dinsdag 19 januari 2021

292. Liefdesbrieven voor dummies

De afgelopen maanden hebben presentaties van de KB in het teken gestaan van het thema Liefde en vriendschap en tot en met februari worden nieuwe blogs, podcasts, videos en afbeeldingen online gezet. Vorige week ging mijn blog 'Liefdesbrieven voor dummies (1)' online; gisteren volgde deel 2 (zie Liefdesbrieven voor dummies (2). Er komen ook nog twee blogs over liefdesbrieven van Nederlandse auteurs uit het verleden. Hieronder de eerste blog.

Liefdesbrieven voor dummies (1)


Verliefd worden kun je niet leren, maar liefdesbrieven schrijven wel. Toch, een liefdesbrief opstellen is misschien even lastig als hem ontvangen. Want hoe moet de aangeschrevene reageren en wat moet je schrijven als je verliefd bent?

Chris Stikkers, Hier is mijn hart (2001)


Natuurlijk, er zijn voorbeelden. De KB-collectie bevat talloze liefdesbrieven in handschrift en liefdesbrieven van beroemdheden zoals Multatuli en Willem Kloos worden in dikke bundels gepubliceerd. Ook zijn er bloemlezingen met brieven van Belle van Zuylen, Willem Bilderdijk, Martinus Nijhoff en Anna Blaman en internationale voorbeelden hebben het pad geëffend: Cicero, Flaubert, Byron, Charlotte Brontë, Dostojevski, Paula Viardot, Goethe en Charlotte von Stein, Kafka en Felice Bauer, en zo voort tot en met Freud en Luther aan toe.

Waar jij niet bent, is niemand.
Liefdesbrieven uit de wereldliteratuur (1994)


Je kunt zo’n brief van Multatuli natuurlijk gewoon overschrijven, maar als de ontvanger toevallig net iets gelezen heeft van de oude man – dit jaar precies tweehonderd jaar geleden geboren – wordt het niks met de liefde.

Gelukkig, er zijn cursussen liefdesbrieven schrijven. Die kunnen natuurlijk ook per mail worden verzonden, maar als je de online fora moet geloven worden die niet helemaal serieus genomen. Toch, papier is geen garantie voor liefde zoals blijkt uit een commentaar op Forum.scholieren.com: 'mijn ex [schreef] in haar vakantiekaartje dezelfde dingen die een familielid of buur ook zou schrijven (zoals "lekker weer, leuk stadje").' Wat had de ontvanger wel gewild? Iets als 'ik mis je' of 'ik heb zin je weer te zien', in elk geval iets met 'lieve-dingen-onzin'. Terecht natuurlijk.

Tips en voorbeelden


In de KB-collectie ontdekte ik maar twee gepubliceerde moderne cursussen liefdesbrieven schrijven, maar misschien kunt u er nog meer vinden? De meest recente is uit 2001: Chris Stikkers, Hier is mijn hart. Over het schrijven van liefdesbrieven. De andere is van 'Loesje' en heet Wanneer de liefde niet wil wijken. Dit boekje uit 1992 bevat 'een gratis kursus liefdesbrieven schrijven'.

Wat adviseert Chris Stikkers? Tot de 'benodigdheden' horen 'de zender en de ontvanger', 'tijd', 'vorm', 'onderwerpen', 'afwisseling', 'taalgebruik', 'de laatste zin' en 'de juiste maat'. Dat klinkt nog wat als een cursus taalvaardigheid uit de jaren tachtig – dat is omdat Stikkers vindt dat de schrijfvaardigheid vaak tekort schiet en laten we eerlijk zijn, die is er de laatste twintig jaar inderdaad niet beter op geworden: 'Vaak eindigen de pogingen om een brief te schrijven met een volle prullenmand en een leeg hoofd.'

Een kladje of een mailtje vol spelfouten is not done, zegt Stikkers: 'Het schrijven van een liefdesbrief is een serieuze zaak. Vergelijk het met het schrijven van een sollicitatiebrief.' Een liefdesbrief kan overigens een liefdesaffaire inluiden, maar ook later nog geschreven worden, om het drukke leven even op pauze te zetten en – verliefd, verloofd, gehuwd of samenwonend – over elkaar na te denken. En dan maar hopen dat de balans de goede kant uit slaat.

