vrijdag 19 mei 2017

154. Boeksymbolen op de Koninklijke Bibliotheek

De buitenmuren van de KB zijn sinds kort beplakt met kleurrijke vlakken die zijn omschreven als 'vrolijke boekbanden'. De intentie ervan is om de KB, het RKD, het Literatuurmuseum en het Kinderboekenmuseum beter herkenbaar te maken.






Boeken, zo is bedacht, zijn het gemeenschappelijke voertuig voor het doorgeven van kennis; ook al zijn dat vaak digitale boeken tegenwoordig. Maar dié kun je moeilijker afbeelden, want dan lijken ze niet op een boek.

En daar zijn we bij mijn eigenlijke onderwerp: de symboliek van het boek. Het digitale boek wordt niet gesymboliseerd door een server of een scherm, of een andere fysieke opslagplaats of wijze van raadplegen voor digitale kennis, maar door een fysiek boek, liefst een gebonden boek en liefst ook een beetje ouderwets boek, gebonden in leer met goudopdruk.

De boeken op de KB zijn ontworpen door bureau Mijksenaar en in het commentaar van de instellingen valt dit te lezen: 'Door de donkere achtergrond van de boekenkast krijg je diepte en lijkt het net of je een kijkje in het gebouw krijgt. De huisstijl van alle drie de instellingen komt terug in de kleuren van de boekbanden: KB-goud, RKD-groen, Kinderboekenmuseum-oranje en Literatuurmuseum-paars.'

Er is over nagedacht. 

Interessant zijn hier twee dingen: ten eerste dat een bibliotheek (de KB) de zichtbaarheid wil vergroten door 'vrolijke boekbanden' te tonen en ten tweede dat het helemaal geen boekbanden zijn. In de symboliek van het boek is dat namelijk eigenaardig.

Vanaf de Middeleeuwen zijn boeken als symbool gebruikt, kijk maar naar standbeelden waar bij de geleerdheid, rechtvaardigheid of eerbiedwaardigheid van een heilige wordt gesymboliseerd door een dik boek van steen of hout.


Lezende heilige (beeld toegeschreven aan het atelier
van Jean de la Huerta) (15de eeuw)
(Musée des Beaux-Arts de Dijon)
Maar de vanzelfsprekendheid van zo'n symbool is in het digitale tijdperk ingrijpend veranderd. In reclames voor nieuwe modellen van computers bijvoorbeeld werd in de jaren negentig en ook daarna nog wel de opslagcapaciteit uitgedrukt door middel van een foto van een hele bibliotheek, vaak een rococo-bibliotheek met tientallen versierde kasten en nissen. Al die kennis paste nu in een klein kastje.

Dat bibliotheken zich zelf nu gaan afbeelden als bibliotheek kan als een andere fase hiervan worden gezien, maar ik denk eerder dat het eigenlijk het tegendeel is: de bibliotheek laat boeken zien, omdat het niet meer vanzelfsprekend is dat er boekenkasten in een bibliotheek staan. Een beroemd voorbeeld is de bibliotheek van Kansas in Missouri, waar lezers werd gevraagd welke boeken zij op de wanden wilden zien afgebeeld. Dit werd de Community Bookshelf, de boekenplank van de buurt. Deze boeken tonen een directe link tussen bibliotheek en lezer.



Kansas  City Public Library, Missouri
Deze boeken hebben duidelijke titels en vertegenwoordigen vele verschillende genres, perioden en onderwerpen. De KB-boeken hebben, zoals te zien is, alleen kleuren, geen titels, geen namen van uitgevers of auteurs, helemaal niets eigenlijk. Sterker: ze vertonen ook niet de typerende vlakken tussen de bindkoorden van een boekband, een kapitaalbandje, bestempelingen enzovoort. Niets verraadt dat deze kleurvlakken bedoeld zijn als boeken. Het boek wordt hier gesymboliseerd door niets meer dan een gekleurde rechthoek. De boekenplank als geheel wordt alleen gesuggereerd door de zwarte schaduwen die de diepte voorstellen.

Zulke boekenplanken vond je tot voor kort niet op of in bibliotheken. Ik ken eigenlijk maar één plek waar je zulke planken aantrof: meubelzaken, meubelboulevards, winkels waar wel kasten worden verkocht, maar waar geen echte boeken nodig zijn. Speciaal bedrukte kartonnen dozen vulden daar de lege planken om een indruk te geven van de mogelijkheden. Vaak toonden die overigens wel degelijk ook titels of auteurs op de 'ruggen'.

