maandag 12 juli 2021

301. Een kleine zeldzaamheid: Boutens' vertaling van Elektra

Vijfentwintighonderd jaar geleden - om en nabij - schreef Sophocles het drama Elektra. In Nederland verschenen er vanaf de zeventiende eeuw vertalingen van en hoewel de opera van Richard Strauss het bekendst is, heeft ook de Nederlandse componist Alphons Diepenbrock toneelmuziek voor Elektra geschreven: een voorspel, een kort naspel, koorliederen en enkele recitatieven. De eerste uitvoering daarvan vond plaats in 1920.

Max von Seydewitz (1862-1943),
portret van P.C. Boutens (schilderij 1923)
Collectie Zeeuwse Bibliotheek (Middelburg)


De vertaling was nieuw en werd in 1919-1920 gemaakt door de dichter P.C. Boutens, toen wereldberoemd in Nederland, nu door weinigen meer gelezen. Zowel zijn eigen gedichten als zijn vertalingen behouden een zekere aantrekkingskracht, omdat in lastig te interpreteren strofen ineens razend heldere regels staan die in je hoofd blijven zitten.

Boutens is bovendien altijd verzamelbaar geweest. Hij hield zich al vroeg bezig met de vormgeving van zijn boeken, die hij vaak in eigen opdracht liet drukken en binden naar Engelse, Duitse en Franse voorbeelden. Ze zien er daardoor vaak fraaier uit dan die van zijn tijdgenoten en er zijn veelal exemplaren op goed papier gedrukt in beperkte oplagen. Zelfs bij herdrukken.

Bij de veiling van Arenberg in Brussel in juni kwamen verschillende boeken onder de hamer met een mooie provenance: er waren exemplaren uit de collectie van uitgever en verzamelaar Johan Polak (1928-1992), van romanschrijver en dichter Fernand Toussaint van Boelaere (1875-1947) en exemplaren met opdrachten aan de schilder Willem van Konijnenburg (1868-1943). Daartussen zat een boek dat onmiskenbaar uit zijn eigen bibliotheek moest komen.

Sophocles (vertaling: P.C. Boutens),
Elektra
(1921)
In de catalogus is het beschreven als:

BOUTENS, Pieter Cornelis - Elektra. Drama van Sofokles. In Nederlandsche verzen overgebracht. Amsterdam, Meulenhoff, 1921.
16mo. Eigentijds glad kalfsleer, rug met 5 ribben en rood verguld titeletiket, vergulde kopsnede, orig. omslag met goudopdruk meegebonden. Mooi ex.

Deze uitgave uit 1921 is de derde druk, voorafgegaan door twee drukken in de populaire reeks van de Wereldbibliotheek - zesduizend exemplaren. Deze derde druk verscheen in een oplage van 2500 exemplaren, ook niet mis. Dat wil zeggen: 2500 plus twee exemplaren. Want er werden twee exemplaren gedrukt op Hollands Van Gelder papier, ongetwijfeld op dwingend verzoek van Boutens zelf.

Oplageverantwoording in het handschrift van P.C. Boutens,
Sophocles (vertaling P.C. Boutens), Elektra (1921)

Voorin het eerste van de twee speciale exemplaren schreef Boutens zelf:

2 exx. op Holl van Gelder | no. 1 | P.C.B.

Dat boekje belandde natuurlijk in zijn eigen boekenkast. Het tweede exemplaar misschien in dat van de uitgever, of in de collectie van een met de dichter bevriende relatie. Boutens wist enkele kapitaalkrachtige verzamelaars aan zich te verbinden: zij betaalden zijn luxe leven.

Dit exemplaar is vanaf nu in de KB.

De nieuwe editie kreeg een voorwoord van Boutens mee, een van de weinige stukken proza die hij produceerde, eigenlijk een essay van de classicus die hij ook was. De uitgave maakte deel uit van een serie kleine boekjes (12 cm hoog) die Meulenhoff publiceerde als Meulenhoff's kleine boeken van groote schrijvers en verscheen in november 1921.

Sophocles (vertaling P.C. Boutens), Elektra (1921): gewone edities

Er waren twee uitvoeringen: een gebonden in linnen met een imitatie-batik opdruk en een ingenaaid in een papieren omslag ingenaaid (een pseudo-marmerpapiertje dat weer het batik imiteert). Op de linnen band is in goudkleur een etiket gedrukt; de papieren editie heeft een echt etiketje opgeplakt gekregen. De luxe editie heeft een omslag van perkamentachtig papier, bedrukt in goud - het stempel is bijna door het dunne papier heen gegaan.