Email vol kussen

Voor liefdesbrieven, zegt Stikkers, bestaan geen vaste vormen; maar er zijn wel regels. Ik zou zeggen: het is geen dagboeknotitie (ik, ik, ik) en geen kaartje bij een bos bloemen. Een mail die het scherm vult met het woord 'kus' is een stap in de goede richting, als je weinig gedachten hebt om te verwoorden. De liefdesbrief hoeft niet te rijmen; wel moet de ontvanger het ding kunnen lezen en uitlezen zonder een hartverlamming te krijgen.

Eén op één


Je kunt gedichten of citaten aanhalen, maar als ze geen verband hebben met je situatie kan het lastig interpreteren worden. In dit hoofdstukje over zender en ontvanger zegt Stikkers verder niks over dit tweetal. Het lijkt mij duidelijk dat de liefdesbrief geen kettingbrief is, niet op een prikbord in de schoolgang of de supermarkt wordt gehangen en niet als advertentie in de krant moet verschijnen. Het is een één op één contact. Zo moet die ook geschreven worden. De geadresseerde is de hoofdpersoon, dus niet zeuren over exen, voetbal of een loonstop.

Tijd: je mag er lang over doen, er moet een aanleiding zijn, je moet ervan genieten de brief te schrijven. Kies, zegt Stikkers, voor een ernstige of een luchtige toon. Ik zou ook adviseren er geen pornografische tekeningen bij te maken. De liefdesbrief is geen tweet en geen selfie, laat staan een dickpic. Kortom, de liefdesbrief is een soort antiek.

Pictogrammen voor liefdeszaken


Vorm: de aanhef is belangrijk, de eerste zin moet een spanning creëren waardoor de aangeschrevene doorleest – Stikkers geeft als voorbeeld: 'Eeuwen geleden heb ik je voor het eerst ontmoet.' Zo'n zin is niet voor iedereen geschikt (voor mij bijvoorbeeld niet). Eigenlijk gaat dit hoofdstuk niet over vorm, maar over stijl, het middel om je sympathiek te maken bij de lezer. Kwetsbaar opstellen, om raad vragen, respect tonen adviseert Hier is mijn hart. Je moet je intenties tonen. De mooiste liefdesbrief vindt de auteur de eenregelige: 'Hier is mijn hart, doe er maar wat mee.'

Afwisseling


Het onderwerp van de brief: het kan gaan over de eerste ontmoeting ('onvergetelijk'), het uiterlijk van de aanbedene ('Vaak is over handen veel goeds te melden'), de eerste kus ('Maak duidelijk hoe puur dit geluk was, hoe uniek'), seks (je kunt schrijven over hunkering en geborgenheid), de volgende ontmoeting ('Dat maakt dat je de uren en de dagen die ertussen liggen telt'), wat de ander voor je betekent ('Bedenk dat ‘alles’ wel wat veel is.'). Je kunt feitelijk elk onderwerp kiezen als het maar iets is dat je samen hebt beleefd.

Afwisseling is van belang – niet alleen de positivo uithangen. De woordkeus moet bij je passen. Ritme en herhaling kunnen drama geven aan een brief. De laatste zin kan een uitnodiging zijn.

Pictogrammen voor verliefden

Het hele boekje probeert vanuit vrouwelijk en mannelijk perspectief te schrijven, maar meestal wordt besproken hoe je een vrouw het hof kunt maken (of je nu man of vrouw bent of genderneutraal): 'Haar haar waarvan je zou willen dat je het los kon zien, hangend over haar schouders, waar je met je handen doorheen zou willen gaan. Haar lokken die je stiekem even hebt aangeraakt toen je achter haar stond, waarvan je de geur opsnoof terwijl je je met een verontschuldiging over haar heen boog.' Een nogal ongemakkelijke intro naar een metoo-tje. De liefdesbrief mag geen seksuele intimidatie worden... Denk bij de brievenbus of bij het verzenden van je mail nog éven na.

De cursus van Loesje komt een volgende keer. Daarna: wat bakken beroemde schrijvers ervan?

zaterdag 16 januari 2021

291. Lezen voor je plezier: comfort books

De eerste hoofdstukken van Martin Lathams boek The Bookseller's Tale (net verschenen) gaan vooral over 'comfort books', boeken die je voor je plezier leest en niet omdat het nodig is voor je werk, of omdat anderen je zeggen dat het een belangrijk of succesvol boek is. Hij kan het weten want Latham is al vijfendertig jaar boekhandelaar in Engeland.

