donderdag 21 januari 2016

89. De Vlaamse dichter Max Elskamp als drukker

Op een veiling in België kon ik onlangs voor de KB een aantal uitgaven kopen van de curieuze jurist Charles Dumercy (1848-1934) over wie Henri-Floris Jespers in 2008 een bijzonder onderhoudend blog schreef. Hij noemde hem de 'Voltaire van de Antwerpse balie'. De man liep altijd op sloffen in een versleten pandjesjas, had een scherpe tong die om zijn boosaardigheid gevreesd werd en hij stond te boek als een formidabele vrek. De dichter Max Elskamp noemde hem een 'knorrige old boy' en deelde zijn interesse in bibliofilie en folklore.

Ensemble van uitgaven  van Charles Dumercy
Dumercy publiceerde tientallen uitgaven met aforismen en gedachten over de rechtspraak, zoals Facéties judiciaires (1894) en Exégèse biblique au point de vue du droit belge (1895). Zijn aforismen verschenen bijvoorbeeld in de bundels Flocons de neige (Sneeuwvlokken) en Nouveaux flocons de neige. 

'Zelfvertrouwen is een vorm van luiheid', schreef hij daarin. 

Deze twee bundels werden bijzonder gedrukt, de een in blauwgrijs, de ander in oranje. Dat gebeurde in 1906 en 1912 door J.-E. Buschmann. Ze werden uitgegeven door G. van Oest. Klinkende namen in de wereld van de bibliofilie rond 1900.

Maar om zijn juridische en andere wijsheden ging het ons niet. Zijn vriendschap met de dichter Elskamp (1862-1931) leidde ertoe dat die twee van Dumercy's bundels zou drukken op een eigen pers. Daardoor staat Elskamp nu bekend als de derde moderne private press van Vlaanderen, ná La Joyeuse van Henry van de Velde en de handpers van Julius de Praetere. Elskamp noemde zijn pers de Alouette (leeuwerik) en drukte op een kopieerpers, dat is een boekenpers die normaal tot het instrumentarium van een boekbinder behoort.

In tegenstelling tot Henry van de Velde drukte Elskamp niet zijn eigen werk en in tegenstelling tot De Praetere mikte hij niet op de hoge literatuur van Streuvels of Gezelle, maar gaf hij alleen twee schertsende bundeltjes van zijn vriend Dumercy uit.

Charles Dumercy, Petit vocabulaire de médecine judiciaire (1901)
Elskamp maakte zelf de houtsneden voor beide bundels. De eerste verscheen in 1901: Petit vocabulaire de médecine judiciaire. Voorin is, op de Franse wijze, het aantal gedrukte exemplaren vermeld met een decoratie in geelgroen, achter is zijn drukkersmerk afgedrukt.


Charles Dumercy, Petit vocabulaire de médecine judiciaire (1901)
Het tweede boekje was eigenlijk een protestuitgave tegen de afbraak van een wijk in Antwerpen: de Gans. Vandaar dat in het boekje wordt beweerd dat het in Gansopolis is gedrukt. De titel was: La vieille-boucherie et les aveugles (1902).

Charles Dumercy, La vieille-boucherie et les aveugles (1902)
De houtsneden achterin beelden enkele huizen in de wijk Gans af, voor en na de afbraak.


Charles Dumercy, La vieille-boucherie et les aveugles (1902)
Deze boekjes van de derde Vlaamse private press waren nog niet in een Nederlandse openbare instelling aanwezig, maar nu dus wel.

[Voor meer informatie over de Vlaamse private presses, zie:
Paul van Capelleveen, 'De William Morris van Vlaanderen? Belgische private presses rond 1900', in De Boekenwereld, (juli 2015), p. 52-57.]



vrijdag 15 januari 2016

88. A.A.M. Stols en boeken gedrukt op perkament

Boeken op perkament drukken (in plaats van papier) is niet makkelijk en het is natuurlijk ook kostbaar. Verzamelaars rond 1900 wilden boeken kopen die exclusief waren en als ze zich het konden veroorloven kozen ze voor exemplaren die waren gedrukt op perkament. De eerste moderne private press, de Kelmscott Press van William Morris, voorzag in die behoefte, al had Morris zelf er een hekel aan, maar goed, zaken zijn zaken. 



