dinsdag 27 augustus 2019

251. Het Beschreven Blad

Het grafisch en bibliofiel genootschap Het Beschreven Blad is heeft jarenlang publicaties de wereld in geholpen waarop buitenstaanders zich niet konden abonneren. Ook de KB niet. Maar zoals dat gaat, de leden worden ouder - het genootschap is opgericht in 1983 - en de behoefte aan een zekere vorm van archivering groeit. Zo kon het gebeuren dat de KB in één klap drie meter publicaties verworven heeft.


Verslag van Het Beschreven Blad (2003)

Menu voor het Jaardiner 2004 van Het Beschreven Blad
Het moet nog allemaal worden nagekeken op schimmels of insecten, de dubbelen moeten eruit worden geschift en een en ander moet nog worden beschreven in de catalogus. Maar het ziet er naar uit dat we in elk geval het tijdschrift Beschreven bladen - dat ook de verslagen van vergaderingen bevat - compleet hebben verworven.

En we hadden tot nu toe alleen wat verspreide publicaties die bedoeld waren voor een groter publiek dan alleen de kleine kring van HBB, die bestond uit drukkers, grafici, schrijvers, verzamelaars, uitgevers, antiquaren en andere boekenliefhebbers.


Doos met allerlei publicaties, ook doubletten

Beschreven bladen (eerste jaargangen, in cassette)
Het Genootschap denkt dat wij eerder een poging hebben gedaan het tijdschrift te kopen. In het gedenkboek 25 jaar grafisch en bibliofiel genootschap Het Beschreven Blad staat dat, tussen andere roddels in. In 1991 verkocht lid David Simaleavich namelijk zijn verzameling boeken en bij lid Bubb Kuyper kwam een lot met uitgaven voor het genootschap op de veiling. In het verslag van HBB lezen wij: 

'Het verhaal gaat dat de Koninklijke Bibliotheek het lot kocht en zich daarna wilde abonneren, uiteraard tevergeefs, want het blad was en is enkel bestemd voor de eigen leden!'

Nou, we hebben destijds niks gekocht - dat we een abonnement wilden is wel zeker, en dat het blad nu buiten de kring van Het Beschreven Blad beschikbaar komt is gegarandeerd. Overigens schijnt geen enkele set compleet te zijn; ook hier ontbreken enkele afleveringen (als ze al ooit verschenen zijn natuurlijk).

[Met dank aan Dick Jalink voor zijn geschenk en aan Rickey Tax voor de bemiddeling.]

donderdag 22 augustus 2019

250. Siân Bowen & Nova Zembla

Tijdens haar artist in residency in het Rijksmuseum in 2011-2012 werkte de Britse kunstenares Siân Bowen aan een tentoonstelling naar aanleiding van Nova Zembla. Onderdeel daarvan was een reeks van 25 boeken met unieke prenten gemaakt in uitlopende technieken. Deze boeken reisden met (delen van) de tentoonstelling mee naar Berlijn en later naar Londen. Momenteel schrijf ik voor een Amerikaanse catalogus een artikel over deze reeks boeken die met hun titel verwijzen naar het reisjournaal over de overwintering op Nova Zembla: Descriptions True and Perfect.





Siân Bowen, Descriptions True and Perfect (2016)
Er is maar één exemplaar in een openbare collectie, namelijk in de Haagse KB. Geen andere bibliotheek of museum bezit de vijfdelige uitgave zoals die in 2016 via een kunsthandelaar werd verkocht: de 25 delen zijn namelijk verdeeld over vijf sets. De KB bezit de vijfde set. Andere sets zijn in particuliere handen. (Daarnaast zijn er enkele losse delen, waarvan 2 in een openbare collectie, een in Leipzig, één in Stanford, CA).

Iedere set is op een andere manier ingedeeld. Die van de KB is als volgt ingedeeld:

Deel ‘a’ bevat achttien bladen met aan één zijde in goud een facsimile van een handschriftje dat op Nova Zembla werd gevonden: een Nederlandse vertaling van een Engelse reis van Pet en Jackman die de Nederlanders als gids gebruikten. De eerste pagina is aan de tekstzijde voorzien van een voorstelling in geprikte gaten. Aan de achterzijde is daardoor een reliëf ontstaan. Het patroon daarvan lijkt op foto’s die Bowen op een reis naar het Poolgebied maakte: reflecties van gebroken ijskorsten op het wateroppervlak. 


Dat patroon is met een naald in het papier geprikt. Ongeveer zoals vroeger patronen voor stoffen werden gekopieerd. Door die gaten heeft Bowen vervolgens palladiumstof gestrooid. Dat kwam terecht op een vel papier waarop een speciale lijm was aangebracht. Het patroon is zo 'gekopieerd'. 

Het boek is ritmisch opgebouwd met steeds zo'n tekstpagina, een geprikt patroon en een 'afdruk' daarvan in wisselende samenstellingen. 

Siân Bowen, Descriptions True and Perfect (2016)
Deel ‘b’ bevat uitsluitend teksten en afbeeldingen van voorwerpen (zoals een vlooienkam) die niet gedrukt zijn, maar als watermerk in het papier zijn aangebracht. 

Deel ‘c’ bevat de teksten in watermerk en de afbeeldingen als geprikte patronen én als 'afdrukken' daarvan. 


Siân Bowen, Descriptions True and Perfect (2016)
Deel ‘d’ bevat alleen de tekst, in blinddruk, diep in het papier gedrukt.

Deel ‘e’ bevat combinaties van zulke bladen en afbeeldingen die in blinddruk zijn aangebracht. Er is veel meer over te zeggen - het concept is boeiend, de technieken zijn tamelijk complex en tijdrovend, terwijl het boek betoverend mooi is en perfect uitgevoerd- maar ik wilde ze deze keer vooral laten zien.

donderdag 25 juli 2019

249. Niet Meer dan 30 Woorden: Just 30 Words

Voor de catalogus van een tentoonstelling in het Pratt Institute in New York (januari 2020) schreef ik een artikel over het werk van Robbin Ami Silverberg, waarbij ik voornamelijk de relatie tussen haar boeken en haar installaties probeer te doorgronden. 

In haar werk hangen tentoonstellingen en workshops, installaties en boeken direct samen. Een voorbeeld is het boek Just 30 Words (2004/5) (er is een exemplaar in Huis van het Boek | Museum Meermanno). De editie bestaat uit dertig exemplaren. (Dit boek wordt in mijn inleiding overigens niet besproken.)

Robbin Ami Silverberg, Just 30 Words (2004/5)
Het idee voor dit boek kwam gaandeweg een rondreizende tentoonstelling over ansichtkaarten die in 1944 door Joodse Hongaren in Auschwitz onder dwang werden geschreven. Ze werden gepost alsof ze afkomstig waren uit Waldsee, een imaginair vakantiedorp. De kaarten werden bestemd voor familieleden die zo werden verleid een antwoord te versturen, waarna ze zelf ook konden worden opgepakt. Hun antwoord mocht maar dertig woorden tellen. Vandaar de titel Just 30 Words.

De expositie was te zien in Budapest in 2004, en het jaar erop, onder de titel Waldsee 1944 in Berlijn en New York City, waarna in 2006 Ulm volgde en een reis langs Amerikaanse instellingen aanving. Tientallen kunstenaars leverden nieuwe werken voor deze expositie, per stad verschillend, en al die werken waren uitgevoerd op het formaat van een ansichtkaart. Als curatoren van de tentoonstelling traden Silverbergs echtgenoot András Böröcz, Robbin Ami Silverberg zelf en László Böröcz (2B Gallery) op. 


Silverberg schreef: ‘While working on that show, I felt a strong need to create my own interpretation of the subject, which became Just 30 Words.’ (email, 11 juni 2019). Het boek houdt zich niet aan het formaat van een ansichtkaart, integendeel het meet circa 32 x 24 cm. Het formaat heeft wel wat weg van een ouderwets fotoalbum. Maar op iedere pagina zijn de omtrekken van twee kaarten te zien en daarbinnen worden pogingen weergegeven om tussen de regels van de oorspronkelijke regels handschrift te zoeken naar wat niet door de gedeporteerden kon worden gezegd én te bedenken welke antwoorden geschreven hadden kunnen worden. 


