zaterdag 12 juni 2021

299. Corona en boekkunstenaars (5): Veronika Schäpers

Gisteren arriveerde het prospectus voor een nieuwe uitgave van de Duitse boekkunstenares Veronika Schäpers: Das müssen Sie mir erst einmal beweisen / First you have to prove it to me.

Veronika Schapers, fotogram van vitamine-D3-capsules (2021)

Sommige illustraties in het boek stuurde ze al eerder rond, als groet tijdens de Covid-pandemie, of als nieuwjaarswens. In 2020 verzamelde zij uitspraken over middelen die bescherming zouden bieden tegen Covid-19. Zekere Dr Wolfram Kersten, bijvoorbeeld, beweerde dat een hoge dosis vitamine-D het meest effective middel ter preventie, maar ook ter behandeling van Covid zou zijn. Andere 'kenners', zoals de voormalige president van de Verenigde Staten, kozen voor gevaarlijker middelen zoals op de een of andere manier UV-licht het lichaam binnen te brengen. Ook bacteriën in zout water zouden helende effecten hebben. Schäpers koos voor haar boek 24 objecten die in de stroom van fake news genoemd werden. Die objecten plaatste zij op lichtgevoelig fotopapier. Na enkele seconden belichting met een of meerdere lichtbronnen werden de foto's ontwikkeld en gefixeerd.

Veronika Schapers, Das müssen Sie mir erst einmal beweisen (2021)

Bij de foto's zijn op smalle stroken de bronnen van de theorieën genoteerd. Er zijn twee teksten in het boek. De eerste is een selectie uit de door Thomas Oates bedachte fictieve samenzwering: hij beweerde dat jezuïeten een plan voorbereiden om koning Karel II van Engeland te vermoorden. De verdachtmakingen leidden in de jaren 1678-1681 tot meer dan twintig executies en harde anti-katholieke maatregelen totdat uitkwam dat Oates alles uit zijn duim gezogen had. 

Het tweede verhaal is speciaal voor het boek geschreven door Heiko Michael Hartmann (geboren 1957). Het is een psychologisch portret van een samenzweerder.

Veronika Schapers, Das müssen Sie mir erst einmal beweisen (2021)

Het is een boek van tegenstellingen en suggesties: transparant papier, fotogrammen die objecten op ware grootte maar toch vaag of vervormd afbeelden, uitspraken van doktoren die misschien geen echte doktoren zijn, leugenaars die ervan overtuigd zijn de waarheid te spreken. De elementen van dit boek spelen met (on)zichtbaarheid, (on)geloofwaardigheid en (on)echtheid. 

Veronika Schapers, Das müssen Sie mir erst einmal beweisen (2021)

De titel wankelt van letter naar letter lijkt het wel. Schäpers gebruikte hiervoor het lettertype ABC Grow, ontworpen door Dinamo (Johannes Breyer & Fabian Harb). Maar let eens op de umlaut op de "u" van "müssen". Dat is een kleine letter "m" die het "moeten" nog eens bekrachtigt en die de nadruk legt op het wantrouwen dat aan de basis van de samenzweringstheorieën ligt. Dat is Schäpers eigen toevoeging aan het lettertype, gebaseerd op oude drukken.

Het boek van Schäpers koppelt uiterste precisie aan totale ondoorzichtigheid, rationaliteit aan irrationaliteit.

maandag 24 mei 2021

298. Giovanni Battista Piranesi, uitgever van boeken (en prenten)

Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) werd opgeleid als architect, maar is nu vooral beroemd als etser en graveur. Vanaf 1740 legde hij de monumenten, opschriften en stadsgezichten van Rome vast, eerst op kleine koperplaten, maar al snel op groot formaat. Ze zijn deels gebaseerd op waarnemingen, maar zeker ook op ideale voorstellingen van de stad waarvan de glorietijd met stof was overdekt. Van zijn fantasievoorstellingen zijn de imaginaire gevangenissen het bekendst. Zijn prenten werden verzameld door Italiaanse kunstliefhebbers en door reizigers die Rome op hun grand tour aandeden en zij verspreidden zijn bekendheid in Europa. De handel in prenten voor een publiek van reizigers stond niet op zichzelf; er was ook goed geld te verdienen aan nieuwe boeken over het oude (en hedendaagse) Rome.