Dat is hier niet gebeurd. Het gaat dus eigenlijk niet om een boek-symboliek, maar om boekenplanken-symboliek.

De betekenis daarvan is nog onduidelijk. Misschien wil de bibliotheek zeggen: we hebben wel boeken, maar daar komt u niet voor.

153. Kunstenaarsboeken in Johannesburg (12 en slot)

Laatste onderdeel van Booknesses op zondag 26 maart was een gesprek tussen verzamelaar Jack Ginsberg en kunstenaar William Kentridge in het JU Theatre op de Kingsway Campus, brillint geleid door Jane Taylor. Een dag eerder, tijdens de opening van de tentoonstelling in de naast gelegen UJ Art Gallery had ik hem aangesproken in verband met een tentoonstelling dit najaar in Het Huis van het Boek (de samenwerking van Museum Meermanno en de KB). Zijn werk dat boeken, tekeningen en films combineert past prima in een show over hedendaagse multimediale presentaties waar we nu aan werken.


Kentridge is zonder twijfel de Picasso van Zuid-Afrika: een voorbeeldfiguur, een ultraproductief en internationaal gewaardeerd kunstenaar met steeds wisselende projecten. Niet voor niets zag ik de volgende dag in een kunstenaarsatelier hoog tegen de zoldering een verwijzing naar zijn werk hangen: een schilderij met het surrealistische onderschrift 'Ceci n'est pas un Kentridge'. Dit is geen Kentridge.

Want er zijn ook nog andere kunstenaars. Verzamelaar Jack Gisnberg reed Mary Austin, Robbin Ami Silverberg en mij rond langs een aantal van de ateliers in Johannesburg, waarna we het Wits Art Museum bezochten dat zijn collectie kunstenaarsboeken zal herbergen. We zagen er de enorme ruimten waar straks leeszaal en opslag zullen worden gevestigd. Wat een prachtige collectie trouwens én een enthousiaste museumleiding.

Daarvoor keken we rond in een oud kantoorgebouw dat was omgebouwd tot kunstenaarsateliers, waar tientallen kunstenaars kunnen werken. Niet iedereen was er, want ze hadden net een open dag achter de rug, maar we kregen een goede indruk van de enorme verscheidenheid van talent, thematiek en materiaal.



Atelier van Gordon Froud 
Aan Nugget Square, een binnenplaats elders in het oude centrum van de stad zijn enkele kunstenaarsateliers gevestigd die we als eerste die dag bezochten en waar de niet-Kentridge hing in het atelier van Gordon Froud.

Terwijl we er naar toe reden vertelde Jack dat hij vroeger in de buurt op een kantoor werkte en dat hij tijdens de middagpauze in de City Library een kamer had ontdekt met private press-uitgaven, die hij zo op zijn gemak kon bekijken, totdat hij tegen iemand zei dat ze wel tamelijk waardevol waren en hij bij zijn volgende bezoek de deur op slot aantrof. Tussen zomaar toegankelijk en totaal niet toegankelijk waren kennelijk geen andere opties te bedenken. Maar hij kreeg al snel een sleutel en was maandenlang de enige bezoeker. Het was de start van zijn verknochtheid aan bijzondere boeken.

Het atelier van Gordon Froud lijkt een kruising tussen een wereldwinkel, een antiquair, een galerie, een vergeten zolder en een privébibliotheek. Een van zijn eigen kunstwerken was een veiligheidsjack met bijzondere pockets als gereedschap.

We bezochten er ook het atelier van papierkunstenaar Mandy Coppes, een oud-leerling van Robbin die haar werk al heel lang niet meer had gezien. 





Mandy Coppes en haar werk
Mandy werkt met papiervezels, vaak in combinatie met andere natuurlijke vezels, zoals hennep en zijde, meestal in combinatie met tekeningen. Een van haar werken die aan het ontstaan is bestaat uit een groot vel met cirkelvormige dagboekaantekeningen. 


Jack, Robbin, me and Mandy (photo Mary Hark)
Aan het einde van deze dag zat mijn verblijf erop en vloog ik naar huis. Ergens boven Europa was mijn buurvrouw in het vliegtuig zo onvoorzichtig mijn ochtend ruw te laten beginnen door haar hete koffie in mijn schoot om te gooien. 

dinsdag 16 mei 2017

152. Kunstenaarsboeken in Johannesburg (11)

De laatste congresdag van Booknesses (zondag 26 maart) hield onder andere Mary Hark een mooi verhaal over het maken van papier in Ghana. Dat gebeurt steeds op basis van lokale planten en is ingebed in het lokale onderwijs.