Robbin Ami Silverberg, Just 30 Words (2004/5)
Elke poging bestaat uit 30 woorden of uit andere elementen zoals stukjes eierschaal. Deze pogingen tot interlineariteit bevatten ook hedendaagse referenties, waaronder een advertentie voor een familiehotel in Waldsee, een bericht over het automatisch ‘top secret’ verklaren van duizenden Amerikaanse overheidsdocumenten, een biologische observatie over de nieren van een kikvorsvis en de restauratie door forensische onderzoekers van een Hebreeuwse tekst uit het dagboek van een van de inzittenden van de geëxplodeerde space shuttle Columbia. 

Robbin Ami Silverberg, Just 30 Words (2004/5)
Ze hebben onveranderlijk betrekking op de scheiding tussen het leesbare en het onleesbare, tussen dat wat vernietigd wordt en wat resteert en wijzen ons steeds op de scheidingswanden daartussen, op de scheiding zelf, op het sturende optreden waardoor niet gezegd of gelezen kan worden wat er werkelijk aan de hand is. 

De ervaring bij het lezen van Just 30 Words wordt mede bepaald door het papier dat Silverberg zelf maakte; de omtrekken van de kaarten zijn er als watermerk in aangebracht en (zoals Inge Bruggeman stelde): deze watermerken zijn te vergelijken met permanente littekens in het papier en ze wijzen ons op de verbanden tussen huid en papier en op het menselijk lichaam als een historisch archief van wat het individu is overkomen. 


Robbin Ami Silverberg, Just 30 Words (2004/5)
Daarbij zijn de bladen levendig rood en oranje, kleuren die met hun weelderigheid en schoonheid ingaan tegen het slachtofferschap en juist de kracht van de mens benadrukken, en zelfs de menselijke liefde en intimiteit. Net als in de ansichtkaarten wordt de horror van de Tweede Wereldoorlog en de vernietigingskampen niet benoemd.

Robbin Ami Silverberg, Just 30 Words (2004/5)
De schrijfster van de ansichtkaart die Silverberg in het boek als uitgangspunt nam wordt door dit alles weer een individu, los van de massa. Haar naam is Margit Karényi. 

Robbin Ami Silverberg, Just 30 Words (2004/5)
Tegelijk zijn de kleuren van het papier ook die van de ‘Mayaflower’, zo staat in een door de dochter van Silverberg geschreven tekst, een verwijzing naar haar naam (Maya) én een illustratie bij vier woorden uit de ansichtkaart: ‘imagine all I need’. In Just 30 Words wordt de lezer in meerdere richtingen tegelijk geloodst.

Robbin Ami Silverberg, Just 30 Words (2004/5)
[Zie voor de opmerkingen van Inge Bruggeman: Inge Bruggeman, ‘The Integral Role of Handmade Paper in Contemporary Artist Books’, in: Hand Papermaking, volume 23, number 2 (Winter 2008), p. 3-6.]

maandag 8 juli 2019

248. Een dankwoord uit de Appalachen

Jaarlijks komt ontwerper/boekkunstenaar Tricia Treacy met haar studenten van de Appalachian State University naar Nederland voor een cursus 'design'. Ze bezoeken en werken in de Printroom in Rotterdam, het prentenkabinet van het Rijksmuseum, verschillende ontwerpstudio's en de KB. 


Translation. ImmigrationStudents from the Appalachian State University
(2019)
Bij hun recente bezoek liet ik ze uiteenlopende boeken zien, van middeleeuwse handschriften tot moderne kunstenaarsboeken, maar met een nadruk op de twintigste eeuw: illustraties van Escher, typografie van Van Krimpen, omslagen van de Nieuwe Zakelijkheid, oorlogsuitgaven van Werkman, provotijdschriften, boeken ontworpen door Irma Boom, Christien Meindertsma, Carina Hesper en Moon Brouwer. De bedoeling was de studenten te inspireren.

De week erna gingen ze aan het werk en eind vorige week kreeg ik bij wijze van bedankje het eindresultaat toegezonden. De titel op het omslag leest - vermoedelijk - als: Translation, Immigration.







