vrijdag 3 november 2017

176. Met studenten MasterLanguage in Parijs (2)

De studenten van het Masterlanguage-programma Text & Image bezochten in Parijs niet alleen musea en bibliotheken, maar ook enkele ateliers. Na uitgever Gunnar Kaldewey was op Allerheiligen de beurt aan graveur Christiane Vielle. 


Christiane Vielle (foto © Jos Uljee, 2016)
Vorig jaar bezocht ik het atelier van Christiane Vielle omdat we atelierfoto's nodig hadden voor het boek Artists & Others. Vielle (Saint-Raphaël, 1950) heeft haar atelier in de buurt van de Porte d'Orléans in het zuiden van Parijs. Zij verspreidt haar boeken via de eigen uitgeverij Éditions Mirage.


Christiane Vielle, etsen in Stéphane Mallarmé, Écrire (2010)
Atelier van Christiane Vielle
(foto © Jos Uljee, 2016)
In een iets meer dan 2 uur durend uitstekend geregisseerd programma liet Vielle zien hoe de diverse etstechnieken en -bewerkingen voor verschillende effecten gebruikt konden worden en stapje voor stapje werden alle studenten aan het werk gezet om in de vernis op een etsplaat te tekenen, of er met burijn in te krassen dan wel met een stalen pen een tekening in de koperen plaat aan te brengen. Intussen werden platen bewerkt, verwarmd, in het zuur gelegd, gedroogd.


Christiane Vielle met de studenten in haar 'keukentje'
Al gauw bleek de praktijk van het etsen lastig en veeleisend, maar het plezier van het zelf iets maken straalde er van af.



Aan het werk in het atelier van Christiane Vielle
Tot dan toe hadden de meesten schone handen gehouden, maar vanaf het stadium van inkten werden meer en meer vingers en handpalmen zwart van de inkt.




Aan het werk in het atelier van Christiane Vielle
En het uur van de waarheid naderde. Eerst drukte Christiane Vielle een van haar eigen etsen af om te laten zien welke mogelijkheden er allemaal waren en hoe een nauwelijks te onderscheiden tekening in het koperen vlak een subtiele ets kon worden. Daarna werden de surrealistisch geïnspireerde etsplaten van studenten en docente onder de pers gerold. Vielle legde het natgemaakte papier op de platen, de studenten draaiden aan het wiel van de pers.






De demonstratie was een welkome aanvulling op de studie waarin vooral theoretisch over de prentkunst gesproken wordt. De praktijkervaring zal de studenten bij hun studie zeker te pas gaan komen. In elk geval waren ze allemaal heel enthousiast en verlieten ze vol bewondering voor de kunst van Vielle haar atelier.

donderdag 2 november 2017

175. Met studenten MasterLanguage in Parijs (1)

Eerder al schreef ik dat in het Masterlanguage-programma Le text & l'image met de studenten een bezoek aan Parijs is gepland door de organisatoren Maaike Koffeman (Radboud Universiteit Nijmegen) en Olivier Sécardin (Universiteit Utrecht). De eerste twee dagen daarvan waren gewijd aan musea en bibliotheken. Ik kon alleen de derde en laatste dag bijwonen. Dat was woensdag 1 november, Allerheiligen, en dan zijn veel musea en bibliotheken gesloten. Antiquariaten trouwens ook. Men had mij gevraagd wat bezoekjes bij kunstenaars te regelen.


Gunnar Kaldewey met Azur (2015)
Het programma bracht ons langs een uitgever van kunstenaarsboeken, een graveur/kunstenaar en tenslotte een kunstenaar/drukker.

De van oorsprong Duitse antiquaar Gunnar Kaldewey was onze eerste stop. Hij ontving ons in het atelier van een bevriende kunstenaar in een zijstraat van de rue de Château d'eau. Kaldewey vestigde zich omstreeks zijn dertigste in New York en werd daar uitgever van boeken die hij samen met een lange reeks internationale kunstenaars ontwikkelde. Een van die boeken is een samenwerking met papierkunstenaar Ann Sperry, Hiroshima mon amour, met tekst van Marguerite Duras. Een luxe exemplaar bevindt zich in de Collectie Koopman.

Hij is een gepassioneerde verteller, die met trots maar vooral ook met een flinke dosis relativerende humor vertelde over zijn drijfveren en zijn werkwijze. Tegenwoordig doet hij het wat rustiger aan en zijn alle illustraties in de boeken van zijn eigen hand: aquarellen of prints van aquarellen. De grote samenwerkingsprojecten horen helaas tot het verleden en dat is jammer, want die zorgden voor spannende en zeer uiteenlopende boeken.


