donderdag 17 augustus 2017

168. Tarotkaarten van Louttre.B

In een Amerikaanse catalogus zag ik een boek aangeboden van een kunstenaar met de eigenaardige naam Louttre.B. De naam doet een beetje denken aan een dj of een rap-artiest, maar de man was een Franse kunstenaar (1926-2012) die de achternaam van zijn moeder gebruikte en die van zijn vader had afgekort tot de initiaal B. Eigenlijk heette hij Marc-Antoine Louttre-Bissière. Hij exposeerde vaak in Nederland.

Louttre B, Le Tarot des familles (1978)
Zijn kunstenaarsboeken zijn helemaal in ets uitgevoerd, dus ook de teksten. Daar zijn wel meer voorbeelden van, maar toch ook weer niet zo veel. Het boek dat werd aangeboden hadden we niet (is nu onderweg), maar we hadden wel al een boek van deze kunstenaar, namelijk Le Tarot de familles uit 1978.



Kaarten en tekst uit Louttre B, Le Tarot des familles (1978)
Het boek bevat 78 gegraveerde en in kleur gedrukte tarotkaarten, vaak drie op één blad, soms twee, maar die zijn dan vergezeld van een tekst. Ook die verklaringen bij de platen zijn uitgevoerd als ets. Van het boek zijn 75 exemplaren gedrukt en in eigen beheer uitgegeven.

Colofon en kaart uit Louttre B, Le Tarot des familles (1978)
Drie jaar na de publicatie werden de kaarten ook los als tarotspel gepubliceerd door Grimaud bij gelegenheid van een expositie van het Musée des Arts Decoratifs over oude speelkaarten. Die kaarten worden door verzamelaars van tarot en speelkaarten gewaardeerd om hun eigenaardige nummering, de tot essentiële symbolen geabstraheerde voorstellingen, gebaseerd op het dek van Marseille (zonder personages) en hun impressionistische, opzettelijk rauwe stijl.

donderdag 10 augustus 2017

167. Het sperma gods...

Het sperma gods... is niet iets om te googelen. Je komt meteen terecht bij websites waarvan de meest kalme titel is: 'Kom op mannen, niet zo verlegen'. De rest zijn onvervalste sexsites, zoals 'Sex profielen. De erotische marktplaats'. 

Ik zocht naar gegevens over Het sperma gods... omdat dit de titel is van een gedicht dat ik net had aangekocht voor de KB. Het is geschreven door Gerard den Brabander.

Gerard den Brabander, Het sperma Gods... (1954)
Maar bovenaan de lijst met zoekresultaten komt een DBNL-pagina met de gedigitaliseerde bibliografische kaarten over Gerard den Brabander, uitgegeven door het Literatuurmuseum (destijds nog Letterkundig Museum, of eigenlijk, Nederlands Letterkundig Museum & Documentatiecentrum).

Daaruit blijkt dat het gedicht, of een plano vel papier met als watermerk een kroon en guirlande, een privé-uitgave van de dichter zelf is en dat de datum onderaan ook de datum van uitgave is. De dichter was ruim twee weken eerder 54 jaar geworden.

Het lijkt eerst een wat vreemd gedicht, maar met het sperma gods blijken 'de tintelende sterren' te worden bedoeld, die worden afgezet tegen de menselijke aarde waarmee de dichter zich vereenzelvigd:

het sperma gods, de tintelende sterren,
en ik, de miskraam, die men aarde noemt,

Die miskraam tegenover die zaadvloed is natuurlijk wel fraai. Of we 'gods' met een hoofdletter schrijven of niet, blijkt niet uit deze publicatie, want er zijn geen hoofdletters gebruikt, ook niet voor de naam van de auteur. De hele tekst is gezet uit de Libra en alleen onderkastletters zijn gebruikt. De letter is een ontwerp van typograaf S.H. de Roos. (In de bundel Onraad uit 1955 stond 'Gods' met een hoofdletter, en dat is natuurlijk overgenomen in de Verzamelde verzen uit 1984).

Het gedicht is typerend voor de poète maudit, de gedoemde dichter, die Den Brabander (1900-1968) was. Toen in 1966 zijn verzamelde gedichten verschenen werd hij door Clara Eggink de beste dichter van zijn generatie genoemd en zij prees zijn morbide thema's en de 'rauwe hoon'.

Negatieve woorden als 'drek', 'verdoemd', 'leegten', 'versperren', 'vervloekt', 'verkrachten', 'dood', blijven in wankel evenwicht met positieve termen als 'geluk', 'lief', 'kus', 'hart', 'àl liefde' en 'verwachten'.

