vrijdag 21 augustus 2020

285. Bedrijfsboeken uit de jaren vijftig: Eva Besnyö en Wim Brusse

Na de Tweede Wereldoorlog kwamen talloze vrolijke, moderne bedrijfsboeken uit. Dat gebeurde vooral vanaf het begin van de jaren vijftig, toen papier weer normaal verkrijgbaar was en er een grote keuze van soorten en kleuren papier kon worden gebruikt voor reclamedoeleinden. 


Spiraalbanden voor
Een luchtkasteel? (1949) en
Allen voor één voor allen (1952)

De bestaande technieken uit de reclame van de jaren dertig werden opnieuw ingezet. Dat gold bijvoorbeeld voor de fotomontage. Ook het gebruik van steunkleuren (in de jaren dertig vaak rood) werd gecontinueerd, meestal in de vorm van kleurvlakken die over een foto werden heen gedrukt, of als achtergrond dienden.  Ook de spiraalband - voor het eerst voor boeken gebruikt in de jaren dertig - bleef populair. Het kleurenpalet was echter uitgebreider dan voorheen, de stemming monterder en optimistisch.

Een luchtkasteel? (1949) en Allen voor één voor allen (1952)

Zo verschenen kort na elkaar twee boeken van het echtpaar Eva Besnyö en Wim Brusse. Zij was verantwoordelijk voor de foto's, hij voor de grafische vormgeving. De fotografe Besnyö (1910-2003) was vanuit Hongarije naar Berlijn verhuisd waar zij haar eerste echtgenoot ontmoette, John Fernhout, met wie ze naar Nederland kwam. In 1939 ontmoette zij Wim Brusse (1910-1978). Na de oorlog konden ze trouwen en sindsdien werkten ze vaak samen.

Een niet onbekend voorbeeld van hun samenwerking is een boekje met de titel Een luchtkasteel? In de literatuur werd het doorgaans gedateerd op 1950, maar dankzij Delpher weten we dat het boekje in december 1949 verschenen is. Het werd op 22 december 1949 besproken in het Algemeen Handelsblad. Het boekje fungeerde als fundraiser voor de bouw van een moderne vestiging van het Emma Kinderziekenhuis in Amsterdam.

Een luchtkasteel? (1949)
Een schilderij van een ziek kind, een portret van prinses Emma, een foto van de oudste pand van het ziekenhuis, een plattegrond van Amsterdam: de geschiedenis van het ziekenhuis wordt in beeld en kleur snel en overzichtelijk gecombineerd. 

Een luchtkasteel? (1949)

Bijna het hele boekje is in zwart en blauw gedrukt, waarbij blauw voor de foto-onderschriften is gebruikt en voor details. In een paginagrote foto van Amsterdam is de nieuwe locatie met een blauw vlak aangegeven. Eén pagina is ook in oker gedrukt; dat is een uitscheurbare pagina waarop de gulle gever kan aangeven welke bedrag zal worden overgeschreven voor de uitbreiding van het ziekenhuis.

Een luchtkasteel? (1949)

Was Een luchtkasteel? in enkele collecties aanwezig, van een tweede bedrijfsfotoboekje is kennelijk nergens een exemplaar bewaard gebleven. Dat heet Allen voor één voor allen en verscheen in augustus 1952 als reclame-uitgave van de Nederlandse Verbuikscoöperaties in Rotterdam. Deze organisatie had 45.000 leden toen het boekje verscheen. De titel is natuurlijk eigenlijk: Allen voor één, één voor allen, maar de eenheid van de coöperatie is nog eens benadrukt door het woord één maar één maal, fors en centraal op het omslag te plaatsen.

Allen voor één voor allen (1952)

Ook in dit boekje zijn verschillende kleuren papier gecombineerd: de teksten zijn in rood gedrukt op bruin papier met het watermerk "Holland", de foto's op wit en glad papier. 