Sophocles (vertaling P.C. Boutens), Elektra (1921):
luxe editie

Van dit soort uitgaven, vertelt een getuige uit die tijd, hield Boutens altijd een stapeltje bij de voordeur gereed, gesigneerd en al, om ze uit te reiken als er weer eens een bewonderaar aanbelde.

Sophocles (vertaling P.C. Boutens), Elektra (1921):
gesigneerd exemplaar van de gewone editie

Kleine boeken van groote schrijvers: Sophocles was een duidelijke keuze, net als andere auteurs van wie werk in de reeks verscheen. Oscar Wilde, Henrik Ibsen, Arthur Schnitzler, August Strindberg en Cervantes werden in de reeks gezelschap gehouden door Nederlandse grootheden (wier grootheid ietwat getaand is met de jaren), zoals Arthur van Schendel en Augusta de Wit. We zien ze toch niet meer aan als gelijken van Wilde en Sophocles. 

Maar wat te denken van andere auteurs in deze reeks? Marie C. Kooy-van Zeggelen (1870-1957) heeft tussen 1918 en 1922 wel vier boekjes in de reeks gekregen, Indische en Haagse verhalen. Ze werden in de reeks opgenomen omdat ze al vele herdrukken hadden beleefd, niet omdat zij nog eeuwen als meesterwerken gezien zouden worden. Vanwege haar anti-kolonialistische kijk op het leven in Indonesië vanaf 1890 tot 1916 zijn haar verhalen misschien wel aan een nieuw onderzoek toe, al zal dat weinig literaire waardering met zich meebrengen.

zondag 20 juni 2021

300. Oproep aan abonnees met nieuwe foto's van het corono-werk van Veronika Schäpers

Naar aanleiding van mijn vorige blog ontving ik van Veronika Schäpers nieuwe foto's van haar corona-boek Das müssen Sie mir erst einmal beweisen / First you have to prove it to me. Die decoreren dit blog - dat anders nogal saai en huishoudelijk van aard zou zijn. Wat is het geval?


Veronika Schäpers,
Das müssen Sie mir erst einmal beweisen
/ First you have to prove it to me
(2021) 


Sommige lezers van dit blog ontvangen een bericht als ik een nieuw blog heb gepubliceerd. Deze functie wordt vanaf juli door Google niet meer ondersteund, zoals dat heet, je kunt ook zeggen: ze stoppen met deze (sub)dienst. Waarom wordt er niet bij gezegd. Gelukkig zijn er alternatieven. Je kunt je nog steeds "abonneren". 

Veronika Schäpers,
Das müssen Sie mir erst einmal beweisen
/ First you have to prove it to me
(2021) 


Onderaan de pagina (klik eerst even op de titel van dit blog, zodat je niet alle voorgaande blogs onder deze te zien krijgt, want dat duurt het even voordat je de onderkant van de pagina bereikt hebt) is een veld opgenomen met de titel "SUBSCRIBE". 

Vul je email-adres in op de balk eronder. Druk op de "SUBSCRIBE"-knop eronder. 

Je krijgt dan de mededeling dat je inschrijving is ontvangen.

Vervolgens krijg je een keer per week een bericht dat er een of meerdere nieuwe blogs zijn gepubliceerd.

Dank voor het blijven volgen van Ligatuur!

zaterdag 12 juni 2021

299. Corona en boekkunstenaars (5): Veronika Schäpers

Gisteren arriveerde het prospectus voor een nieuwe uitgave van de Duitse boekkunstenares Veronika Schäpers: Das müssen Sie mir erst einmal beweisen / First you have to prove it to me.