Den Brabander gaf het gedicht in eigen beheer uit, hij liet het dus zelf ergens drukken - geen idee waar en door wie. Dit soort dingen deed hij sinds het midden van de Tweede Wereldoorlog, toen hij De deur op het haakje liet drukken bij de Amsterdamse firma J. van der Schaaf.

Ik kocht het blad, in groene inkt gesigneerd door de dichter, bij Catawiki en daarbij kwamen twee prentjes van Toorop mee, niets bijzonders, de normale katholieke kitsch uit zijn latere jaren, maar aardig is dat ze op de achterzijde zijn gedateerd door Godfried Bomans die er, toen hij ze in 1937 verwierf, ook zijn handtekening bij heeft geplaatst. Misschien iets voor onze Tooropcollectie.

Reproducties naar J.A. Toorop, met de handtekening van Godfried Bomans
De aanwinsten zijn nog niet beschreven natuurlijk, want ik kreeg ze net met de post.




maandag 7 augustus 2017

166. Boekrollen in het Rijksmuseum voor Oudheden

Het Leidse Rijksmuseum voor Oudheden toont hoe een rijke Romein leefde rond het jaar - ik geloof ten tijde van Augustus. Maar misschien wel een eeuw later of nog later, dat staat nergens. 'Casa Romana' heet de show, die de bezoeker laat kennismaken met een chique Romeinse stadsvilla. Slaapkamer, ontvangstruimten, keuken, bibliotheek, het hele huis gaan we door. Een mooie tentoonstelling.

Er is vast gesmokkeld met het actuele jaar en dus een bloemlezing van eeuwen rijk Romeins leven gemaakt.

Rijksmuseum voor Oudheden (6 augustus 2017)
Dat smokkelen komt in elke zaal tot leven doordat stukken zijn toegevoegd die uit veel latere tijden stammen, bijvoorbeeld een buste van Koning Willem I, een erotisch medaillon uit ca 1920 en andere voorwerpen die aangeven dat de kunst van het Romeinse Rijk diepe sporen heeft nagelaten in de geschiedenis van de kunst, maar ook de bezoeker steeds even op het verkeerde been zetten. Waar kijk ik naar? Wat zie ik eigenlijk? Knap is, dat dit nergens expliciet wordt uitgelegd. Je bent als kijker op de hoede om er niet in te trappen. Nadeel is dus dat je echt niet weet in welk jaar je rondloopt.

Rijksmuseum voor Oudheden (6 augustus 2017)
De bibliotheek bestaat uit een nagebouwde kast met planken en daarop eenvoudig opgerolde stukken papyrus. (Ik neem maar even aan dat het papyrus is). Geen lange dichtwerken, al hingen er labels aan die dat impliceerden, maar de complete Aeneis op een enkel vel is natuurlijk onzin, bovendien waren de vellen onbeschreven.

Een symbolische bibliotheek, we zien het tegenwoordig vaak.

In dit geval kan het niet anders: de bibliotheken uit de oudheid zijn grotendeels verloren gegaan, op wat getuigenissen na. En resten van papyrusrollen.

Rijksmuseum voor Oudheden (6 augustus 2017)
Maar, hoe onzuiver in tijd, hoe eclectisch qua samenstelling, en hoe onduidelijk in detail de tentoonstelling ook is, ik vond het een inspirerend geheel, waar je als bezoeker en kijker serieus genomen wordt, maar niet bedolven onder informatie. De lichtheid van het geheel is ook in lijn met de makkelijke keuze: de rijke Romein leefde een interessanter leven dan de arme Romein, van wie we maar moeilijk een beeld krijgen. Zoals Horatius al zei, je kunt arm zijn, ook al ben je omringd door rijkdommen.

Maar als bezoeker kun je je rijk wanen.

woensdag 2 augustus 2017

165. Een vergissing en een raadsel

Op mijn vorige blog, over een eigenaardige beschrijving van Het ideale boek (2010), kreeg ik de volgende reactie:

In deze alleraardigste blog noem je het een raadsel of vergissing, maar de antiquaar maakte gewoon misbruik van de afbeelding tegenover de titelpagina van ‘Het ideale boek’ door de vermelding ‘Dieses Exemplar erhielt die Nummer: 114’ te doen gelden voor een nummering van de auteurs, terwijl het natuurlijk slaat (want daarin afgedrukt) op het boek van de Heuvelpers: ‘Die Nordsee’ van Heinrich Heine.  Geen raadsel dus, maar wel zijn alle ‘Ideale Boeken’ genummerd als 114. 


