vrijdag 11 januari 2019

227. Zadkine's boekillustraties

Nog tot 3 maart is in Museum Beelden aan Zee een grote overzichtstentoonstelling van de beeldhouwwerken van Ossip Zadkine (1890-1967) te zien. Beeldhouwwerken van brons, steen en hout, monumentaal of intiem, abstract of figuratief. Er zijn ook gouaches te zien en die hangen dicht bij een kleine serie beelden van dichters en schrijvers zoals Alfred Jarry en Apollinaire.


Ossip Zadkine, 'Figure au bouquet de pinceaux' (gouache)
Een van de gouaches toont een figuur met 'boeket van penselen': aan een tafel zit een vrouwelijke figuur met glas, deels verborgen achter een grote vaas waarin geen bloemen maar penselen in allerlei kleuren zijn gestoken. Op de voorgrond zijn een tweede glas en een fles te zien en daarnaast een element dat we in zijn beelden bijna niet tegenkomen, maar wel in zijn werk dat gewijd is aan schrijvers: namelijk boeken en pagina's. In dit geval een opengeslagen blad, zo te zien met tekst (en bijvoorbeeld niet een partituur), maar het geheel is eerder een tijdschriftachtig object dan een boek of een krant. Geen plaatjes, geen kolommen, geen afzonderlijke alinea's, maar een doorlopende tekst. Opvallend is dat de linkermarge van de rechterpagina bijna transparant geschilderd is waardoor door het object heen de tafel zichtbaar is, wat een extra ruimtelijk effect geeft.



Ossip Zadkine, ontwerp voor een monument voor Alfred Jarry (1938)
Zo'n soort object, slap als een tijdschrift, is ook onderdeel van een beeld van Alfred Jarry, een klein uitgevoerde studie (uit 1938) voor het monument dat uiteindelijk pas in 1968 werd uitgevoerd in het Franse plaatsje Laval. Alfred Jarry - uitvinder van de 'patafysica (de wetenschap van de denkbeeldige oplossingen) - legt één hand op het geschrift, terwijl hij met zijn andere hand in tegengestelde richting wijst.
Ossip Zadkine, De dichteres (1954)
Een van de veelvuldig door hem afgebeelde symbolen is de lier, zoals bij beelden van Orpheus of van 'De dichteres' uit 1954, een half rechtop zittende figuur van brons. 

Niet te zien in de tentoonstelling zijn de boekillustraties van Zadkine. In de Collectie Koopman van de KB bevinden zich enkele Franstalige boeken met etsen van Zadkine. Zes etsen begeleiden de gedichten van Robert Ganzo: in zijn bundel Lespugue klinkt zoals altijd de sfeer van zijn geboorteland Venezuela door: rondingen en slangen, licht en parelmoer, schaduwen en aarde - de wereld van Ganzo sprankelt altijd. (Zie over deze liefdesgedichten de website van de KB: Lespugue.)


Ossip Zadkine, ets voor Lespugue (1966)
Deze geïllustreerde editie verscheen in 1966 toen Zadkine 76 jaar was. De etsen zijn gesigneerd met zijn initialen: O.Z.  Ze werden gedrukt op de handpers van Jacques David in Parijs, de meeste op één pagina, een enkele over twee pagina's. Het thema van alle etsen is omhelzing, omstrengeling. Ze lijken sterk op schetsen, zoals een beeldhouwer die maakt voor zijn beelden, met arceringen voor de schaduwgebieden langs de rug of het onderbeen. 

Robert Ganzo, Lespugue (1966): colofon
Onder het colofon staan de handtekeningen van Ganzo en Zadkine bij elkaar.

Zadkine illustreerde zeker tien boeken, hoewel de helft ervan maar één bijdrage van hem bevat naast bijdragen van andere kunstenaars. De andere vijf laten litho's of etsen zien en zijn allemaal in de jaren zestig - dus vrij laat in zijn carrière - ontstaan, hoogstwaarschijnlijk geheel op verzoek van de uitgevers. De enige uitzondering is een litho die in 1948 al werd gedrukt in Camille Bryans La chair et les mots. Meestal bleef het bij één illustratie; alleen bij de gedichten van Robert Ganzo (zes etsen) en die van Apollinaire (tien etsen) werd flink uitgepakt.