Veronika Schapers, fotogram van vitamine-D3-capsules (2021)

Sommige illustraties in het boek stuurde ze al eerder rond, als groet tijdens de Covid-pandemie, of als nieuwjaarswens. In 2020 verzamelde zij uitspraken over middelen die bescherming zouden bieden tegen Covid-19. Zekere Dr Wolfram Kersten, bijvoorbeeld, beweerde dat een hoge dosis vitamine-D het meest effective middel ter preventie, maar ook ter behandeling van Covid zou zijn. Andere 'kenners', zoals de voormalige president van de Verenigde Staten, kozen voor gevaarlijker middelen zoals op de een of andere manier UV-licht het lichaam binnen te brengen. Ook bacteriën in zout water zouden helende effecten hebben. Schäpers koos voor haar boek 24 objecten die in de stroom van fake news genoemd werden. Die objecten plaatste zij op lichtgevoelig fotopapier. Na enkele seconden belichting met een of meerdere lichtbronnen werden de foto's ontwikkeld en gefixeerd.

Veronika Schapers, Das müssen Sie mir erst einmal beweisen (2021)

Bij de foto's zijn op smalle stroken de bronnen van de theorieën genoteerd. Er zijn twee teksten in het boek. De eerste is een selectie uit de door Thomas Oates bedachte fictieve samenzwering: hij beweerde dat jezuïeten een plan voorbereiden om koning Karel II van Engeland te vermoorden. De verdachtmakingen leidden in de jaren 1678-1681 tot meer dan twintig executies en harde anti-katholieke maatregelen totdat uitkwam dat Oates alles uit zijn duim gezogen had. 

Het tweede verhaal is speciaal voor het boek geschreven door Heiko Michael Hartmann (geboren 1957). Het is een psychologisch portret van een samenzweerder.

Veronika Schapers, Das müssen Sie mir erst einmal beweisen (2021)

Het is een boek van tegenstellingen en suggesties: transparant papier, fotogrammen die objecten op ware grootte maar toch vaag of vervormd afbeelden, uitspraken van doktoren die misschien geen echte doktoren zijn, leugenaars die ervan overtuigd zijn de waarheid te spreken. De elementen van dit boek spelen met (on)zichtbaarheid, (on)geloofwaardigheid en (on)echtheid. 

Veronika Schapers, Das müssen Sie mir erst einmal beweisen (2021)

De titel wankelt van letter naar letter lijkt het wel. Schäpers gebruikte hiervoor het lettertype ABC Grow, ontworpen door Dinamo (Johannes Breyer & Fabian Harb). Maar let eens op de umlaut op de "u" van "müssen". Dat is een kleine letter "m" die het "moeten" nog eens bekrachtigt en die de nadruk legt op het wantrouwen dat aan de basis van de samenzweringstheorieën ligt. Dat is Schäpers eigen toevoeging aan het lettertype, gebaseerd op oude drukken.

Het boek van Schäpers koppelt uiterste precisie aan totale ondoorzichtigheid, rationaliteit aan irrationaliteit.

maandag 24 mei 2021

298. Giovanni Battista Piranesi, uitgever van boeken (en prenten)

Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) werd opgeleid als architect, maar is nu vooral beroemd als etser en graveur. Vanaf 1740 legde hij de monumenten, opschriften en stadsgezichten van Rome vast, eerst op kleine koperplaten, maar al snel op groot formaat. Ze zijn deels gebaseerd op waarnemingen, maar zeker ook op ideale voorstellingen van de stad waarvan de glorietijd met stof was overdekt. Van zijn fantasievoorstellingen zijn de imaginaire gevangenissen het bekendst. Zijn prenten werden verzameld door Italiaanse kunstliefhebbers en door reizigers die Rome op hun grand tour aandeden en zij verspreidden zijn bekendheid in Europa. De handel in prenten voor een publiek van reizigers stond niet op zichzelf; er was ook goed geld te verdienen aan nieuwe boeken over het oude (en hedendaagse) Rome.

Piranesi Unbound (2020)


De uitgave Piranesi Unbound werpt een nieuw licht 
op zijn verschillende ondernemingen (van prentenmaker tot handelaar in oudheden) en ziet in hem niet in de eerste plaats een maker van reeksen prenten. Het boek herziet zijn carrière in het licht van zijn vak als auteur, illustrator, drukker en uitgever van boeken. Op basis van overgeleverde exemplaren, met name die in Noord-Amerikaanse collecties, zoals die van Princeton University Library, schetsen kunsthistorici Heather Hyde Minor en Carolyn Yerkes een beeld van Piranesi dat we nauwelijks kennen. Een van de hoofdstukken gaat in op schetsen voor titelpagina’s die de publicatievorm, het boek, nog eens onderstrepen. Er wordt grondig ingegaan op de lay-out van de uitgaven en bijvoorbeeld op de verschillende initialen die Piranesi als kop- of sluitstukken ontwierp. Sommige initialen benadrukken het belang van de zetterij en drukkerij en zijn getekend als loden letters, terwijl andere lijken op onderdelen van opgegraven bouwwerken of gegraveerde munten.
Initiaal 'I'
(Antichità Romane de’ tempi della Repubblica e de’ primi imperatori)