Translation. ImmigrationStudents from the Appalachian State University
(2019)
Links en rechts in het boek herkennen we Nederlandse woorden, maar vooral veel Engels natuurlijk, terwijl verschillende druktechnieken zijn uitgeprobeerd. Een fraaie manier om ons te bedanken!

donderdag 4 juli 2019

247. Wereldbibliotheek: een luxe Van Schendel en andere details

Een uitgesteld klusje had deze week mijn aandacht en leverde toch weer wat aardige zaken op. De KB kreeg ooit een collectie uitgaven van de Wereldbibliotheek ten geschenke van A.W.J. Remmerswaal. Hij verzamelde alle uitgaven, alle drukken, alle uitvoeringen en daarbinnen dan nog alle varianten aan banden. Dat zijn er veel.

Dubbele delen van De Wereldbibliotheek
Op basis van de titelbeschrijving is dat vaak niet te zien, dus om te achterhalen of een bepaalde variant al in de collectie is, moet je alle exemplaren opvragen en bekijken. 

Er stond nog een meter of drie te wachten op verwerking. Dat zijn de "dubbelen", althans, voor zover dat te beoordelen valt op grond van de beschrijvingen. De eerste plank heb ik nu behandeld. Ongeveer de helft bleek niet dubbel te zijn, maar juist nieuwe varianten te bevatten.


Niet dubbele uitgaven van De Wereldbibliotheek
De schutbladen kunnen verschillen, de rugtitels kunnen opnieuw gezet zijn (bijvoorbeeld Multatuli's Aleid uit 1908: de ene keer meten auteursnaam en titel samen 60, de andere keer 65 mm), er kan wel dan niet een punt staan in de rugtitel (Potgieters Liedekens van Bontekoe), de editie was niet in linnen gebonden, maar ingenaaid in papier, de rug vermeldt geen deeltitel of jaartal, de kleuren op de band wijken af of het monogram van de ontwerper staat er bij het ene exemplaar wel op en bij het andere ontbreekt het. En zo voort. Dit is een van de weinige collecties waarvan de bandvarianten allemaal willen verzamelen. Het geeft een tijdsbeeld en brengt de praktijk van kleine bindpartijen uitstekend in beeld.

De meeste uitgaven van de Wereldbibliotheek waren redelijk goedkoop, het papier was machinaal gemaakt, de oplagen groot en de staat van die exemplaren laat daardoor wel eens wat te wensen over. Luxe edities zijn zeldzaam.

Ik kwam er één tegen die we al in huis hadden zonder dat we dit wisten. 



Arthur van Schendel, Verhalen (1917): gewone en luxe editie
In 1917 publiceerde De Wereldbibliotheek - toen nog onder de naam Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur - een bundel Verhalen van Arthur van Schendel. De gewone uitgave heeft het standaardformaat van 18,5 x 12 cm, maar er zijn vijf exemplaren gedrukt op Hollands papier - dat vertelt G.H. 's-Gravesande in zijn bibliografie uit 1936. De bibliografie van het Literatuurmuseum (Documentatiedienst: Nederlands Letterkundig Museum: de bibliografische kaarten dateren uit 1967) vermeldt deze luxe editie niet.

De luxe uitgave is groter, het is wat de Engelsen een 'large paper copy' noemen: 20,1 x 14 cm.


Arthur van Schendel, Verhalen (1917): luxe editie
Dat Hollands papier heeft een watermerk van Van Gelder Zonen, de befaamde papierfabriek.

Het zetsel van de uitgave is verder geheel gelijk aan dat van de gewone editie, er is geen colofon met bijzonderheden in aangebracht. Wel verschilt de band. Die toont niet het door P.H. Praag ontworpen patroon; het boek is gebonden in een halflinnen band, met een etiket op de rug.

Dit exemplaar is door Van Schendel van een handgeschreven opdracht voorzien. Hij gaf het boekje aan een collega-auteur, namelijk Henriëtte Roland Holst - Van der Schalk. Veel boeken uit haar collectie zijn in 1939 beland in de verzameling van de KB.