Mark Latham, The Bookseller's Tale (2020)
Omslagtekening: Neal Fox
Het gaat bijvoorbeeld over je lievelingsboeken, de boeken die je als kind las, boeken waarin je je helemaal verloor en waaruit je 'wakker' werd als uit een andere tijd en in een andere plaats. Naar een ander type boek keer je regelmatig terug als het even niet zo lekker gaat, een troostboek kortom. Dat kan alles zijn, van Ronald Firbanks Vainglory (mijn voorkeur als ik een glimlach nodig heb) of Professor Pi van Bob van den Born (idem). Maar voor anderen kunnen het ook romantische verhalen zijn, of science fiction of thrillers, alles wat mensen met een gevoel van schaamte komen afrekenen in Lathams winkel en dan bedekken met een boek dat in de toptien op nummer 1 staat.

Welke boeken las ik als kind het liefst? Ja, ik kocht van mijn zakgeld elk nieuw deel van de Kameleon-reeks en ook de boeken van Enid Blyton over de vier, de vijf, de zeven en andere vriendengroepjes: 'De Avontuurlijke Vier', 'De Vijf' en 'De Grote Zeven'. Waarom de Kameleon? Geen idee. Misschien omdat het verhalen over een tweeling waren (Hielke en Sietse), en ik wel drie broers maar geen tweelingbroer had? Omdat de verhalen zich op een voor mij excentrieke plek afspeelden, in Friesland, rond een meer? Met boten had ik eigenlijk niets en de avonturen waren niet echt geestig en niet spannend, dat tweede vond ik dan wel weer fijn. Die Blyton-verhalen waren iets spannender en speelden bovendien in het buitenland. De reeksen van de Kameleon en van Blyton hadden wel het voordeel dat ze steeds betrouwbaar hetzelfde boden. Dus wel een soort comfortfood, net zoals (iets later) de Jeeves-boeken van P.G. Wodehouse. Ik herinner me een warme zomer waarin ik niets anders las dan de boeken over de slimme butler.

Er zijn eigenlijk maar twee boeken die me echt zijn bij gebleven als boeken die ik vaak herlezen wilde - dat hoefde bij de Kameleon en Blyton niet, want er kwam steeds een nieuwe episode. Er was een reisboek over Noorwegen of Finland (voorop een foto, de reekstitel en de naam van het land; ik herinner me van die drie onderdelen alleen de kleur blauw), waarin een jongen of meisje te gast was in een gezin waarmee dan het hele land werd verkend; ik kan me nog herinneren dat er een sauna in voorkwam die naast een ijsmeer stond. Ik heb er nog wel eens naar gezocht, maar het boek niet meer gevonden. Het land klopt niet, de sauna klopt niet, of ik haal gewoon van alles door elkaar.

Een boek dat ik zeker tien keer gelezen heb toen ik jong was - ik weet niet of ik het ooit zelf kocht als kind - was van Tonke Dragt, maar niet haar beroemde Brief voor de koning (ook gelezen, daar niet van), maar De zevensprong, waarin een huis met verborgen ruimtes en talloze trappen centraal stond. De geheimzinnigheid van dat huis met torentjes en trappen staat me nog helder voor de geest - van de intrige herinner ik me niets, het ging me om de sfeer. 

Veel tijd voor een lievelingsboek had ik niet, omdat ik een onrustige lezer was, dat wil zeggen: ik leed aan leeshonger, verlangde steeds naar nieuwe boeken, en las in hoog tempo de hele jeugdbibliotheek leeg, waarna ik eindelijk boeken uit de bibliotheek voor volwassenen op de begane grond mocht lenen, zij het niet uit alle categorieën.

maandag 11 januari 2021

290. Antiquaar André Swertz overleden

Op 1 januari van dit jaar overleed de Utrechtse antiquaar André Swertz. Over de jaren heen verkocht hij unieke boeken aan de KB en aan het Huis van het boek (destijds natuurlijk Museum Meermanno). Ik herinner me bijvoorbeeld dat hij opbelde of een mail stuurde over de enig overgebleven stencils die van de kunstenaar/drukker H.N. Werkman bewaard gebleven zijn. De papieren stencils gebruikte hij voor uitgaven van De Blauwe Schuit en ze scheurden vaak uit, waarna hij nieuwe maakte en de volgende illustraties er dus weer wat anders uit kwamen te zien. Hoe vaak dat bij een uitgave gebeurde laat zich raden. Die hulpmiddelen verdwenen steevast in de prullenmand, maar één setje is daaraan ontsnapt. Swertz had er gevoel voor dat zo'n documentenreeks thuishoorde in een openbare instelling. Ik kocht die destijds voor het museum aan de Prinsessegracht.

