vrijdag 20 juli 2018

215. Gekaft in een Franse illustratie

Soms zijn schoolboekjes ineens niet meer zo saai!   

Schoolboekjes uit het begin van de negentiende-eeuws munten niet uit in bijzondere ontwerpen of verleidelijke illustraties in kleur. Meestal zitten er geen plaatjes in; de boekjes zijn voor de onderwijzers bedoeld.

J.A. Uilkens, Eerste beginselen der natuurkunde (1804 en 1809)
J.A. Uilkens schreef over natuurkunde: Eerste beginselen der natuurkunde. De kinderen moeten vragen beantwoorden, zoals: Wat is de deelbaarheid der ligchamen? Wat noemt men snelheid? Hoeveel zwaarder dan water, is Platina?

Een herdruk van het eerste deeltje verscheen in 1809 en de KB verwierf daarvan een exemplaar met een geïllustreerd omslag dat echter met de inhoud niets te maken heeft. Bovendien is het omslag op de kop eromheen geplakt. Het hoort er eigenlijk niet bij. Zo’n lesboekje zal beschadigd zijn geraakt en het oorspronkelijke omslagje is vervangen.


J.A. Uilkens, Eerste beginselen der natuurkunde (1809)

Op het plaatje, een houtsnede, is Mont Saint-Michel te zien, het getijdeneiland aan de Normandische kust. Eronder staat een verklaring in het Nederlands en Frans. Het prentje is gesigneerd door de graveur: Andrew Best Leloir. Dat was een firma in Parijs. 


Signatuur onder houtsnede op omslag
Houtsneden werden in die tijd vooral in Engeland voor boeken en tijdschriften gemaakt. Van de drie firmanten van ABL was de eerstgenoemde dan ook Engels: John Andrew. Hij arriveerde in Frankrijk in 1824 en richtte in 1832 met Jean Best (1808-1879) en Isidore Leloire (ca 1802-1850?) het atelier op. Zij maakten meteen illustraties voor een nieuw tijdschrift: Magasin pittoresque.

In de eerste jaargang daarvan (1833) verscheen het plaatje van Mont Saint-Michel. Maar daarbij stond geen toelichtende tekst. Die moet er in België of Nederland aan zijn toegevoegd door een uitgever die de illustratie opnieuw heeft gebruikt. 

Magasin pittoresque, (1833), no. 44, pagina 349
(Bibliothèque nationale de France)
In Magasin pittoresque stond nog een tweede afbeeldingen van Mont Saint-Michel. Het artikel 'Baie de Cancale. Marées, Sables mouvans, Mont Saint-Michel' verscheen in aflevering 44 (pagina's 348-350).

Magasin pittoresque, (1833), no. 44, pagina 348
(Bibliothèque nationale de France)
Die tweede illustratie is misschien ook wel ergens opnieuw gebruikt. De eerste is volstrekt identiek aan die op het omslag van het Nederlandse natuurkundeboekje!

Misschien heeft de Nederlandse (of Belgische?) uitgever het houtblok van die eerste houtsnede aangekocht, want alles is hetzelfde: de wolken, de kleine oplichtende rots rechtsonder, de ondertekening, alle details kloppen - en die zorgvuldigheid zou bij een nagemaakt blok te duur zijn uitgevallen. 

Magasin pittoresque, (1833), no. 44, pagina 349
(Internet Archive)

Details van de omslagillustratie
De gedigitaliseerde versie van Magasin pittoresque (beschikbaar bij de BnF in Gallica) is helaas in zwart-wit, maar toch zijn de overeenkomstige details goed te herkennen. Dat gaat zelfs beter met de versie die Internet Archive aanbiedt.

We vinden veel illustraties van het atelier in Nederland, bijvoorbeeld in Arnold Isings De rarekiek (1851).

De houtsnede van de Mont Saint-Michel is dus niet gemaakt voor het boekje uit 1809 en heeft misschien in een almanak gestaan. H
et kan ook een los prentje zijn geweest, gezien de sierrand. Helaas is nog niet uitgevonden voor welke uitgave in Nederland deze Franse houtsnede is hergebruikt. Hoe dan ook: het nieuwe kaftje dateert van minstens dertig jaar na het schoolboekje! Dat was dus nog steeds in gebruik. 