Gunnar Kaldewey met studenten en Maaike Koffeman
Hij vertelde onder andere dat hij door de jaren heen een werkwijze had ontwikkeld die gebaseerd was op het ritme van de natuur. In de winter rust de werkplaats. Kaldewey verblijft dan in Parijs, of tegenwoordig in zijn huis aan de Middellandse Zee. Daar denkt hij wel na over een nieuwe uitgave, maar hij ontwerpt nog niets. Bij terugkeer in Amerika, in zijn werkplaatsen op het landgoed Poestenkill, gaat hij dan zo systematisch te werk dat hij bij voorbaat tegen zijn boekbinder kan zeggen, wanneer de oplage bij hem komt voor de afwerking.


Gunnar Kaldewey met studenten en Maaike Koffeman
Voor de banden worden tegenwoordig vaak oosterse stoffen, zoals Japanse of Chinese zijde, gebruikt. Kaldewey vindt ze goed passen bij zijn boeddhistisch geïnspireerde aquarellen. Voor het gedicht Azur van Stéphane Mallarmé werd een diep blauw zijde voor de band gebruikt. Om de titel (de vier letters elk in één windrichting geplaatst op de voorzijde van de band) te kunnen drukken werd eerst in blind de kapitaal in Helvetica gedrukt, vervolgens moest er drie maal in zilver worden gedrukt om het gewenste heldere effect te krijgen.


Gunnar Kaldewey met Génie (2011)
De aquarellen hebben een bijzondere ontstaanswijze. Eerste maakt Kaldewey gewone aquarellen op papier. Als ze nog nat zijn, legt hij er een vel papier op en trekt het er weer af. Dit tweede opgelegde vel bevat dan de illustratie zoals hij die wil hebben. Die techniek is op zich niet onbekend. Kaldewey noemt het resultaat een 'crystal print', vanwege de kristalvormige vlekken die er op te zien zijn. Deze 'afdrukken' fungeren als originelen die vervolgens worden gescand en op een Epson als inkjet print gereproduceerd. Het verschil is bijna niet te zien, maar wel te voelen.


Band van luxe exemplaar Génie (2011)
Voor een gedicht van Arthur Rimbaud, Génie (2011), maakte Kaldewey zo eerst 100 aquarellen, waarvan hij er 12 voor reproductie uitzocht. Die waren allemaal blauw, eenvoudig omdat het zijn lievelingskleur is. De teksten werden er in een quasi spontaan ritme op aangebracht - sommige regels recht, sommige schuin - en de bladen werden daarna op een canvas ondergrond gemonteerd (ongeveer zoals op een oude opvouwbare landkaart). De luxe editie bevat ook enkele originele aquarellen en die zijn juist niet blauw, maar groen of geel, puur voor de variatie.

Kaldewey streeft ernaar alle handelingen onzichtbaar te maken, zodat het eindresultaat er vanzelfsprekend, maar vooral helder, simpel, uitziet.

woensdag 18 oktober 2017

174. Bezoek uit Taiwan

Vandaag kwamen twee bezoekers van de nationale archieven van Taiwan met hun in Nederland werkzame vertaler naar de KB voor een werkbezoek. Samenwerking met instituten elders stond op hun programma.

Ik kon onze gasten nog flink wat handschriften en boeken tonen die getuigen van de relatie tussen Nederland en Taiwan. In de zeventiende eeuw was Taiwan, toen Formosa genoemd, een handelspost  voor de VOC. De handel werd echter beëindigd toen Fort Zeelandia in 1661 werd veroverd door Zheng Chenggong (Koxinga).

Fort Zeelandia (Taiwan)
De bloedige ondergang van de Nederlandse nederzetting heeft lang nageklonken in Nederlandstalige boeken. Eerst in pamfletten over de gebeurtenissen - met expliciete gravures van de onthoofdingen en kruisigingen - toen in dichtvorm en in historische en informatieve naslagwerken en vervolgens in toneelstukken en kinderboeken - en daarmee zijn we al in de negentiende eeuw aangeland.