H.N. Werkman, stencil voor Sabbatgesänge (1941)

Later, toen mijn uitleenperiode aan het museum aan zijn einde kwam (de KB leende me een aantal jaren voor één dag in de week) en ik weer gewoon fulltime in de nationale bibliotheek werkte bleef hij mij bijzonder Werkman-materiaal aanbieden. Uitgaven kocht ik voor de KB, archiefmateriaal, zoals die voor onvoltooide uitgaven van De Blauwe Schuit vonden zo toch hun weg naar het museum. 

De collectie van Ate Zuithoff, die hij voor de nazaten verkocht, bevatte prachtig materiaal, waaronder een reeks gedrukte teksten, prenten en het boekje Hot Printing dat op de beurs van de Nederlandse Vereniging van Antiquaren werd aangeboden. Dankzij André Swertz, die na een telefoontje het werk voor de KB reserveerde, kon ik daarna met steun van de New Yorkse Breslauer Foundation dit pakket aankopen voor de KB. Hij had het geduld om te wachten tot alles geregeld was en hing intussen niet aan de telefoon met dreigende verhalen over mogelijke kapers op de kust. 

H.N. Werkman, Hot Printing (c. 1936)
[Foto: Jos Uljee, Beeldstudio KB]

André vertelde me wel eens dat hij, om verzamelaars tevreden te houden, een soort roulatiesysteem in zijn hoofd had. Had hij bijvoorbeeld iets bijzonders van een auteur in de winkel, dan bood hij het aan een van de verzamelaars aan, een volgende keer was een ander aan de beurt en zo kon hij de met elkaar concurrerende verzamelaars een voor een te hulp schieten. Hij kon ook als geen ander met een gulle lach reageren als iets je neus voorbij was gegaan omdat je net een minuut te laat belde. Van hem geloofde het je het en je wist tegelijk dat de wereld niet vergaan was. 

Op de boekenbeurzen maakte hij vaak de indruk dat het hem meer om het gezelschap en het gesprek ging dan om de handel, maar intussen was zijn "stand" altijd gevuld met bijzondere objecten en liepen er deskundige assistenten rond om een en ander in goede banen te leiden en als er iets dreigde mis te gaan, stond hij meteen naast je om het te corrigeren - de zakenman liet zich nooit afleiden.

dinsdag 1 december 2020

289. Boekenwereld Bijgewerkt

Deze week verscheen het nieuwe nummer van De Boekenwereld met een themadeel over 'Vriendschap'. Het thema hangt samen met het online programma Liefde en vriendschap van de KB in Den Haag: podcasts, blogs, videos, online events, zie Liefde en vriendschap op de website van de KB.

Het themadeel van De Boekenwereld stond onder redactie van mijn collega Jeroen Vandommele en mijzelf  en bevat bijdragen over alba amicorum, brieven, een gastenboek, projecten van bevriende drukkers en het thema vriendschap in kinderboeken, databanken en boekbanden.

Zelf schreef ik over een 'gastenboek', dat eigenlijk een kunstenaarsboek is én een samenwerking tussen tien internationale kunstenaars: Guestbook van Robbin Ami Silverberg; bij het artikel staan zeven afbeeldingen; hieronder een die niet in De Boekenwereld terecht kwam: papier bewerkt door het duo Richard Flavin en Ryoko Haraguchi. [Foto: Jos Uljee/Beeldstudio KB].

Richard Flavin en Ryoko Haraguchi, bijdrage in
Robbin Ami Silverberg, Guestbook (2016-2017)
[Foto: Jos Uljee/Beeldstudio KB]

Op onze website staan ook pagina's over de collectiespecialisten zodat het publiek weet bij wie ze waarvoor aan kunnen kloppen. Periodiek moet ik 'mijn' pagina bijwerken met nieuwe publicaties of tentoonstellingen. Vandaag zette ik in de lijst met publicaties de bijdragen aan De Boekenwereld online. Daarna verscheen in beeld dat de pagina was bijgewerkt:

Specialist Paul van Capelleveen is bijgewerkt.

Ook ik ben dus nu 'bijgewerkt', het is maar dat u het weet.