[J.A. Uilkens, Eerste beginselen der natuurkunde tot nut en vergenoeging van het dagelijksche leven in leerlesjens voor de Bataafsche jeugd. Eerste stukje. Tweede, verbeterde uitgave. Amsterdam, Johannes van der Hey, 1809. Aanvraagnummer: KW GW A114787 ]


[Voor gegevens over het atelier ABL, zie: Remi Blanchon, La gravure sur bois au XIXe siècle. L'âge du bois debout. Paris, Les Éditions de l'Amateur, 2001.]

donderdag 5 juli 2018

214. Rilke, met de hand ingekleurd

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschenen bij clandestiene uitgevers nogal wat teksten van Duitse auteurs en die kunnen we zien als een koekje van eigen deeg: een cultureel protest tegen de Duitse overheersing door het 'barbarendom' van het Duitse nationaal-socialisme. Goethe tegen Hitler, zo ongeveer.

Bij uitgeverij Kroonder in Bussum werd tijdens de oorlog een bundel verhalen van R.M. Rilke uitgegeven: Vergezichten

Rainer Maria Rilke, Vergezichten (1945):
Exemplaar op gewoon en op speciaal papier

Aankondiging van Vergezichten in  Het Vaderland, 10 juni 1944
De datum van verschijnen is mij niet bekend. Het boek werd aangekondigd in Het Vaderland van 10 juni 1944, maar is niet vermeld in Het Nieuwsblad voor den Boekhandel.

Op die titelpagina ontbreekt de naam van A. Marja (1917-1964). In sommige exemplaren van het boek is een los strookje toegevoegd met een verklaring:

De vertaling van deze bundel is van de hand van A. Marja en F. van Heerikhuizen. Daar het werk tijdens de bezetting werd gedrukt, kon hiervan op de titelpagina niet volledig kennis worden gegeven.

Hier lijkt uit te moeten worden opgemaakt dat het boek tijdens de bezetting werd gedrukt, met het jaartal 1944 op de titelpagina, maar dat de verschijning tot na de bevrijding werd uitgesteld. Alleen: ook toen verscheen geen mededeling in het Nieuwsblad en kennelijk zijn er geen advertenties gepubliceerd. Bovendien, volgens Brinkman's Catalogus van boeken die gedurende 1941 tot en met mei 1945 zijn uitgegeven of herdrukt [...] (1950) verscheen de uitgave gewoon in 1944. De gewone exemplaren kostten f 6,90 en de luxe exemplaren een veelvoud daarvan: f 37,50. In Brinkman's cumulatieve catalogus van boeken: januari-december 1945 (1945) stond dat het boek inmiddels was uitverkocht.

Maar daar ging het me eigenlijk niet om.

Waarom dan wel? Wat ik aardig vond om te laten zien is het enorme verschil tussen de illustraties in de gewone oplage en die in de luxe. Die illustraties zijn van Ria Exel (1915-1985).


Ria Exel, illustratie bij 'Het familiefeest'
in Rainer Marie Rilke, Vergezichten (1944)
In de gewone uitgave zijn alle tekeningen afgedrukt op een grillig gevormde zeeblauwe ondergrond, waarvan de vorm per illustratie verschilt. In de luxe editie zijn de illustraties niet op zo'n kleurvlak gedrukt, maar later met de hand ingekleurd door de kunstenaar. Zij gebruikte daarvoor meer kleuren: paars, oranje, rood, blauw, geel, wit en groen.


Ria Exel, illustratie bij 'Het leven'
in Rainer Marie Rilke, Vergezichten (1944)
De illustraties volgen vrij letterlijk de verhalen, zoals 'Het leven' (de inhoudsopgave vermeldt: 'In het leven'): de oude kalende commies Kniemann zit aan zijn bureau als een boekenlegger in een 'vies oud boek', met een vlieg op zijn voorhoofd. Zijn jonge collega probeert hem te wijzen op zijn miserabele positie en vertelt hem hoe mooi het leven buiten is: er is licht, er zijn kleuren, er is vrijheid, en meer nog, er wordt gezongen en er zijn blonde en licht geklede meisjes in 'kleine straatjes'. Die bloeiende wereld van buiten wordt in de illustratie verbeeld door een naar binnen groeiende bramenstruik, met bloemen én met bessen - een combinatie die in de natuur natuurlijk niet voorkomt.