Arthur van Schendel, Verhalen (1917): opdracht van de auteur
Van Schendel is een van die auteurs die er bij bijna al zijn uitgevers in slaagde een luxe editie van het werk te laten drukken op speciaal gekozen papier. Ook bij de Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur is hem dat dus gelukt.

Zesentwintig van die luxe uitgaven kreeg de KB in 2018 ten geschenke uit de nalatenschap van Dr. Leendert van der Hammen (1921-2016). Hij had bijna alle luxe edities verzameld.


Een rij Van Schendel-uitgaven uit de collectie van Dr Leendert van der Hammen

woensdag 5 juni 2019

246. Stempels voor Jules de Praetere

Jules de Praetere (1879-1947) ontwierp enkele boekbanden voor uitgeverij L.J. Veen in de tijd dat hij zijn op de eigen handpers gedrukte boeken op soortgelijke wijze decoreerde. Hij drukte acht boeken met werk van Karel van de Woestijne, Stijn Streuvels en enkele andere moderne auteurs. In 1902 liet Veen hem en ontwerp maken voor Over lichtende drempels van Louis Couperus; in 1904 maakte hij ontwerpen voor de Veen-editie van Guido Gezelle's Motto-album.


Guido Gezelle's Motto-album (1904)
Van de 3000 exemplaren werden er 750 meteen gebonden in een linnen band naar het ontwerp van De Praetere. De overige exemplaren kwamen geleidelijk op de markt in een uiteenlopende reeks andere bandjes. Zie voor een overzicht daarvan de publicatie van Jan Pauwels, Méer dan een mode-koorts: Guido Gezelle en zijn postume uitgever Lambertus Jacobus Veen, 1901-1919, die verscheen in 2005 (hierin pagina's 191-198.)

De ontwerpen van De Praetere zijn bewaard gebleven. Ze berusten in de collectie van het Rijksmuseum.


Guido Gezelle's Motto-album:
tekening voor het omslag naar ontwerp van Jules de Praetere, 1903
(Rijksmuseum: RP-T-00-3517)
De Praetere leverde ook een aparte tekening voor elke maand van het jaar - het motto-album was tevens een agenda - en daarbij tekende hij de namen van de maand, met florale decoraties. Van die maand-aanduidingen zijn twee tekeningen bewaard gebleven. Mogelijk zijn sommige van deze schetsen uitgewerkt door een tekenaar in de binderij en gemaakt ter preparatie van de stempels. De aantekeningen in potlood zijn misschien niet die van De Praetere. Bij de tekening voor de afzonderlijke maanden staat: '2 clichés van deze'. Dat is niet iets dat de ontwerper bepaalt.



Guido Gezelle's Motto-album:
tekeningen naar ontwerp van Jules de Praetere, 1903
(Rijksmuseum: RP-T-00-3517 [boven] en RP-P-2016-514R [onder])
De tweede tekeningenreeks voor de maand-aanduidingen werd niet afgebeeld in de studie van Jan Pauwels omdat die pas later werd verworven.

Tot nu toe was niet bekend of de gemaakte clichés bewaard zijn. Het cliché-archief van de binderij J. Brandt & Zoon is, zoals dat bij dit soort archieven gaat, verre van compleet, maar wel bewaard gebleven. De administratie bevindt zich in het Stadsarchief van Amsterdam, de metalen stempels zijn nu in de verzameling van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Mijn collega Rens Top wees mij op deze stempels van De Praetere's ontwerpen toen ik mij enkele jaren geleden bezig hield met de handpers van Jules de Praetere en met andere vroege Vlaamse private presses (gepubliceerd in De Gulden Passer, 2017).

De dozen in het archief lijken niet systematisch geordend te zijn. Vroeger kwamen we al eens de stempels tegen die voor de boekbanden van P.C. Boutens werden gebruikt, zie mijn artikel over 'P.C. Boutens de band van Stemmen' uit 2000. Maar ook van het Motto-album zijn enkele stempels gevonden, zowel van de door De Praetere ontworpen band als van enkele latere.







Bandstempels in de collectie Proost en Brandt stempelarchief
(KB Den Haag: doos 6, lade A1 en A2)
De stempels liggen soms op de kop, en niet steeds goed bij elkaar. Van het rugstempel lijken er twee verschillende vormen te zijn, beide gesigneerd met het monogram van De Praetere. Die twee verschillen in lengte en breedte. 