KB-website (bewerking in Drupal), 1 december 2020

woensdag 14 oktober 2020

288. Drukkersleerlingen proberen Reynaert uit

Aan de kunstacademie in de Abdij Ter Kameren bij Brussel konden studenten vanaf 1926 onder andere het drukkersvak leren. Officieel heet deze instelling École nationale supérieure des arts visuels (ENSAV), maar in de wandeling heet ze "ter Kameren" of "La Cambre". De boeken die op de eigen persen werden gedrukt bevatten meestal slechts delen van een roman of gedichtenbundel om te bewijzen dat de studenten het vak onder de knie hadden, van ontwerp en zetwerk tot drukwerk en boekbinden.


Reynaert de Vos (1941)

Een zo'n voorbeeld is ongeveer een jaar geleden aangeschaft en bevat een stuk uit het beroemde verhaal van Reynaart de vos, het middeleeuwse verhaal Van den vos Reynaerde. De uitgave dateert uit 1941. De school, opgericht door Henry van de Velde, stond sinds 1936 onder leiding van Herman Teirlinck die tot 1950 aanbleef.

Het lijkt het voorbericht te bevatten en de tekst van hoofdstuk XLIII, maar schijn bedriegt.

Reynaert de Vos (1941)

Het voorbericht 'Totten Leser' strekt zich uit over drie pagina's. Daarna begint hoofdstuk 43, maar die tekst houdt na regel zes op en het vervolg is weer afkomstig uit het voorbericht 'Totten Leser', waarvan de tekst een aantal keren herhaald wordt, steeds als identiek zetsel. Deze proeve van bekwaamheid was dus niet gericht op het zetwerk zelf, maar meer op het werken met linosneden, het inpassen van illustraties en het drukken in verschillende kleurgangen. De initialen lijken niet erg geschikt voor gebruik midden in de regel, omdat de afstand tussen de initiaal en de rest van de tekst wel erg groot is en bijvoorbeeld 'H' en 'ove' zo ver uiteen komen te staan dat je het nauwelijks nog leest als het woord 'Hove'.

Die initialen, letters en illustraties maakten de studenten niet zelf. Het colofon deelt mee dat deze linosneden het werk zijn van 'den Heer J.-P. Jacques de Dixmude'. Jean-Pierre Jacques de Dixmude leefde van 1916 tot 2006 en werd later bekend als kunstenaar. Hij was eerst leerling en later docent aan Ter Kameren. Hij kreeg na de oorlog ook bekendheid als ontwerper van de omslagen van een reeks politieromans die door de Engelse uitgever Nicholson and Watson voor de Franse markt werden gepubliceerd, in het Frans, tussen 1947 en 1951.

De groot-formaat uitgave werd gedrukt in slechts tien genummerde exemplaren op handgeschept papier van Pannekoek, maar de zeldzaamheid is iets minder streng: het KB-exemplaar is niet genummerd (er zijn er dus een paar meer).

Reynaert de Vos (1941)

maandag 21 september 2020

287. De dode vrouw, de "wulpse" vrouw en de boekenscheurder

In 1921 verscheen de "realistische roman" De doode en de wulpsche vrouw door Piet van Assche, een nu zeldzaam boek uitgegeven door Querido. Onlangs kocht de KB een exemplaar dat ons iets zegt over de lezers van zulke "onzedelijke" werken.

Piet van Assche, De doode en de wulpsche vrouw (1921): omslag

De bandtekening is niet van een van onze grootste kunstenaars, ik kon geen signatuur ontdekken tussen de nogal stereotype versieringen van onder andere een vrouwenkop (model "femme fatale"), een hart en kronkelende slangen van de een naar de ander.

Piet van Assche, De doode en de wulpsche vrouw (1921): titelpagina

De Vlaamse auteur Piet van Assche (1868-1950) schreef naturalistische romans en toneelstukken, waarvan er een aantal via DBNL zijn na te lezen. Maar misschien eerst even de kritieken lezen? De doode en de wulpsche vrouw werd door André de Ridder in De Gulden Winckel als een stilistische en psychologische mislukking te boek gesteld.

De kritiek is in elk geval beter geschreven dan de roman.

"Er bestaat bij hem een neiging tot grootsch en geweldig doen, in bijna bijbelsche, visionnaire strakheid, een lust ook voor een zoo heftig realisme, dat het wel eens op de grens van de romantiekerigheid staat."