Ria Exel, illustratie bij 'De vlucht'
in Rainer Marie Rilke, Vergezichten (1944)
De illustraties in de luxe edities zijn door de kleuren subtieler en minder eenvormig dan die in de gewone uitgave. Ze zijn vaardig gemaakt, maar niet bijster origineel en onderling verschilt de stijl en aanpak nogal.


Ria Exel, illustratie bij 'De doodgraver'
in Rainer Marie Rilke, Vergezichten (1944)
Wie was Ria Exel? Maria Geertruida Elisabeth van Klaveren-Exel werd geboren in Rotterdam, volgde een opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en aan de Académie de la Grande Chaumière in Parijs. Haar werk - schilderijen, aquarellen, tekeningen, etsen, litho's en kopergravures - wordt in het naslagwerk van Pieter Scheen gekenschetst als 'visionair expressionistisch en meditatief abstract'. 

Ria Exel
Zij vestigde zich na de oorlog in Den Haag waar zij ook les gaf aan de academie. Op sommige websites wordt vermeld dat zij in de oorlog meewerkte aan verzetspublicaties, 'wat niet zonder gevolgen bleef'. Welke uitgaven dat waren en wat die gevolgen zouden zijn is onduidelijk. Uit de oorlog is alleen de uitgave van Vergezichten bekend.

Uitgeverij Kroonder gaf (ook tijdens de oorlog) werk uit van haar vader, Philip Exel (1890-1946). Na de oorlog illustreerde zijn dochter ook een boekje dat ter herdenking van haar vader bij die uitgever verscheen. Ook voor andere uitgevers illustreerde zij werken, zoals voor Van Goor en De Haan.

Uit de periode vóór deze bundel van Rilke kennen we van Ria Exel eigenlijk alleen illustraties bij artikelen in De Tijd. Zij illustreerde rubrieken over koken en mode.


Ria Exel, illustraties in De Tijd, 16 november 1941

Ria Exel, illustratie in De Tijd, 22 mei 1943

Ria van Klaveren-Exel en haar echtgenoot,
de schilder Joris van Klaveren in 1957

vrijdag 22 juni 2018

213. La Belgique: kunstenaarsboek, cadeau of grap?

Afbeeldingen van schilderijen waarop alle gezichten door portretten van familieleden zijn vervangen... 

Een kunstenaarsboek? Een cadeau? Een grap? 

Tegenwoordig misschien makkelijk en vaker gedaan, maar een unicum in 1907. Dit eigenaardige boekje kwam enkele jaren geleden op de markt (bij Zwiggelaar en later bij Antiquariaat Fokas Holthuis). Nu is het in de KB.



Band en titelpagina van Maurice Binger, La Belgique (1907)
Het boekje bevat alleen het gedrukte voorwerk in lithografie, met een ingeplakt stofomslag, een Franse (voordehandse) titel, een pagina met werk dat in voorbereiding is, een titelpagina, en vervolgens dertien afbeeldingen van schilderijen gedrukt in heliogravure.

 Rembrandt, 'Het Joodse bruidje' in Maurice Binger, La Belgique (1907)

Rembrandt, 'Het Joodsche bruidje', in:
Gustave Geffroy, La Hollande (1904)

Uit de teksten voorin blijkt dat dit boekje is gemaakt door Maurice Binger voor het zilveren huwelijk van de heer en mevrouw Lamm. Wie zijn deze mensen?

Maurice Binger is eigenlijk Maurits Herman Binger, geboren in 1868 in Haarlem (hij stierf in 1923 in Wiesbaden). Hij was een telg uit de familie die de lithografische drukkerij Emrik & Binger bestuurde. Aanvankelijk werkte Maurits Binger als fotograaf en maakte hij foto's en films bij feesten en familie-aangelegenheden. Hij leerde de technische drukprocedés kennen in Parijs waar hij op vijftienjarige leeftijd heen werd gezonden. Ook leerde hij het vak in Londen en Berlijn. Hij werd daarna lid van verschillende fotografische verenigingen, hield lezingen over de techniek van de fotografie en exposeerde zijn foto's. Intussen ging hij werken voor de drukkerij van zijn vader.