Allen voor één voor allen (1952)
De verschillende, steeds grotere vestigingen van de coöperatie zijn in beeld gebracht door foto's te bedrukken met een paars vlak waarin enkele vensters en deuren zijn opengelaten. Dat levert prachtige en aandachttrekkende illustraties op, al is niet steeds duidelijk welke in de tekst genoemde adressen nu precies zijn verbeeld. Maar dit boekje is dan ook niet gemaakt voor niet-ingewijden, integendeel, het werd alleen verspreid onder de eigen leden. De meeste fotopagina's gaan over die leden en tonen bijvoorbeeld productieprocessen en arbeiders in een kaaspakhuis, een meelfabriek (met een indrukwekkend systeem voor "luchtdruk-transport"), een koffiebranderij, een suikerwerkfabriek, een zeepfabriek, textielfabrieken, een tabaksfabriek, en enkele kantoren van de coöperatie.

Allen voor één voor allen (1952)
Er worden ook foto's van een drukkerij getoond: de zetters van drukkerij Dico Amsterdam zijn aan het werk. Allen voor één voor allen is natuurlijk bij deze drukkerij gezet en gedrukt. De foto's van de zetters zijn typerend voor het werk van Eva Besnyö en Wim Brusse die steeds de mens in relatie tot de machines en de fabrieken wilden tonen.

Deze twee bedrijfsfotoboeken komen uit de collectie van Karel de Bree die in juni 2020 is geveild bij Zwiggelaar in Amsterdam.

maandag 20 juli 2020

284. Natural Enemies of Books: Women in Typography

De laatste decennia komt er steeds meer aandacht voor de positie van vrouwen in uitgeverijen, drukkerijen, bibliotheken en boekwinkels in het verleden. Ze namen vaak wat onzichtbare plaatsen in, of werden onderbetaald, of gewoon geweerd uit het vak. Er kwamen bijvoorbeeld overzichten zoals Dictionnaire des femmes libraires en France 1470-1870 (2003), Canadian Women in Print, 1750-1918 (2010), The Women of Grub Street (1998) en Women in Graphic Design, 1890-2012 (2012).

The Natural Enemies of Books (2020)


Dit jaar verscheen Natural Enemies of Books. A Messy History of Women in Printing and Typography. Ik kreeg het pas vorige week in handen - door de lockdown zijn bestellingen vaak blijven liggen, of konden de geleverde boeken niet worden uitgepakt.


Op YouTube staat een filmpje waarin Kathleen Walkup, Mills College, spreekt over vrouwen in de drukkerswereld, een lezing voor de San Francisco Public Library, 2012.


Het boekje heeft een diverse samenstelling. De basis ligt bij een Amerikaanse uitgave uit de jaren dertig over de rol van vrouwen als drukkers en boekontwerpers: Bookmaking on the Distaff Side (1937). Enkele artikelen daaruit worden in deze nieuwe uitgave gereproduceerd. Deze zijn aangevuld met een inleiding over die uitgave door Kathleen Walkup, die al jaren in dit onderwerp geïnteresseerd is.

De andere artikelen vallen uiteen in twee groepen en gaan vooral over de ontwikkelingen na 1937. De eerste is Zweeds - de uitgave is dan ook gesteund door de Swedish Arts Grants Committee. Deze sectie bevat bijvoorbeeld gesprekken met een vrouwelijke historicus, maar vooral enkele vrouwelijke zetters en een artikel over de situatie van vrouwen in drukkerijen in Noorwegen in de negentiende eeuw.

Er is een mooi verhaal over Gertrude Stein en Laura Riding (die samen met Robert Graves de Seizin Press in eigendom had), er zijn artikelen en interviews over de relatie tussen drukkers, vormgevers, vrouwen en vakbonden in Engeland. Deze tweede groep artikelen gaat over de feministische uitgeverijen in de jaren zeventig in Engeland waar de vakbonden langzamerhand hun macht verloren.

De stukken hebben, zoals ook het boekje uit 1937, vaak een lichte toets - hoewel de feiten er niet om liegen en duidelijk is dat vrouwen rond 1900 in onderhandelingen met vakbonden of werkgevers systematisch werden gebruikt om de positie van mannen te verbeteren ten koste van die van vrouwen en dat gebeurde zowel door ze gelijke betaling te ontzeggen, als juist die te eisen, maar dan vrouwen te weren uit opleidingen en stageplekken of juist het tegendeel. Net wat voor mannen het beste uitkwam.