In de tentoonstelling zijn die etsen niet te zien, maar wel honderd beelden en die lokken nog steeds reacties uit, zoals het beeld 'Boeddha' uit 1919 laat zien.


Ossip Zadkine, 'Boeddha' en bezoeker (januari 2019)


vrijdag 21 december 2018

226. Verborgen luxe editie: Kruis of munt?

In 1993 overleed de schrijfster Jo Boer en het jaar daarop werd zij al tot de 'vergeten auteurs' gerekend en dat is ze nog steeds. Af en toe komt haar werk toch nog in de handel. Niet heel lang geleden bood veilinghuis Zwiggelaar haar roman Kruis of munt aan. Die was verschenen in 1949 en had daarvoor al de F. Bordewijkprijs gekregen (die werd toen nog de Vijverbergprijs genoemd, al heette de prijs aanvankelijk de Prijs voor de Haagse Roman: zo staat het ook in het boek.)

Momenteel zijn online geen exemplaren van de eerste drie drukken te koop (verschenen in 1949 en 1950), wel een van de herdruk uit 1991. Er zal ook niet veel behoefte zijn aan deze roman over de haat van dochter Jopie Landman voor haar moeder Aletta Waringa. Jopie Landman is natuurlijk een schuilnaam voor Jo Boer. Landman!

Gewoon en luxe exemplaar van Joe Boer, Kruis of munt (1949)
Het exemplaar bij Zwiggelaar was speciaal gebonden in half perkament. Dat stond in geen enkele bibliografie. Het staat niet in het boek, maar is door Jo Boer zelf vermeld in een brief aan Adriaan Goekoop (1908-1977), die voor in het boek is gelijmd.

Jo Boer schreef daarin: 

Ik laat U door mijn uitgever een luxe exemplaar van Kruis of munt zenden; er bestaan drie gelijke exemplaren, één blijft in de bibliotheek van den heer Stols, het tweede laat ik U zenden en het derde blijft mijn privé bezit.


Jo Boer aan Adriaan Goekoop, [18 april 1949] 
Ze schreef het briefje op Tweede Paasdag, 18 april 1949, en een week later zette Goekoop in het exemplaar zijn eigen handtekening. De brief bevatte ook een gedroogd bloemetje, een wilde hyacint uit haar tuin in Frankrijk. De restanten daarvan zijn nog zichtbaar.


Adriaan Goekoops exemplaar van Kruis of munt (1949)
Dit luxe exemplaar kreeg Goekoop omdat hij had ingestemd met het vermelden van de echte naam van het woonhuis van zijn familie, "Sorghvliet", oftewel Het Catshuis. Goekoop bracht er zijn jeugd door. In haar roman beschreef Jo Boer een kinderfeestje dat ze er bijwoonde. In haar eerste brief aan Goekoop (december 1948) schreef ze dat zij nooit de 'schilder-schrijver' geworden zou zijn die ze was zonder kennis genomen te hebben van het 'toverland' dat dit landgoed was, temidden van 'die verschrikkelijke stad den Haag'. Goekoop gaf niet alleen toestemming, hij liet ook anjers bezorgen bij de prijsuitreiking en stuurde een foto van het huis in de sneeuw.


Brief van Jo Boer aan Adriaan Goekoop (december 1948)
Het luxe exemplaar - één van slechts drie dus - bevatte ook een erratumblaadje met gegevens over het lettertype (Bembo), de drukker (Boosten & Stols) en de binderij (N.V. J. Giltay & Zn. Dordrecht), gegevens die al evenmin in het boek te vinden zijn. Er staat overigens niet dat de drie luxe exemplaren op ander papier gedrukt zijn dan de gewone oplage. Alleen de luxe exemplaren zijn gedrukt op papier met het watermerk van Van Gelder Zonen.

Het erratum bevat één correctie.


Erratum bij Kruis of munt (1949)
Op bladzijde 61 van de roman is een verkeerde naam genoemd. Namelijk die van Agatha, waar Aletta moest staan. In het gewone KB-exemplaar dat in 1949 werd aangeschaft heeft een lezer die naam met een paarse stift "verbeterd", hoewel er geen erratum-strookje in dat exemplaar is aangetroffen.