De vele teksten die Piranesi als opschriften aanbracht in zijn prenten, sommige als nagebootste kalligrafische teksten, bevatten zijn commentaar en kunnen de indruk wekken dat de prenten als symbiose van beeld en tekst op zichzelf staan. Maar evenzo bracht hij illustraties aan in de tekstgedeelten, zodat de twee delen commentaar en afbeelding onlosmakelijk in elkaar over liepen.

Pamfletten en boeken werden door hem ook gebruikt om een persoonlijke vete uit te vechten met een opdrachtgever die hem in de steek liet en de ijver die hij daarbij aan de dag legde geeft aan dat zijn reputatie en zijn inkomen daarmee gemoeid waren, maar dat hij zich het kennelijk ook kon veroorloven daaraan zoveel tijd te besteden.

Voor zijn boeken werden de inleidingen en tekstgedeelten in drukkerijen elders in Rome gezet en gedrukt, voordat vignetten en illustraties in zijn eigen werkplaats werden toegevoegd. Piranesi zette nooit een eigen boekdrukkerij op, hoe succesvol zijn bedrijf ook was en hoewel de meeste prenten ontstonden als onderdeel van een boek. Dat gold vanaf de publicatie van Antichità Romane de’ tempi della Repubblica e de’ primi imperatori in 1748 (over het Rome uit de periode van de Republiek en van de eerste keizers), maar het betrof ook de latere polemische geschriften waarin hij de aanval opende op critici. In 1769 publiceerde hij zo een boek over zijn praktijken als archeoloog en restaurator: Diverse maniere d’adornare i cammini, over de verschillende manieren om een schouw en andere onderdelen van een interieur te decoreren. Het verscheen in drie talen — Italiaans, Frans en Engels — en was duidelijk niet voor intern gebruik bedoeld. Het was zijn laatste boek met gedrukte teksten; voortaan werden de nodige teksten gegraveerd in de koperplaten, net als bij zijn allereerste prenten.

Illustratie uit Diverse maniere d’adornare i cammini


De slothoofdstukken in Piranesi Unbound behandelen de eigenaren, de boekbanden en de verkoop van zijn boeken. Veel ervan zijn later gesloopt om de prenten los te kunnen verkopen, de inleidingen raakten verweesd en verloren en daardoor denken wij in de eerste plaats aan hem als een maker van losse prenten. Piranesi Unbound stelt dat beeld voor altijd bij.

maandag 3 mei 2021

297. Corona en boekkunstenaars (4): Till Verclas

Vanaf de zestiende eeuw werden manieren verzonnen om mensen tegen de pest te beschermen. Een vorm daarvan was de talisman: een speciale munt zou de drager ervan immuun maken voor de ziekte. Zulke munten werden in Duitsland “Pest Taler” genoemd. Ze beelden biddende figuren af, slangen aan het kruis, lijken, Hiob die door de duivel met pestbuilen is overdekt, en andere voorstellingen die natuurlijk goddelijke krachten zouden bezitten en beschermden tegen de pest. Als je ze kocht. Eerst betalen, dan genezen.

Een Duitse "Pest Taler" (zestiende eeuw)


De Hamburgse boekkunstenaar en beeldend kunstenaar Till Verclas koos tijdens de lockdown deze historische voorwerpen als uitgangspunt van zijn kunst die niet de vorm van een boek aannam – misschien komt dat nog. Terzijde: de KB bezit een catalogus van zijn boeken, getiteld Schwarze Trüffel (2017) en het vouwblad 5 Tugs, een bijdrage aan het project Mapping the Cosmos (2016). 

Nu kwam Verclas echter met een reeks pestmunten met abstracte voorstellingen die zowel verwijzen naar de pestbuilen als naar de hedendaagse pest, het coronavirus.