Piranesi Unbound (2020)


De uitgave Piranesi Unbound werpt een nieuw licht 
op zijn verschillende ondernemingen (van prentenmaker tot handelaar in oudheden) en ziet in hem niet in de eerste plaats een maker van reeksen prenten. Het boek herziet zijn carrière in het licht van zijn vak als auteur, illustrator, drukker en uitgever van boeken. Op basis van overgeleverde exemplaren, met name die in Noord-Amerikaanse collecties, zoals die van Princeton University Library, schetsen kunsthistorici Heather Hyde Minor en Carolyn Yerkes een beeld van Piranesi dat we nauwelijks kennen. Een van de hoofdstukken gaat in op schetsen voor titelpagina’s die de publicatievorm, het boek, nog eens onderstrepen. Er wordt grondig ingegaan op de lay-out van de uitgaven en bijvoorbeeld op de verschillende initialen die Piranesi als kop- of sluitstukken ontwierp. Sommige initialen benadrukken het belang van de zetterij en drukkerij en zijn getekend als loden letters, terwijl andere lijken op onderdelen van opgegraven bouwwerken of gegraveerde munten.
Initiaal 'I'
(Antichità Romane de’ tempi della Repubblica e de’ primi imperatori)


De vele teksten die Piranesi als opschriften aanbracht in zijn prenten, sommige als nagebootste kalligrafische teksten, bevatten zijn commentaar en kunnen de indruk wekken dat de prenten als symbiose van beeld en tekst op zichzelf staan. Maar evenzo bracht hij illustraties aan in de tekstgedeelten, zodat de twee delen commentaar en afbeelding onlosmakelijk in elkaar over liepen.

Pamfletten en boeken werden door hem ook gebruikt om een persoonlijke vete uit te vechten met een opdrachtgever die hem in de steek liet en de ijver die hij daarbij aan de dag legde geeft aan dat zijn reputatie en zijn inkomen daarmee gemoeid waren, maar dat hij zich het kennelijk ook kon veroorloven daaraan zoveel tijd te besteden.

Voor zijn boeken werden de inleidingen en tekstgedeelten in drukkerijen elders in Rome gezet en gedrukt, voordat vignetten en illustraties in zijn eigen werkplaats werden toegevoegd. Piranesi zette nooit een eigen boekdrukkerij op, hoe succesvol zijn bedrijf ook was en hoewel de meeste prenten ontstonden als onderdeel van een boek. Dat gold vanaf de publicatie van Antichità Romane de’ tempi della Repubblica e de’ primi imperatori in 1748 (over het Rome uit de periode van de Republiek en van de eerste keizers), maar het betrof ook de latere polemische geschriften waarin hij de aanval opende op critici. In 1769 publiceerde hij zo een boek over zijn praktijken als archeoloog en restaurator: Diverse maniere d’adornare i cammini, over de verschillende manieren om een schouw en andere onderdelen van een interieur te decoreren. Het verscheen in drie talen — Italiaans, Frans en Engels — en was duidelijk niet voor intern gebruik bedoeld. Het was zijn laatste boek met gedrukte teksten; voortaan werden de nodige teksten gegraveerd in de koperplaten, net als bij zijn allereerste prenten.

Illustratie uit Diverse maniere d’adornare i cammini


De slothoofdstukken in Piranesi Unbound behandelen de eigenaren, de boekbanden en de verkoop van zijn boeken. Veel ervan zijn later gesloopt om de prenten los te kunnen verkopen, de inleidingen raakten verweesd en verloren en daardoor denken wij in de eerste plaats aan hem als een maker van losse prenten. Piranesi Unbound stelt dat beeld voor altijd bij.

maandag 3 mei 2021

297. Corona en boekkunstenaars (4): Till Verclas

Vanaf de zestiende eeuw werden manieren verzonnen om mensen tegen de pest te beschermen. Een vorm daarvan was de talisman: een speciale munt zou de drager ervan immuun maken voor de ziekte. Zulke munten werden in Duitsland “Pest Taler” genoemd. Ze beelden biddende figuren af, slangen aan het kruis, lijken, Hiob die door de duivel met pestbuilen is overdekt, en andere voorstellingen die natuurlijk goddelijke krachten zouden bezitten en beschermden tegen de pest. Als je ze kocht. Eerst betalen, dan genezen.