Jos Uljee (KB), colofon van de Heinrich Heine-uitgave van de De Heuvelpers
Ik was dat helemaal vergeten, maar inderdaad: als frontispice gebruikte ontwerper Huug Schipper een foto van mijn KB-collega Jos Uljee en daarop was het colofon te zien van de uitgave van de Heuvelpers, Heinrich Heine, Die Nordsee (1928).

De handelaar die dus dacht exemplaar nummer 114 van Het ideale boek in handen te hebben, heeft zich begeven in een Magritte-achtige, surrealistische groeve, waarin het afdalen almaar onrealistischer wordt.

We zien het colofon van een exemplaar uit de KB-collectie, nummer 114, gesigneerd door de uitgever en drukker S.H. de Roos.

De fotograaf heeft op dat exemplaar een potlood gelegd, alsof De Roos dit exemplaar net gesigneerd had en dat dit zijn potlood was.

Maar De Roos was toen al bijna vijftig jaar dood.

We zien een potlood dat geen potlood is maar de afbeelding van een potlood. We zien een handtekening die niet met dat potlood is gezet, maar al vijftig jaar daarvoor is gezet.

We zijn van de ene surrealistische wereld in een andere geplaatst.

dinsdag 1 augustus 2017

164. Een raadsel of een vergissing

Soms zie je opeens op internet een beschrijving van een boek waarvan je denkt: hier is van alles fout gegaan.

Zo las ik onlangs een beschrijving door een antiquariaat van mijn uitgave uit 2010 (onder redactie van mijzelf en Clemens de Wolf), Het ideale boek. Honderd Jaar Private Press in Nederland, 1910-2010.


De afbeelding op de website is zo 'veilig', dat er niets van overblijft, als je die in detail wil bekijken:


In de beschrijving van het boek staat:

Uitgeverij Vantilt., 2010 (1e druk), Gratis verzending NL, ISBN 9789460040603, Groot formaat gebonden boek met stofomslag, in goede staat. Genummerd exemplaar: 114. Gesigneerd exemplaar.

Waarom word ik daar vrolijk van? Ten eerste natuurlijk, omdat de drukaanduiding van een positivisme getuigt waarvan elke auteur week in de knieën wordt, alsof een tweede druk tot de mogelijkheden had behoord.

Maar dat is het systeem, dat vraagt om een identificatie van de oplage...

Dan echter gaat iets mis. Meerdere dingen gaan mis.

De beschrijving spreekt over een stofomslag. Verbazingwekkend, want de uitgave is nooit met stofomslag op de markt gebracht.



En dan de annotatie: 

Genummerd exemplaar: 114. Gesigneerd exemplaar.

Er zijn van deze uitgave van de Koninklijke Bibliotheek en Vantilt helemaal geen genummerde exemplaren uitgebracht, er is geen luxe editie, laat staan dat er door mij gesigneerde exemplaren bestaan.

Dat het een lekker boek is, ja, dat wil ik wel beamen, maar luxe is het niet en mocht het niet worden ook. Je moet nooit onderwerp en vormgeving van een boek verwarren.

woensdag 19 juli 2017

163. Publicatie over Vlaamse private presses rond 1900

Recent verscheen het nieuwe nummer van De Gulden Passer (het eerste van 2017) met daarin mijn artikel over de Vlaamse private presses rond 1900.

De Gulden Passer (2017-1)
Het voorbeeld van de Kelmscott Press van William Morris (1834–1896) werd tot de eeuwwisseling gevolgd door een aantal private presses in en rond Londen: Lucien Pissarro
(1863–1944) publiceerde zijn eerste uitgave van de Eragny Press in 1894; in 1895 begon de
Ashendene Press van C.H. St John Hornby (1867–1946); Charles Ricketts (1866–1931) volgde met de Vale Press in 1896; C.R. Ashbee (1863–1942) richtte in 1898 de Essex House Press op en in 1900 verscheen de eerste uitgave van de Doves Press van Emery Walker (1851–1933) en T.J. Cobden-Sanderson (1840–1922). De export van deze ‘revival of printing’ naar het Europese continent raakte na de dood van instigator William Morris in een stroomversnelling. Dat betrof aanvankelijk voornamelijk zijn gedachten over boektypografie, waarbij de nadruk lag op ‘fraai en solied drukwerk’. Het duurde even voordat de daaraan gerelateerde private press-beweging opbloeide. De eisen die William Morris stelde aan het moderne boek – onder andere vastgelegd in zijn toespraak over Het ideale boek – werden niet alleen in Engeland nagevolgd, maar ook op het continent, zij het in elk land op een andere manier. In Duitsland gold Morris als leider van een nieuwe typografische verbeelding, in Nederland inspireerde hij vooral kunstenaars en auteurs, in Frankrijk werd het werk van zijn Kelmscott Press bijna geheel genegeerd of afgekeurd. België liet – met enkele vroege private presses – een heel eigen en gemengde reactie zien, waarbij Morris enerzijds bewonderd en anderzijds ontweken werd.