Mary Hark met schoolkinderen in Kumasi (Ghana)
Het was een van die verhalen die veel indruk maken, omdat ze getuigen van volharding om, jaar in jaar uit, nieuwe mogelijkheden te ontwikkelen (vooral ook financieel en beleidsmatig) om met het aanleren van technieken (zoals papiermaken of boekbinden) soms zeer afgelegen wonende groepen te bereiken. Kim Berman vertelde over dit soort projecten in Zuid-Afrika zelf, waarbij politieke wijzigingen steeds de behaalde verworvenheden onderuit konden halen en dus steeds opnieuw subsidie moest worden geregeld op andere gronden, om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat lokale groepen hun eigen papier konden blijven maken en verkopen, en dat ze verouderde of kapotte apparatuur ook konden repareren of vervangen. Een constant en liefdevol educatief beleid is er van overheidswege niet.

Zelf moest ik die ochtend spreken. Mijn praatje ging over de typografie in meertalige kunstenaarsboeken. Na afloop van de eerste sessies vond een rondetafelgesprek plaats over Zuid-Afrikaanse boeken als 'democratische kracht'. Isabel Hofmeyr leidde de discussie. Muzi Gigaba sprak over zijn kunst; Sikhumbuzo Mngadi hield een verhaal over mannelijkheid en culturele transitie; Siya Masuku liet zien hoe hij werkte aan een Zulu-spraakboekje (Siyafunda: isiZulu) - ik kocht een exemplaar voor de kinderboekencollectie van de KB; en Nonkululeko Chabalala hield een strijdbaar pleidooi voor een vrijere educatie in Zuid-Afrika. In de regel komt dat laatste neer op de vraag: waarom moeten wij Melville of Shakespeare leren lezen? Is er soms geen waardevolle Zuid-Afrikaanse cultuur?



Nonkululeko Chabalala's beelden van protest-zines  op de achtergrond van de discussie
Het was natuurlijk een van de meer heikele punten die overigens twee kwesties betrof: de ondervertegenwoordiging van zwarte deelnemers aan het congres (en aan de maatschappij) en de afwijzing van de Amerikaanse of Europese geschiedenis. 

Jack Ginsberg vroeg Nonkululeko Chabalala of zij de zines waaraan zij had bijgedragen ook bewaard had. Wie verzamelt die? Er zijn nauwelijks verzamelaars van deze nieuwe culturele producten, maar bij de makers ontbreekt bovendien het besef ze te bewaren voor later. De onzichtbaarheid van de zwarte Zuid-Afrikaanse geschiedenis kan niet worden goedgemaakt door de vernietiging van de witte historie en de toekomstige situatie zal weinig anders zijn, als de huidige publicaties, ook affiches en pamfletten van protesterende studenten, niet worden bewaard, gekoesterd en ontsloten via catalogi en online beeldbanken.

Het was een van de punten die ook bij de 'summation' van de conferentie aan het slot ter sprake kwamen. Sarah Bodman en Robbin Ami Silverberg hielden die samenvatting (ze hadden mij gevraagd ook iets concluderends te formuleren). Er moet nog veel gebeuren, maar er is ook al heel veel bereikt met deze conferentie: de werelden van de universiteit, het onderwijs, bibliotheken en archieven, de wereld van de praktijk van uitgeven, drukken, papiermaken en boekbinden waren in dit congres verbonden en het netwerk van alle deelnemers is uitgebreid en verstrekt; er is een netwerk van buitenlandse ambassadeurs rond het Zuid-Afrikaanse kunstenaarsboek in het leven geroepen en er zijn vast nog meer verbindingen te zoeken en te maken. Iedereen is er weer van doordrongen dat, zoals Kim Berman, zei: 'Books are powerful.' 

vrijdag 12 mei 2017

151. Kunstenaarsboeken in Johannesburg (10)

Booknesses bood de twee laatste dagen van het congres een brede waaier aan onderwerpen, zowel esthetische als technische, theoretische en praktische kwesties, zoals:




