vrijdag 10 februari 2023

334. Fictieve bezoekers van de KB (2)

Jeanne Reyneke van Stuwe (1874-1951) is beter bekend als Jeanne Kloos-Reyneke van Stuwe - in 1900 huwde zij de voorheen decadente dichter Willem Kloos. Zij had toen al twee romans op haar naam staan, de tweede heette Hartstocht en verscheen in 1899.

Jeanne Reyneke van Stuwe, Hartstocht (1899)

Ze woonde in Den Haag en was er geregistreerd als 'letterkundige'. Veel van haar romans spelen zich in de societykringen van die stad af. 

Jeanne Reyneke van Stuwe, Hartstocht
(derde druk, 1913)

Hoofdfiguur van Hartstocht is de rijke Hagenaar en jurist Felix van Weert van Oldenhagen, een Don Juan die uiteindelijk krankzinnig sterft. 

Zijn vriend Jacques - met wie hij lid is van een amateurtoneelgezelschap - gaat op een gegeven moment een regelmatiger en kalmer leven leiden. Je zou het een bekering kunnen noemen. Uit liefde voor zijn vriendin wil Jacques een boek schrijven.

Jacques, lezen we dan,

die met koortsachtigen ijver werkte, om in den kortst mogelijken tijd zijn boek af te hebben. Den middag bracht hij meest door op de Koninklijke Bibliotheek, maar anders ging hij bijna niet uit.
(Jeanne Reyneke van Stuwe, Hartstocht. ’s Gravenhage, Veenstra, 1899, p. 246.) 

Hier zien we, als het ware, ijver en geestelijke hartstocht gelijkgesteld worden aan een studieus leven, oftewel een verblijf in de Koninklijke Bibliotheek, terwijl de lichamelijke hartstocht geschetst wordt als ontrouw, bandeloosheid, waardoor de hoofdfiguur zich uiteindelijk in het verderf zal storten.

De keuze lijkt niet moeilijk tussen hartstocht en bibliotheekpas.


Jeanne Reyneke van Stuwe, Hartstocht
(tweede druk, c. 1900?)
[origineel in kleur]


Lees hier de complete roman op DBNL. 

De KB viert haar 225-jarig bestaan.



woensdag 25 januari 2023

333. Fictieve bezoekers van de KB (1)

Dit jaar bestaat de KB, nationale bibliotheek, 225 jaar en natuurlijk wordt daar aandacht aan besteed; wie van ons zal tenslotte ook het 250-jarig bestaan beleven? Beter vandaag gefeest!

Vanwege het jubileum begint hier een reeks over fictieve bezoekers: romanpersonages die in de loop van het verhaal de bibliotheek binnenlopen.

Frans Netscher (1893)


Een voor de KB in het fin-de-siecle typerende bezoeker is de hoofdpersoon van de roman Egoïsme van Frans Netscher uit 1893.

Frans Netscher, Egoïsme (1893) 



Zijn naam is Frits. Na zijn studie is hij bij een ministerie in Den Haag gaan werken en op een gegeven moment krijgt hij politieke aspiraties (deels aangepraat). Hij stelt zich verkiesbaar voor de gemeenteraadsverkiezingen, wordt daadwerkelijk gekozen en neemt dan ontslag als ambtenaar. Zijn leven als raadslid is redelijk ontspannen. Meestal zit hij thuis aan zijn werktafel. Hij heeft al een enkele brochure en een aantal artikelen geschreven en bedenkt dat het goed zou zijn om een overzicht te maken van het Europese Lager Onderwijs. Daarbij moeten dan vooral veel tabellen met getallen komen. Het moet wel de indruk van geleerdheid en beslistheid maken. 

Voor dit compilatie-werk moest hij natuurlijk allerlei buitenlandsche geschriften en tabellen raadplegen, die niet in zijn bezit waren; dagenlang bracht hij op de Koninklijke Bibliotheek door, waar men hem gedurende eenige weken op de Leeszaal kon aantreffen, omgeven door dikke boekdeelen, het hoofd gebogen over graphische voorstellingen, uittreksels makend, aanteekeningen verzamelend.
(Frans Netscher, Egoïsme. Deel 1. Amsterdam, Van Holkema en Warendorf, 1893, p. 185.)