Zulke argumenten liggen altijd op de loer. Natural Enemies of Books is een collage, zeggen de redacteuren; daardoor krijgen we inzicht in uiteenlopende situaties in Europa en Amerika, boeiend en onderhoudend; fraai en compact vormgegeven bovendien.

Een uitgebreider versie van de inleiding van Walkup zal dit najaar verschijnen in een bundel van de The Legacy Press: Making Impressions. Women in Printing and Publishing.

donderdag 25 juni 2020

283. The Codex Papers Volume Two

The Codex Foundation heeft onlangs het tweede deel van de Codex Papers gepubliceerd.

The Codex Papers volume two (2020): voorzijde omslag

Deze aflevering bevat enkele toespraken die gehouden zijn tijdens het voorgaande Codex Symposium in februari 2019, namelijk die van kunstenares Tatjana Bergelt en boekhandelaar Susanne Padberg, maar ook gesprekken van boekkunstenaars uit Scandinavië - "Codex Polaris" was het thema van de Codex Fair dat jaar. Kunstenaars en drukkers in die noordelijke landen kenden elkaar voorheen nauwelijks, maar dankzij het door Codex gekozen thema en het netwerk dat enkele van die kunstenaars en drukkers sindsdien hebben opgezet, is er nu samenwerking en uitwisseling ontstaan en is het werk ook ver buiten de regio in de belangstelling gekomen.

Voor de Collectie Koopman van de KB kocht ik destijds een werk van Tatjana Bergelt: Rhytmus les rouge (2012), een werk dat maar in zes exemplaren is gemaakt met een tekst van Marcel Moreau en litho's van Bergelt, een Duitse kunstenaar die al jaren in Finland woont.

De aflevering opent met een toespraak van Codex-oprichter Peter Koch. Dit stuk ('Navigating the Third Stream') zou hij hebben gehouden bij het symposium ter ere van zijn werk in de Grolier Club in oktober 2019, ware het niet dat hij de avond ervoor had besloten iets heel anders te vertellen. Hij hield een prachtig verhaal over het opgroeien met boeken in Montana, zijn leermeesters aan de universiteit waar hij jaren de tijd kreeg voor zijn educatie - met tussendoor verre reizen. Het verhaal moest vanwege de tijd ophouden - precies waar hij zou toekomen aan zijn eerste proeven als drukker... Maar nu hebben we dus het oorspronkelijke essay, waarin hij zegt een stroming aan te hangen waarbij kunstenaarsboek en private press in elkaar overgaan. Hij ziet bijvoorbeeld het werk van Veronika Schaepers en Didier Mutel als exemplarisch - en natuurlijk ook zijn werk dat diep is ingebed in de drukkerstradities van de Amerikaanse westkust.

Verder bevat The Codex Papers artikelen over de Franse boekbinder Louise Bescond (door Pierre Walusinski) en over Parijse boekwinkels (door de redacteur Gerald W. Cloud) - en enkele grondige recensies van tentoonstellingen en publicaties. 

Binnen afzienbare tijd te lezen in de leeszaal Bijzondere Collecties van de KB.  

dinsdag 23 juni 2020

282. Gepubliceerd: "A Number of Books": waarom een beperkte oplage?

Vorige week is het feestelijke dubbelnummer 1-2 van de vijftigste jaargang van Quaerendo veschenen. Quaerendo is het Nederlandse, maar Engelstalige tijdschrift voor boekwetenschappers, onder eindredactie van Lisa Kuitert (UvA). Het zou worden gepresenteerd tijdens het SHARP-congres in Amsterdam - het jaarlijkse internationale congres van de Society for the History of Authorship, Reading and Publishing, maar dat is vanwege Covid-19 een jaar verschoven naar 2021. Maar het feestnummer is er!

Quaerendo, 50 (no 1-2)


Voor deze aflevering schreef ik een artikel over het nummeren van exemplaren van een gelimiteerde oplage: "A Number of Books. The Flexible Function of Limitation Statements". Het gaat in op een eigenaardigheid van het nummeren van bibliofiele edities. Tegenwoordig vinden we het vanzelfsprekend dat een boekje dat in zeventig exemplaren wordt gedrukt op een handpers bestaat uit een genummerde oplage (1-70), soms zelfs nog met een aparte nummering (I-X), of met geletterde exemplaren (A-C) of met op naam gedrukte exemplaren. 

