donderdag 7 februari 2019

231. Codex 2019 (4)

Na Codex is er altijd nog van alles te doen. Vandaag eerst een vergadering over een voorgenomen uitgave bij een tentoonstelling van Stanford University in 2020 - een tentoonstelling die waarschijnlijk via Boston ook in Europa te zien zal zijn de jaren erna. Het is een complex plan, met als auteurs curatoren uit Amerika, Duitsland en Frankrijk - ik ben er ook een. Er zijn nog wel issues die om een oplossing vragen.

Ter herinnering aan Codex nu eerst nog wat afbeeldingen.



Burg Buch Editions
De tafels van Burg Buch Editions lagen vol werken van studenten van de Burg Giebichenstein Kunsthochschule in Halle, allemaal leerlingen van Sabine Golde, die uitstekende concepten paren aan precieze uitvoering. Een van de boeken was een wat kwetsbare constructie naar aanleiding van T.S. Eliot's gedicht 'The Waste Land', een soort wankel tentenkamp van tekst, met bladen die gespannen zijn tussen houten kaders van balsahout. Het object is gemaakt door Friederike Dolinschek, die aangaf te zullen werken aan een sterkere constructie.

Een Duitse boekenmaker, Julie Claudia Mahn, werkt onder de naam Verwandte Objekte. Zij toonde een werk waarin vier verhalen van passanten op straat in elkaar passen. Het heet We won't be coming back.





Jule Claudia Mahn, We won't be coming back (2019)
Het boek is gedrukt op verschillende soorten papier, met pagina's die een regelmatig verschuivende breedte hebben, of uitklapbaar zijn - dat laatste als de lezer aankomt bij het verhaal dat zich bij de spreker thuis afspeelt. 

Een werk van heel andere allure en samenstelling was te vinden op de tafels van Colette Fu: pop-up voorstellingen die minderheden in China in beeld brengen, fotografisch, met onderdelen die de natuur, de architectuur of de personen tonen met hun mythen en folklore.  Een van de voorstellingen - ze zijn zeker 80 centimeter breed - gaat over de Wa Hair Swinging Dance, een werk uit 2012. 


Colette Fu, Wa Hair Swinging Dance (2012)
Het is een van die voorwerpen die onder boekkunst vallen zonder op een boek te lijken, behalve als je de pop-up weer dichtvouwt - wat op zich al een voorstelling is met allerlei vlakken en constructieve elementen die naadloos onder elkaar door schuiven, in elkaar passen, zonder elkaar in de weg te zitten - tot een gewoon, zij het wat groot formaat boekomslag.

Het geeft ook aan dat je, bij het openen van een kunstenaarsboek nooit van te voren precies kunt weten welke wereld te voorschijn zal springen.

230. Codex 2019 (3)

Op het moment dat ik dit schrijf is Codex voorbij en wacht de deelnemers alleen nog het galadiner dat symposium en beurs officieel (en gezellig) afsluit. Na een koude en regenachtige, bijna Nederlandse, start scheen vandaag de zon al werd het alleen achter het glas van de expositiehal van Codex werkelijk warm.

Uitzicht aan achterzijde van het Craneway Pavillion, Richmond 
Intussen tijd voor enkele korte impressies van boeken die mij opvielen. Er was deze keer niet een boek te zien waarvan ik helemaal achterover viel, wel waren er veel bijzondere boeken te zien die uitgezette lijnen continueerden, of de vorm kregen van curieuze objecten.

Datz Press (Korea)
De Datz Press uit Seoul presenteerde een gedicht in het Koreaans en hetzelfde gedicht in een tweede, Engelstalige editie met woorden die in stroken langs elkaar schieten en als grashalmen bewegen.

De triangular Press uit Portland kwam met de nieuwe uitgave Portland Living, waarin op basis van websites en statistieken werd aangegeven waar in de omgeving van kunstenares/docente Barbare Tetenbaum in Portland dakloze gezinnen waren neergestreken in tenten of kampementen, gelijk aan die je hier langs de snelwegen aan de rand van de steden in grote aantallen kunt zien - in tegenstelling tot twee jaar geleden.

Barbara Tetenbaum, Portland Living
Een probleem dat ook in andere landen opspeelt, zoals Jamie Murphie's werk al liet zien.

De komende dagen zal ik er nog wat afbeelden, als ik me nog kan herinneren wat ik allemaal heb gefotografeerd, want 220 tafels met boekenmakers is te veel om te verwerken zonder geheugenverlies.

woensdag 6 februari 2019

229. Codex 2019 (2)

De tweede dag van het Codex symposium wordt geopend door Till Verclas. Hij maakt boeken maar toont tijdens zijn toespraak voornamelijk de beelden die veelal van industriële en zware materialen zijn gemaakt. Zijn nieuwe boek is een tekstloos boek met afbeeldingen van boten. Tijdens zijn praatje merkte hij op dat hij opgroeide met de kunstboeken van zijn moeder, die het totaal niet waardeerde dat hij de schutbladen ervan gebruikte voor zijn eigen tekeningen.

Till Verclas, Winterbuch (2009)
Ook gaf hij toe (niet voor het eerst) voor zijn bekende Winterbuch zijn kinderen aan het werk te hebben gezet om de vierhonderd of meer transparante bladen met schuurpapier te bewerken zodat ze een sneeuwachtig uiterlijk kregen.

Veronica Bean gaf een fraaie presentatie van haar werk, deels over de rol van vliegen en van cirkelgangen in het leven voor de kunst. Een van haar boeken heeft een tekst die niet gedrukt is, maar letter voor letter met naald en draad genaaid. Ze zei: 'I sowed that book in Helvetica. I don't know how I did it.' En inderdaad laat het boek een zeer regelmatig lettertype zien.

De keynote speech werd gegeven door boek-agent Susanne Padberg Zij sprak (onder andere) kort over de verschillen van het verzamelen van kunstenaarsboeken in Europa en Amerika, waarbij, overdreven gesproken, in Europa de nadruk ligt op conservering en in Amerika op educatie. Het eerste werd geïllustreerd met een contract waarmee een particuliere verzamelaar de collectie zou overdragen aan een museum totdat de laatste regel vaststelde dat de verzamelaar daarna de boeken niet meer mocht aanraken of uitlenen voor tentoonstellingen - de collectie zou bij haar thuis blijven tot haar dood. Dat contract werd niet getekend. Aan de andere kant stonden de Amerikaanse institutionele verzamelaars die de nadruk legden op gebruik door studenten, maar die moesten de boeken dan wel kunnen aanraken, dus kozen ze dan in theorie voor de meest robuuste kunstenaarsboeken. Tenzij natuurlijk ze de meest fragiele boeken aanschaften met als aanname dat die door de studenten binnen drie jaar zouden zijn vernield.

Het Europese boek zou minder politiek en meer esthetisch en museaal van karakter zijn, het Duitse boek bovendien meer precies uitgevoerd dan dat uit andere landen. Intussen werden in haar verhaal ook enkele kunstenaars genoemd uit Japan en China, zoals Hyewon Jang, leerlinge van Sabine Golde.



Susanne Padberg toont 'Regen' (2008) van Hyewon Jang
Een van de werken is uittrekbaar tot een meterslange slang die Padberg in het gangpad tussen de tafels op Codex 2010 demonstreerde. Boekkunstenaar Veronica Schäpers kijkt toe.

Dit was aan het einde van de middag toen ik gevorderd was tot haar tafel - en aan het einde van de middag had ik alle boeken bekeken van tafel 1 tot en met tafel 134. Voor morgen zijn dus nog zo'n 85 tafels te gaan...

dinsdag 5 februari 2019

228. Codex 2019 (1)

In Berkeley begon vandaag het Codex symposium - in de ochtend. 's Middags, in Richmond, begon de bijbehorende book fair aan de tweede dag. Zie de pagina over Codex 2019.


Codex programmaboekje 2019
Er waren verschillende keynotes en introducties die de dag openden, zoals David Patons verhaal over de collectie van Jack Ginsburg; ik zal daarop nu niet dieper ingaan, want ik schreef over de Ginsburg collectie in 2017 tijdens het congres Booknesses dat Paton toen organiseerde in Johannesburg (zie blog 142 en volgende: Kunstenaarsboeken en Johannesburg, april 2017). Nieuws is dat eind maart de collectie voor het publiek toegankelijk wordt in het Wits Art Museum. David toonde foto's van de inrichting.

De ochtend begon met een hilarisch verhaal van drie Deense kunstenaars, die een tijdschrift oprichtten in 1981, Pist Protta. Zij waren kunstenaars, maar niet in de hoofdstad, en ze waren zich er bewust van dat daarom verder niemand hen als kunstenaars zag. Een tijdschrift kon daarin verandering brengen. Bovendien, bij een tijdschrift hoeft niet steeds alles goed te zijn, want de volgende keer kan het beter worden.


Pist Protta
Åse Eg Aps, Jesper Fabricius en Jesper Rasmussen bespraken om beurten aspecten van dit tijdschrift dat steeds van vorm, techniek en idee is blijven veranderen.


Pist Protta
Een van de nummers ging uit van de klassieke Deense schoolatlas, waarin het grootst afgebeelde land Denemarken was en de belangrijkste oceaan die Atlantische. Alle andere delen van de wereld komen er bekaaid van af. Het tijdschrift maakte een meer subjectieve versie van - of misschien wel objectiever dan de nationalistische en wat wereldvreemde atlas waarmee generaties kinderen opgroeiden. Atlassen zijn voor kunstenaars vaker een inspiratiebron, vanwege de classificaties van landschappen, de omissie van elementen, de tweedimensionale afbeelding van bijvoorbeeld gebergtes, de kleurige lijnen en symbolen.

Andere afleveringen bestonden geheel uit omslagen van tijdschriftnummers van Pist Protta, met inhoudsopgaven en al, maar zonder inhoud - 'actually, who cares about the contents', zei een van de presentatoren. Geen inhoud dus, wat het samenstellen van de nummers een stuk eenvoudiger en vrolijker maakte en waarbij belangrijke kunstenaars als medewerkers werden opgevoerd die dat niet wisten (en natuurlijk ook niet waren). Er schijnt nu een kunstenaars te zijn die zijn bijdrage aan dit nummer op zijn CV heeft gezet.

Bij het dertigjarig bestaan van het tijdschrift vonden de uitgevers dat het beter was een nummer te maken over het vijftigjarig bestaan waarin allerlei nummers worden beschreven die de komende twintig jaar eigenlijk zouden moeten verschijnen, maar dat zal wel niet gebeuren, want de vrijheid die deze kunstenaars omarmen zou daardoor te beperkt worden.

Het was een ideale opening voor Codex op de vroege ochtend, geestig en losjes.

De tweede presentatie ging over de Sami-cultuur en een boek over Sami-dichter Nils Aslak
Valkeapää, zie daarvoor de website van de kunstenaars Tatjana Bergelt. De laatste spreker, Thomas Millroth gaf een overzicht van Deense boekkunst uit heden en verleden en zag, wat mij betreft, sommige Deense kunstenaars teveel als voorlopers van een latere generatie makers van visuele poëzie in plaats van als volgelingen van wat al eerder in Europa was gebeurd. Klankgedichten van kort na de Tweede Wereldoorlog verbond hij bijvoorbeeld niet aan die van I.K. Bonset in De Stijl en die enkele decennia eerder waren verschenen. Een kwestie van perspectief (en oogkleppen) en daar gaat het bij Codex om: het verbreden van het perspectief.


's Middags zag ik alvast enkele boeken die zowel traditioneel als actueel waren, zowel gegrond in oudere literatuur als in vernieuwende standpunten. Een voorbeeld is het witboek, bijna altijd een vorm van protest, waarbij alle pagina's van een boek wit blijven om aan te geven dat iets niet gebeurt of er lacunes zijn. Dit jaar kwam de Ierse drukker Jamie Murphy van de Salvage Press.

Jamie Murphy
Hij toonde een van de dikste boeken op de beurs. Het heet One Thousand Seven Hundred And Fifty Three, want dat is het aantal dakloze gezinnen in Ierland op dit moment. De pagina's zijn er evenveel en er staan niets op omdat we er niets van weten, behalve hun aantal.


One Thousand Seven Hundred And Fifty Three (The Salvage Press)
Murphy vond het voor een land als Ierland een onbegrijpelijke schande, vandaar dit monsterboek, een protest tegen het vermijden van de noodzaak om iets hun toestand te veranderen.