Till Verclas, 'Pest Taler' (2020) [Foto © Till Verclas]

Ze zijn te verkrijgen in drie verschillende groottes, tegen oplopende prijzen en afnemende oplagen. De kleinste (doorsnede 10 cm) bevat twee bulten; de middelste drie (doorsnede van de munt is 12,5 cm) – deze twee voorwerpen werden gemaakt in een oplage van dertig exemplaren. De grootste (doorsnede 15 cm) bevat drie bulten en daarvan zijn er twintig gemaakt. Ze zijn in het gedreven koper gesigneerd en genummerd. (Zie de website van Till Verclas.)

Het is natuurlijk ironisch dat deze 'Schutz vor Unbill', deze beschermers tegen tegenspoed, net zoals de oude Talers betaald moeten worden, maar dan met de wetenschap dat ze niet bedoeld zijn om je op te lichten - ze zullen echt niet werken tegen corona - maar om plezier te geven. Net als veel andere kunstwerken in coronatijd maken ze de vijand zichtbaar, en hier zelfs voelbaar. Het zijn lekkere voorwerpen om door je handen te laten gaan.

maandag 26 april 2021

296. Corona en boekkunstenaars (3): Katja Mater

Niet alle kunstenaars willen het thema corona direct oppakken voor hun werk; het kan op een indirecte manier net zo indringend overkomen. Kunstenaar Katja Mater werkte al langer met het thema tijd, maar het boek dat zij tijdens de eerste lockdown maakte - het is gedateerd "March-May 2020" - krijgt er wel een extra lading door. Tijd die je gedwongen binnen doorbrengt maakt een andere indruk op je dan tijd die je in vrijheid kunt beleven. Haar boek heet Time is an Arrow, Error en verscheen in 2020.

Katja Mater,
Time is an Arrow, Error
(2020)
Detail van rug

Het boek bevat 79 afbeeldingen van iets dat op een klok lijkt, maar het bij nader inzien niet is. In het midden van het boek is een documentaire sectie opgenomen met een inleiding door Amelia Groom, schetsen en berekeningen voor de afbeeldingen, en een colofon. Het is gedrukt op Arena Rough White 140grams papier door Wilco Art Books.

Katja Mater,
Time is an Arrow, Error
(2020): prent 3

Waar kijken we naar? Mater begint met een tekening van een halve klok, een analoge, ouderwetse klok met wijzerplaat, maar zonder wijzers. Deze tekening wordt gefotografeerd en van elke tekening ontstaan verschillende afbeeldingen met een andere, langere of kortere belichting waardoor kleurverschillen en schaduwwerking kunnen ontstaan.

Katja Mater,
Time is an Arrow, Error
(2020): prent 19

Tussendoor blijft zij cijfers of andere onderdelen aan de tekeningen toevoegen en veranderen cijfers in andere cijfers. Op het eind wordt een van de twee halve klokken omgekeerd waardoor een complete cirkel ontstaat - overigens zijn de vormen vaak nogal hoekig. De klok is van slag.

Katja Mater,
Time is an Arrow, Error
(2020): prent 52

Al die beelden achter elkaar werken verslavend, de grillige vormen, de vreemde arrangementen, de steeds verspringende kleuren en vormen gaan voor de lezer/kijker steeds minder op een klok lijken en doen denken aan bloemen, dozen, kinderspelletjes, planeten, met in het centrum soms getallen maar vaak een gapende leegte, alsof we door de tijd heen kunnen kijken in iets onpeilbaars, terwijl het esthetisch effect plezierig is. Het gevoel voor tijd is relatief blijkt uit recent onderzoek maar weer eens. Zonder zonlicht verliezen we ons gevoel voor tijdsduur en gaan we langzamer leven, ongeveer zoals in een lockdown vanwege corona. Hoe dan ook, dit is een betoverend boek.

[Zie ook: de website van Katja Mater.]

dinsdag 13 april 2021

295. Corona en boekkunstenaars (2): Judith Rothchild, Mark Lintott

Aan het begin van de Covid-19-pandemie schoten sommige boeken naar de top van de bestsellerlijst. Albert Camus' De pest was waarschijnlijk niet eerder zo'n hit als begin 2020, maar cijfers heb ik niet, het boek is eigenlijk in Nederlandse vertaling aldoor verkrijgbaar geweest sinds de eerste druk ervan in 1948 bij De Bezige Bij verscheen. Die vertaling door Willy Corsari beleefde sindsdien 25 drukken en werd in 1992 vervangen door een nieuwe vertaling door Jan Pieter van der Sterre. Intussen werd de oudere vertaling in omnibussen nog steeds herdrukt. De nieuwere vertaling haalde intussen minstens 11 herdrukken (en daarnaast nog edities als luister- en e-boek) en de editie uit 2019 werd na de uitbraak begin vorig jaar in razend tempo door meer dan tachtig openbare bibliotheken aangeschaft, waarbij die in de grotere steden vijf en meer exemplaren in huis kregen.