In 1912 richtte Binger Filmfabriek Hollandia op en daarmee werd hij een van de drie pioniers van de Nederlandse filmindustrie. Hij schreef  filmscripts, produceerde en regisseerde films, zoals 'Oorlog en vrede' (1914) en 'Op hoop van zegen' (1918). In 1907, toen La Belgique uitkwam, was hij nog amateurfotograaf.

Hij maakte het boekje La Belgique voor zijn zus Seraphina Cellina Binger (1858-1945) en haar echtgenoot Per Lamm (1868-1923). Zij woonden in Parijs, waar Lamm eigenaar was van de uitgeverij en distributeur Librairie Nilsson, Per Lamm Successeur, in de rue de Lille. De firma was opgericht in 1885 door de twee Zweden: Karl Nilsson en Per Lamm. Lamm heette eigenlijk Pehr Aron Lamm en werd geboren in Stockholm.

Zelfportret door Maurits Binger (c. 1910)
Maurits Binger
Algemeen Handelsblad, 9 maart 1882
Per Lamm en Céline Binger waren getrouwd op 7 maart 1882 en vierden in 1907 hun zilveren bruiloft. Bij die gelegenheid heeft broer Maurits Binger het boekje La Belgique laten drukken, waarschijnlijk in een oplage van rond de twintig exemplaren om alle familieleden die erin werden afgebeeld een exemplaar te geven. Misschien dat dit plaatsvond tijdens een diner in Brussel op 7 februari 1907, want die plaats en datum vermeldt de titelpagina.

Het schilderij 'Het Joodse bruidje' van Rembrandt opent de reeks portretten en het is heel waarschijnlijk dat de ingezette hoofden die van het bruidspaar zijn.

Hedi Hegeman schreef over deze foto's (in Geschiedenis van de Nederlandse fotografie): 'In de privésfeer makte Maurits Binger nogal oubollige collages van Emrik & Binger fotoreprodukties in combinatie met portretfotootjes.' 

De 'lichtdrukken' (zoals ze werden genoemd) werden inderdaad gemaakt bij Emrik & Binger en wel voor een serie kunstboeken van Per Lamm. Die gaf ze in Parijs uit. De serie Les musées d'Europe werd geschreven door Gustave Geffroy. Maar, al zien ze er wat mal uit, de reproducties zijn niet willekeurig gekozen. Binger heeft er alles aan gedaan om de serie als geheel te parodiëren en dat begint al bij het omslag.





Reeks delen van 'Les musées d'Europe': La Hollande (1904),
La peinture au Louvre (1902), La National-Gallery: Londres (1906?),
Versailles (1903) en La Belgique (1905)
Het omslag (ook het stofomslag dat deels is meegebonden) van het deel over België toont wapens van verschillende steden. Binger liet die natekenen en vervangen door de wapens van vijf landen: Nederland, Frankrijk en Zweden spreken voor zich, gezien de herkomst en woonplaats van de echtelieden, maar de wapens van Engeland en Duitsland slaan misschien op andere familieleden (Binger zelf had er in elk geval zijn opleiding genoten).

Stofomslag in La Belgique (1905)
Stofomslag in Bingers editie van La Belgique (1907)


Het oorspronkelijke (stof)omslag is gesigneerd door de ontwerper ervan: René Binet (1866-1911), een architect wiens boek Esquisses décoratives (1902) voorzien was van een inleiding door de schrijver van de museale reeks, Gustave Geffroy. Het omslag werd gegraveerd door A. Lachtiver. Hun namen zijn natuurlijk niet vermeld op de Binger-imitatie. Ook op andere details heeft Binger gevarieerd.


Reekstitels in Bingers imitatie en in de originele uitgave
van La Belgique
De reeks heet bij hem niet Les musées d'Europe, maar Les nouveaux musées d'Europe, de nieuwe musea van Europa, die dus kennelijk volhangen met schilderijen waarop de familie Lamm-Binger geportretteerd is.