Hoewel er twee vrouwen in de titel van het boek worden genoemd gaat het natuurlijk weer over een man. Hij is aanvankelijk gelukkig getrouwd en leidt een rustig leven totdat hij een tweede vrouw ontmoet die hem verleid. Zijn vrouw ziet hen in een halve omhelzing en verdrinkt zichzelf. De man laat zich inpalmen door zijn verleidster die, als zij getrouwd zijn, meteen een leven van uitspattingen begint, of, zoals De Ridder dat beschrijft:

"Nu laat ze het masker vallen; ze geeft zich over aan een leven van plezier en vertier, kent geen huislijke plicht meer, bedriegt haar gemaal, en nog wel dubbel, met jonge minnaars en zelfs met een adellijke minnares. Hij is door de begeerte van zijn vleesch aan de walgelijke vrouw verslaafd; zijn vuig-zinnelijke drift dwingt hem te vergeven, telkens wanneer een nieuwe misstap van zijn vrouw hem is bekend geworden en hij redelijkerwijze, uit een opwelling van eer, tegen haar in opstand tracht te komen."

Een en ander wordt natuurlijk meer aangeduid dan beschreven en de vunzigheden spatten alleen in de vorm van retorische clichés van de pagina's. Het is, zegt hij, een "roman, die noch het oeuvre van Piet van Assche, noch onze Vlaamsche literatuur verrijkt".

Piet van Assche, De doode en de wulpsche vrouw (1921): pagina 7
Wat dit exemplaar zo interessant maakt is dat lezers dit soort boeken vaak met inkt en schaar te lijf gingen en dat een stempel voorin waarschuwt om dat vooral niet te doen.

Piet van Assche, De doode en de wulpsche vrouw (1921): stempel

Voorin, op de eerste tekstpagina heeft de eigenaar van een leesbibliotheek een groen stempel gezet met de tekst:

Gelieve dit boek netjes te behandelen
Indien er passages in voorkomen, waarmede U zich niet kan verenigen, scheur deze niet uit, doch breng het boek terug, en U krijgt gratis een ander.
Bij voorbaat onze dank.

Leesbibliotheken waren doorgaans de enige mogelijkheid om aan romantische boeken te komen: keukenmeidenromans, erotische boeken, alles tussen zwijmelen en porno in. En daar waren er ongelooflijk veel van in Nederland voor de Tweede Wereldoorlog. Je kon er boeken tegen een kleine vergoeding huren. Ze hadden vaak duizenden boeken in voorraad. Dit exemplaar draagt voorin een volgnummer: 634.

Piet van Assche, De doode en de wulpsche vrouw (1921): nummerstempel

Precies op de pagina's waar de "wulpsche" vrouw de man in haar bedwelmende omhelzing tegen haar "zwoegende boezem" aandrukt (pagina 50) en de (weldra) "doode" vrouw de kamer binnen komt en een kreet, "een schrei van vertwijfeling en smart", slaakt (pagina 51), heeft de eigenaar van de leesbibliotheek zijn naamstempel aangebracht. En zo weten we dat zelfs in het kleine plaatsje De Rijp in de Beemster dit soort romans werden gelezen. Overigens keurig, het boek is eraf gekomen zonder dat passages zijn zwartgelakt of bladzijdes eruit zijn gescheurd - misschien was men in De Rijp veel erger gewend. Of las men eerst, smullend, en bracht het dan walgend terug naar de winkel om gratis een nieuwe bandje met zondigheid op te halen.

Met die leesbibliotheek in De Rijp begint overigens een raadsel.


Piet van Assche, De doode en de wulpsche vrouw (1921): stempel leesbibliotheek

Het boek stamt uit 1921, maar in 1921 was er in De Rijp geen leesbibliotheek van W.P. de Haan Pz. Wel was er een andere leesbibliotheek, of eigenlijk boekhandel en boekdrukkerij mét een leesbibliotheek en die veranderde een paar keer van naam. Omstreeks het jaar dat deze roman verscheen was er op hetzelfde adres, Rechtestraat 108, een firma gevestigd die A. Eisma (Firma F. Vogel) heette. Zo stond die in 1924 in een adresboek. In 1934 werd de "elektrische drukkerij A. Eisma" overgenomen door Gerrit Jacob Hoogcarspel, die toen een jaar of 35 zal zijn geweest en al vanaf 1919 als typograaf bekend stond. De naam werd veranderd in Drukkerij en Kantoorboekhandel firma A. Eisma, maar een jaar later werd de naam: G.J. Hoogcarspel (firma Eisda) en zo stond die in de "lijst van erkende leesbibliotheken". In een studie over zulke bibliotheken werd maar één leesbibliotheek in De Rijp vermeld, die van Hoogcarspel. Hoe zit het dan met dat gifgroene stempel van W.P. de Haan Pz?