  • de inzet van stoomwalsen om prenten te drukken (Mary Austin)
  • de publicatie van kunstmonografieën in Zuid-Afrika (Fourtwall Books)
  • de inrichting van een boekbindersatelier (Helene Van Aswegen)
  • het behoud van archivalia in Zuid-Afrikaanse archieven (Mary Minicka)
  • het catalogiseren van kunstenaarsboeken (Peter Dennis)
  • het conceptuele kunstenaarsboek als verzamelobject (Anne Thurman-Jajes)
  • de erotiek van de linker- en rechterpagina (Jane Taylor)

De avond na alle presentaties van de zaterdag werd de overzichtstentoonstelling van de collectie Ginsberg feestelijk geopend.  Sarah Bodman introduceerde de verschillende soorten boeken die er konden worden bekeken. 

Wat volgde was een feest der herkenning - van bezoekers én boeken - en van verrassingen - zowel van werk als van personen.

David Paton (midden) op de door hem samengestelde tentoonstelling

Jack Ginsberg begroet een van zijn vele vrienden
Bezoekers in de tentoonstelling
Na afloop ging ik met een klein gezelschap uit eten. Het was wel zaak steeds een Zuid-Afrikaan of Amerikaan bij je te hebben, op weg naar een restaurant of weer terug naar het guesthouse, want gewoon rondlopen is er niet bij, een taxi is uit den boze, dus of persoonlijk vervoer of een Uber was het parool. David Paton wilde zelfs niet dat we bij daglicht over straat zouden lopen, laat staan in de schemering. Dat is het enige aspect van mijn verblijf dat ik onaangenaam vond: dat je niet vrij de straat op kan. De onveiligheid is onbeheersbaar lijkt het. Het guesthouse staat achter metalen hekken en hoge stenen muren. Alles op slot. Zelf mijn badkamerraam was zwaar gebarricadeerd. 



donderdag 4 mei 2017

150. Kunstenaarsboeken in Johannesburg (9)

We moeten aannemen dat Robbin Ami Silverberg een goede nachtrust heeft kunnen genieten nadat ze de tentoonstelling over Zuid-Afrikaanse kunstenaarsboeken had geopend. Hoe dan ook, de volgende ochtend stond ze als keynote speaker genoteerd, als eerste in het ochtendprogramma van Booknesses. Busy days.

De wetenschappelijke vraag die organisator David Paton haar stelde was simpel, dat wil zeggen, makkelijk gevraagd en onmogelijk om te beantwoorden. Waarom maak je kunstenaarsboeken? Robbin besprak haar 'compulsion to make artists' books' in een persoonlijk, diepzinnig betoog dat ook een kijkje in haar huiskamer gaf, vooral haar boekenkasten. Daaruit selecteerde ze tien boeken, die haar om uiteenlopende redenen hebben gefascineerd, en vaak ook gestimuleerd. Deze boeken - welke anders? - zouden haar kunnen helpen om te verklaren waarom zij haar eigen kunstenaarsboeken wilde maken.

Robbin Ami Silverberg, Johannesburg, 25 maart 2017
Maar natuurlijk bleek al snel, dat dat was wat zij altijd al had gedaan: boeken maken. Ook als kind. Ze liet een tekening zien die ze op heel jonge leeftijd maakte. De titel daarvan was: 'The Book Bubble'. Het was een fantasiehuis waarin niet alleen ruimte was gemaakt voor een eigen boekenkamer op zolder, maar ook voor een boekenboom en een soort computer die ze benoemde als: 'Book a screen'.

Enkele van de voorbeelden die zij gaf tijdens haar toespraak waren boeken die haar hadden begeleid tijdens haar zoektocht naar haar eigen boeken. Ze hadden vaak bepaalde eigenschappen gemeen, zoals een essentiële kwaliteit die kunstenaarsboeken gemeen hebben, namelijk die van de aanraakbaarheid, de 'haptic' kwaliteit van papier, of van andere materialen. Dat zag ze bijvoorbeeld gedemonstreerd door de boeken van Bruno Munari en Filippo Marinetti. 


Bruno Munari
Lezen, zien en voelen hebben alles te maken met het maken van (nieuwe) verbindingen in onze hersens. Met associaties die ontstaan door letters of woordbeelden, en beelden, of delen daarvan, te koppelen aan herinneringen, woorden, beelden, geluiden en geuren, die bijna onmiddellijk - het gaat om heel snelle processen - de ervaring van het aanraken van het boek begeleiden. Deze associaties maken het boek daardoor meteen persoonlijk, het verhaal, het lezen, wordt meteen een individuele zaak. Dat maakt het lezen zo hyper-persoonlijk, bijna onberekenbaar individueel en onherhaalbaar. Het is daardoor meestal een unieke ervaring, onherhaalbaar, zelfs niet na te vertellen aan anderen. Kunstenaarsboeken proberen die onnavolgbare complexiteit van het lezen vaak te intensiveren.  