Arthur van Schendel, Angiolino en de lente (1923): gedrukt op perkament

De Nederlandse private presses zouden dat voorbeeld niet volgen. Misschien niet alleen vanwege de hoge materiaalkosten en het gebrek aan rijke Nederlandse bibliofielen, maar ook om technische redenen. Perkament is dierenhuid en reageert sterk op temperatuur- en luchtvochtigheidsverschillen. Bij het bedrukken van de achterzijde van het vel moet alles wel registeren en om alles precies op de goede plek te laten komen is lastig als het kwik in de thermometer en barometer op en neer gaan.

De eerste Nederlandse private press, De Zilverdistel, drukte dan ook niet op perkament. Toch werden er wel degelijk Nederlandse boeken op perkament gedrukt. In 1894 was bij Scheltema & Holkema's Boekhandel in Amsterdam bijvoorbeeld al een door M.A.J. Bauer en G.W. Dijsselhof versierde art-nouveau-editie verschenen. Van dit Franstalige verhaal, La jeunesse inaltérable et la vie éternelle, werden tien exemplaren op perkament gedrukt.


La jeunesse inaltérable et la vie éternelle (1894): gedrukt op perkament
De jonge uitgever A.A.M. Stols publiceerde in 1922 zijn eerste uitgave - er zouden er meer dan duizend volgen. Al in 1923 gaf hij een op perkament gedrukt boek uit; dat drukken deed hij niet zelf; het werd gedrukt door de familiefirma Boosten & Stols in Maastricht. Het betrof het vierde deel in de reeks Trajectum ad Mosam (Latijn voor Maastricht). Dit was een kort verhaal van Arthur van Schendel, Angiolino en de lente (1923). Er werden 180 exemplaren gedrukt op verschillende papiersoorten en acht op perkament. De KB bezit van beide edities een exemplaar. Het is goed te zien dat het registeren een enorm probleem was bij de exemplaren op perkament.


Arthur van Schendel, Angiolino en de lente (1923): gedrukt op papier (boven) en op perkament (onder)
Stols schreef in zijn herinneringen dat de typograaf Jan van Krimpen het perkament voor de exemplaren heeft geschuurd: 'Dat schuren luistert nauw en is nodig om het vettige perkament ontvankelijk te maken voor de drukinkt'. Van Krimpen had voor Stols een drukkersmerk getekend dat voor de eerste keer in de Van Schendel-uitgave werd gebruikt. 


Arthur van Schendel, Angiolino en de lente (1923): gedrukt op perkament
Datzelfde jaar had Van Krimpen voor zijn reeks Palladium ook exemplaren op perkament laten drukken, namelijk van Berbke, een verhaal van Frans Erens. Dat was ook meteen het enige deel op perkament in de reeks die liep van 1920 tot 1927. Wellicht dat Van Krimpen Stols op een idee bracht, of misschien andersom? Hoe dan ook, Berbke was in april 1923 gereed, Angioliono en de lente pas in juli.


Homer, Six hymns (1928): gedrukt op perkament
Er verschenen dertig delen in de Trajectum ad Mosam-reeks die Stols in 1930 beëindigde, maar van geen van die andere boekjes werden exemplaren op perkament gedrukt. Het zou tot 1926 duren voordat weer een boek op perkament werd gedrukt: Paul Valéry's Album de vers anciens. Je zou denken dat dit voor de Franse markt werd gedaan, maar van de acht andere Valéry-Stols uitgaven - allemaal uit datzelfde jaar! - werden geen exemplaren op perkament gedrukt. Het was kortom heel uitzonderlijk. 

In 1928 werd nog een boek op perkament gedrukt: D.G. Rossetti's, Hand and soul. Van de 361 exemplaren kwamen er zes beschikbaar op perkament. Dit was een deel van The Halcyon Press-reeks en daarin verschenen meer delen waarvan een stuk van de oplage op perkament werd gedrukt: Homer, Six hymns (1929) en Milton, The sonnets (1929). Deze delen werden gedrukt door J.W. Enschedé en Zonen in Haarlem onder leiding van Van Krimpen.

De KB bezit ook van Six hymns een exemplaar op papier én een op perkament. Ook dit is glad en zacht perkament, maar het is meer getekend, met gelige vlekken die wel vaker in perkamentvellen zitten. Het rood is in de perkamenten exemplaren wat schraler gedrukt.


Homer, Six hymns (1928): gedrukt op papier (boven) en perkament (onder)

Daarna verscheen nog maar één op perkament gedrukt boek bij Stols. Het werd door Boosten & Stols gedrukt. Initiatiefnemer was de bibliofiel Emile van der Borch, die zich permitteerde er een erfenis in hoog tempo doorheen te jagen (tot zijn moeder ingreep). Stols liet in zijn opdracht dertig exemplaren drukken van Deux poèmes door Arthur Rimbaud. Daarvan waren er twee op perkament.

Bij de meer dan duizend boeken die Stols uitgaf tussen 1923 en 1965 waren in totaal maar zes boeken waarvan exemplaren op perkament te koop waren. De luxe van de andere edities werd gezocht in fraaie papiersoorten, vaak Chinees, Japans of Engels en natuurlijk werd een hele reeks Nederlandse papieren gebruikt van Haesbeek, Van Gelder, Bührmann, Pannekoek en andere papierfabrieken. 
Ondanks het geringe aantal, moet wel gezegd worden dat Stols de enige was die in Nederland in die tijd meerdere boeken op perkament gedrukt uitgaf. Charles Nypels bijvoorbeeld liet wel boeken in perkament binden, maar ze werden er niet op gedrukt, en hetzelfde geld voor de private presses De Zilverdistel en de Kunera Pers.
Ook al zijn de uitgaven op perkament vaak schraal gedrukt op vlekkerig perkament, deze perkamenten edities sluiten goed aan bij de internationale aspiraties die Stols koesterde.


Homer, Six hymns (1928): gedrukt op perkament

zaterdag 5 december 2015

87. Tip: Meermanno

Stapel (niet heel) oude kranten doorgenomen en in Den Haag Centraal van 27 november vond ik Haagse tips van tentoonstellingsmaker Nicole Uniquole.

Behalve de gebruikelijke 'geheime' adressen van 'de beste koffie' en 'de beste 'kapper' staan er ook wat verrassende aanraders. Onder het kopje 'Ondergewaardeerd' lezen we:

'In de historische boekenkamer van Museum Meermanno zouden ze voortaan de foto met regeringsleiders moeten maken. Als ie in Londen stond, zou iedereen ernaartoe gaan.'

Goede tip!

Meteen uitvoerbaar ook als Nederland begin volgend jaar voorzitter van de Europese Unie is! Doen!

Caroline Ludwig, rubriek 'Ter plekke' met Nicole Uniquole in Den Haag Centraal, 27 november 2015



maandag 16 november 2015

86. Parijs

Boeken in de Collectie Koopman van de Koninklijke Bibliotheek, Den Haag
(Foto: Jos Uljee)

zaterdag 7 november 2015

85. Een drukkerij in Peking

De twee uitgaven van F.C. Terborgh waarover ik de vorige keer schreef werden gedrukt bij de Paters Lazaristen in Peking: Le petit chateau en De Condottiere.

In de boekjes staat niet op welk papier ze gedrukt zijn, maar dat blijkt uit de watermerken. De evenmin genoemde lettertypen zijn echter veel moeilijker vast te stellen. Ik had mijn hoop gevestigd op de 'Archives des Lazaristes de Pékin', die zich volgens een online inventaris in Nantes zouden bevinden bij het Centre des Archives Diplomatiques de Nantes. Maar, schreef een medewerker van het archief na een week, dit archief bevindt zich al sinds 1999 niet meer in Nantes, het is ondergebracht bij de Pères lazaristen zelf.

De archivaris daarvan, Lâm Phan-Thanh in Parijs, meldde mij dat het archief inderdaad in Parijs bij de Congrégation de la Mission is en dat zich er een inventaris van de drukkerij in Peking bij de papieren bevond waarvan een kopie naar mij onderweg was.


Accord concernant l 'Imprimerie des Lazaristes à Pékin (1926)
Gisteren arriveerde de kopie. In 1924 werd de inventaris opgemaakt met het oog op een overeenkomst tussen de l'Imprimerie des Lazaristes en de Vicaire apostolique de Pékin die in 1926 werd gesloten. De apparatuur, de auteursrechten en de voorraad aan boeken en papier werden toen eigendom van de congregatie, de gebouwen, de auteursrechten van buitenstaanders en een aantal uitgaven werden eigendom van het Vicariat Apostolique de Pékin, terwijl de drukkerij voortaan aan het Vicariat $300 per jaar huur zou betalen en voor kostprijs boeken zou drukken; voorts werden nog wat andere zaken overeengekomen.