Vervolgens worden papiersoorten nog naar Formosa genoemd, maar de relatie is er dan een die zich niet meer op het gruwelijke dan wel heldhaftige verleden richt, maar op een hedendaagse interesse, bijvoorbeeld door middel van reisgidsen en poëzievertalingen.

zaterdag 14 oktober 2017

173. Een keuze uit de Collectie Koopman

Gisteren vond een van de colleges in de reeks MasterLanguage plaats in de KB. Twee weken geleden vertelde ik de studenten - met heel veel boeken en handschriften op tafel - iets over de verschillende fasen van de verzameling. Gisteren was het de buurt aan de Leidse professor Paul Smith. 

Paul Smith toont oude uitgaven met fabels en emblemen
Hij liet de studenten zien hoe vanaf halverwege de vijftiende eeuw fabels een zich snel ontwikkelende nieuwe vorm kregen, niet alleen inhoudelijk, maar ook typografisch, tot het genre van het embleemboek volgroeid was.

De studenten gaven daarna elk een korte presentatie waarin zij hun keuze voor een studieobject mochten toelichten of vragen konden opperen. Een van de studenten koos voor Kacerov van Martine Rassineux, François da Ros en Nathalie Grenier. Anderen dachten aan Apollinaire's Calligrammes, The Albertine Workout van de Canadese dichter Anne Carson of het gedicht Génie van Arthur Rimbaud in de uitgave van Gunnar Kaldewey. Elke student moet (minstens) éen uitgave kiezen voor een 'casus' en daar aan het einde van het semester een presentatie over geven.

donderdag 5 oktober 2017

172. Een boekenlegger anno 1965

Uit de werkmaterialen over de Collectie Koopman - een kast vol knipsels, archivalia, ongebruikte ex-libris, drukproeven en nog veel meer - komen onverwachte voorwerpen te voorschijn. 

Ik heb besloten dat woud van documenten eens flink uit te dunnen of te integreren in de collectie dan wel in het archief over de collectie. 

In een map prospectussen trof ik een rode leren boekenlegger aan, bedrukt in goud.


Boekenlegger 1965
Die is gemaakt ter gelegenheid van de promotie van Koopman op 1 december 1965. Hij promoveerde in Utrecht op Work and Effort over de reactie van de mens op lichamelijke inspanning.

Hij haalde daarmee diverse kranten, waarin de koppen zijn leeftijd benadrukten:

'DOCTORSTITEL VOOR 78-JARIGE' (De Tijd/Maasbode)
'PROMOTIE VAN 78-JARIGE' (Leeuwarder Courant)

'Hij verdedigde zijn dissertatie slagvaardig', schreef de laatste krant.

Voor de verzamelaar van boeken die hij was, heeft een van zijn gasten waarschijnlijk deze boekenlegger laten maken. Ik ben die niet eerder tegengekomen in de archivalia van de collectie.

dinsdag 3 oktober 2017

171. Een luxe Wandelaar (Per le Nozze)

Voor het huwelijk van de dichter Martinus Nijhoff met Antoinette Wind liet vader Nijhoff gedichten van zijn zoon drukken bij de Haagse drukkerij Mouton en Co. De oplage was 50 exemplaren. De tekst werd gezet uit de Caslon. De titel: De Wandelaar. Verzen.


M. Nijhoff, De Wandelaar (1916)
Deze uitgave uit 1916 bevat melancholieke gedichten en werd aan het diner na de bruiloft gepresenteerd aan de gasten. Daarom staat er 'Per le nozze' in het colofon voorin: 'Bij het huwelijk'. Het boekje was eenvoudig gebonden in kartonnen platten.


'Polonaise' in M. Nijhoff, De Wandelaar (1916)
De rugtitel is gedrukt in zwart, maar daarvoor werd niet de Caslon-letter gebruikt. Het is een ander lettertype.



Rugtitel van M. Nijhoff, De Wandelaar (1916)
Vorige week werden exemplaren uit de nalatenschap van de familie aangeboden in een catalogus van Antiquariaat Fokas Holthuis. Daarbij waren twee gewone exemplaren en er werd een zogeheten 'luxe' exemplaar aangeboden. Dat zou een van de 6 exemplaren zijn die door vader Nijhoff bij een onbekende binderij in leer zijn gebonden. Dat zou heel goed kunnen. Vader Wouter Nijhoff (1866-1947) was uitgever aan het Lange Voorhout en zijn contacten met drukkers en binderijen waren hecht.

Waar de gewone editie is gebonden is niet bekend, maar de rugtitel van het luxe exemplaar is weliswaar anders gerangschikt dan die op de kartonnen exemplaren, maar de letter is identiek.



