensies en een niet nader genoemde tentoonstelling in Architectura et Amicitia in Amsterdam. Eén recensie verscheen in Architectura (22 juli 1905, p. 241-242), geschreven door H. Walenkamp; de andere, in Theosophia  (september 1905, p. 305), was niet meer dan een signalering.


De kritiek op Het Hooglied van Salomo


Verwey zag het goed: 

In band van zilvergrijs linnen met kloeke zwarte rug-, hoek- en midden-stempels, bieden B.A. van der Leck en P.J.C. Klaarhamer ons Het Hooglied van Salomo aan, zooals zij het in groot-kwarto formaat met op steen gebrachte letters en versieringen, bij Scherjon en Versluys deden afdrukken. Wij vergissen ons wel niet als wij in dit werk de voortzetting zien van pogingen, als indertijd door Derkinderen en Berlage met een uitgaaf van de Gijsbrecht van Amstel zijn aangewend. Nu, evenals toen, werken een bouwmeester en een fantazeerend kunstenaar samen om het boek een eenheid te doen zijn van tekst en versiering, zoowel naar den zin als naar het uiterlijk. Eenheid van tekst en versiering naar den zin wordt derwijze gezocht dat de idee die geacht wordt in den tekst te leven, met andere middelen door den teekenaar wordt tot uiting gebracht. Eenheid tusschen beide naar het uiterlijk bestaat daarin dat de met letters bedrukte en de met figuren bedrukte bladen of gedeelten van bladen, naar een bepaalden smaak, of volgens een bepaald stelsel, in harmonie met elkaar gebracht worden en tot een boek gevormd.

Verwey ging nog dieper in op de vormgeving van deze uitgave: 


Het Hooglied van Salomo (p. 35: detail)
Het ligt voor de hand dat de eerste taak bizonderlijk aan den fantazeerenden, de laatste meer eigenlijk aan den bouwkunstenaar toekomt, - en een duidelijk onderscheid tusschen deze proeve en de vorige vinden we dan hierin dat nu ook de bouw-kunstenaar in staat is gesteld aan zijn opdracht naar den eisch te voldoen. 

B.A. van der Leck heeft de platen en versieringen gemaakt die den zin, welken men in het Hooglied legde, in plastische vormen, maar met vrije behandeling uitdrukken. P.J.C. Klaarhamer heeft naar een vaste kwadraatverhouding niet alleen de bladzijden tusschen tekst en versiering verdeeld, maar ook met eigen letter den geheelen tekst op steen gebracht. Niets meer dan de keus van een bronsgroen voor de letter en een geelbruin voor de teekeningen was daarna noodig om het harmonisch geheel te krijgen dat hij zich gedacht had.
Er spreekt uit het boek een gelukkige rust en een belangelooze liefde om iets goeds tot stand te brengen. Eenerzijds zijn de maat waaraan hij zich gebonden, de genegenheid waarmee hij zijn arbeid volvoerd heeft, elementen die ons uit het aandeel van den eenen bewerker weldadig aandoen, - anderzijds treffen ons in het deel van den anderen de zekerheid waarmee hij zich hecht aan de idee van Het Hooglied en de vastheid waarmee hij haar in een beperkte verscheidenheid van vormen ter uitbeelding brengt.

Bart van der Leck, illustratie voor Het Hooglied van Salomo (p. 34)
In Architectura sprak de architect Herman Walenkamp (1871-1933) zich uit tegen de uitgave. Hij vond de eenheid weliswaar getuigen van soberheid, bescheidenheid en rust, maar die waren volgens hem in contrast met de rijkdom en fantasie van de teksten van het Hooglied. Hij vond dat de 'inspiratie, goddelijke hartstocht voor het onderwerp, vervoering' van de tekst op geen enkele manier door dit boek werden overgedragen. Het boek 'is droog als eene middeleeuwsche copy; er gaat geen adem door van heerlijk leven' (Architectura, 22 juli 1905, p. 241-242).


Bart van der Leck, illustratie voor Het Hooglied van Salomo (p. 35)
Dat kwam misschien ook omdat het boek stilistisch een tussenstadium vertegenwoordigt. Het lijkt - ook voor Klaarhamers tijdgenoten - rechtstreeks aan te sluiten bij de Gemeenschapskunst van de jaren negentig van de negentiende eeuw, in het bijzonder bij een van de - letterlijk - grootste uitgaven uit die periode, namelijk het Gesamtkunstwerk van A.J. Derkinderen, H.P. Berlage, en anderen: de uitgave van Vondels Gysbrecht van Aemstel (1894-1901). Walenkamp verwees in zijn recensie (net als Verwey) naar deze voorganger en constateerde dat Het Hooglied van Salomo als geheel meer overtuigende: 'het zit beter in elkaar, het is meer geheel'. Het kunstwerk als een éénheid is de onderliggende eis.

Deels zit hem die overeenkomst in de symbolistische illustraties, maar deels ook in de gekalligrafeerde tekst, met de vele initialen die net zo frequent voorkomen als paragraaftekens in sommige Engelse private press-boeken uit die periode. In een prospectus legden Klaarhamer en Van der Leck uit wat zij beoogden met hun uitgave.


Piet Klaarhamer, gekalligrafeerde tekst voor
Het Hooglied van Salomo (p. 24, detail)
[Wordt vervolgd.]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen