![]() |
| Krijttekening, Den Haag, 15 mei 2020 |
Ligatuur - Paul van Capelleveen over zijn ervaringen als conservator in de KB nationale bibliotheek, Den Haag
maandag 18 mei 2020
280. Kinderspel
Kinderen spelen nu meer dan ooit buiten en hebben het krijt en oude hinkelspelen heruitgevonden. Voor onze deur tekenden ze een lange sliert met ergens het woord 'auto' - een hinkelspel, of hardloopspel waarvan ik de regels niet kon begrijpen. Er gebeurde van alles door elkaar en de regels werden natuurlijk al doende aangepast - tenminste op het geluid af te gaan. Ik heb het allemaal niet gezien, maar alleen vanuit de achtertuin gehoord. Het eind- of beginpunt is duidelijk: 'boek lezen'. Of dat nu de beloning is of de ultieme straf staat er niet bij.
Vertaler en tegenwoordig ook kinderboekenauteur Robbert-Jan Henkes suggereerde dat het een opdrachtenspel zal zijn, waarbij je misschien iets moet nadoen, bijvoorbeeld die auto. Hoe je 'boek lezen' moet naspelen weet ik niet.
donderdag 14 mei 2020
279. Tijd voor de ondergang
De toekomst wordt vaak somber ingezien. Voor bepaalde jaren buitelen de ondergangsvisioenen over elkaar. Het jaar 2000 was er zo een, maar eschatologische beroerdigheden worden voor bijna elk jaar wel een keer voorspeld.
In 2012 maakte Kerstin Schimandl een overzicht van ondergangsvoorspellingen, chronologisch gerangschikt: Les fins du monde. Weltuntergänge. Er is geen Nederlandse uitgave van helaas; jammer, want het is een hilarisch overzicht van verschrikkingen die nooit plaatsgrepen. Nu de toekomst méér ellende belooft dan een jaar geleden, kan dat een troost zijn.
In 2012 maakte Kerstin Schimandl een overzicht van ondergangsvoorspellingen, chronologisch gerangschikt: Les fins du monde. Weltuntergänge. Er is geen Nederlandse uitgave van helaas; jammer, want het is een hilarisch overzicht van verschrikkingen die nooit plaatsgrepen. Nu de toekomst méér ellende belooft dan een jaar geleden, kan dat een troost zijn.
![]() |
| Les Fins du monde. Weltuntergänge (2012) |
Iedereen weet dat er mogelijkheden te over zijn voor een apocalyps. Meteorietinslagen, gammaflitsen, zwarte gaten, een botsing met de Andromedanevel, opzwelling van de zon tot rode reus waardoor de aarde in vloeiende lava verandert - er zijn op heelal-niveau voldoende gitzwarte scenarios denkbaar. Toch bedenken mensen steeds nieuwe ondergangsmogelijkheden.
Die Andromedanevel en de Rode reus staan beide aan het slot van het boek van Schimandl, respectievelijk onder het jaar 4 miljard en 5 miljard. De voorspellingen beginnen (voor zover bekend) vanaf ongeveer 2800 jaar voor het jaar nul - Schimandl verzamelde 350 voorspelde apocalypsen.
Onze toekomst is dus beperkt. Neem het jaar 3797: Nostradamus voorspelde voor dat jaar de ondergang. Daarvóór is nog een kansje met het jaar 2280. Dat jaartal is berekend op basis van de Koran.
![]() |
| Les Fins du monde. Weltuntergänge (2012) |
Boeken – Koran, Bijbel, Nostradamus – spelen bij de voorspellingen een grote rol. Veel pagina’s en veel woorden staan ontelbare berekeningen toe. Dat is nodig, omdat (afkloppen!) de voorspellingen nooit uitkomen en je dus op basis van hetzelfde materiaal nieuwe voorspellingen moet kunnen berekenen. Isaac Newton gebruikte de bijbel en kwam uit op het jaar 2060. Een ander kwam op basis van hetzelfde boek echter uit op het jaar 2023.
![]() |
| Les Fins du monde. Weltuntergänge (2012) |
Ook de afmetingen van piramiden zijn een bekende bron voor berekeningen. Levert op: het jaar 2040. Kortom, we worden warm.