Een Duitse "Pest Taler" (zestiende eeuw)


De Hamburgse boekkunstenaar en beeldend kunstenaar Till Verclas koos tijdens de lockdown deze historische voorwerpen als uitgangspunt van zijn kunst die niet de vorm van een boek aannam – misschien komt dat nog. Terzijde: de KB bezit een catalogus van zijn boeken, getiteld Schwarze Trüffel (2017) en het vouwblad 5 Tugs, een bijdrage aan het project Mapping the Cosmos (2016). 

Nu kwam Verclas echter met een reeks pestmunten met abstracte voorstellingen die zowel verwijzen naar de pestbuilen als naar de hedendaagse pest, het coronavirus.

Till Verclas, 'Pest Taler' (2020) [Foto © Till Verclas]

Ze zijn te verkrijgen in drie verschillende groottes, tegen oplopende prijzen en afnemende oplagen. De kleinste (doorsnede 10 cm) bevat twee bulten; de middelste drie (doorsnede van de munt is 12,5 cm) – deze twee voorwerpen werden gemaakt in een oplage van dertig exemplaren. De grootste (doorsnede 15 cm) bevat drie bulten en daarvan zijn er twintig gemaakt. Ze zijn in het gedreven koper gesigneerd en genummerd. (Zie de website van Till Verclas.)

Het is natuurlijk ironisch dat deze 'Schutz vor Unbill', deze beschermers tegen tegenspoed, net zoals de oude Talers betaald moeten worden, maar dan met de wetenschap dat ze niet bedoeld zijn om je op te lichten - ze zullen echt niet werken tegen corona - maar om plezier te geven. Net als veel andere kunstwerken in coronatijd maken ze de vijand zichtbaar, en hier zelfs voelbaar. Het zijn lekkere voorwerpen om door je handen te laten gaan.

maandag 26 april 2021

296. Corona en boekkunstenaars (3): Katja Mater

Niet alle kunstenaars willen het thema corona direct oppakken voor hun werk; het kan op een indirecte manier net zo indringend overkomen. Kunstenaar Katja Mater werkte al langer met het thema tijd, maar het boek dat zij tijdens de eerste lockdown maakte - het is gedateerd "March-May 2020" - krijgt er wel een extra lading door. Tijd die je gedwongen binnen doorbrengt maakt een andere indruk op je dan tijd die je in vrijheid kunt beleven. Haar boek heet Time is an Arrow, Error en verscheen in 2020.

Katja Mater,
Time is an Arrow, Error
(2020)
Detail van rug

Het boek bevat 79 afbeeldingen van iets dat op een klok lijkt, maar het bij nader inzien niet is. In het midden van het boek is een documentaire sectie opgenomen met een inleiding door Amelia Groom, schetsen en berekeningen voor de afbeeldingen, en een colofon. Het is gedrukt op Arena Rough White 140grams papier door Wilco Art Books.

Katja Mater,
Time is an Arrow, Error
(2020): prent 3

Waar kijken we naar? Mater begint met een tekening van een halve klok, een analoge, ouderwetse klok met wijzerplaat, maar zonder wijzers. Deze tekening wordt gefotografeerd en van elke tekening ontstaan verschillende afbeeldingen met een andere, langere of kortere belichting waardoor kleurverschillen en schaduwwerking kunnen ontstaan.

Katja Mater,
Time is an Arrow, Error
(2020): prent 19

Tussendoor blijft zij cijfers of andere onderdelen aan de tekeningen toevoegen en veranderen cijfers in andere cijfers. Op het eind wordt een van de twee halve klokken omgekeerd waardoor een complete cirkel ontstaat - overigens zijn de vormen vaak nogal hoekig. De klok is van slag.

Katja Mater,
Time is an Arrow, Error
(2020): prent 52

Al die beelden achter elkaar werken verslavend, de grillige vormen, de vreemde arrangementen, de steeds verspringende kleuren en vormen gaan voor de lezer/kijker steeds minder op een klok lijken en doen denken aan bloemen, dozen, kinderspelletjes, planeten, met in het centrum soms getallen maar vaak een gapende leegte, alsof we door de tijd heen kunnen kijken in iets onpeilbaars, terwijl het esthetisch effect plezierig is. Het gevoel voor tijd is relatief blijkt uit recent onderzoek maar weer eens. Zonder zonlicht verliezen we ons gevoel voor tijdsduur en gaan we langzamer leven, ongeveer zoals in een lockdown vanwege corona. Hoe dan ook, dit is een betoverend boek.