Inventaire du matériel d'imprimerie (1924)
De drukkerij beschikte over twee handpersen (presses à bras), twee cylinderpersen (machine à blanc, lees: en blanc) en twee lithografische persen, een apparaat om visitekaartjes te drukken, 1572 clichés, maar ook twee zetselgietmachines en men kon er bovendien galvano's maken. Ook was er boekbindersmateriaal, zoals een boekenpers en een snijmachine.


Inventaire du matériel d'imprimerie (1924)
De lettervoorraad wordt helaas net zo oppervlakkig geïnventariseerd als de machines. Er zijn 40 letterkasten, 22.900 matrijzen voor Chinese tekens, 7660 matrijzen voor Europese letters. Er lag 51.300 pond Europese letters in lood en 34.200 pond Chinese tekens. Het was, al met al, niet een grote drukkerij waar Terborgh zijn boeken liet drukken en één die - dankzij het betrekkelijke isolement in China - waarschijnlijk niet over de modernste lettertypen beschikte. De Europese letters zullen, gezien de connecties met de Franse congregatie, voornamelijk Franse letters zijn geweest, waarschijnlijk uit het laatste deel van de negentiende eeuw toen de drukkerij er al actief was en enorme boeken kon drukken, zoals het in folio-formaat gedrukte en van tientallen illustraties voorziene werk van Alph. Favier: Péking. Histoire et description (1895).

Jammer dat de lettertypen in beide Terborgh-uitgaafjes nog niet zijn achterhaald, maar die moeten met behulp van Franse letterproeven toch wel een keer gedetermineerd kunnen worden.

woensdag 21 oktober 2015

84. Een privédruk uit China: F.C. Terborgh

Het staatsbezoek van de koning aan China begint officieel op zondag 25 oktober, maar de koninklijke familie heeft er een korte vakantie aan vast gekoppeld en dat leidt uiteraard tot controverses: moet die koppeling wel gemaakt worden, wat gaat de koning zeggen over de mensenrechten, etcetera.


Deel van het Chinese paspoort van R. Flaes
Het heeft er helemaal niets mee te maken, maar ik moest door dergelijke berichten denken aan de diplomaat Reijnier Flaes (1902-1981) die gedurende de Tweede Wereldoorlog in China was gestationeerd. Hij was na zijn rechtenstudie gezant geworden in Bern, Madrid en Lissabon en die laatste twee posten waren door de Spaanse burgeroorlog onrustige locaties. Hij werd overgeplaatst naar Peking, waar hij tussen 1938 en 1942 gezantschapsraad was. Vanwege de aanval op Pearl Harbor al evenmin een oase van rust. Na de Japanse inval van China ervaarde hij zijn verdere tijd daar als in een 'mak concentratiekamp', zoals hij zelf zei. Hij deed er ook dienst als burgemeester van de ommuurde diplomatieke wijk. Vervolgens werd hij beroepen in Londen en (opnieuw) Lissabon.


Petrus Van Assche, 'De Condottiere' 
Flaes werkte niet alleen als diplomaat in China. Hij schreef verhalen en korte romans onder het pseudoniem F.C. Terborgh. Als schrijver had hij drie 'bondgenoten': het licht, de muziek en het ongerepte landschap.

In zijn reiskoffer voor China bevond zich een in Spanje geschreven verhaal, 'De Condottiere'. Hij had het 'in een namiddag zonder enige moeite' geschreven, zou hij later beweren, maar het was nog niet gepubliceerd. Dat gebeurde in China. Het verhaal was gebaseerd op een gouache waarvan Flaes een afbeelding in een krant had gezien. Hij kocht de schildering van de kunstenaar Petrus Van Assche (1897-1974). Het schilderij bevindt zich nu in een particuliere collectie (zie de blog van Jan Doets). 

In Peking ging Flaes op bezoek bij de drukkerij van de Paters Lazaristen, een congregatie die sinds 1699 in Peking zending bedreef. In 1940 werd er voor hem het verhaal Le petit chateau gedrukt; het werd in maart afgeleverd en in november gevolgd door de uitgave van De Condottiere. Beide boeken zijn eenvoudig vormgegeven, de eerste zonder een echte titelpagina. Beide edities verschenen in een oplage van 100 genummerde exemplaren en werden gedrukt op 'stroogeel' Hammermill Ledger papier, een papier dat door de Amerikaanse fabrikant werd aangeprezen als 'sterk, duurzaam, gemakkelijk te "ontvlekken" met gummi of radeerwater' (zie Proost Prikkels, no. 58, 1939). Het was een papier dat eigenlijk niet voor boeken was bedoeld maar voor brochures, boekhouding, kaartsystemen en losbladige publicaties.