Een van haar redenen om boeken te maken was:

the desire to offer my readers this complex and dense experience we call reading[.]


Bij sommige boeken verandert het lezen niet alleen de lezer, maar ook het boek zelf. Kijk bijvoorbeeld naar het boek van Eileen Boxer, Report US (zie haar website, en een eerder blog daarover: blog No. 130). 


Robbin:

Literally the physical experience of reading marks the book. And the red fingerprints that now mark its pages make the reader both a collaborator in the act of making of Report US, as it suggests we all are complicit in the terrible violence. This book fulfills my compulsion as the 'maker' along with that of the 'reader'- to use our hands.


Een verwant idee over het maken van kunstenaarsboeken hangt samen met het verlangen om een boek te maken dat over zichzelf uitspraken doet. Boekhistorici vinden meestal dat elk boek dat doet, al zijn de middelen niet steeds het gevolg van bewuste keuzes. Het wordt juist interessant als de keuzes wel bewust zijn. Dan kun je zeggen (mijn parafrase): op de een of andere manier is het maken van een boek de manier om over een boek na te denken en, zou je kunnen zeggen, is het boek aan het denken over zichzelf en gaat uiteindelijk ieder boek over een boek. (Of, zoals ik dan zou formuleren: In a way, making a book is thinking about a book, and a book is about thinking about books.)


Het materiaal waarvan een boek is gemaakt - Robbin maakt haar eigen papier, vaak weer ander papier, voor haar boeken  - is van even groot belang:

It's an activated substrate and essential partner in the read.

[en:]

Certainly, my personal focus on content and ideas, mixed with my commitment to hand craft, along with my obsession with materiality, while still loving to both write & make images... Making artists' books is an obvious mash-up of all these tendencies.

vrijdag 28 april 2017

149. Kunstenaarsboeken in Johannesburg (8)

Aan het einde van de eerste Booknessesdag (vrijdag 24 maart) werd de eerste van twee tentoonstellingen met kunstenaarsboeken geopend; deze was in het gebouw van FADA waar ook het colloquium plaatsvond.

De show van Zuid-Afrikaanse kunstenaarsboeken waarvoor veel boekenmakers werk hadden ingezonden werd geopend met een boeiende, ter zake kundige en charmante speech van Robbin Ami Silverberg. 

Robbin Ami Silverberg, opening van Booknesses-tentoonstelling, 24 maart 2017
Robbin is sinds 1995 betrokken bij projecten rond papier, kunst en boeken in verschillende Zuid-Afrikaanse plaatsen, zoals Johannesburg, Durban en Kaapstad: lezingen, colleges, samenwerkingsprojecten met kunstenaars en papiermakers, en als Amerikaanse vertegenwoordiger van de Ampersand Foundation.

Zij vertelde wat haar was opgevallen aan de boeken in deze tentoonstelling. Dat was in de eerste plaats: de brede dekking van allerlei soorten kunstenaarsboeken. De onderwerpen en thematiek van vele van die werken hingen duidelijk samen met Zuid-Afrikaanse identiteiten. Robbin zei daarover:

I see this sense of cultural specificity as a real strength: I have little interest in an internationalist aesthetic - where artworks end up clones.

Voor een land zonder 'programs in book art' (zoals aan Amerikaanse universiteiten) is hier een uitzonderlijk en gepassionneerde inzet voor kunstenaarsboeken waarneembaar. Aan talent ontbreekt het bepaald niet:

It is a testament to the determination to speak and be heard. As the book as an art form is a perfect vehicle for creative exchange!

Robbin bedankte alle betrokkenen: curators David Paton, Eugene Hon, Gordon Froud en Rosalind Cleaver. En Jack Ginsberg, wiens niet aflatende ijver voor het Zuid-Afrikaanse kunstenaarsboek al zolang van eminent belang is.