De KB viert haar 225-jarig bestaan.


dinsdag 20 december 2022

332. E. du Perron op afwijkend papier

In 1989 verscheen bij Van Oorschot de dertiende, vermeerderde druk van Het land van herkomst door E. du Perron. De oorspronkelijke editie zag het licht in 1935. Op de achterzijde van het papieren omslag - en op het buikbandje - staat vermeld dat er voor het eerst 453 autobiografische aantekeningen van de schrijver aan zijn toegevoegd.

E. du Perron, Het land van herkomst (1989)

Het boek werd gedrukt door de Koninklijke drukkerij G.J. Thieme bv te Nijmegen - een van de vele drukkerijen die niet meer bestaat. Het jaar 1989 was voor de drukkerij omineus: de drukkerij stond in 1989 ten grondslag van de Thieme GrafiMedia Groep die nog geen twintig jaar later failliet ging.

Bij het drukken van Het land van herkomst ging dat jaar iets mis. Een deel van het boek is op donkerder (geworden?) papier gedrukt wat goed te zien is als we de sneden van enkele exemplaren naast elkaar leggen. Van de zijkant is het donkere goed van het wittere papier te onderscheiden.

Drie KB-exemplaren van
E. du Perron, Het land van herkomst (1989)
 

Ook de snede aan de onderzijde van het boek laat duidelijke verschillen zien.

Twee KB-exemplaren van
E. du Perron, Het land van herkomst (1989)

In het (door de KB gebonden) exemplaar zijn pagina's 49-240 op donkerder papier gedrukt (aanvraagnummer: 7407 H 7). [Een vierde niet-KB-exemplaar laat hetzelfde patroon zien.]

In het bij het Depot binnengekomen exemplaar zijn pagina's 49-192 op donkerder papier gedrukt (aanvraagnummer: 2027893).

In het exemplaar in de Du Perron-collectie zijn pagina's 49-96 en 145-240 op donkerder papier gedrukt (aanvraagnummer: KW 2293 A 163).

De drie exemplaren hebben gemeen dat de pagina's 49-96 en 145-192 op donkerder geworden papier zijn gedrukt. Verder zijn er verschillen voor de pagina's 97-144 en 193-240.

Dat betekent dat er tijdens het drukken donkerder papier is ingezet voor sommige vellen. Marc Beerens wees me erop dat het verschil tussen houtvrij en licht houthoudend papier niet altijd te zien is en dat de verkleuring dus in de loop der jaren kan zijn ontstaan, wat overigens dan wel in alle exemplaren gelijkmatig en identiek gebeurd is. 

Was het wel zichtbaar geweest, dan zou uitgeverij de partij natuurlijk moeten afkeuren, tenzij haast voor een presentatie en/of een fijne korting aanleiding waren de partij zo te accepteren. 

Het boek verscheen begin november 1989 (het Depot-exemplaar werd beschreven op 8 november).

Het was dus gedrukt op twaalf drukvellen van elk 48 pagina's:
1-48 [op houtvrij papier]
49-96 [op licht houthoudend papier]
97-144 [op houtvrij en op licht houthoudend papier]
145-192 [op licht houthoudend papier]
193-240 [op houtvrij en op licht houthoudend papier]
241-288 [op houtvrij papier]
289-336 [op houtvrij papier]
337-384 [op houtvrij papier]
385-432 [op houtvrij papier]
433-480 [op houtvrij papier]
481-528 [op houtvrij papier]
529-576 [op houtvrij papier]

De drie verschillende exemplaren kunnen nu nog worden aangevuld met exemplaren met andere katernen die verkleurd zijn. De Du Perron-verzamelaar zal ze allemaal op de plank willen hebben!

vrijdag 25 november 2022

331. Luceberts vergeten verbeteringen en toegevoegde tekeningen

De dichter/schilder Lucebert (1924-1994) maakte vaak illustraties voor zijn eigen dichtbundels.

Maar voor zijn intieme vrienden ging hij nog wat verder. Van zijn bundel de amsterdamse school (1952) bestaan minstens zeven exemplaren met handgeschreven correcties in drie gedichten. 