Een tweede opmerkelijk boek werd gemaakt door Victoria Bean, die vanochtend aan het ontbijt dacht te zitten (dat klopte) in een eatery, maar die ik niet stoorde omdat zij misschien aan een nieuw gedicht werkte (nee) of aan de speech die zij morgen op het congres moet houden (dat was het inderdaad).



Victoria Bean, Tess
Haar werk is gebaseerd op Thomas Hardys roman Tess, wier wederwaardigheden niet in de woorden van Hardy worden weergegeven, maar in de stoffen van de kleding die zij droeg in de roman, afhankelijk van haar lot. De prachtige stof van de jurk die zij in het eerste hoofdstuk draagt, de eenvoudige boerenstoffen aan het begin (katoen), de crinoline, de zijde en andere dure stoffen die zij daarna krijgt, tot aan het zwarte doodskleed bij haar ophanging aan het slot. Een tastbaar gemaakte reeks pagina's, evenveel als in de pocketeditie die Veronica las. Stoffen die ze in Soho in Londen kon kopen. Morgen zal ze er meer over vertellen, maar dan heeft u deze foto's al gezien.

vrijdag 11 januari 2019

227. Zadkine's boekillustraties

Nog tot 3 maart is in Museum Beelden aan Zee een grote overzichtstentoonstelling van de beeldhouwwerken van Ossip Zadkine (1890-1967) te zien. Beeldhouwwerken van brons, steen en hout, monumentaal of intiem, abstract of figuratief. Er zijn ook gouaches te zien en die hangen dicht bij een kleine serie beelden van dichters en schrijvers zoals Alfred Jarry en Apollinaire.


Ossip Zadkine, 'Figure au bouquet de pinceaux' (gouache)
Een van de gouaches toont een figuur met 'boeket van penselen': aan een tafel zit een vrouwelijke figuur met glas, deels verborgen achter een grote vaas waarin geen bloemen maar penselen in allerlei kleuren zijn gestoken. Op de voorgrond zijn een tweede glas en een fles te zien en daarnaast een element dat we in zijn beelden bijna niet tegenkomen, maar wel in zijn werk dat gewijd is aan schrijvers: namelijk boeken en pagina's. In dit geval een opengeslagen blad, zo te zien met tekst (en bijvoorbeeld niet een partituur), maar het geheel is eerder een tijdschriftachtig object dan een boek of een krant. Geen plaatjes, geen kolommen, geen afzonderlijke alinea's, maar een doorlopende tekst. Opvallend is dat de linkermarge van de rechterpagina bijna transparant geschilderd is waardoor door het object heen de tafel zichtbaar is, wat een extra ruimtelijk effect geeft.



Ossip Zadkine, ontwerp voor een monument voor Alfred Jarry (1938)
Zo'n soort object, slap als een tijdschrift, is ook onderdeel van een beeld van Alfred Jarry, een klein uitgevoerde studie (uit 1938) voor het monument dat uiteindelijk pas in 1968 werd uitgevoerd in het Franse plaatsje Laval. Alfred Jarry - uitvinder van de 'patafysica (de wetenschap van de denkbeeldige oplossingen) - legt één hand op het geschrift, terwijl hij met zijn andere hand in tegengestelde richting wijst.
Ossip Zadkine, De dichteres (1954)
Een van de veelvuldig door hem afgebeelde symbolen is de lier, zoals bij beelden van Orpheus of van 'De dichteres' uit 1954, een half rechtop zittende figuur van brons. 

Niet te zien in de tentoonstelling zijn de boekillustraties van Zadkine. In de Collectie Koopman van de KB bevinden zich enkele Franstalige boeken met etsen van Zadkine. Zes etsen begeleiden de gedichten van Robert Ganzo: in zijn bundel Lespugue klinkt zoals altijd de sfeer van zijn geboorteland Venezuela door: rondingen en slangen, licht en parelmoer, schaduwen en aarde - de wereld van Ganzo sprankelt altijd. (Zie over deze liefdesgedichten de website van de KB: Lespugue.)