[Zie ook: de website van Katja Mater.]

dinsdag 13 april 2021

295. Corona en boekkunstenaars (2): Judith Rothchild, Mark Lintott

Aan het begin van de Covid-19-pandemie schoten sommige boeken naar de top van de bestsellerlijst. Albert Camus' De pest was waarschijnlijk niet eerder zo'n hit als begin 2020, maar cijfers heb ik niet, het boek is eigenlijk in Nederlandse vertaling aldoor verkrijgbaar geweest sinds de eerste druk ervan in 1948 bij De Bezige Bij verscheen. Die vertaling door Willy Corsari beleefde sindsdien 25 drukken en werd in 1992 vervangen door een nieuwe vertaling door Jan Pieter van der Sterre. Intussen werd de oudere vertaling in omnibussen nog steeds herdrukt. De nieuwere vertaling haalde intussen minstens 11 herdrukken (en daarnaast nog edities als luister- en e-boek) en de editie uit 2019 werd na de uitbraak begin vorig jaar in razend tempo door meer dan tachtig openbare bibliotheken aangeschaft, waarbij die in de grotere steden vijf en meer exemplaren in huis kregen.

Judith Rothchild, Mark Lintott, Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020): omslag
[Foto en copyright: Éditions Verdigris]

In Frankrijk, waar het boek in 1947 voor het eerst verscheen was het voor kunstenaars en drukkers een ideaal uitgangspunt voor een actueel boek. In de buurt van Montpellier, in Octon namelijk, werkten de Amerikaanse kunstenares Judith Rothchild en de Engelse drukker Mark Lintott samen aan het boek Les Rats. De tekst is een fragment uit La Peste (eerste Franse uitgave 1947). In de roman worden steeds meer stervende, bebloede of dode ratten aangetroffen en bij het afval gegooid - [lees hier een fragment uit de vertaling door Jan Pieter van der Sterre]. Het is het begin van een pestuitbraak en de stad gaat in quarantaine.

De fragmenten die Rothchild en Lintott hebben gekozen komen uit het eerste hoofdstuk, als de ratten eerst alleen en later in groepen uit de riolen kruipen.

De rattenbestrijding kreeg de opdracht elke ochtend vroeg de dode ratten te verzamelen.

En dan komen er steeds meer, uiteindelijk zijn achtduizend dode ratten verzameld.

's Nachts was in gangen en steegjes duidelijk het zachte gepiep van hun doodsstrijd te horen. 's Ochtends lagen ze in de voorsteden gewoon in de straatgoten, met een bloemetje van bloed op hun spitse snuit, sommige opgezwollen en in staat van ontbinding, andere stijf en met hun snor nog omhoog.

Dan zal snel het eerste menselijke slachtoffer vallen.

De uitgave van Éditions Verdigris - de uitgeverij van Rothchild en Lintott - verbeeldt de oneindig lijkende optocht van stervende ratten niet alleen in beeld, maar ook in vorm. De leporello meet in uitgevouwen toestand bijna vier meter en toont 22 ratten.

Judith Rothchild, Mark Lintott, 
Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020)

Rothchild maakt meestal mezzotinten, maar voor deze uitgave maakte ze linosneden.


Judith Rothchild, Mark Lintott, Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020)
[Foto en copyright: Éditions Verdigris]

Terwijl het tweetal in de studio en de zetterij/drukkerij aan het boek werkten, vonden ze in de kelder een gemummificeerde rat. Normaal gesproken een onprettige verrassing, maar nu had Rothchild een nieuw model en ze beeldde het dier op het binnenomslag af in linosnede. Ze maakte er ook een mezzotint van, maar die is alleen toegevoegd aan de zes luxe exemplaren.

Judith Rothchild, Mark Lintott, Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020):
binnenomslag met rechts uitgevouwen deel leporello

In het colofon is de rat opnieuw afgebeeld: het colofon neemt de vorm aan van een rat, maar er is ook een rat in reliëf afgedrukt. Het exemplaar van de KB is genummerd 8/28.

Judith Rothchild, Mark Lintott, Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020): colofon
[Foto en copyright: Éditions Verdigris]

Het reliëf is bijvoorbeeld te zien bij de oren van het dier en het begin van de rug.