Vooral het openingsgedicht ‘Lied tegen het licht bekeken’ is flink onder handen genomen met zes tekstcorrecties die de alliteraties versterken, maar ook het gevoel van eenzaamheid benadrukken. De ernst van de correcties is overigens af te lezen aan de officiële correctietekens die Lucebert gebruikte. 

Lucebert, de amsterdamse school (1952):
correcties op pagina 7
[KB: exemplaar van Bert Schierbeek]

Het vreemde is dat deze verbeteringen nooit in latere drukken zijn overgenomen. Ook eigenaardig is dat Lucebert echte fouten niet corrigeerde. De KB bezit het exemplaar uit de nalatenschap van de dichter Bert Schierbeek en dat bevat, behalve de correcties, een handgeschreven opdracht uit november 1952, de maand van verschijnen.

Lucebert, de amsterdamse school (1952):
omslag
[KB: exemplaar van Bert Schierbeek]


Lucebert, de amsterdamse school (1952)
Exemplaar met extra tekeningen
uit de nalatenschap van Simon Vinkenoog: omslag
[Stedelijk Museum, Amsterdam]


Verrassend is dat er ook opdrachtexemplaren bestaan waarin Lucebert extra illustraties aanbracht. Hij deed dat voor een beperkte groep vrienden en met name voor Simon Vinkenoog. 

Lucebert, van de afgrond en de luchtmens (1953)
[KB: exemplaar van Ethel en Rudy Kousbroek, 
met extra tekeningen van Lucebert]

De bundel van de afgrond en de luchtmens (1953) heeft alleen een omslagillustratie, maar het exemplaar uit de collectie van Rudy Kousbroek (nu in de KB) is van voren tot achteren gevuld met potloodtekeningen in zwart en blauw. Ze lijken spontaan tijdens één zitting te zijn getekend. Eigenlijk heeft Lucebert van dit exemplaar een uniek kunstenaarsboek gemaakt. 

Kousbroek zelf schreef er onbekommerd nog wat aantekeningen in, als bepaalde gedichten hem deden denken aan andere auteurs zoals Hölderlin en Yeats. In zekere zin heeft Kousbroek zijn persoonlijke exemplaar – met opdracht en extra tekeningen – nog intiemer het zijne gemaakt.

Tijdens de Beurs Bijzondere Uitgevers op zondag 27 november 2022 verschijnt over deze speciale uitgaven het boekje Vergeten verbeteringen en toegevoegde tekeningen (uitgeverij De Weideblik).

Binnenkort zijn de twee opdrachtexemplaren van Lucebert te zien in de vitrine bij de leeszaal Bijzondere Collecties in de KB. 

zaterdag 22 oktober 2022

330. Boekenruil aan het Grote Kanaal

Aan het Grote Kanaal, dat wil zeggen, het Canal Grande in Triëst, staat het theatermuseum Carlo Schmidl, waar wij niet lang geleden binnenstapten omdat er een boekwinkeltje was. Dat bleek een groot woord voor een vitrine met boeken over de geschiedenis van de stad en enkele catalogi die voor musea waren uitgegeven. Intussen bleek het bijna de enige plek waar je de catalogus van het Winckelmann-museum kon kopen. In het Winckelmannmuseum zelf waren een Italiaanse en een Engelse versie van de museumgids aan de ketting gelegd om in te zien, maar ze waren er niet te koop. Waarom niet? Dat was niet duidelijk te krijgen. Maar hier, in het theatermuseum, konden we het boek voor een klein bedrag meenemen.

De boekhandels in deze streek hebben heel soms een Engelse afdeling. Die in Udine bijvoorbeeld, een uurtje verderop in Friuli, bezat vier Engelse boeken: de werken van Poe, The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde, een roman van Jane Austen en een klassieker van Stevenson. Wel is ongeveer de hele wereldliteratuur in Italiaanse vertalingen aanwezig.

Bij de kassa van het theatermuseum waren nog vijftien boekenplanken te zien in een kast met het opschrift: Bookcrossing. Libri in Movimento.