In Duitsland kreeg de invloed van Morris een podium in verschillende tijdschriften en
bijvoorbeeld in de uitgave Die neue Buchkunst van het Gesellschaft für Bibliophilen in
Weimar (1902). In 1903 werd bij de Steglitzer Werkstatt al één boek op een private press
gedrukt met als oogmerk ‘schöne Bücher im Sinne Morris’ und seine Nachfolger zu drucken’, maar echt gestalte kreeg de invloed van Morris pas met de oprichting van twee
private presses in 1907: de Ernst Ludwig Presse en de Janus Presse. Vanaf 1910 begon de
beweging ook in Nederland tot resultaten te leiden met de oprichting van De Zilverdistel
(een vroegere poging in 1897/1898 was gestaakt). Eerder bereikte de private press-koorts
wel al de Verenigde Staten, waar de Roycroft Printing Shop vanaf 1896 Morris-imitaties
drukte. De primeur in Europa was intussen weggelegd voor België. In 1895 werd de drukpers van Henry van de Velde (1863–1957) geïnstalleerd, La Joyeuse. Tussen 1898 en 1903 trad Jules de Praetere (1879–1947) in de voetsporen van William Morris. Een derde Vlaamse private press volgde in 1902: L’Alouette van Max Elskamp (1862–1931). Daarna bleef het op dit front lang stil in Vlaanderen.

Lees verder in De Gulden Passer...

Een van de conclusies in het artikel is dat De Praetere in zijn boeken geen houtsneden gebruikte, maar tekeningen die naar een cliché zijn afgedrukt. Een van de bewijzen daarvoor is een zichtbare nagel naast het vignet in Karel van de Woestijne's Het Vader-huis waarmee het cliché op een blokje was gemonteerd. (Zie rechtsonder op de onderste afbeelding.)


Vignet in Het Vader-huis

zondag 9 juli 2017

162. Symposium Tekst & Beeld: Franse kunstenaarsboeken (4)

Bregje Hofstede, auteur en kunsthistorica, opende op 29 juni het symposium 'Tekst en beeld: Franse kunstenaarsboeken'. Wij vroegen haar een presentatie te geven als laureaat van het Louis Koopman Stipendium.

Bregje Hofstede in de KB, 29 juni 2017 (foto: Jos Uljee/KB)
Het stipendium maakte mogelijk dat zij naast boeken uit de Koopman Collectie ook exemplaren kon onderzoeken in Parijs, in de Bibliothèque nationale de France en in het INHA (het Institut national d'histoire de l'art). Ook bezocht zij het atelier van kunstenaar Joël Leick. Haar studie ging over het handschrift van auteurs en kunstenaars en over de integratie van beeld en tekst. Hofstede besteedde daarbij aandacht aan het uiteenlopende werk van twintigste-eeuwse kunstenaars en schrijvers, zoals Fernand Léger, Jean Cocteau, Pierre Reverdy, Georges Hugnet, Christian Dotremont, Jean Dubuffet, Henri Michaux, Jean Capdeville, Jean Cortot, Joël Leick en Didier Mutel. 

Bregje Hofstede in de KB, 29 juni 2017 (foto: Jos Uljee/KB)
Haar presentatie - die grote indruk maakte - was getiteld: 'Brutale taal. De rol van het schrift bij Fernand Léger en Henri Michaux'. De twee boeken waartoe zij zich beperkte waren La fin du monde filmée par l'ange N.-D. (1919) van Blaise Cendrars en Fernand Léger en Par des traits (1984) van Henri Michaux.

De complete tekst over deze twee boeken zal binnenkort op de website van de Collectie Koopman te lezen zijn. 


Bregje Hofstede in de KB, 29 juni 2017 (foto: Jos Uljee/KB)
Henri Michaux, Par des traits (1984)