Het lijkt zo normaal dat als je terugkijkt naar het begin van de moderne private press-beweging je daar hetzelfde verwacht. Maar rond 1890, toen William Morris met zijn Kelmscott Press was begonnen, waren het juist niet deze boeken die genummerd werden. Niet één van de uitgaven zijn Morris's pers zijn genummerd en meestal staat in het colofon niet hoeveel er zijn gedrukt.

Het begin van deze bibliofiele gewoonte ligt dus niet daar. Maar waar wel? Dat is niet eenvoudig vast te stellen. Gelimiteerde uitgaven van rond 1800, een eeuw eerder, waren juist niet genummerd; maar in sommige landen werden wel de 'large paper copies' van een editie genummerd (de gewone dan niet). Ook is er al eerder sprake van genummerde exemplaren, maar die nummering lijkt samen te hangen met copyright. En dan is er nog de kunst: prenten werden tegen het einde van de negentiende eeuw steeds vaker uitgegeven in genummerde edities. De kunstenaars die private presses begonnen namen die gewoonte van hun prent-edities niet mee naar de private press-wereld.

Tegelijk met Morris was wel de opkomst van de gelimiteerde, luxe uitgave van reguliere uitgevers die een bibliofiel publiek probeerden aan te spreken. Zo verscheen van Oscar Wilde's The Picture of Dorian Gray (1891) een gewone, ongenummerde editie van 1000 exemplaren, waarin niet werd vermeld dat er ook een gelimiteerde editie was van 250 'large paper copies' en die luxe exemplaren waren door de auteur gesigneerd...

Enfin, lees het maar na, want uitgever Brill heeft de hele aflevering in open access geplaatst. Zie hier voor de link naar mijn artikel "A Number of Books".

Oscar Wilde, The Picture of Dorian Gray (1891)
[Morgan Museum & Libraries]

maandag 25 mei 2020

281. Zitten onze boeken vol corona?

Kan het gevaarlijke Covid-19-virus via de ene lezer overspringen op de andere? Is het boek een mogelijke drager van het virus en hoe doe je daar iets aan? Ja, dat is het, onwaarschijnlijk, maar niet onmogelijk. Afhankelijk van temperatuur, luchtvochtigheid en materiaal kan het virus overleven op allerlei soorten materialen, het langst op plastic en metaal. De KB houdt daarom een quarantaine-periode voor boeken aan van negen dagen. Niet alle boeken zijn gedrukt op papier, niet alle verpakkingsmaterialen zijn van papier, vandaar.

Maar desinfectie van de boeken is niet aan de orde: die middelen zouden de boeken beschadigen. Regelmatig de handen wassen blijft het belangrijkste advies overigens.  


Samuel Jesserun de Mesquita, 'Niest nooit zonder zakdoek' (1922)
Ook vroeger kampten bibliotheken met problemen tijdens uitbraken van cholera, roodvonk of difterie, om maar een paar ziektes te noemen. Boeken die konden worden geleend bevatten altijd waarschuwingen en adviezen om ze schoon te houden en ook in de openbare ruimte werd 'reinheid' als strijdmiddel ingezet tegen verdere verspreiding van bacteriën en virussen. Een fraaie poster is die van de kunstenaar Samuel Jesserun de Mesquita uit 1922: 'Niest nooit zonder zakdoek'. Die katoenen of zijden zakdoeken worden nu juist niet geadviseerd; nies in de elleboog en gebruik papieren wegwerpzakdoeken is het devies. Vreemd hoe zulke bevoogdende adviezen opeens weer actueel en alomtegenwoordig kunnen worden.

Gemeenten beschikten tegen het einde van de negentiende eeuw over grote ontsmettingsovens waarin kleren en huisraad konden worden gereinigd. Langzaam groeide bij openbare en commerciële leeszalen en bibliotheken de behoefte aan een specifieke ontsmettingsoven voor boeken. Ze werden ook purgatoren genoemd.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 23 oktober 1906
In oktober 1906 adverteerde bijvoorbeeld de Zwolsche Bibliotheek en Leesinrichting van Tijdschriften dat de instelling beschikte over een up-to-date ingerichte ontsmettingsoven zodat men rustig kon doorlezen zonder angst voor besmetting.