Rechtestraat 108, jaren zeventig
(Collectie Regionaal Archief Alkmaar: 23955)


Het pand in de Rechtestraat 108 stamt zoals zoveel huizen en winkels in De Rijp van na de brand in de zeventiende eeuw en heeft nog sommige authentieke onderdelen, zij het niet veel. Er werd driftig verbouwd. Rond 1926 werden de hoge raamkozijnen en het deurkozijn in het midden vervangen door drie "vensterstroken" en rond 1967 is dat weer veranderd om een ruimere etalage te krijgen.

Wat we kunnen vaststellen is dat de firma eerst Vogel heette, toen Eisden en daarna Hoogcarspel. Maar hoewel die firma's allemaal op dit adres gevestigd waren, worden in boeken over De Rijp voornamelijk andere bedrijven genoemd: sinds 2008 is er een cadeauwinkel gevestigd en daarvoor, vanaf de jaren zeventig was er de ijzerwinkel van Van Straaten die langzaam aan een winkel voor huishoudelijke artikelen werd. 

Het Regionaal Archief Alkmaar bezit echter een ansichtkaart die is uitgegeven door de boekwinkel die wel degelijk ook op dit adres was gevestigd: Kantoorboek- en Muziekhandel W.P. de Haan. Deze firma gaf die ansichtkaart in 1957 uit. Hoogcarspel werd in 1953 namelijk door De Haan opgevolgd en die was werkzaam tussen 1953 en 1972. Ziedaar het raadsel.

In de jaren vijftig hield hij kennelijk de leesbibliotheek gewoon aan. Maar hoe kon het dat een boek uit 1921 dan alleen zijn stempel droeg en niet ook dat van zijn voorgangers Eisden en Hoogcarspel? Kwam het boek uit een andere bron? Voegde hij in die tijd nog nieuwe oude boeken toe? En zou daar in de jaren vijftig dan nog belangstelling voor zijn, voor die dode en die wulpse vrouw? Er waren toch wel andere boeken!

Er waren ook nog meer boekdrukkers en boekwinkels in De Rijp. De grootste concurrent van Eisden en Hoogcarspel was de zaak van J.W. van Raven op nummer 76 van de Rechtestraat. Die bestond in elk geval tussen 1854 en 1966. Ook Van Raven drukte en verkocht ansichtkaarten en in een boek met oude ansichten van De Rijp staat dat een zekere Kees Keizer op dat adres tot eind 1971 als drukker werkte. Volgens anderen heette de laatste drukker Vink. De machines en de papiervoorraad van Van Raven stonden in een klein bedrijfspand aan de overzijde van de straat (nummer 51) en dat gebouwtje zou in de loop der jaren onder het gewicht ervan langzaam verzakken, en bijna de Tuingracht in verdwijnen.

Natuurlijk waren er minstens twee drukkers en boekhandelaren in De Rijp. Van alle winkels en handels waren er minstens twee, waarvan een netjes protestant en de ander diep katholiek. Maar Hoogcarspel had wel een troef in handen want hij was de uitgever van het Rijper Nieuws- en Advertentieblad dat waarschijnlijk vanaf circa 1910 bestond en in 1941 sneefde. De KB heeft alleen enkele nummers uit de oorlog. Dit blad bevatte de dorpsroddels, de raadsverslagen en andere nieuwtjes: de oplage zal redelijk geweest zijn, want er waren tweeduizend inwoners.

Een oud-inwoner van De Rijp (Hans Keuning) haalde in 2010 in zijn herinneringen aan dat hij de leesbibliotheek van Hoogcarspel bezocht:

"Gedurende de oorlog heb ik de halve bibliotheek, die Hoogcarspel in zijn boekhandel had, uitgelezen, aangezien je in de oorlog niet veel anders kon doen dan lezen. Naast de dagelijkse fietstochten om voedsel te verzamelen, meestal 's ochtends om 6 uur."

Maar stond toen De doode en de wulpsche vrouw al op de plank? Als dat zo was, zaten er destijds nog geen stempels in en dat is heel vreemd.

dinsdag 8 september 2020

286. Een ladenkast en vier boeken

Gisteren waren we in Museum Voorlinden in Wassenaar, het weer was er naar om daar rond te lopen en op het zonovergoten terras iets te drinken. In het museum waren twee tentoonstellingen te zijn en beide toonden ook kunstwerken met boeken. In Rendez-vous kwamen kunstwerken samen zoals William Kentridge's Singer Trio - drie aaneengeschakelde naaimachines waaraan megafoons zijn bevestigd waaruit, ondersteund door het zoemen van de draaiende machines een klaagzang opklinkt die je ook op de gang kunt horen - en Lara Favaretto's Birdman - tien kubussen van samengeperste confetti die langzaam afbrokkelen. In zaal 7 was Shilpa Gupta's werk For, In Your Tongue, I Cannot Fit te zien, een vitrine met boek-achtige voorwerpen met op de rug de naam van de auteur en voorop een dichtregel. Alle auteurs zaten gevangen vanwege hun werk, de 'boeken' kunnen niet open en zijn vastgezet. (Zie voor afbeeldingen het tijdschrift Baku.)