Theatermuseum Carlo Schmidl, Triëst:
Bookcrossing. Libri im Movimento, 2022


De toelichting maakt duidelijk dat dit uit het buitenland overgewaaide gebruik probeert om boeken die men om wat voor reden dan ook van de hand wil doen niet in de vuilnisbak terecht komen, maar op deze plek worden aangeboden. Maar, staat erbij, als je een boek interessant genoeg vind om mee naar huis te nemen, wordt van je verwacht dat je een ander boek, dat voor anderen interessant kan zijn, in de kast plaatst. Het moet wel in goede staat zijn. Geen verregende exemplaren, geen boeken die incompleet zijn, geen stinkende boeken, geen boeken met schimmels of insectenresten. Het Italiaanse tekstje vertelt dat laatste allemaal niet, maar houdt het simpel en zegt niet wat onder een 'goede' conditie wordt verstaan.

Theatermuseum Carlo Schmidl, Triëst:
Bookcrossing. Libri im Movimento, 2022

De planken waren geheel gevuld, zonder gaten voor nieuwe boeken, zonder veel beweging leek het; alsof er wel boeken bij kwamen maar niet werden meegenomen. Net als in de boekwinkels staan in deze overvolle kasten voornamelijk Italiaanse romans en in het Italiaans vertaalde romans, zoals die van Judith Kranz, Danielle Steele, Erskine Caldwell, Erica Jong en Joyce Carol Oates.

Alastair MacLean in het Theatermuseum Carlo Schmidl, Triëst:
Bookcrossing. Libri im Movimento, 2022
Tussen die vertaalde romans lijken ook enkele Engelstalige werken te staan, maar dat is bedrieglijk. De roman Goodbye Janette van Harold Robbins is niet een Engelstalige editie, omdat de Italiaanse uitgever Mondadori de titel onvertaald liet. Het uitgeversmerk op de rug maakt duidelijk dat dit om de Italiaanse vertaling moet gaan (uit 1981 of 1983 waarschijnlijk). De meeste romans van Robbins verschenen hier onder een vertaalde titel, maar soms klonk het Engels kennelijk te sexy om te vertalen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de roman 79, Park Avenue. Als je dat vertaalt, verkoopt het natuurlijk niet meer. Viale del parco, 79. Daarom ook kreeg een roman van Alistair MacLean de fijne Italiaanse titel Il Golden Gate. Hier aanwezig in de uitgave van Club degli Editore uit 1977.

Dit is zo'n verzameling boeken waarin de tijd gefixeerd lijkt. 

Staan er alleen Italiaanse, Britse en Amerikaanse auteurs in deze kasten?

Harry Mulisch in het Theatermuseum Carlo Schmidl, Triëst:
Bookcrossing. Libri im Movimento, 2022


Nee. 

Tussen de populaire auteurs uit de jaren zeventig en tachtig staat een roman van Harry Mulisch, L'Attentato, verschenen bij Feltrinelli in 1986 (herdruk 1989). Recent, in 2021, verscheen trouwens een editie bij Neri Pozza in Vicenza.

Wie neemt die roman mee naar huis?

vrijdag 23 september 2022

329. Satirische beeldstatistiek: Peter Alma

Door een toeval kocht ik voor de KB vorig jaar vroege én late satirische prenten van kunstenaar Peter Alma (1886-1969) - zie Wikipedia. Hij maakte ze vaak naar aanleiding van sociaal onrecht of als illustratie bij beeldstatistieken die in opdracht van bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam werden uitgegeven.

Een voorbeeld van de eerste categorie is er een van tien die verschenen onder de duidelijke titel Kapitalistische orde (waarschijnlijk 1931), uitgegeven door de Socialistische Kunstenaarskring. Het zijn schematische voorstellingen van beroepen die ver afstaan van zijn socialistische idealen. De afbeeldingen van een minister, diplomaat, advocaat of bankier benadrukken de persoonlijke luxe waarin zij leven en de hoge salarissen die zij ontvangen. Bij de bisschop en de priester zien wij andere symbolen.

Peter Alma, 'Priester' uit Kapitalistische orde (1931) 

De priester staat groot in het midden van de voorstelling. De overige geestelijken zitten in banken, hun handen gevouwen in gebed, hun ogen gesloten. De gelaatsuitdrukkingen zijn samengevat door een kruisje dat de neus en mond symboliseert. (De ogen hoeven niet worden afgebeeld omdat ze gesloten zijn.)