Ossip Zadkine, ets voor Lespugue (1966)
Deze geïllustreerde editie verscheen in 1966 toen Zadkine 76 jaar was. De etsen zijn gesigneerd met zijn initialen: O.Z.  Ze werden gedrukt op de handpers van Jacques David in Parijs, de meeste op één pagina, een enkele over twee pagina's. Het thema van alle etsen is omhelzing, omstrengeling. Ze lijken sterk op schetsen, zoals een beeldhouwer die maakt voor zijn beelden, met arceringen voor de schaduwgebieden langs de rug of het onderbeen. 

Robert Ganzo, Lespugue (1966): colofon
Onder het colofon staan de handtekeningen van Ganzo en Zadkine bij elkaar.

Zadkine illustreerde zeker tien boeken, hoewel de helft ervan maar één bijdrage van hem bevat naast bijdragen van andere kunstenaars. De andere vijf laten litho's of etsen zien en zijn allemaal in de jaren zestig - dus vrij laat in zijn carrière - ontstaan, hoogstwaarschijnlijk geheel op verzoek van de uitgevers. De enige uitzondering is een litho die in 1948 al werd gedrukt in Camille Bryans La chair et les mots. Meestal bleef het bij één illustratie; alleen bij de gedichten van Robert Ganzo (zes etsen) en die van Apollinaire (tien etsen) werd flink uitgepakt.

In de tentoonstelling zijn die etsen niet te zien, maar wel honderd beelden en die lokken nog steeds reacties uit, zoals het beeld 'Boeddha' uit 1919 laat zien.


Ossip Zadkine, 'Boeddha' en bezoeker (januari 2019)


vrijdag 21 december 2018

226. Verborgen luxe editie: Kruis of munt?

In 1993 overleed de schrijfster Jo Boer en het jaar daarop werd zij al tot de 'vergeten auteurs' gerekend en dat is ze nog steeds. Af en toe komt haar werk toch nog in de handel. Niet heel lang geleden bood veilinghuis Zwiggelaar haar roman Kruis of munt aan. Die was verschenen in 1949 en had daarvoor al de F. Bordewijkprijs gekregen (die werd toen nog de Vijverbergprijs genoemd, al heette de prijs aanvankelijk de Prijs voor de Haagse Roman: zo staat het ook in het boek.)

Momenteel zijn online geen exemplaren van de eerste drie drukken te koop (verschenen in 1949 en 1950), wel een van de herdruk uit 1991. Er zal ook niet veel behoefte zijn aan deze roman over de haat van dochter Jopie Landman voor haar moeder Aletta Waringa. Jopie Landman is natuurlijk een schuilnaam voor Jo Boer. Landman!

Gewoon en luxe exemplaar van Joe Boer, Kruis of munt (1949)
Het exemplaar bij Zwiggelaar was speciaal gebonden in half perkament. Dat stond in geen enkele bibliografie. Het staat niet in het boek, maar is door Jo Boer zelf vermeld in een brief aan Adriaan Goekoop (1908-1977), die voor in het boek is gelijmd.

Jo Boer schreef daarin: 

Ik laat U door mijn uitgever een luxe exemplaar van Kruis of munt zenden; er bestaan drie gelijke exemplaren, één blijft in de bibliotheek van den heer Stols, het tweede laat ik U zenden en het derde blijft mijn privé bezit.


Jo Boer aan Adriaan Goekoop, [18 april 1949] 
Ze schreef het briefje op Tweede Paasdag, 18 april 1949, en een week later zette Goekoop in het exemplaar zijn eigen handtekening. De brief bevatte ook een gedroogd bloemetje, een wilde hyacint uit haar tuin in Frankrijk. De restanten daarvan zijn nog zichtbaar.


Adriaan Goekoops exemplaar van Kruis of munt (1949)
Dit luxe exemplaar kreeg Goekoop omdat hij had ingestemd met het vermelden van de echte naam van het woonhuis van zijn familie, "Sorghvliet", oftewel Het Catshuis. Goekoop bracht er zijn jeugd door. In haar roman beschreef Jo Boer een kinderfeestje dat ze er bijwoonde. In haar eerste brief aan Goekoop (december 1948) schreef ze dat zij nooit de 'schilder-schrijver' geworden zou zijn die ze was zonder kennis genomen te hebben van het 'toverland' dat dit landgoed was, temidden van 'die verschrikkelijke stad den Haag'. Goekoop gaf niet alleen toestemming, hij liet ook anjers bezorgen bij de prijsuitreiking en stuurde een foto van het huis in de sneeuw.