Correctie in Jo Boer, Kruis of munt (1949)
Dat is in het luxe exemplaar niet gebeurd. Dat bijzondere exemplaar - je vraagt je af: waar zijn die andere twee gebleven? - zal binnenkort beschikbaar zijn in de KB.

[Inmiddels opvraagbaar via de KB catalogus.]

dinsdag 6 november 2018

225. Het Land van Tederheid

In het Louvre-Lens, een half uurtje ten zuiden van Lille in de verlaten mijnstreek in de regio Nord-Pas-de-Calais, is momenteel een tentoonstelling te zien over 'L'Amour', de liefde dus, of liever, de seksuele verhouding tussen de seksen.


Louvre-Lens (oktober 2018)
De inrichting van de zalen in deze speciale tentoonstelling is schitterend, de gekozen werken niet zelden middelmatig maar wel illustratief voor de subthema's, zoals daar zijn: de veroordeling van de vrouwelijke seksualiteit, de hoofse liefde, de relatie tussen de seksen, het genot en het gevoel. In een van de zalen werd een kaart getoond van een imaginair landschap met plaatsen die geliefden moeten aandoen (of juist vermijden) op hun weg naar de liefde. 



Madeleine de Scudery,  Clélie, histoire romaine (1654)
Die kaart van het 'Land van Tederheid' verscheen in Madeleine de Scudéry's Clélie, histoire romaine in 1654. In 1676 verscheen er een Nederlandse editie van; ook de kaart was in het Nederlands gesteld, met een 'zorgelikke zee' (La mer dangereuse) en het 'meijr van onverschillentheijt' (lac d'indiference) en met plaatsen als Teederheit, Aandringen, Vergetenheit, Goedtheit, Opgeblaazenheit, Oprechtigheit en de stad Nieuwe Vrientschap.



De Scudéry, Clelie. Roomsche historie (1676)
Nu bestaan er vrij weinig plaatsnamen die verwijzen naar eigenschappen, karaktertrekken en gevoelens. Plaatsen als Ontzagh en Deughtzaamheit kennen we in Nederland niet. In de relationele sfeer kennen we wel plaatsen als Echten, in de rationele sfeer is er Oordeel en in de emotionele sfeer is er bijvoorbeeld Vrederust. Te weinig voor dichters om een literaire tocht door het land te maken, al zijn er veel plaatsnamen die tot de verbeelding kunnen spreken, zoals Broek, Dante, De Geest, De Hel, Kinderbos, Klef, Muggenbeet, Oventje, Vrouwenverdriet en Vuilkop.

Maar met vindingrijkheid kom je een eind, ook als er buitenlandse plaatsnamen mogen worden meegenomen, zoals die in Zuid-Afrika. De dichter Peter Heringa (1945-1978) gebruikte een reeks plaatsnamen in zijn gedicht 'Een dronk op het terras van La Concorde', voor het eerst verschenen in de onder het pseudoniem H.G. Liebentrau gepubliceerde bundel Vrijstaat (1982).



H.G. Liebentrau, Vrijstaat (1982)
La Concorde, de eerste locatie in het gedicht, ligt ten oosten van Kaapstad in het plaatsje Paarl. Concorde betekent: harmonie.


H.G. Liebentrau, Vrijstaat (1982)
De tweede naam is Vrijstaat, dat niet alleen verwijst naar de betwiste streek in Zuid-Afrika, de voormalige Oranje Vrijstaat (vrijstaat betekent eigenlijk: onafhankelijke republiek), maar hier in een seksuele betekenis wordt gebruikt voor wat in Clélie nog 'tederheid' werd genoemd, de staat van het vrijen, seks. De annexatie van die staat slaat dan op een seksuele verovering en 'eenwording'.


H.G. Liebentrau, Vrijstaat (1982)
Op de zoon van Rust-en-Vrede kom ik nog terug. Rust-en-Vrede is een landhuis in Stellenbosch. Maar de weg die deze zoon aflegt begint elders.


H.G. Liebentrau, Vrijstaat (1982)
Helderberg is een gebied onder Stellenbosch, ten oosten van Kaapstad. We bevinden ons dus nu in het zuidoosten van Zuid-Afrika, en de reis gaat in noordoostelijke richting. De volgende plaats is dan Springfontein, maar de naam Donkerpoort werd niet voor niets al genoemd, die ligt op een diagonaal tussen Helderberg en Springfontein. Dan zitten we al in de provincie Vrijstaat! Intussen wordt ook duidelijk dat de plaatsnamen verwijzen naar een homoseksuele vrijpartij, en de 'ontbranding' blijft niet lang uit. De volgende plaatsnaam is Brandfort, dat ten noorden van de plaats Bloemfontein moet worden gezocht. We reizen langs een rechte lijn door de Vrijstaat.