Schimandls verzameling bevat ook voor dit jaar een kans op de apocalyps, namelijk op 28 september 2020 – dat is op basis van nepwetenschappen als numerologie, dispensationalisme en creationisme voorspeld door de Amerikaan George Madray.
![]() |
| Les Fins du monde. Weltuntergänge (2012) |
Hoe erg de toestand vandaag ook is, het kan altijd nog erger. En hoe erg het ook wordt, de voorspelde ondergang lijkt steeds uit te blijven. Totdat de aarde opwarmt, de zeespiegel stijgt, de oceanen zich vullen met plastic en onze longen verdrinken in virussen. Dat staat te gebeuren op... ik ben de datum nog aan het berekenen op basis van alle uitgeleende e-books tijdens de lockdown, het aantal bestelde pakketten van de afgelopen weken en het aantal lezers van dit blog. Het is een lastige som, ik hoop dat ik het kan voorspellen vóórdat het werkelijk gebeurt.
maandag 11 mei 2020
278. Menu voor de Leeshonger
Veel feesten - zoals dat van 75 jaar bevrijding - vallen nu in het coronawater, of krijgen juist door de oorverdovende stilte een nog prangender betekenis. Onlangs kocht ik voor de KB een "menu" voor een eeuwfeest dat wél doorgang kreeg ook al speelde het zich midden in de oorlog af.
Het eeuwfeest van Broese in Utrecht werd gevierd op 2 juli 1943. Een omineuze datum. Die vrijdag werden namelijk drie verzetsmannen doodgeschoten door de Duitse bezetter: Douwinus Janse, Eliazer Pachter en Karel Walet. Voor de illegale CPN deden zij mee aan bomaanslagen in Amsterdam. Na hun arrestatie werden ze ter dood veroordeeld. Als extra straf werden ze begraven op een onbekende plek in de duinen. Het duurde tot 2015 voor hun lichamen konden worden geïdentificeerd.
Maar in Utrecht probeerde men - onder leiding van boekhandelaar Chris Leeflang (1904-1993) - het hoofd boven water te houden. De boekhandel was honderd jaar eerder geopend (op een andere plek weliswaar), op 26 mei 1843, toen boekhandelaar J.G. Broese, die afkomstig was uit Breda, Broese en Comp stichtte. Midden in de Tweede Wereldoorlog was Broese onder leiding van Leeflang uitgegroeid tot een boekhandel die het netwerk van illegale drukkers en uitgevers ondersteunde. Die uitgaven stonden niet gewoon op de plank natuurlijk, maar waren beschikbaar voor wie er naar vroeg (en wie te vertrouwen was). Broese vertelde later dat er zeker vijftien klanten waren die - ongezien - alle illegale uitgaven wilde kopen via Broese. Broese zelf publiceerde zeven clandestiene uitgaven onder verschillende schuilnamen.
Bij het eeuwfeest ontvingen de gasten een soort menu dat persoonlijk in handschrift op naam was gesteld met oranje inkt. De teksten waren verder gedrukt in twee kleuren: blauw en bruin. Het K-nummer geeft aan dat dit gedrukt is in Utrecht bij Drukkerij Van Boekhoven.
Het "menu" van de KB was bedoeld voor Dr F.H. van Leeuwen. Uitgenodigd waren "boekenvrienden, letterkundigen en uitgevers" (De Standaard, 3 juli 1943).
Maar er staan geen gerechten op, al vallen termen als "hors d'oeuvre" en "crême". Eigenlijk is dit een literaire mini-bloemlezing met teksten over eten en drinken.
Geopend wordt met een citaat van Adriaan Roland Holst (Prins der Dichters):
En alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind -
De meeste citaten zijn van J.W.F. Werumeus Buning, wiens kookboekencollectie in de KB wordt bewaard. Andere citaten zijn van E. du Perron (overleden in 1940), Willem Elsschot, Gerard den Brabander en Erasmus - én van Leonard Huizinga, voor de luchtige toets van zijn romans over de tweeling Adriaan en Olivier (in 1943 waren er inmiddels drie van verschenen - het zouden er tien worden):
Maar een mensch kan toch ook - b.v.
bij wijze van grap - eens water drinken,
zei Adriaan.
Dat kan, maar dat zal wel niet zijn gebeurd, al werd het feest "op intieme wijze" gevierd.
![]() |
| Eeuwfeest Boekhandel Broese (1943) |
Maar in Utrecht probeerde men - onder leiding van boekhandelaar Chris Leeflang (1904-1993) - het hoofd boven water te houden. De boekhandel was honderd jaar eerder geopend (op een andere plek weliswaar), op 26 mei 1843, toen boekhandelaar J.G. Broese, die afkomstig was uit Breda, Broese en Comp stichtte. Midden in de Tweede Wereldoorlog was Broese onder leiding van Leeflang uitgegroeid tot een boekhandel die het netwerk van illegale drukkers en uitgevers ondersteunde. Die uitgaven stonden niet gewoon op de plank natuurlijk, maar waren beschikbaar voor wie er naar vroeg (en wie te vertrouwen was). Broese vertelde later dat er zeker vijftien klanten waren die - ongezien - alle illegale uitgaven wilde kopen via Broese. Broese zelf publiceerde zeven clandestiene uitgaven onder verschillende schuilnamen.
Bij het eeuwfeest ontvingen de gasten een soort menu dat persoonlijk in handschrift op naam was gesteld met oranje inkt. De teksten waren verder gedrukt in twee kleuren: blauw en bruin. Het K-nummer geeft aan dat dit gedrukt is in Utrecht bij Drukkerij Van Boekhoven.
Het "menu" van de KB was bedoeld voor Dr F.H. van Leeuwen. Uitgenodigd waren "boekenvrienden, letterkundigen en uitgevers" (De Standaard, 3 juli 1943).
Maar er staan geen gerechten op, al vallen termen als "hors d'oeuvre" en "crême". Eigenlijk is dit een literaire mini-bloemlezing met teksten over eten en drinken.
Geopend wordt met een citaat van Adriaan Roland Holst (Prins der Dichters):
En alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind -
![]() |
| Eeuwfeest Boekhandel Broese (1943) [detail] |
Maar een mensch kan toch ook - b.v.
bij wijze van grap - eens water drinken,
zei Adriaan.
Dat kan, maar dat zal wel niet zijn gebeurd, al werd het feest "op intieme wijze" gevierd.
maandag 4 mei 2020
277. Stemmen uit de oorlog (10): bevrijdingsfeesten
De bevrijding van Nederland na de Tweede Wereldoorlog wordt elk jaar gevierd op 5 mei, maar een heel land bevrijd je natuurlijk niet in één dag. Feitelijk duurt de bevrijding negen maanden. De eerste steden in Zuid-Nederland zijn vrij vanaf 11 september 1944, de laatste gemeente van Nederland wordt pas bevrijd op 11 juni 1945. Dat is Schiermonnikoog.
Er waren verschillende legers bij betrokken (samen de Geallieerden), de herinneringen zijn het sterkst aan de Canadese soldaten. Een van de stille getuigen van de feestelijke sfeer in sommige huishoudens - echt niet in alle - is een fotoalbum dat de KB in 2009 ontving van Janna van Drongelen - via de Canadese ambassade.
Het is een 'scrapbook', een fotoalbum dat als plakboek is gebruikt: er zijn behalve foto's allerlei soorten documenten ingeplakt en tussen de bladen geschoven, ansichtkaarten, knipsels, menu's, feestprogramma's. Het is in 1945-1946 samengesteld door Helen Missel-Heller.
Uit het album blijkt dat voor deze jonge mensen een periode aan was gebroken van feestelijke zorgeloosheid. De herwonnen vrijheid werd uitbundig gevierd. Namen onder de foto’s zijn meestal slechts voornamen - wie wie is blijft een raadsel.
Wel weten we wat ze nu belangrijk vonden: sigaretten, drank, dans, dagjes aan het strand. We zien foto’s van soldaten met hun jonge vriendinnen. Er zijn sinterklaasgedichtjes - zolang werd er doorgefeest! De gezamenlijk gesigneerde menu’s herinneren aan chique maaltijden in gerenommeerde restaurants.