Judith Rothchild, Mark Lintott, Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020): detail van colofon

Bij het KB-exemplaar is een model voor de uitgave toegevoegd, in kleiner formaat dan het boek, met de ratten in potlood getekend, zonder tekst.

Het is geen toeval dat zoveel lezers naar De pest van Camus grepen en dat kunstenaars en drukkers de roman als uitgangspunt namen voor nieuwe uitgaven. In de roman fungeren de ratten als zichtbare aankondigingen van de ziekte. Ze rennen de riolen uit om te ontsnappen aan de pest, maar verspreiden die daardoor onder de bevolking. Bij Covid-19 konden we geen ratten zien lopen, de ziekte verspreidde zich zonder zichtbare voortekenen. We streden tegen een onzichtbare vijand en dat is een lastig vol te houden strijd.

woensdag 31 maart 2021

294. Corona en boekkunstenaars (1): Bertie van der Meij

Boekkunstenaars zijn tijdens coronatijd net als anderen afgeweken van hun eigen thema's en namen de pandemie tot onderwerp van hun kunst. In deze en volgende afleveringen enkele voorbeelden uit binnen- en buitenland.

Ten eerste: het mondkapje.

Schaal met mondkapjes, waaronder dat van de KB Den Haag

Wat hebben boeken en mondkapjes met elkaar gemeen? Niet veel, maar er lopen denkbeeldige stippellijntjes tussen… In de krant las ik in januari dat een promotiebedrijf (Interall Group) nu probeerde van gerecycled materiaal mondkapjes te maken, maar dat bleek nog niet zo eenvoudig: “De maskers kunnen niet mee met textiel doordat er plastic in zit, en voor de recycling van ‘normaal plastic’ zijn ze ook niet geschikt.” Dat zei Maurice Stoevenbeld (Het Parool, 30 januari 2021). Maar een oplossing werd gevonden: ze worden nu eerst versnipperd en dan tot platen omgesmolten die voor fabricage van verschillende voorwerpen geschikt zijn, waaronder boekensteunen en laptopstandaarden.

De KB zelf verkoopt mondkapjes met een afbeelding uit een van de collectiestukken, namelijk het album amicorum van J. van Amstel van Mijnden (rond 1600). Via de webwinkel van de KB zijn ze te koop voor €8.

En er zijn tientallen mondkapjes te koop met afbeeldingen van boeken, boekenkasten, boekenstapels, boekenrijen, boeken met slapende katten en ga zo maar door - maar die kent u natuurlijk allemaal al, want dank zij digitale verveling zijn de websites waarop ze verkocht worden uit den treure bezocht.

Maar het eerste boek in de vorm van een mondkapje trof ik gisteren aan tussen een enorme stapel post (half december-heden) die ik even kon verkennen in de KB. Het bibliofiele mondkapje (oplage slechts 21, geheel uitverkocht) werd gedrukt en genaaid ter gelegenheid van  koppermaandag, de eerste maandag na Driekoningen (een traditionele feestdag voor drukkersgilden). Maker is Bertie van der Meij, wier tweet over de uitgave destijds al werd geretweet door het Huis van het boek. Zelf schreef Van der Meij er ook een blog over met typografische en muzikale details. (Zie zijn blog Bertie van der Meij, 14 januari 2021).


Bertie van der Meij, Covid-19-Blues (2021)


Van der Meij schreef zelf het lied en maakte een losse bijlage met de melodie. 

Bertie van der Meij, Covid-19-Blues (2021)

De tekst is gedrukt (letter: Cochin) en verknipt tot vijf elkaar overlappende stroken. Ze zijn gedrukt op vrij dik Hahnemühle Bugra papier en met blauw naaigaren aan elkaar verbonden, zoals een regulier mondkapje.

Bertie van der Meij, Covid-19-Blues (2021)


Eerlijk gezegd, het is niet te gebruiken; de lagen kunnen niet zoals noodzakelijk uit elkaar worden gevouwen om het gezicht van neus tot en met mond en kin af te dekken, en het is te stijf om de kromming van het gezicht te volgen.