Judith Rothchild, Mark Lintott, Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020): omslag
[Foto en copyright: Éditions Verdigris]

In Frankrijk, waar het boek in 1947 voor het eerst verscheen was het voor kunstenaars en drukkers een ideaal uitgangspunt voor een actueel boek. In de buurt van Montpellier, in Octon namelijk, werkten de Amerikaanse kunstenares Judith Rothchild en de Engelse drukker Mark Lintott samen aan het boek Les Rats. De tekst is een fragment uit La Peste (eerste Franse uitgave 1947). In de roman worden steeds meer stervende, bebloede of dode ratten aangetroffen en bij het afval gegooid - [lees hier een fragment uit de vertaling door Jan Pieter van der Sterre]. Het is het begin van een pestuitbraak en de stad gaat in quarantaine.

De fragmenten die Rothchild en Lintott hebben gekozen komen uit het eerste hoofdstuk, als de ratten eerst alleen en later in groepen uit de riolen kruipen.

De rattenbestrijding kreeg de opdracht elke ochtend vroeg de dode ratten te verzamelen.

En dan komen er steeds meer, uiteindelijk zijn achtduizend dode ratten verzameld.

's Nachts was in gangen en steegjes duidelijk het zachte gepiep van hun doodsstrijd te horen. 's Ochtends lagen ze in de voorsteden gewoon in de straatgoten, met een bloemetje van bloed op hun spitse snuit, sommige opgezwollen en in staat van ontbinding, andere stijf en met hun snor nog omhoog.

Dan zal snel het eerste menselijke slachtoffer vallen.

De uitgave van Éditions Verdigris - de uitgeverij van Rothchild en Lintott - verbeeldt de oneindig lijkende optocht van stervende ratten niet alleen in beeld, maar ook in vorm. De leporello meet in uitgevouwen toestand bijna vier meter en toont 22 ratten.

Judith Rothchild, Mark Lintott, 
Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020)

Rothchild maakt meestal mezzotinten, maar voor deze uitgave maakte ze linosneden.


Judith Rothchild, Mark Lintott, Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020)
[Foto en copyright: Éditions Verdigris]

Terwijl het tweetal in de studio en de zetterij/drukkerij aan het boek werkten, vonden ze in de kelder een gemummificeerde rat. Normaal gesproken een onprettige verrassing, maar nu had Rothchild een nieuw model en ze beeldde het dier op het binnenomslag af in linosnede. Ze maakte er ook een mezzotint van, maar die is alleen toegevoegd aan de zes luxe exemplaren.

Judith Rothchild, Mark Lintott, Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020):
binnenomslag met rechts uitgevouwen deel leporello

In het colofon is de rat opnieuw afgebeeld: het colofon neemt de vorm aan van een rat, maar er is ook een rat in reliëf afgedrukt. Het exemplaar van de KB is genummerd 8/28.

Judith Rothchild, Mark Lintott, Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020): colofon
[Foto en copyright: Éditions Verdigris]

Het reliëf is bijvoorbeeld te zien bij de oren van het dier en het begin van de rug.

Judith Rothchild, Mark Lintott, Les Rats
[tekst van Albert Camus] (2020): detail van colofon

Bij het KB-exemplaar is een model voor de uitgave toegevoegd, in kleiner formaat dan het boek, met de ratten in potlood getekend, zonder tekst.

Het is geen toeval dat zoveel lezers naar De pest van Camus grepen en dat kunstenaars en drukkers de roman als uitgangspunt namen voor nieuwe uitgaven. In de roman fungeren de ratten als zichtbare aankondigingen van de ziekte. Ze rennen de riolen uit om te ontsnappen aan de pest, maar verspreiden die daardoor onder de bevolking. Bij Covid-19 konden we geen ratten zien lopen, de ziekte verspreidde zich zonder zichtbare voortekenen. We streden tegen een onzichtbare vijand en dat is een lastig vol te houden strijd.