Luxe exemplaar van M. Nijhoff, De Wandelaar (1916)
De rugtitel lijkt te zijn gezet uit de Amstel Romein, corps 6. De in lengte verschillende armen van de E en F lijken in die richting te wijzen. Dat was een letter die door de Lettergieterij Amsterdam v/h Tetterode algemeen verspreid werd.

Inmiddels is dit luxe exemplaar onderdeel geworden van de KB-collectie.

donderdag 31 augustus 2017

170. Gepubliceerd: Literaire bruggenbouwers tussen Nederland en Frankrijk

Op 22 september wordt tijdens het congres van het Kenniscentrum Frankrijk-Nederland een nieuwe uitgave gepresenteerd: Literaire bruggenbouwers tussen Nederland en Frankrijk. Receptie, vertaling en cultuuroverdracht sinds de Middeleeuwen. Zie voor de inleiding de website van het KFN-congres. 




Het boek is geredigeerd door Maaike Koffeman, Alicia C. Montoya en Marc Smeets en uitgegeven door de Amsterdam University Press.

In de bundel is een artikel over een KB-collectie verschenen: '"Franse boeken moest je zelf opensnijden." Verzamelaars van Franse literatuur in Nederland'.

Nederlandse verzamelingen van Franstalige literaire en historische werken vormden vanaf de negentiende eeuw een brug tussen de Nederlandse en de Franse cultuur. In de twintigste eeuw verloren zulke collecties een deel van hun waarde. Een enkele collectie kan levend blijven en zich aanpassen aan de nieuwe eisen van de tijd: de Collectie Koopman in de Koninklijke Bibliotheek is daarvan een voorbeeld. Dankzij een fonds blijft de flexibiliteit van de collectie ook ná de dood van de schenker gegarandeerd: de collectie presenteert niet alleen de Franse literatuur, kunst en typografie uit Koopmans tijd, maar ook die van nu. Koopman was daardoor niet alleen een bemiddelaar voor zijn eigen generatie, maar ook voor de generaties na hem.

Mijn artikel begint als volgt:

‘Ach, had Napoleon maar gewonnen, dan spraken we nu allemaal Frans en dan was elke bibliotheek overal elke dag Franse Bibliotheek.’ Deze verzuchting van Rudy Kousbroek uit 1977 volgde op zijn constatering dat tijdens zijn leven het Frans ‘de status van tweede taal in Nederland’ was kwijtgeraakt. Hoewel zijn pleidooi voor een ‘Franse bibliotheek’ strikt genomen slechts reclame was voor een reeks vertalingen die uitgeverij Van Oorschot destijds uitgaf, kan zijn opmerking óók gelezen worden als een elegie voor het verdwijnen van de belangstelling voor het Franstalige boek in Nederland bij verzamelaars en bibliofielen. De aantrekkelijkheid van het Franse boek werd niet alleen bewerkstelligd door de literaire of kunstzinnige aspecten, maar ook door esthetische. Kousbroek schreef dat het uiterlijk van Franse boeken hem beviel: ‘De in sober rood en zwart bedrukte omslagen van papier, wit en kuis als een zeeschelp, paperbacks avant-la-lettre. [...] Franse boeken moest je zelf opensnijden, ik had daar een speciaal mes voor, niet te scherp, anders riskeerde je dat er een snede ontstond naast de vouw.’ Dat opensnijden was in Nederland al lang niet meer nodig, enkele uitzonderingen daargelaten. Maar Franse boeken werden door de drukkers niet afgesneden; dat werd traditioneel overgelaten aan de boekbinder. 

Bibliofiele collecties van Franse boeken in Nederland kennen een lange geschiedenis.

Niet-afgesneden exemplaar van Philippe Soupault, A la dérive (1923)
Foto: Koninklijke Bibliotheek
In het artikel worden de volgende vragen gesteld:

Hoe heeft Louis Koopman gefunctioneerd als bemiddelaar tussen de Franse literatuur en het Nederlandse publiek? Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten er ook andere vragen gesteld worden: Wat is verzamelen? Hoe verhoudt de Collectie Koopman zich tot andere collecties van Franse (literaire) werken? Met welke maatschappelijke en persoonlijke motieven hield Koopman rekening bij het aanleggen van zijn verzameling? Wat zegt zijn verzameling ons over de culturele uitwisseling tussen Frankrijk en Nederland vanaf de 19de eeuw?