Desalniettemin is dit het eerste bibliofiele boekje in de vorm van een mondkapje en een blijvende herinnering aan de pandemie.

woensdag 27 januari 2021

293. Liefdesbrieven van schrijvers

Op de blog-pagina van de KB schreef ik de afgelopen weken in het teken van het thema Liefde en vriendschap drie blogs: Liefdesbrieven voor dummies (1) en Liefdesbrieven voor dummies (2) (beide over adviesboekjes: hoe schrijf je een liefdesbrief), gevolgd door Liefdesbrieven van schrijvers (1), met aandacht voor de liefdesbrieven van Gerard Reve en Anna Blaman. Volgende week maandag volgt de laatste aflevering Liefdesbrieven van schrijvers (2) over Bilderdijk, Multatuli en hun minnaressen. (Zie de pagina over liefdesuitingen, ook voor andere blogs, podcasts en videos).

Brievenboek voor verliefden (20ste druk, 1895)

In de laatste aflevering wijs ik ook nog op de laat-negentiende-eeuwse instructieboeken voor verliefden. Die verschenen overal. In Duitsland bijvoorbeeld had je de Vollständiger Briefsteller für Liebende en de Neuester Liebes-Briefsteller, welcher Briefe für alle nur denkbaren Verhältnisse aus dem Liebesleben enthält. Jaar in jaar uit verschenen nieuwe edities.

Uitgeverij Van Goor publiceerde in 1870 een eerste druk van Brievenboek voor verliefden. Verzameling van 115 brieven, toepasselijk op alle omstandigheden, die bij de verliefden kunnen voorkomen. Het was een enorm succes waarvan regelmatig herdrukken werden uitgebracht. Een zevende druk verscheen in 1875, de twintigste in 1895. Omdat het goed verkocht verschenen er maar weinig advertenties voor, dat was eind negentiende eeuw helemaal niet nodig.

Na 1900 veranderde dat. Er verscheen bijvoorbeeld een advertentie voor de 21ste druk in 1903, de 27ste druk in 1908 en de 28ste druk in 1910. Kennelijk begon het boek na de eeuwwisseling slechter te lopen en was er reclame nodig om het weer onder de aandacht te brengen. Waarschijnlijk was het gewoon verouderd. Toch hield uitgever Van Goor vol en de 44ste druk verscheen in 1919, de 48ste druk in 1923. Zulke boeken ondervonden altijd concurrentie. In de negentiende eeuw was er het Brievenboek voor verliefden van beider geslacht en in de jaren twintig was er het Brievenboek voor verliefden en verloofden.

In openbare collecties zijn van al die drukken maar spaarzaam exemplaren overgebleven. Een dertiende druk bevindt zich in de Zeeuwse Bibliotheek, Middelburg. Verder zijn er drie bibliotheken met een exemplaar van de fotomechanische herdruk van de eerste uitgave, die in 1973 door Van Goor werd gepubliceerd (in de KB, in het Meertens Instituut en bij Atria). Voor de KB kocht ik onlangs de twintigste druk uit 1895.

Het verouderen van het boekje werd geboekstaafd in grapjes en verhalen. Het boekje is bijvoorbeeld genoemd in een feuilleton van Paul Heyse (1830-1914) voor De Telegraaf: 'Avontuur van een blauwkousje', een vervolgverhaal over zekere Tine.

De Telegraaf, 12 januari 1901

Op een dag ontvangt ze een brief van haar verloofde en daarover wordt gezegd: 

Het waren twee bladzijden van zijn vast, krachtig schrift, niet onvriendelijk, doch toch ook niet in zulk een toon gesteld om in een "Brievenboek voor verliefden" te worden opgenomen.

Waarschijnlijk vrij vertaald uit het Duits (maar ik kan nu niet nagaan welk verhaal eraan ten grondslag heeft gelegen) maakt de vertaler voor De Telegraaf gebruik van de bekendheid van het Nederlandse Brievenboek voor verliefden, zodat de lezer meteen weet dat het geen modelbrief was.

De status van zulke voorbeeldboeken nam af en dat was te zien aan een grapje uit 1909, verschenen in De Courant van 20 maart 1909.

De Courant, 20 maart 1909

Moeder vindt in de schooltas van haar dochter 'een brievenboek voor verliefden'. Ze spreekt vader er op aan: 'is 't geen schandaal'. Het antwoord van de vader luidt: 'Zeker, een meisje van haar leeftijd moet die dingen zelf kunnen schrijven.' 

De moraal was iets veranderd.