Hans-Peter Feldman, Schubladenschrank (2003)
[Collectie Museum Voorlinden]


In de tweede zaal van de andere tentoonstelling, Momentum, stond een werk van de Duitse conceptuele kunstenaar Hand-Peter Feldman: Schubladenschrank (2003). Het is een achterover hellende ladenkast waarvan de lege laden van boven naar beneden gezien steeds iets verder open staan.

Feldman (1941) werd in de jaren zeventig bekend door zijn kunstenaarsboeken met encyclopedische reeksen foto's van onderwerpen zoals knieën, maar hij maakte ook affiches en installaties en die hebben steeds te maken met zijn fascinatie voor verzamelingen.

De ladenkast helt achterover doordat de twee voorpoten rusten op boeken. Links twee en rechts twee.

Hans-Peter Feldman, Schubladenschrank (2003) [detail]
[Collectie Museum Voorlinden]

Het zijn boeken die tot voor kort bij kringloopwinkels ongeveer gratis te verkrijgen zijn, maar het zijn het soort boeken dat bij een generatie in de kast stond die nu langzaam aan het verdwijnen is. Over een jaar of tien zul je dit soort boeken nergens meer vinden. Het zijn curieuze titels uit de jaren vijftig, zestig en zeventig.

Onder de linkerpoot liggen een bruin en een lichtgelig Duits boek. De ruggen vermelden alleen de titels, geen auteurs- of uitgeversnamen. Maar dankzij internet is wel ongeveer vast te stellen welke boeken dit zijn.

Onderop ligt Lebensbilder. Dat moet een van de boeken met die titel van een zekere Paulus Langholf zijn, uitgegeven door Saatkorn in Hamburg, mogelijk in 1960. Er zijn twee boeken met deze titel. De ene heeft als ondertitel: Führung und Geleit auf dem Weg durch der Alltag, de andere heet: Edle, sittliche Grundsätze für den häuslichen Kreis. Er is weinig bekend over de auteur, die leefde van 1910 tot 2002. Zijn werk is van christelijk signatuur.

Het andere boek onder de linkerpoot is getiteld: Die gute Stunde. Dat is geschreven door Anna Martina Gottschick (1914-1995), een journaliste en dichteres van kinderliederen. Het werk verscheen in 1955 (later volgden meerdere delen) bij Johannes Stauda Verlag in Kassel. De ondertitel was: Ein Hausbuch zum Vorlesen im kleinen und grosse Kreis.

Hans-Peter Feldman, Schubladenschrank (2003) [detail]
[Collectie Museum Voorlinden]


Onder de rechterpoot liggen een blauw boek met een witte rugtitel en een wit boek met een blauwe rugtitel. Dat zijn twee vertalingen van Engelstalige romans. Het bovenste boek is een roman van Raymond Chandler (1888-1959), Die kleine Schwester, vertaald door Peter Fischer en uitgegeven in 1961 door de Deutsche Buchgemeinschaft in Berlijn. Het is vertaling van zijn vijfde roman met de detective Philip Marlowe, die in 1949 verscheen onder de titel The Little Sister.

Het blauwe boek is van Catherine Gaskin (1929-2009), auteur van romantische verhalen. De Duitse titel is Ein Windspiel im Nebel, de Nederlandse vertaling verscheen onder de titel De boeien van de liefde, maar het origineel heeft een zakelijker titel: The Property of a Gentleman. De Duitse vertaling verscheen in 1975 bij Scherz (Bern en München), een jaar nadat de Engelse uitgave was gepubliceerd. Het is een soort 'gothic romance novel', die zich afspeelt in het Lake District met als speciale elementen een schilderij van Rembrandt, een op een landhuis rustende vloek, vervalsers en kunstkenners.

En dat alles onder een kastje met achttien lege laden - althans, dat denk ik: van de bovenste laden is niet te zien of er wel of niet iets in zit.