Waarom juist zulke portretten? Ten eerste natuurlijk, omdat Binger zelf amateurfotograaf was en als mede-eigenaar van Emrik & Binger kon beschikken over een drukkerij om het uit te voeren. Maar ook omdat de reeks museummonografieën door zijn zwager werd uitgegeven én omdat die Librairie Nilsson ook berucht was om vele fotoroman-achtige boeken en boekjes die onder andere via de stationskiosken aan de man en vooral de vrouw werden gebracht. Daar waren bijvoorbeeld enkele werken van Jean Lorrain (1855-1906) bij, zoals 20 Femmes dat werd geïllustreerd met 'illustrations photographiques d'après nature', een zinsnede die eigenlijk suggereerde dat er naaktfoto's in waren opgenomen, en inderdaad zien we vrouwen met ontblote boezem, die overigens dat weer zo 'bewerkt' is dat het plaatje wel semi-pornografisch, maar niet aanstootgevend was.


Jean Lorrain, 20 Femmes (1900)
(Een exemplaar van 20 Femmes (1900) is aanwezig in de KB: KW KOOPM C 1494.) 

Met die winstgevende kant van het uitgeversfonds van Per Lamm rekent zwager Binger op deze manier natuurlijk ook af, al kiest hij respectabele schilderijen om er de hoofden van de familieleden in te monteren en niet de Lorrain-achtige verschijningen. [Zie over deze fotoromans het artikel van Paul Edwards: 'Roman 1900 et photographie (les éditions Nilsson/ Per Lamm et Offertstadt Frères)', in Romantisme (1999).]








Bingers imitaties en de originele schilderijen
De familie zal, geschaard om tafel, de exemplaren hebben doorgenomen op zoek naar zichzelf en natuurlijk naar de anderen. Wie werd voortaan Napoleon genoemd of nar? Ik heb de indruk dat het portret van de nar (le bouffon) het meeste lijkt op Maurits Binger zelf.
Daarbij lijkt het dat Binger de keuze misschien heeft laten afhangen van de geportretteerden. In elk geval waren de afbeeldingen uit verschillende delen afkomstig:

(1) Rembrandt, 'Ruth et Booz' uit La Hollande (pagina 24)
(2) Greuze, 'La cruche cassée' uit La peinture au Louvre (tegenover pagina 26)
(3) Nattier, 'Madame Adelaïde, fille de Louis XV (en Diane)' uit Versailles (tegenover pagina 54)
(4) Watteau, 'Gilles' uit La peinture au Louvre (tegenover pagina 10)
(5) Frans Hals, 'Réunion des officiers des archers de Saint-Adrien' uit La Hollande (tegenover pagina 68)
(6) Robert Lefèvre, 'Napoléon Ire' uit Versailles (tegenover pagina 80)
(7) Romney, 'Mrs. Mark Currie' uit La National-Gallery (prent 12)
(8) Frans Hals, 'Portraits présumés de Hals et de sa seconde femme' uit La Hollande (tegenover pagina 14)
(9) Mme Vigée Le Brun, 'Portrait de Mme Le Brun et de sa fille' uit La peinture au Louvre (tegenover pagina 28)
(10) Frans Hals, 'Le Bouffon' uit La Hollande (pagina 16)
(11) Nattier, 'Madame Henriette (en Flore)' uit Versailles (tegenover pagina 52)
(12) Gerard Dou, 'Son portrait' uit La Hollande (tegenover pagina 40)
(13) Frans Hals, 'Portrait de femme' uit La National-Gallery (prent 48)

De rode belettering onder de prenten is in de originele delen uit verschillende lettertypen gezet, maar bij de imitatie van Binger gestandaardiseerd.

Na de dertien platen volgen nog 56 lege bladen, misschien bedoeld om foto's van het feest in te plakken?

Al met al een eigenaardige combinatie van huisvlijt, familiegrappen en moderne druktechnieken. In boekvorm ken ik geen andere voorbeelden uit die tijd.

Nu is het veel eenvoudiger om zo'n uitgave te maken, al blijft het ingewikkeld om goed te doen. Een fraai voorbeeld is het boek Le Louvre van Laurence Aëgerter. Het boek is een volledige reproductie van een oude catalogus van de schilderijen in het museum, maar elke originele foto is vervangen door een andere.


Laurence Aëgerter, foto in Le Louvre (2009)
Het zijn van internet geplukte foto's van de meesterwerken, met steeds een bezoeker die ervoor staat, ongeveer dus zoals je in het echte Louvre de kunst kunt bekijken.

Het boekje van Binger doet iets vergelijkbaars; het zou zijn of je in elk meesterwerk een familielid kunt herkennen. Lijkt het Joodse bruidje niet hele erg op tante Ger?