De priester draagt een soutane. Zijn ogen zijn geopend, hij kijkt ons aan. Het kruisje in zijn gezicht verbeeldt zijn ogen en neus, terwijl de mond als een streepje eronder is getekend. Een religieus symbool, het kruis aan een ketting, hangt daar waar zijn eigen kruis zich onder de soutane bevindt. De priester is van het weldoorvoede type.

Vanaf 1931 maakte Alma ook beeldstatistieken (zie daarover het boek van Wim Jansen, Beeldstatistiek. Peter Alma, dat in 2014 bij De Buitenkant verscheen). Hij leerde het vak bij de aartsvader van de beeldstatistiek, Gerd Arntz.

In zulke beeldstatistieken worden hoeveelheden en veranderingen daarin weergegeven door symbolen, zoals een huishouden dat wordt verbeeld door een huisje. De laatste beeldstatistieken van Alma verschenen kort na de oorlog in 1946 in een boekje van het Bedrijf der Gemeente Waterleidingen in Amsterdam: De trouwe kraan. Het werd uitgedeeld aan de leerlingen van middelbare scholen, onder andere met de aansporing geen water verloren te laten gaan. Bekend is zijn tekening van een lekkende kraan waaruit het water een zwembad vult waarin zwemmers duiken en spartelen. Motto: 'Een kraan die lekt vult in een jaar het Zuiderbad'.

Niet satirische, pure beeldstatistiek presenteert het overzicht van watergebruik in de huishouding. Het is een vergelijking tussen 1896 en 1946 - het bedrijf bestond toen 50 jaar.

Peter Alma, beeldstatistiek in De trouwe kraan (1946)

Het huishoudelijke verbruik per persoon is weergegeven door emmers. Waren dat er in 1896 nog vier per persoon per jaar (dat is 40 liter), in 1946 was dat aantal gestegen tot 9 en een half. Het laatste is weergegeven door een kleiner emmertje.

Alma's zorgvuldigheid koppelde hij aan strijdlust en satire, zodat zijn sociale gevoel voor rechtvaardigheid zich zelfs kon uitspreken in een neutrale folder van de gemeente.

donderdag 8 september 2022

328. Van overval tot kunstenaarsboek: Beldan Sezen

Binnenkort wordt aan Beldan Sezen de Künstlerbuchpreis 2022 van de Herzog August Bibliothek in Wolfenbüttel uitgereikt. De KB bezit van deze kunstenares drie boeken. Op haar website is een korte biografie opgenomen waarin onder andere te lezen valt: 'She is Turkish by ethnicity, German by birth, and a resident of both the Netherlands and the U.S. – all of which allows her to observe society as an insider and outsider simultaneously'. Ze studeerde in Duisburg en Amsterdam. Haar werk neemt vaak strips als uitgangspunt, is politiek van aard en technisch uniek.

Beldan Sezen, To Keep That Bit of Physical Distance (2016) [omslag]
[© Beldan Sezen. Afgebeeld met toestemming van de kunstenares]

Een voorbeeld daarvan is To Keep That Bit of Physical Distance uit 2016. Het formaat is vrij groot - 34 cm hoog. De teksten zijn niet gedrukt, maar met de hand aangebracht door middel van een speciale afdruktechniek, maar wat als eerste opvalt is dat de pagina's witgekalkt zijn en dat onder die laag verf nog afbeeldingen zichtbaar zijn.

Beldan Sezen, To Keep That Bit of Physical Distance (2016)
[fragment van pagina 7]
[© Beldan Sezen. Afgebeeld met toestemming van de kunstenares]

In dit boek schemeren plaatjes van een Turks stripboek door en dat is geen willekeurige keuze. Het verhaal in dit boek, eigenlijk meer een relaas, een overdenking van persoonlijke reacties en politieke verantwoording, begint met een straatoverval die Sezen in Istanboel ondergaat. Op de tweede dag van haar verblijf in de stad wordt ze om een uur of negen met een pistool bedreigd. Net nadat ze schoolkinderen is gepasseerd en een steeg is ingelopen. Het is de eerste keer dat zij zoiets meemaakt.