Brief van Jo Boer aan Adriaan Goekoop (december 1948)
Het luxe exemplaar - één van slechts drie dus - bevatte ook een erratumblaadje met gegevens over het lettertype (Bembo), de drukker (Boosten & Stols) en de binderij (N.V. J. Giltay & Zn. Dordrecht), gegevens die al evenmin in het boek te vinden zijn. Er staat overigens niet dat de drie luxe exemplaren op ander papier gedrukt zijn dan de gewone oplage. Alleen de luxe exemplaren zijn gedrukt op papier met het watermerk van Van Gelder Zonen.

Het erratum bevat één correctie.


Erratum bij Kruis of munt (1949)
Op bladzijde 61 van de roman is een verkeerde naam genoemd. Namelijk die van Agatha, waar Aletta moest staan. In het gewone KB-exemplaar dat in 1949 werd aangeschaft heeft een lezer die naam met een paarse stift "verbeterd", hoewel er geen erratum-strookje in dat exemplaar is aangetroffen.


Correctie in Jo Boer, Kruis of munt (1949)
Dat is in het luxe exemplaar niet gebeurd. Dat bijzondere exemplaar - je vraagt je af: waar zijn die andere twee gebleven? - zal binnenkort beschikbaar zijn in de KB.

[Inmiddels opvraagbaar via de KB catalogus.]

dinsdag 6 november 2018

225. Het Land van Tederheid

In het Louvre-Lens, een half uurtje ten zuiden van Lille in de verlaten mijnstreek in de regio Nord-Pas-de-Calais, is momenteel een tentoonstelling te zien over 'L'Amour', de liefde dus, of liever, de seksuele verhouding tussen de seksen.


Louvre-Lens (oktober 2018)
De inrichting van de zalen in deze speciale tentoonstelling is schitterend, de gekozen werken niet zelden middelmatig maar wel illustratief voor de subthema's, zoals daar zijn: de veroordeling van de vrouwelijke seksualiteit, de hoofse liefde, de relatie tussen de seksen, het genot en het gevoel. In een van de zalen werd een kaart getoond van een imaginair landschap met plaatsen die geliefden moeten aandoen (of juist vermijden) op hun weg naar de liefde. 



Madeleine de Scudery,  Clélie, histoire romaine (1654)
Die kaart van het 'Land van Tederheid' verscheen in Madeleine de Scudéry's Clélie, histoire romaine in 1654. In 1676 verscheen er een Nederlandse editie van; ook de kaart was in het Nederlands gesteld, met een 'zorgelikke zee' (La mer dangereuse) en het 'meijr van onverschillentheijt' (lac d'indiference) en met plaatsen als Teederheit, Aandringen, Vergetenheit, Goedtheit, Opgeblaazenheit, Oprechtigheit en de stad Nieuwe Vrientschap.



De Scudéry, Clelie. Roomsche historie (1676)
Nu bestaan er vrij weinig plaatsnamen die verwijzen naar eigenschappen, karaktertrekken en gevoelens. Plaatsen als Ontzagh en Deughtzaamheit kennen we in Nederland niet. In de relationele sfeer kennen we wel plaatsen als Echten, in de rationele sfeer is er Oordeel en in de emotionele sfeer is er bijvoorbeeld Vrederust. Te weinig voor dichters om een literaire tocht door het land te maken, al zijn er veel plaatsnamen die tot de verbeelding kunnen spreken, zoals Broek, Dante, De Geest, De Hel, Kinderbos, Klef, Muggenbeet, Oventje, Vrouwenverdriet en Vuilkop.

Maar met vindingrijkheid kom je een eind, ook als er buitenlandse plaatsnamen mogen worden meegenomen, zoals die in Zuid-Afrika. De dichter Peter Heringa (1945-1978) gebruikte een reeks plaatsnamen in zijn gedicht 'Een dronk op het terras van La Concorde', voor het eerst verschenen in de onder het pseudoniem H.G. Liebentrau gepubliceerde bundel Vrijstaat (1982).