Tegen de verleidingen en zwangerschappen werd gewaarschuwd door kerkelijke instanties én jaloerse Nederlandse mannen. De anonieme kunstenaar van het boekje Meisje... Look out for a baby! lijkt tot de laatste categorie te horen. Hij zag niet alleen Canadezen, maar ook Polen en Schotten als zijn concurrenten. [Het boekje als geheel is te zien op de KB-website.]
De voorzijde toont een ooievaar die de negenmaands-resultaten deponeert bij naambordjes. Het lugubere is wel dat de namen van de babies - Tommy, Mary, Bill en John - zijn aangebracht op dwarsplankjes van een soort grafmarkeringen.
Er waren verschillende legers bij betrokken (samen de Geallieerden), de herinneringen zijn het sterkst aan de Canadese soldaten. Een van de stille getuigen van de feestelijke sfeer in sommige huishoudens - echt niet in alle - is een fotoalbum dat de KB in 2009 ontving van Janna van Drongelen - via de Canadese ambassade.
![]() |
| Album aangelegd na de bevrijding van Amsterdam (KB: KW 79 H 67) |
Uit het album blijkt dat voor deze jonge mensen een periode aan was gebroken van feestelijke zorgeloosheid. De herwonnen vrijheid werd uitbundig gevierd. Namen onder de foto’s zijn meestal slechts voornamen - wie wie is blijft een raadsel.
Wel weten we wat ze nu belangrijk vonden: sigaretten, drank, dans, dagjes aan het strand. We zien foto’s van soldaten met hun jonge vriendinnen. Er zijn sinterklaasgedichtjes - zolang werd er doorgefeest! De gezamenlijk gesigneerde menu’s herinneren aan chique maaltijden in gerenommeerde restaurants.
![]() |
| Meisje... Look out for a baby! (c. 1945) |
De veelal jonge Canadezen zagen er gezond uit en konden strooien met sigaretten, chocolade en nylonkousen. Talloze affaires tussen Nederlandse meisjes en Canadese militairen bloeiden op, zoals de toenmalige hit al aangaf: Trees heeft een Canadees. Zo’n 7000 Nederlandse kinderen kregen zo een geallieerde vader. De helft van hun moeders emigreerde naar Canada; maar veelal kenden zij de volledige naam van de vader niet.
Tegen de verleidingen en zwangerschappen werd gewaarschuwd door kerkelijke instanties én jaloerse Nederlandse mannen. De anonieme kunstenaar van het boekje Meisje... Look out for a baby! lijkt tot de laatste categorie te horen. Hij zag niet alleen Canadezen, maar ook Polen en Schotten als zijn concurrenten. [Het boekje als geheel is te zien op de KB-website.]
De voorzijde toont een ooievaar die de negenmaands-resultaten deponeert bij naambordjes. Het lugubere is wel dat de namen van de babies - Tommy, Mary, Bill en John - zijn aangebracht op dwarsplankjes van een soort grafmarkeringen.
dinsdag 28 april 2020
276. Stemmen uit de oorlog (9): het "gewone" dagelijkse leven
Het dagelijkse leven - opstaan, eten kopen, werken, slapen - tijdens de oorlog ging voor velen min of meer “gewoon” door. Maar allengs werd de bezetting grimmiger. Sommige wisten wat er kon gebeuren; anderen deden of hun neus bloedde. Dagboeken legden verschillende ervaringen vast.
Het dagboek van een meisje/jonge vrouw uit Haarlem – ze was vijftien jaar oud toen de oorlog begon – springt eruit omdat er niets - maar dan ook helemaal niets - over de oorlog in stond. Dit was het dagboek van Hetta van der Wal dat ze begon op 18 augustus 1940 met de regel: 'Ik heb vandaag een prettige dag gehad.' Zij was leerling van de Middelbare School voor Meisjes 't Kopje in Bloemendaal.
De dagboeken van vier jonge Haagse vogelaars geven een ander beeld. Zij waren begin twintig en fietsten ieder weekend naar de bossen of velden in de buurt van Den Haag, Katwijk, Leidschendam, of gingen in de duinen op zoek naar zeldzame en gewone vogels, zoals bijvoorbeeld een zwaluwenkolonie. Die bleven ze spotten, zeker, maar op weg naar het strand of naar huis hoorden en zagen ze vaker en steeds meer Duitse soldaten, ze hoorden schoten, stuiten op mitrailleurgeschut en terwijl zij ouder worden kruipt de oorlog meer en meer hun leven binnen. Meerdere keren duiken ze onder in de Nieuwkoopse Plassen.
Het waren Jan van den Ende, Henk Bennink, Dick Eijsbertse en Henk Kortekaas. Twee van hen belanden in het Oranjehotel in Scheveningen en één (Van den Ende, die in het verzet zat) wordt zelfs op transport gesteld naar concentratiekamp Sachsenhausen (hij overleeft). Hun waarnemingen en ervaringen worden opgetekend door Kortekaas. Zijn dagboek is in 2014 uitgegeven onder de titel Geheim vogeldagboek, 1940-1945.
Op vrijdag 2 januari 1942 noteerde Kortekaas:
"We waren pas op weg naar het strand toen we hoorden schieten richting Wassenaar. Dat beloofde een konvooi dat aangevallen werd. We trapten daarom een beetje sneller
door, maar aangekomen op het strand konden we met geen mogelijkheid een schip ontdekken. De grijsgroene zee ging op de plaats waar de horizon uit moest hangen, onzichtbaar over in de grauwe hemel via een niet al te dikke mist.
Daar het schieten nu ook opgehouden had, besteedden we de meeste aandacht aan de vloedlijn waar enige Koeten, Alken (Alco torda) en een jonge Drieteenmeeuw (Rissa tridactyla) lagen. Voor de afwisseling in het strandmenu zaten er dicht bij de Wassenaarse Slag een drietal granaattrechters in de grond. Na ijverig speuren konden we wat stukken en brokken ontdekken, variërend van 0,5 tot ongeveer 2 cm dikte. Volgens een expert betroffen het hier 15 cm granaten van scheepsgeschut."
![]() |
| Dagboek van Hetta van der Wal (KB: KW 1900 A 030) |
![]() |
| Geheim vogeldagboek, 1940-1945 (2014) |
![]() |
| Geheim vogeldagboek, 1940-1945 (2014) |
door, maar aangekomen op het strand konden we met geen mogelijkheid een schip ontdekken. De grijsgroene zee ging op de plaats waar de horizon uit moest hangen, onzichtbaar over in de grauwe hemel via een niet al te dikke mist.
Daar het schieten nu ook opgehouden had, besteedden we de meeste aandacht aan de vloedlijn waar enige Koeten, Alken (Alco torda) en een jonge Drieteenmeeuw (Rissa tridactyla) lagen. Voor de afwisseling in het strandmenu zaten er dicht bij de Wassenaarse Slag een drietal granaattrechters in de grond. Na ijverig speuren konden we wat stukken en brokken ontdekken, variërend van 0,5 tot ongeveer 2 cm dikte. Volgens een expert betroffen het hier 15 cm granaten van scheepsgeschut."
donderdag 23 april 2020
275. Boeken kopen in de trein: Anthony Trollope en private presses
Enkele blogs geleden maakte ik een tour langs treinbibliotheken en verwees naar een Nederlandse reiziger in Canada die boeken ook te koop kreeg aangereikt, in de schoot geworpen eigenlijk, aan boord van de langere verbindingen tussen Canada en Amerika. (Zie Lezen in de trein.)
Daarop reageerde drukker Hans van Eijk, die zich een verhaal herinnerde waarin dat ook gebeurde, een roman van de Engelse Victoriaanse schrijver Anthony Trollope (1815-1882). Zijn boek over Amerika heet North America en verscheen in 1862 bij Chapman & Hall in Londen. Het eerste deel bevat een hoofdstuk over 'Education and Religion' en daarin staat een passage die in de inhoudsopgave wordt omschreven als 'Sale of Books in Railway Cars'.