Beldan Sezen, To Keep That Bit of Physical Distance (2016)
[fragment van pagina 5]
[© Beldan Sezen. Afgebeeld met toestemming van de kunstenares]

Achteraf voelt zij zich schuldig dat ze niet naar de politie is gegaan. Nu lopen anderen nog steeds gevaar hetzelfde te overkomen. Maar Turkije had in 2016 ander geweld te verwerken: tientallen bommen gingen er vanaf januari 2016 af. Sezen was in 2016 in januari/februari 2016, kort na de eerste aanslagen. Er waren zelfmoordaanslagen door verschillende groeperingen. Het geweld dat Sezen treft valt daarbij in het niets en werkt door in een schuldgevoel: 'I can't save the world'. 

Daarna vertelt zij dat de dader haar wilde beroven van geld, maar dat hij haar liet gaan zonder het af te pakken: 'His values, his goals. His decision.' Deze machteloosheid, het gebrek aan invloed op wat er gebeurt, blijft haar het meeste bij. Afhankelijk te zijn van bruutheid en willekeur.

De geschreven teksten worden afgewisseld met en begeleid door tekeningen in kleur. Het lijken misschien zelfportretten, maar de in groen uitgedoste figuur die op haar kop staat, yoga-oefeningen doet, alsof zij zichzelf een houding probeert te geven, verbeeldt eigenlijk de gewone Turkse soldaat die alleen maar kan toekijken, meningloos. Ook de dader komt deels in beeld: zijn uitgestrekt hand, een portret ten voeten uit met zwarte bivakmuts en blauwe schoenen - een karabijn ernaast als symbool van geweld. 

Andere afbeeldingen zijn van dagelijkse handelingen zoals geroer in een kopje koffie. Tekeningen van  koepels en minaretten worden symbolen van religieuze en politieke macht. Een van die tekeningen toont de groene figuur ingeklemd tussen de bruine muren van de stad. Het verhaal van de overval en het ongedeerd vrijkomen is uitgespreid over twee tegenoverliggende pagina's.

De ondergrond is voor alle pagina's ook een impliciet commentaar: de witgeschilderde pagina's bedekken de bedrukte pagina's van politiek-satirische cartoons die in Turkije te koop zijn, in dit geval het tijdschrift Penguen dat in 2017 werd verboden. Ze schemeren door alle teksten en afbeeldingen heen - tonend dat satirisch commentaar op de nationale politiek weliswaar verboden en bestraft kan worden, maar dat het ondergronds blijft bestaan.

Op de laatste pagina (de rectozijde van het achteromslag) verandert de kleur inkt van zwart in rood en verandert het perspectief van het persoonlijke naar het algemene.

Beldan Sezen, To Keep That Bit of Physical Distance (2016)
[fragment van pagina 15]
[© Beldan Sezen. Afgebeeld met toestemming van de kunstenares]

De straatoverval wordt symptomatisch voor de staat als geheel waar niemand veilig is voor de terreur van een bewind. Daarbij toont Sezen een cellospeler met gasmasker. 

De rode belettering is direct aangebracht, geschreven met een kroontjespen op het witgeschilderde papier. De zwarte teksten zijn voor deze oplage van veertien exemplaren zijn op een bijzondere manier afgedrukt.

Eerst tekent Beldan Sezen haar tekening op transparant papier (onion skin paper), een dunne, lichte papiersoort. Het is bevestigd aan het papieren vel dat in het boek zal komen, maar het ligt ernaast. Ze trekt de tekening over met een scherpe pen en Oost-Indische inkt. Vervolgens keert zij het vel om zodat het op het andere vel komt te liggen en dan drukt zij met haar vingers de inkt  op het papier van het boek. 

Elk exemplaar wordt uiteindelijk net iets anders vanwege de onderschildering en de druk van de vingers. Er ontstaan soms vlekken of hiaten, vandaar dat het de 'blotted line technique' wordt genoemd die ooit door Andy Warhol werd gebruikt voor zijn tekeningen van schoenen. [Zie een Youtubefilmpje van het Andy Warhol Museum.]