Na Edenville en Heilbron verwijzen beide naar een passionele, bevredigende verrukking, waarna de eenwording in Vereeniging plaatsgrijpt. 'We komen er', staat er voor de duidelijkheid nog bij. De plaats Vereeniging ligt juist buiten de Vrijstaat. Het is dus alweer voorbij.


H.G. Liebentrau, Vrijstaat (1982)
Maar dan begint het tweede bedrijf en die tocht gaat terug naar de bron, zogezegd, want dan volgt de spreker in het gedicht 'een zout spoor dat ik traag volg omlaag'. Het woord 'voortrekker' krijgt hier een andere betekenis.

Intussen is de zoon van Vrede-en-Rust nog van belang. Vereeniging ligt ten zuiden van Johannesburg. Iets ten oosten daarvan ligt het plaatsje Vrede. Helemaal aan het begin van de tocht, in de Westkaap, ligt het plaatsje De Rust. De zoon van Rust-en-Vrede is dus een zoon van Zuid-Afrika, maar ook een brenger van het tegendeel van rust en vrede: passie en overgave.

De KB heeft twee exemplaren van de bundel Vrijstaat die werd gedrukt door Ger Kleis voor zijn private press Sub Signo Libelli. Het ene is gebonden in linnen en op fraai papier van Zerkall-Bütten gedrukt, het andere is een exemplaar van de luxe editie die werd gedrukt op negentiende-eeuws papier en gebonden in halfleer met platten die bedekt zijn met marmerpapier.



H.G. Liebentrau, Vrijstaat, 1982
Peter Heringa publiceerde tijdens zijn leven uitsluitend werk bij private presses, en af en toe iets in het tijdschrift Maatstaf, waarin ik in 1987 ook een artikel over zijn gedichten en vertalingen publiceerde (online te lezen via DBNL). Een van de recensenten van dat nummer van Maatstaf kon niet geloven dat zo'n dichter echt zo onbekend was; het moest dus wel om een grap moest gaan, een mystificatie. 

Heringa bleef onbekend, ook al publiceerde Gerrit Komrij in 2005 een bloemlezing uit zijn werk onder de titel Quasi una romanza. Dat was een deel van Komrij's Sandwich-reeks, waarin debuten verschenen, maar ook werk van vergeten dichters. Heringa debuteerde daarmee voor het grotere publiek meteen als een vergeten dichter...

zaterdag 3 november 2018

224. Kunst in de bibliotheek: Vijftig jaar Collectie Koopman

Kunst van beroemde kunstenaars - van Picasso tot Zadkine - bevindt zich ook in de bibliotheek. De Collectie Koopman bevat werken met originele litho's, etsen, schilderingen en tekeningen van kunstenaars als Pablo Picasso, Henri Matisse, Fernand Léger, Georges Braque, Giorgio de Chirico, André Derain, Fernand Khnopff, Antoni Tàpies...

Ossip Zadkine, illustratie voor Robert Ganzo, Lespugue (1966)
Maar ook van Man Ray, Karel Appel, Elsworth Kelly, Barbara Visser, Foujita, Ossip Zadkine, Aristide Maillol, Max Ernst, Alberto Giacometti, Enrico Baj, Pierre Alechinsky, Joan Miró, Sonia Delaunay, Salvador Dali, Henri Laurens, Alexander Calder, Eduardo Chillida, Burgi Kühnemann, Serge Poliakoff, Lauren Berkowitz en nog veel meer.


Zadkine bijvoorbeeld illustreerde een bundel gedichten van Robert Ganzo, uitgegeven bij Sautier in Parijs: Lespugue. De zes etsen van Ossip Zadkine uit 1966 - in dat jaar werd hij 76 jaar - zijn gesigneerd in de plaat en afgedrukt op de handpers door Jacques David in Parijs. Een van de zes etsen beslaat een dubbelblad. Omhelzingen, verstrengeling, eenwording, passie en omarming zijn onderwerpen, die door arcering een bepaalde intensiteit uitdrukken. Van de figuren zijn alleen de contouren en de schaduwwerking aangegeven, alsof het om beelden gaat. De stijl van Zadkine, in Nederland bekend om zijn beeld van de verwoesting van Rotterdam, is hierin duidelijk herkenbaar: expressief en kubistisch, met een lyrische toets.

Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat Louis Koopman overleed, de grondlegger van de Collectie Koopman in de KB. Wij herdenken hem met speciale presentaties in de vroege avond van 15 november en 13 december (om 18.00 uur). Ook volgend jaar worden enkele bijeenkomsten gepland. 

Voor meer informatie en aanmelden, zie de website van de KB.

woensdag 31 oktober 2018

223. Matisse in Lille - en in Den Haag

Het Museum voor Schone Kunsten in Lille ontving in 1947 een geschenk van de schilder Henri Matisse: een album met 20 prenten die waren gemaakt voor het boek Jazz dat toen verscheen bij uitgeverij Tériade. Het is het beroemdste kunstenaarsboek van Matisse.


Bladen uit Jazz (1947)
Van 12 oktober (tot en met 14 januari volgend jaar) besteedt het Palais des Beaux Arts in de catacomben aandacht aan deze portefeuille met in pochoir gedrukte afbeeldingen. De expositie heet Jazz-Matisse. Getoond worden de bladen zonder teksten zoals die in de portefeuille los werden gepubliceerd - onduidelijk blijft dat die prenten eigenlijk bedoeld waren om met tekst te worden gecombineerd, zoals in het boek het geval is. Matisse schreef zelf de teksten voor dit boek en voor de uitgave schreef hij ze helemaal uit en werden ze gereproduceerd naar zijn handschrift. Dat element is dus in de tentoonstelling helemaal niet te zien. Wel ziet de bezoeker lege pagina's tegenover de prenten. Je ziet wel vaker dat dit soort kunstenaarsboeken niet als boekobject, maar als kunst wordt geëxposeerd.


Matisse, Jazz (1948)
Volgend jaar is het 150 jaar geleden dat Matisse (1869-1954) werd geboren. Hij kwam in zijn jeugd vaak in Lille en schreef daar later over dat hij er de twee schilderijen van Goya bewonderde: 'Les Jeunes' en 'Les Vieilles'. En dat hij destijds dacht: dat wil ik later zelf ook maken.


Goya, Les Vieilles (fragment)


Uitspraak van Matisse over Lille
Bij het verschijnen van Jazz ontving de kunstenaar zelf 60 exemplaren van het boek (oplage: 250) en twintig van de portefeuille (oplage: 100). Nummer 66 van de mappen gaf Matisse dus aan het museum in Lille. Het lijkt erop dat de hele oplage meteen werd opgekocht door antiquaar Pierre Berès, die er met een gala-opening aandacht voor wist te genereren. Hij exposeerde het boek in Parijs vanaf december 1947 en later, begin 1948, in zijn galerie in New York. Hij distribueerde de uitgave in beide landen.



Matisse, Jazz (1948)
De map heeft op de voorzijde een titelpagina geplakt. Het is een van vele ontwerpen door Matisse met het woord 'Jazz' - hij experimenteerde nogal met de letters - en deze is anders vormgegeven dan die van het eigenlijke boek. 

Een van de prenten toont ook de titel die Matisse aanvankelijk koos, Le Cirque. Dat was namelijk het thema van veel van de voorstellingen: trapezewerkers, degenslikkers, Pierrot en andere figuren waren afkomstig uit het circus. Maar hieraan werden andere beelden gekoppeld, waaronder drie van een lagune - Matisse was erdoor geïnspireerd geraakt tijdens zijn verblijf op Tahiti in 1930. Het zijn abstracte beelden, gebaseerd op zijn knipsels uit gekleurd papier: ze stellen glinsterende, tropische kleuren voor, golven en de onderwaterwereld.

Er zijn verschillende exemplaren van Jazz in Nederland, onder andere een incompleet exemplaar in het Stedelijk Museum Amsterdam en twee exemplaren in Museum Voorlinden.