Dit was een landelijk fenomeen. 

Algemeen Handelsblad, 4 februari 1908
Lectura, een leesbibliotheek aan het Singel in Amsterdam, wees ter geruststelling op het eigen bezit van een ontsmettingsoven, sterker nog: die kon je dagelijks in werking zien.

Nieuwsblad van het Noorden, 13 oktober 1908
Ook in Groningen Stad was die machinerie gearriveerd en werd die zelfs ingezet om de concurrentie voor te zijn. Trots meldde boekhandel en leesbibliotheek V.d. Klein dat zij de 'eenige bibliotheek' in Groningen was 'waar de Puregator (Ontsmettingsoven) gebruikt' werd. Dat klonk buitengewoon professioneel. Het was bovendien de enige leesbibliotheek die dit woord gebruikte! Verder kom je het in de kranten (zie Delpher) niet tegen.


Voorstellen voor zulke ovens - op kosten van de gemeentes - werden niet altijd gehonoreerd.

Middelburgsche Courant, 28 augustus 1914
De gemeenteraad van Middelburg hield het voorstel 'aan', toen de openbare leeszaal en bibliotheek met een aanvraag kwam.

Haagsche Courant, 28 februari 1911
De openbare bibliotheek in Den Haag kreeg de beschikking over een ontsmettingsoven toen de bibliotheek in 1911 verhuisde. 

Haagsche Courant, 28 februari 1911
De leeszaal werd gevestigd in het Toussainthuis naast de tuinen van Paleis Noordeinde. De 8000 boeken gingen echter niet na elke uitlening de oven in, dat gebeurde maar een paar keer per jaar. Het regelmatige onderhoud was anders: men reinigde de boeken met 'sublimaat'. Werkelijk? Kwikchloride dus, een giftige verbinding van kwik en chloor!

De West: Nieuwsblad uit en voor Suriname, 25 juli 1911
De ontsmettingsovens werden in het hele Nederlandse koninkrijk geïnstalleerd, tot aan Suriname toe, waar de boeken in de bibliotheek ook op 'gezette' tijden werden gedesinfecteerd. Op 25 juli 1911 meldde De West dat dit gebeurde met 'Puriveendampen', die door gaswarmte werden ontwikkeld. Wat Puriveen is, weet ik niet.

De Locomotief, 3 februari 1920
Die ovens waren niet zonder gevaar, juist vanwege de steenkool- of gasverwarming. In Semarang leidde dat in februari 1920 tot problemen. Bij het openen van de 'lokaliteiten' bleek dat de oven de voorafgaande avond niet was uitgezet en dat 'een vijftigtal boeken' verbrand was. Voor mij was dit een geheel nieuwe manier waarop boeken verloren kunnen gaan...

Intussen is de vraag: hoe zag zo'n ding eruit? Ik kan even niet bij het boek waarin een afbeelding staat en pluk die daarom even van het www.

Ontsmettingsoven (uit Paul Schneiders, Lezen voor iedereen, 1990)
Al met al was het een verantwoordelijk werkje en het mooie was dat iedereen dacht dat het echt werkte en hielp om verspreiding van vreselijke ziektes tegen te gaan. Die hoop creëren we steeds opnieuw.

Nu wassen we alleen onze handen en laten we de boeken even met rust na afloop. Maar waar we tot de bibliotheekmedewerker anderhalve meter afstand bewaren, hoeven we dat bij het boek niet te doen. 

maandag 18 mei 2020

280. Kinderspel

Kinderen spelen nu meer dan ooit buiten en hebben het krijt en oude hinkelspelen heruitgevonden. Voor onze deur tekenden ze een lange sliert met ergens het woord 'auto' - een hinkelspel, of hardloopspel waarvan ik de regels niet kon begrijpen. Er gebeurde van alles door elkaar en de regels werden natuurlijk al doende aangepast - tenminste op het geluid af te gaan. Ik heb het allemaal niet gezien, maar alleen vanuit de achtertuin gehoord. Het eind- of beginpunt is duidelijk: 'boek lezen'. Of dat nu de beloning is of de ultieme straf staat er niet bij. 