Het was een drukte van belang tijdens de opening. Er waren filmpjes, kunstenaars konden hun werk toelichten, de verscheidenheid van werken die hingen, stonden, lagen, en soms alledrie tegelijk, was indrukwekkend.  Veel werken legden, zoals Robbin al opmerkte, de nadruk op het boek als materie, als materiaal, er waren veel conceptuele werken bij, maar ook politieke statements en soms ook gewoon briljant mooie boeken. Een staalkaart van wat er in Zuid-Afrika speelt.

woensdag 26 april 2017

148. Kunstenaarsboeken in Johannesburg (7)

De eerste dag van Booknesses in Johannesburg was zo vol, dat ik lang niet alles kan noemen.

Een van de sprekers, Jonah Sack, beweerde dat de lezer van een kunstenaarsboek in een soort ruzie verwikkeld is met de kijker die zij/hij zelf ook is, heen en weer pendelend tussen 'absorption' en 'distraction'. Hij stelde dat het lezen van boeken in een tentoonstelling een illusie is, nee, sterker, een utopie.

Er waren presentaties met showelementen, zoals die van Maureen de Jager over The Book of Holes, waarbij boekbinder Helene van Aswegen aan een tafel zat en het boek doorbladerde.


Maureen de Jager and Helene van Aswegen. (Photo: Sinead Fletcher)
Het onderwerp van lezing en boek zijn documenten uit concentratiekampen in Zuid-Afrika tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarmee over een verleden dat 'defies stability, comprehension and closure'. De lezing beargumenteerde feitelijk dat elke interpretatie altijd (ook) een 'violation' is die de 'waarheid' geweld aandoet en waarbij slachtoffers uit het verleden opnieuw wonden krijgen toegebracht. Een historicus zal dit steeds moeten erkennen. Boeken, lezingen én archieven zijn niet alleen bewaarplaatsen, maar ook plaatsen waar stelselmatig bepaalde zaken ontbreken. De stem van de onzichtbaar geworden slachtoffers van een oorlog bijvoorbeeld. Minderheden of zelfs grote meerderheden. Voorbeelden zijn: de verhalen van zwarten, vrouwen, homoseksuelen, kinderen, maar ook culturen die als geheel oraal waren ingesteld. Bij een boek is dan ook altijd de vraag: wat staat hier niet in? 

De middagsessies kon je niet allemaal volgen. Het congres demonstreerde meteen de stelling van De Jager: de helft bleef onzichtbaar voor iedere deelnemer, vanwege sessies die zich parallel in verschillende zalen afspeelden. Een goede keuze is dan nooit mogelijk. Ik hoorde lezingen waarin een professor Engelse letterkunde haar boeken opruimde door ze met een kunstenaar te verknippen en verplakken - ik had niet het idee dat het ruimteprobleem bij de professor daarmee echt verholpen werd. Ook was er een betoog van een kunstenaar die objecten samenstelde met vuil dat van de straat werd opgeraapt - we zagen de spreker (Kai Lossgott) als een zwerver in een transparante cape, gebogen in een portiek staan en wantrouwende voorbijgangers met een grote boog om hem heen een weg zoeken. Er was een mooi contrast tussen de theoretische ernst van de spreker en de willekeurige rotzooi die op straat te vinden is.

Aan het einde van de middag leidde kunstenaar/papiermaker Kim Berman een discussie over het Zuid-Afrikaanse kunstenaarsboek. De deelnemers hadden allemaal met elkaar samengewerkt. Papiermaker en galeriehouder Susan Gosin van Dieu Donne had eerdere met William Kentridge boeken gemaakt (onder andere een boek waarin alle illustraties alleen in watermerk zijn aangebracht) en toonde nu de eerste exemplaren van een boek met zijn zuster Eliza. Drukker Mark Attwoord van de Artists' Press had ook met William Kentridge boeken gemaakt en vertelde over zijn projecten. Nathi Ndladla, leider van Phumani Paper Mill op het universiteitsterrein, werkte met Kentridge samen aan het vinden van het beste papier voor enkele boeken, waarvan hij het drukken in the Artist Proof Studio begeleid.


Kim Berman, Nathi Ndladla, Eliza Kentridge, Mark Attwood, Susan Gosin en William Kentridge
Kim Berman toonde het boek van Eliza en Susan, dan nog niet af is. Eliza las een van de gedichten uit het boek voor. De ouders van de beide Kentridges, Sydney Kentridge en Felicia Geffen, twee eminente anti-apartheidsadvocaten, waren aanwezig bij dit debat en kregen aan het begin een warm applaus.