Matisse, Jazz (1948)
De KB heeft onlangs voor de Collectie Koopman een zeldzaam prospectus voor de uitgave aangekocht. Deze uitgave wordt zelden gedocumenteerd en bijvoorbeeld niet genoemd in het werk van John Bidwell, Graphic Design. Matisse and the Book Arts (2015). 

Het prospectus richt zich op de Duitse markt, de tekst is in het Duits, en is met een speciaal geschreven voorwoord  van Kurt Martin (1899-1975) uitgegeven in Stuttgart door uitgever Gerd Hatje. Het werd in diezelfde plaats gedrukt. Het bevat twee verkleinde reproducties van de prenten 'De begrafenis van Pierrot' en 'De messenwerper'. 


Duits prospectus voor Jazz (1948)
Op de titelpagina van het prospectus is ook gedrukt: 'Verlag Gerd Hatje', maar in dit exemplaar is het adres overgeplakt met de naam van de oorspronkelijke uitgever: 'Tériade éditeur'. Wat is hier gebeurd? Heeft Tériade dan toch niet alle exemplaren overgelaten aan Berès? Vond Tériade dat Hatje zich niet als uitgever van het boek mocht profileren?

De uitgave van Jazz was een succes, met verkopen in Frankrijk en Amerika, die Tériade niet direct verwacht had. Matisse vond aanvankelijk dat de reproducties in pochoir iets misten wat de originele collages wel hadden. De kleuren waren minder levendig, daardoor oogde het boek minder spontaan, maar zulke bedenkingen kreeg de kunstenaar vaak als iets net klaar was. Door het succes draaide hij bij. 


Enkele bladen uit het Duitse prospectus voor Jazz (1948)
Of het boek ook in Duitsland veel verkocht werd, dankzij de uitgave van Gerd Hatje, is niet te achterhalen. Maar wel is er iets te zeggen over het doel van het prospectus. Het is - de zeldzame keren dat het verhandeld is - een prospectus genoemd, maar is in feite een begeleidende uitgave bij een tentoonstelling geweest. In 1948 publiceerde Hatje dit als zijn vijfde uitgave (zie hierover: ...absolument moderne... Gerd Hatje. Bücher zu Kunst und Architektur 1945-2002). 

Deze tentoonstelling werd georganiseerd door de Franse organisatie Direction de l'Education publique, en wel door de onderafdeling Sous-Direction des Beaux-Arts. Deze werd geleid door Maurice Jardot (1911-2002) en hield zich bezig met het restaureren van monumenten en de organisatie van tentoonstellingen in de zone van het Duitsland die door de Fransen werd bestuurd. De bemoeienissen met de kunst waren een poging het Franse humanisme als democratische en moderne overtuiging in Duitsland over te brengen.

Vandaar dat er in het boekje een speciale toestemmingscode van de Direction de l'Education Publique is afgedrukt: 'G.M.Z.F.O. Visa No. 6573/T'. G.M.Z.F.O. staat voor: Gouvernement Militaire de la Zone Française d'Occupation. Maar er was nòg een organisatie die in de Franse militaire zone opereerde en dat was Direction de l'Information. Ook zij gaven een nummer aan de Matisse-uitgave: 'Autorisation No. 5121'. Eigenlijk stond de uitgave onder hun censuur.

De tentoonstelling met werk van Matisse vond plaats in het Augustinermuseum Freiburg (gegevens hierover te vinden in het Landesarchiv Baden-Württemberg). Het prospectus - want dat is het óók - verscheen dus als begeleidende catalogus bij een tentoonstelling, die waarschijnlijk door Maurice Jardot werd samengesteld - hij had de nodige contacten in Frankrijk.

maandag 29 oktober 2018

222. Art brut in LAM bij Lille

We verbleven enkele dagen in Lille en bezochten in de omgeving onder andere het LAM, het vroegere MAM dat tegenwoordig het Lille Métropole, musée d’art moderne, d’art contemporain et d’art brut heet. Het is dus een museum voor moderne kunst (grotendeels de schenking van het echtpaar Geneviève en Jean Masurel) dat is aangevuld met een collectie art brut.

De kunstenaar die de naam voor het genre Art Brut bedacht is Jean Dubuffet, die in de collectie vertegenwoordigd is door brieven aan surrealist André Breton, maar ook door enkele kunstenaarsboeken. Op zaal hing nu het werk Les Murs uit 1945. 