Voor het drukken van Le petit chateau betaalde Flaes $ 49,-.

F.C. Terborgh, Le petit chateau (1940) (omslag) 
F.C. Terborgh, De Condottiere (1940) (omslag) 
F.C. Terborgh, De Condottiere (1940) (titelpagina) 
Over welke lettertypen de Paters Lazaristen in Peking konden beschikken weten we niet. Die drukkerij was in bedrijf vanaf het einde van de negentiende eeuw (en misschien wel eerder). De lettertypen zijn lastig thuis te brengen. De letter, met zijn karakteristieke R, heeft iets weg van de Romaansch (zoals verkrijgbaar bij Lettergieterij Amsterdam voorheen Tetterode).


F.C. Terborgh, De Condottiere (1940) (omslag, detail) 
Maar voor de plaatsnaam en het jaartal op het omslag van De Condottiere werd een ander lettertype gebruikt dat een beetje Chinees aandoet.


F.C. Terborgh, De Condottiere (1940) (omslag, detail) 
Ook de ornamenten op het omslag heb ik nog niet kunnen traceren. De dagboeken van Flaes noch de afrekening van de drukker vermelden daar iets over. Een inventaris van de drukkerij bevindt zich in het archief van het Centre des Archives Diplomatiques de Nantes. 

De KB bezit van De Condottiere twee exemplaren: een is er herbonden, één is er in smetteloze orginele staat. Van Le petit chateau zijn drie exemplaren present, waarvan ook één in nieuwstaat en één gesigneerd.


Rekening van de Imprimerie des Lazaristes aan R. Flaes, 5 maart 1940
[Met dank aan Jan Doets voor de scan van het schilderij en de rekening van de drukkerij.]

zondag 4 oktober 2015

83. Nieuwe publicatie: Arts et métiers graphiques

Onder redactie van Kristof Van Gansen is bij Peeters in Leuven een bundel opstellen over het tijdschrift Arts et métiers graphiques verschenen. 

Voorzijde omslag Arts et métiers graphiques (2015)
Het in Parijs door Charles Peignot opgericht tijdschrift verscheen tussen 1927 en 1939. De KB heeft een complete set van het tijdschrift, als losse nummers, dus niet herbonden, of van zijn advertenties ontdaan. Het is een rij van bijna een meter lang en de afleveringen hebben een fors formaat. 

Het tijdschrift fungeerde als informatiebron over modern drukwerk, maar ook over de geschiedenis van de drukkunst. Het was bovendien een reclameblad voor de nieuwe lettertypen van de firma  Deberny & Peignot, zoals de Bifur en de Peignot. Beide letters zijn getekend door kunstenaar Cassandre, die vermaard werd om zijn imposante poster-ontwerpen.

Verschillende auteurs hebben een bijdrage voor dit boek geschreven. Wibo Bakker schrijft over de letter Bifur, Anne Reverseau en Mieke Bleyen over fotografie, Katrien van Haute over het Belgische grafisch ontwerp, Adriaan Gonnissen over Masereel, Marjan Sterckx over Yvonne Serruys en Geoffrey Brusatto en Tom Lambeens schreven over het grafisch ontwerp van Arts et métiers graphiques.

Paul Valéry, Existence du symbolisme (1939)
Zelf schreef ik over A.A.M. Stols en Charles Nypels, over de pogingen van deze uitgevers om boeken voor de Franse markt te maken en te verkopen. Over hun werk werd af en toe in Arts et métiers graphiques geschreven, in een kritische rubriek over nieuwe boeken. Stols was ervan overtuigd dat zijn boeken in Frankrijk in het bijzonder werden gewaardeerd om hun pure typografie, maar uit de reacties in het tijdschrift blijkt dat men hem juist zag als een representant van het luxe geïllustreerde boek en dat Stols gezien werd als iemand die de 'formule français' navolgde.

Paul Valéry, Existence du symbolisme (1939)
De publicatie verschijnt bij een tentoonstelling in die vanaf 21 oktober van dit jaar tot en met 31 januari 2016 te zien zal zijn in de Leuvense Universiteitsbibliotheek.