Trollope vertelt over opvoeding, leesgedrag en zegt dan:
Het aantal boeken dat in de Verenigde Staten wordt verkocht is al indrukwekkend, maar bijzonderder nog is de gewoonte om die te verkopen in de treincoupé. Zoals alles in de trein, ervaart de reiziger het in de eerste plaats als hinderlijk. Een jonge man komt tijdens de tocht de coupé binnen - want de verkoop vindt plaats als de trein in beweging is, net als de handel in lolly's, snoep, appels en broodjes met ham; - eerst komt hij aanzetten met tijdschriften of romans die er als tijdschriften uitzien. Dat zijn dan vooral "The Atlantic", uitgegeven in Boston, "Harper's Magazine", uit New York, en een reeks goedkope romans die worden uitgegeven in Philadelphia. Terwijl hij langsloopt, gooit hij er een naar elke reiziger. De Engelsman, die dit voor het eerst overkomt, zal hogelijk verbaasd zijn. Hij is waarschijnlijk aan het lezen, en schrikt op als de pagina die hij leest plotseling verdwijnt onder een dik, slap en onaantrekkelijk tijdschrift. Ik dacht aanvankelijk dat dit een cadeautje was van een geschifte filantroop die op deze manier probeerde literatuur te promoten. Maar ik merkte snel dat ik me vergiste. De boekverkoper had deze en de volgende coupé gehad, kwam terug, en nam het tijdschrift weer mee, of het bedrag dat ervoor betaald werd. Een half uur later kwam hij weer langs, nu met een arm vol boeken (of een mandje) die hij op dezelfde manier uitdeelde; het merendeel romans. Ik geloof niet dat er rekening wordt gehouden met individuele wensen. Het doel is om boek en koper tot elkaar te brengen en om grote aantallen te verkopen. Dat gebeurt ook met geïllustreerde kranten. Kranten met politiek nieuws verkopen zo snel, dat ze geen geforceerde verkoopmethode nodig hebben.
Deze verkoopmethode bestond dus al in 1862 - de Nederlandse kranten berichten daarover pas zo'n vijftien jaar later.
Het bracht de drukker Hans van Eijk wel op een idee. Als hij nu eens zijn private press-boeken zo aan de man kon brengen? Dat zou toch succesvol moeten kunnen zijn. Op zijn pers drukte hij de passage van Trollope, waarbij hij het onderwerp steeds veranderde: geen tijdschriften, romans of kranten werden je in de schoot geworpen, maar private press-boeken!
Overigens, ook de sandwiches en het snoepgoed werden ingeruild, voor Coca Cola en ijsjes. Van Eijk publiceerde de tekst als een poster, met een tekening van Rigby Graham, als een uitgave van zijn pseudonieme Aardvark Pers.
Daarop reageerde drukker Hans van Eijk, die zich een verhaal herinnerde waarin dat ook gebeurde, een roman van de Engelse Victoriaanse schrijver Anthony Trollope (1815-1882). Zijn boek over Amerika heet North America en verscheen in 1862 bij Chapman & Hall in Londen. Het eerste deel bevat een hoofdstuk over 'Education and Religion' en daarin staat een passage die in de inhoudsopgave wordt omschreven als 'Sale of Books in Railway Cars'.
![]() |
| Anthony Trollope, North America (1862, p. 421) |
Trollope vertelt over opvoeding, leesgedrag en zegt dan:
Het aantal boeken dat in de Verenigde Staten wordt verkocht is al indrukwekkend, maar bijzonderder nog is de gewoonte om die te verkopen in de treincoupé. Zoals alles in de trein, ervaart de reiziger het in de eerste plaats als hinderlijk. Een jonge man komt tijdens de tocht de coupé binnen - want de verkoop vindt plaats als de trein in beweging is, net als de handel in lolly's, snoep, appels en broodjes met ham; - eerst komt hij aanzetten met tijdschriften of romans die er als tijdschriften uitzien. Dat zijn dan vooral "The Atlantic", uitgegeven in Boston, "Harper's Magazine", uit New York, en een reeks goedkope romans die worden uitgegeven in Philadelphia. Terwijl hij langsloopt, gooit hij er een naar elke reiziger. De Engelsman, die dit voor het eerst overkomt, zal hogelijk verbaasd zijn. Hij is waarschijnlijk aan het lezen, en schrikt op als de pagina die hij leest plotseling verdwijnt onder een dik, slap en onaantrekkelijk tijdschrift. Ik dacht aanvankelijk dat dit een cadeautje was van een geschifte filantroop die op deze manier probeerde literatuur te promoten. Maar ik merkte snel dat ik me vergiste. De boekverkoper had deze en de volgende coupé gehad, kwam terug, en nam het tijdschrift weer mee, of het bedrag dat ervoor betaald werd. Een half uur later kwam hij weer langs, nu met een arm vol boeken (of een mandje) die hij op dezelfde manier uitdeelde; het merendeel romans. Ik geloof niet dat er rekening wordt gehouden met individuele wensen. Het doel is om boek en koper tot elkaar te brengen en om grote aantallen te verkopen. Dat gebeurt ook met geïllustreerde kranten. Kranten met politiek nieuws verkopen zo snel, dat ze geen geforceerde verkoopmethode nodig hebben.