Jean Dubuffet, Les Murs (1945)
Het is een van de vroege boeken van Dubuffet, die zijn leven lang gefascineerd werd door wat nu outsider-kunst wordt genoemd, kunst gemaakt door amateurs, waaronder kinderen en psychiatrische patiënten. Dubuffet zocht in de kunst naar een ontsnapping uit de vaststaande cultuur door middel van spontaniteit en intensiteit. Het rauwe gebaar, de onverwachte geste.

Ook in de Collectie Koopman van de KB zijn werken van Dubuffet opgenomen, zoals het kleurrijke Cerceaux 'sorcellent uit 1967.


Max Loreau, Jean Dubuffet, Cerceaux 'sorcellent  (1967)
Hierin zijn de in zeefdruk vervaardigde illustraties een soort 'doodles' bij de gedichten van Max Loreau, die in een vette grote letter zijn gezet om bij de in zwart omlijnde vlakken van Dubuffet te passen. 

De KB bezit ook een exemplaar van Oreilles gardées van Dubuffet, met teksten door P.A. Benoit uit 1962. Hierin is de typografie veel experimenteler, met letters die los van hun woorden raken en woorden die over de pagina's dansen.



P.A. Benoit, Jean Dubuffet, Oreilles gardées (1962)
Het museum herbergt nog veel meer werken die me even deden denken aan de collectie in Den Haag, soms omdat ze ontbreken in de collectie, zoals een van de geïllustreerde opstellen van Le Corbusier, Le Poème de l'Angle Droit uit 1955. Daarin beweerde de architect dat het ontwerpen van een gebouw ook het scheppen van een levend wezen inhield, 'une créature'. Dat was wel iets anders dan zijn eerdere uitspraken waarbij hij het gebouw zag als een machine waarin mensen konden leven...


Le Corbusier, Le Poème de l’Angle Droit (1955)

vrijdag 12 oktober 2018

221. Een late Albert Verwey

Het gedicht 'Honestum Petimus Usque' schreef Albert Verwey in zijn laatste volledige levensjaar, 1936. In maart 1937 overleed hij, in juni verscheen het gedicht in een speciale lustrumaflevering van de Kroniek van hedendaagsche kunst en kultuur. Verwey schreef het gedicht op verzoek van het Amsterdamsche Studenten Corps voor het lustrum en het werd getoonzet door componist Henk Badings. De eerste uitvoering van de cantate vond plaats op 28 juni 1937.


Albert Verwey, 'Honestum Petimus Usque'
(Kroniek van hedendaagsche kunst en kultuur, juni 1937, p. 228-229)
De tekst van de cantate werd ook afgedrukt over twee pagina's in het programmaboekje. Dat staat keurig vermeld in de bibliografie van het Literatuurmuseum. Onlangs ontving de KB een apart vouwblad, met een deel van het gedicht - vijf strofen van vier regels - met erboven een driehoekige illustratie van een stad in puin. Onderaan het wapen 'Ardeat Vita' van de studentenvereniging. Deze uitgave is nergens vermeld.

Albert Verweij, Honestum Petimus Usque
De titel van het gedicht was het motto van de studentenvereniging (het betekent 'Onafgebroken zoeken wij het eervolle'). Omdat onder deze uitgave het wapen van de vereniging is afgedrukt moeten we aannemen dat dit een uitgave voor intern gebruik is geweest. Opvallend is dat hier de naam van Verwey niet met 'y', maar met 'ij' wordt geschreven.



Albert Verweij, Honestum Petimus Usque
De oplage is onbekend. Er is één exemplaar gevonden in het archief van de studentenvereniging. Het bevindt zich in het Stadsarchief Amsterdam. Dat is afgedrukt op een groter vel papier, maar verder identiek, en heeft ook hetzelfde watermerk.

Watermerk in Albert Verweij, Honestum Petimus Usque
Wanneer dit gedicht is uitgegeven is niet bekend, maar het zal uit dezelfde tijd stammen als de opvoering van de cantate en misschien aan een diner zijn uitgedeeld. De illustratie bovenaan zou dan kunnen verwijzen naar het recente bombardement van Guernica op 26 april 1937. Verwey maakte dit niet meer mee; de studenten hadden het nieuws daarover recent vernomen en konden de tekst er allicht mee in verband brengen.