De onderdelen van de stempels zijn, zoals heel vaak, later gescheiden. Rugdecoraties als eerste, want die zijn afhankelijk van de bindwijze (waarbij het boekblok dikker of dunner kan worden). Maar ook de titels werden losgesneden. De titel van het Motto-album ligt dan ook in een andere lade in de doos. Ook missen er onderdelen.




Bandstempels in de collectie Proost en Brandt stempelarchief
(KB Den Haag: doos 6, lade b1, 2 3N 3)
Het Proost en Brandt stempelarchief bevat nog veel meer sporen van boekkunst uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Voorlopig is het echter lastig toegankelijk.

dinsdag 28 mei 2019

245. Een vroege Heeresma: Kinderkamer

De schrijver Heere Heeresma (1932-2011), onder andere bekend van de bundeling korte verhalen met de lichtvoetige titel Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming (1973) debuteerde voor het grotere publiek in 1962 toen hij Bevind van zaken en Een dagje naar het strand publiceerde bij Uitgeverij Contact. Eerder verschenen verhalen van Heeresma in literaire tijdschriften. Maar zijn eigenlijke debuut was een bundeltje gedichten, een nu onvindbaar boekje waarvan de KB pas onlangs een exemplaar heeft verworven.


Heere Heeresma, Een dagje naar het strand (1962) en Bevind van zaken (1962),
met achterzijde omslag van Een dagje naar het strand
Die uitgave verscheen niet bij een van de grotere uitgevers, maar bij Stichting Le Chat-Qui-Pelote. 

Heere Heeresma, Kinderkamer (1954): geheel uitgevouwen omslag
Le Chat-Qui-Pelote was een restaurant aan de Amsterdamse Zeedijk - in de kelder vonden optredens plaats. Het stichtingsbestuur bestond onder andere uit graficus en drukker Frans de Jong, tekenaar Gerrit Stapel en rechtenstudent Wicher Voerman, terwijl Klaas de Vries leiding gaf aan het geheel en de programmering werd overgelaten aan Esteban López. Heeresma liep ook rond in deze kringen. Eerder was hier de dependance van Galerie Le Canard gevestigd, Le Canard au Zeedijk. Le Canard was weer gerelateerd aan antiquariaat d'Eendt dat verschillende kunstenaars-portefeuilles publiceerde, zoals Het uitzicht van de duif door dichter Jan Elburg en kunstenaar Constant (in 1952).


Heere Heeresma, Kinderkamer (1954)
Bij Le Chat-Qui-Pelote was het de graficus Frans de Jong die het eigenlijke debuut van Heere Heeresma drukte. Dat gebeurde in 1954. De Jong had in 1950 een drukpers gekocht en dit was zijn eerste echte boekje. De tekeningen werden gemaakt door Gerrit Stapel.


Heere Heeresma, Kinderkamer (1954)
De meeste illustraties zijn, net als de initialen die aangeven dat een nieuw ongetiteld gedicht begint, gedrukt in rood.


Heere Heeresma, Kinderkamer (1954): colofon
Het onlangs voor de KB verworven exemplaar is misschien een proef-exemplaar. De oplage bestond uit 200 genummerde en ingenaaide exemplaren. Dit exemplaar is echter niet genummerd en bestaat uit gevouwen bladen die los in het omslag liggen. De latere speelsheid van Frans de Jong is hier nog beperkt tot de herhaling op het omslag van de titel en de auteursnaam in verschillende kleuren.



Heere Heeresma, Eens en nooit weer... (1979)
en Deze verzen en gedichten die poëzie ook (1974)
De gedichten werden in de jaren zeventig twee maal herdrukt, eerst met tekeningen van Heeresma's broer Faber Heeresma in 1974: Deze verzen en gedichten die poëzie ook; en vijf jaar later nog eens onder de titel Eens en nooit weer... Hierin zijn de gedichten ingrijpend bewerkt en zijn er ook verzen weggelaten. De enige manier om kennis te nemen van de oer-versie van de gedichten is dan ook Kinderkamer te komen bekijken in de KB.