H.G. Liebentrau, Vrijstaat (1982)
La Concorde, de eerste locatie in het gedicht, ligt ten oosten van Kaapstad in het plaatsje Paarl. Concorde betekent: harmonie.


H.G. Liebentrau, Vrijstaat (1982)
De tweede naam is Vrijstaat, dat niet alleen verwijst naar de betwiste streek in Zuid-Afrika, de voormalige Oranje Vrijstaat (vrijstaat betekent eigenlijk: onafhankelijke republiek), maar hier in een seksuele betekenis wordt gebruikt voor wat in Clélie nog 'tederheid' werd genoemd, de staat van het vrijen, seks. De annexatie van die staat slaat dan op een seksuele verovering en 'eenwording'.


H.G. Liebentrau, Vrijstaat (1982)
Op de zoon van Rust-en-Vrede kom ik nog terug. Rust-en-Vrede is een landhuis in Stellenbosch. Maar de weg die deze zoon aflegt begint elders.


H.G. Liebentrau, Vrijstaat (1982)
Helderberg is een gebied onder Stellenbosch, ten oosten van Kaapstad. We bevinden ons dus nu in het zuidoosten van Zuid-Afrika, en de reis gaat in noordoostelijke richting. De volgende plaats is dan Springfontein, maar de naam Donkerpoort werd niet voor niets al genoemd, die ligt op een diagonaal tussen Helderberg en Springfontein. Dan zitten we al in de provincie Vrijstaat! Intussen wordt ook duidelijk dat de plaatsnamen verwijzen naar een homoseksuele vrijpartij, en de 'ontbranding' blijft niet lang uit. De volgende plaatsnaam is Brandfort, dat ten noorden van de plaats Bloemfontein moet worden gezocht. We reizen langs een rechte lijn door de Vrijstaat.

Na Edenville en Heilbron verwijzen beide naar een passionele, bevredigende verrukking, waarna de eenwording in Vereeniging plaatsgrijpt. 'We komen er', staat er voor de duidelijkheid nog bij. De plaats Vereeniging ligt juist buiten de Vrijstaat. Het is dus alweer voorbij.


H.G. Liebentrau, Vrijstaat (1982)
Maar dan begint het tweede bedrijf en die tocht gaat terug naar de bron, zogezegd, want dan volgt de spreker in het gedicht 'een zout spoor dat ik traag volg omlaag'. Het woord 'voortrekker' krijgt hier een andere betekenis.

Intussen is de zoon van Vrede-en-Rust nog van belang. Vereeniging ligt ten zuiden van Johannesburg. Iets ten oosten daarvan ligt het plaatsje Vrede. Helemaal aan het begin van de tocht, in de Westkaap, ligt het plaatsje De Rust. De zoon van Rust-en-Vrede is dus een zoon van Zuid-Afrika, maar ook een brenger van het tegendeel van rust en vrede: passie en overgave.

De KB heeft twee exemplaren van de bundel Vrijstaat die werd gedrukt door Ger Kleis voor zijn private press Sub Signo Libelli. Het ene is gebonden in linnen en op fraai papier van Zerkall-Bütten gedrukt, het andere is een exemplaar van de luxe editie die werd gedrukt op negentiende-eeuws papier en gebonden in halfleer met platten die bedekt zijn met marmerpapier.



H.G. Liebentrau, Vrijstaat, 1982
Peter Heringa publiceerde tijdens zijn leven uitsluitend werk bij private presses, en af en toe iets in het tijdschrift Maatstaf, waarin ik in 1987 ook een artikel over zijn gedichten en vertalingen publiceerde (online te lezen via DBNL). Een van de recensenten van dat nummer van Maatstaf kon niet geloven dat zo'n dichter echt zo onbekend was; het moest dus wel om een grap moest gaan, een mystificatie. 

Heringa bleef onbekend, ook al publiceerde Gerrit Komrij in 2005 een bloemlezing uit zijn werk onder de titel Quasi una romanza. Dat was een deel van Komrij's Sandwich-reeks, waarin debuten verschenen, maar ook werk van vergeten dichters. Heringa debuteerde daarmee voor het grotere publiek meteen als een vergeten dichter...