Krijttekening, Den Haag, 15 mei 2020
Vertaler en tegenwoordig ook kinderboekenauteur Robbert-Jan Henkes suggereerde dat het een opdrachtenspel zal zijn, waarbij je misschien iets moet nadoen, bijvoorbeeld die auto. Hoe je 'boek lezen' moet naspelen weet ik niet.

donderdag 14 mei 2020

279. Tijd voor de ondergang

De toekomst wordt vaak somber ingezien. Voor bepaalde jaren buitelen de ondergangsvisioenen over elkaar. Het jaar 2000 was er zo een, maar eschatologische beroerdigheden worden voor bijna elk jaar wel een keer voorspeld. 

In 2012 maakte Kerstin Schimandl een overzicht van ondergangsvoorspellingen, chronologisch gerangschikt: Les fins du monde. Weltuntergänge. Er is geen Nederlandse uitgave van helaas; jammer, want het is een hilarisch overzicht van verschrikkingen die nooit plaatsgrepen. Nu de toekomst méér ellende belooft dan een jaar geleden, kan dat een troost zijn.


Les Fins du monde. Weltuntergänge (2012)
Iedereen weet dat er mogelijkheden te over zijn voor een apocalyps. Meteorietinslagen, gammaflitsen, zwarte gaten, een botsing met de Andromedanevel, opzwelling van de zon tot rode reus waardoor de aarde in vloeiende lava verandert - er zijn op heelal-niveau voldoende gitzwarte scenarios denkbaar. Toch bedenken mensen steeds nieuwe ondergangsmogelijkheden.

Die Andromedanevel en de Rode reus staan beide aan het slot van het boek van Schimandl, respectievelijk onder het jaar 4 miljard en 5 miljard. De voorspellingen beginnen (voor zover bekend) vanaf ongeveer 2800 jaar voor het jaar nul - Schimandl verzamelde 350 voorspelde apocalypsen.

Onze toekomst is dus beperkt. Neem het jaar 3797: Nostradamus voorspelde voor dat jaar de ondergang. 
Daarvóór is nog een kansje met het jaar 2280. Dat jaartal is berekend op basis van de Koran. 

Les Fins du monde. Weltuntergänge (2012)
Boeken – Koran, Bijbel, Nostradamus – spelen bij de voorspellingen een grote rol. Veel pagina’s en veel woorden staan ontelbare berekeningen toe. Dat is nodig, omdat (afkloppen!) de voorspellingen nooit uitkomen en je dus op basis van hetzelfde materiaal nieuwe voorspellingen moet kunnen berekenen. Isaac Newton gebruikte de bijbel en kwam uit op het jaar 2060. Een ander kwam op basis van hetzelfde boek echter uit op het jaar 2023.
Les Fins du monde. Weltuntergänge (2012)

Ook de afmetingen van piramiden zijn een bekende bron voor berekeningen. Levert op: het jaar 2040. Kortom, we worden warm.

Schimandls verzameling bevat ook voor dit jaar een kans op de apocalyps, namelijk op 28 september 2020 – dat is op basis van nepwetenschappen als numerologie, dispensationalisme en creationisme voorspeld door de Amerikaan George Madray.


Les Fins du monde. Weltuntergänge (2012)
Het vreemde effect van het overzicht van Schimandl is – mede dankzij de prachtige vormgeving (zie haar website) – opwekkend en vrolijk. Het is heerlijk om na de maaltijd een stuk of wat data uit het verleden voor te lezen. Allemaal niet doorgegaan, daar drinken we op!

Hoe erg de toestand vandaag ook is, het kan altijd nog erger. En hoe erg het ook wordt, de voorspelde ondergang lijkt steeds uit te blijven. Totdat de aarde opwarmt, de zeespiegel stijgt, de oceanen zich vullen met plastic en onze longen verdrinken in virussen. Dat staat te gebeuren op... ik ben de datum nog aan het berekenen op basis van alle uitgeleende e-books tijdens de lockdown, het aantal bestelde pakketten van de afgelopen weken en het aantal lezers van dit blog. Het is een lastige som, ik hoop dat ik het kan voorspellen vóórdat het werkelijk gebeurt.