Deze verkoopmethode bestond dus al in 1862 - de Nederlandse kranten berichten daarover pas zo'n vijftien jaar later.
Het bracht de drukker Hans van Eijk wel op een idee. Als hij nu eens zijn private press-boeken zo aan de man kon brengen? Dat zou toch succesvol moeten kunnen zijn. Op zijn pers drukte hij de passage van Trollope, waarbij hij het onderwerp steeds veranderde: geen tijdschriften, romans of kranten werden je in de schoot geworpen, maar private press-boeken!
![]() |
| 'Selling Private Press Books in the United States' (2010) |
dinsdag 21 april 2020
274. Stemmen uit de oorlog (8): mooie foute posters
Sommige oorlogsaffiches zien er verleidelijk uit, goed vormgegeven in de traditionele zin, zoals bijvoorbeeld de poster over een bedrijfsbibliotheek. De bibliotheek is nogal huiselijk en lijkt daardoor meer op een particuliere verzameling; de boekband fungeert als een huis; de ene pagina is een boekenkast, de andere biedt door een raam uitzicht op een industrieel complex. Lezen onder de rook van de fabriek.
De boeken in deze bibliotheek hebben één bepaalde signatuur, namelijk die van het Nederlandsche Arbeidsfront, een nationaalsocialistische vakcentrale opgericht in 1942. De poster werd ontworpen door het Haagse bureau Arend Meijer.
![]() |
| "Vraagt Uw socialen Voorman om een Bedrijfsbibliotheek" (affiche, 1943) |
De boeken in deze bibliotheek hebben één bepaalde signatuur, namelijk die van het Nederlandsche Arbeidsfront, een nationaalsocialistische vakcentrale opgericht in 1942. De poster werd ontworpen door het Haagse bureau Arend Meijer.
Een moderner poster is er een die in opdracht werd gemaakt van de Hoofdinspectie Luchtbescherming: "U schuilt voor een regenbuitje dus zeker bij Luchtalarm". Het is een Bauhaus-achtig affiche met tekstblokken die illustratief zijn gebruikt. Ook is slim omgegaan met diagonaal geplaatste letters en contrasterende kleuren, zoals het witte woord ZEKER tussen de twee zwarte woorden DUS en BIJ.
Het treffende beeldrijm van dunne streepjes regen en een dikke vallende bom geeft een dynamiek waarvan een directe dreiging uitgaat.
![]() |
| "U schuilt voor een regenbuitje..." (1943) |
Het afbrekingsstreepje in LUCHT-ALARM staat niet op halve hoogte, maar fraai onderaan op de regel zodat het visueel niet in botsing komt met de schreef van de letter T.
Deze poster stamt uit 1943 of 1944 - verschillende archieven bevatten exemplaren, maar de datering is onzeker. Wat we al evenmin weten is wie de ontwerper was. Toch is er een indicatie. Helemaal onderaan de poster staat de opdrachtgever vermeld en rechts daarvan is een monogram zichtbaar, waarschijnlijk een letter K met links ervan de letter R in spiegelbeeld, RK dus of KR.
![]() |
| "U schuilt voor een regenbuitje..." (1943) [fragment] |
Abonneren op:
Posts (Atom)


















