zondag 30 augustus 2026

403. Drukken in onzichtbare inkt

Schrijven in inkt die niet leesbaar is, als kind voelde je je meteen een topspion wanneer je dat deed, bijvoorbeeld door flink te knoeien met citroensap. Tegenwoordig is dat veel makkelijker geworden en zijn er speciale pennen te koop waarmee je geheime teksten kunt schrijven die alleen zichtbaar worden onder ultraviolet licht. Zo'n pen (met UV-lampje) kost nog geen zeven euro. Het leven als spion is wel heel goedkoop geworden.

Boeken drukken met zulke onleesbare inkt blijft toch een zeldzaamheid. Laatst heb ik er twee aangeschaft voor de collectie Anny Antoine/Louis Koopman. Ze bevatten teksten van bekende Amerikaanse dichters: Leaves of Grass van Walt Whitman en Howl door Allen Ginsberg worden alleen leesbaar door er UV-licht op te laten schijnen. Dan verschijnen er binnen de lichtstraal blauwe letters op het papier.

Didier Mutel, illustratie in Walt Whitman, Leaves of Grass (2026)

Waarom zou je dat doen? De teksten van Whitman dateren uit de negentiende eeuw en hij beschreef daarin zijn gedachten als homoseksueel. Dat gebeurde destijds in een soort codetaal, die door niet-ingewijden niet begrepen hoefde te worden, maar die door anderen heel goed doorzien werd. De term kameraadschap stond voor liefde. Homoseksuelen die in het verborgene leefden konden elkaar middels dat soort termen herkennen.

Voor Howl geldt iets anders: Dat gedicht was in de jaren vijftig te expliciet, te scabreus, en werd dan ook aanvankelijk verboden - de uitgever ervan werd gearresteerd.

Didier Mutel, illustratie in Walt Whitman, Leaves of Grass (2026)

Is de ene reeks gedichten geschreven in een soort geheimtaal, de andere is gecensureerd. Daarom heeft de Franse etser en boekkunstenaar Didier Mutel ze gedrukt in een onzichtbare inkt. Het is een spel met zichtbaarheid en onzichtbaarheid.

Didier Mutel, Walt Whitman, Leaves of Grass (2026)

Didier Mutel, Walt Whitman, Leaves of Grass (2026)


Overigens zijn er ook boeken gedrukt in inkt die langzaam vervaagt, net als de houdbaarheidsdatum op sommige medicijndoosjes, zodat ziekenhuispersoneel weet dat de inhoud niet meer mag worden toegepast als de datum onzichtbaar is. 

Met zulke inkt heeft een Engelse kunstenares een boek over dementie gemaakt. En ik heb ook wel eens een boek laten zien waarvan de inkt zichtbaar wordt als je je handen op de pagina drukt en de inkt zodoende opwarmt. Dan verschijnen er portretten.

Inkt kan dus gebruikt worden om dingen te vertellen en om dingen te verbergen.

maandag 27 juli 2026

402. Een Louis Couperus vertaling uit de collectie van Dame Edna

Vanaf vorig jaar zijn verschillende veilingen en antiquariaatscatalogi gevuld met boeken uit de verzameling van Barry Humphries (1934-2023), beter bekend als Dame Edna Everidge. Hij bouwde een immense collectie boeken, tekeningen, schilderijen en objecten op en legde zich speciaal toe op de zogeheten negentiende-eeuwse gothic novel en op de decadente auteurs en kunstenaars, zoals Charles Conder (van wie hij veel schilderijen bezat), Oscar Wilde (hij beschikte over diens telefoonboekje) en Aubrey Beardsley, maar zijn verzameling omvatte ook veel onbekendere namen en bestond voor een deel uit Franse, Duitse en zelfs Nederlandse werken, zoals die van Carel de Nerée tot Babberich.

Forum Auctions, London, 23 juniors 2026:
Online: Fin-de-siècle, the gothic and weird...

Van Louis Couperus bezat hij tenminste twee boeken in Engelse vertaling. Het eerste, Footsteps of Fate (1891), werd aangeboden in een catalogus van Paul Rassam. Het tweede is Extase, vertaald door de dichter John Gray en de journalist Alexander Teixeira de Mattos. Gray had kort een verhouding met Oscar Wilde, Teixeira was getrouwd met de weduwe van de broer van Wilde. Hun vertaling Ecstasy verscheen in 1892. De in het boek aangekondigde vertaling Illusion zou niet verschijnen, maar Teixeira de Mattos zou wel andere titels (soms met anderen) vertalen, zoals Majesteit.

Forum Auctions, London, 23 juniors 2026:
Online: Fin-de-siècle, the gothic and weird...,
lot 45: Louis Couperus

Lot 45 in de veiling bij Forum Auctions in Londen op 23 juni jongstleden betrof het exemplaar van Ecstasy met een opdracht van Alexander Teixeiro de Mattos - en zo'n exemplaar bevindt zich ook in de collectie van dominee Eekhof die nu in de KB op de planken staat. Dat heeft een bijzondere opdracht, namelijk aan de Wilde-biograaf Robert Sherard, gedateerd '5 October 1893'. 

Opdracht van A. Teixeira de Mattos aan Robert Sherard (5 oktoer 1893)
in Louis Couperus, Ecstasy (1892)

Dit nieuwe exemplaar heeft ook een bijzondere ontvanger: de Franse symbolistische dichter Pierre Louÿs. Enkele brieven van en aan deze auteur bevinden zich in de Collectie Anny Antoine/Louis Koopman van de KB.




Opdracht, titelpagina,
advertentie/begin inleiding
en eerste tekstpagina van
Louis Couperus, Ecstasy (1892)

De herkomst van dit exemplaar, de bibliotheek van Barry Humphries, wordt meteen duidelijk bij het openen van het boek. Aan de binnenzijde van het voorplat van de band heeft de verzamelaar zijn ex-libris geplakt. 

Schutblad met ex-libris van Barry Humphries in
Louis Couperus, Ecstasy (1892)

Bovendien wordt het boek beschermd door een speciaal voor Humphries gemaakte halfleren cassette - bijna al zijn boeken stonden zo in zijn boekenkast. Nu is van zijn meer dan 25.000 boeken tellende collectie tenminste één exemplaar in de nationale bibliotheek van het land waar hij rond optredens (bijvoorbeeld in Carré) de antiquariaten afschuimde op zoek naar gothic novels, decadente literatuur en symbolistische prenten. Dit exemplaar kocht hij wellicht in Frankrijk of Engeland, maar dat schreef hij er helaas niet in.

zaterdag 13 juni 2026

401. Bij de dood van David Hockney

Sommige mensen gun je, tegen beter weten in, het eeuwige leven, en dan denk ik nooit aan investeerders, wapenhandelaars, gluiperds, machtswellustelingen, maar wel aan aardige buurvrouwen en sommige kunstenaars, mensen zoals u en ik. Lezers. Kijkers. Gedogers. Docenten. Lieverds. Loodgieters. Verzamelaars. Boekverkopers. Authentieke gekken. (Nou ja, je kunt natuurlijk niet alles tegelijk zijn).

David Hockney is zo iemand, die ik graag met zijn typische humor hoorde praten over zijn werk en dat van anderen, over het landschap en de techniek van het schilderen of fotograferen. Eigenlijk over alles. De man was natuurlijk een maniak, met een briljant oog voor reclame, maar raar genoeg met een ego dat alleen leek gericht op het werk waarvoor alles moest wijken. 

Titelpagina van Wallace Stevens, The Blue Guitar,
met etsen van David Hockney
(London/New York, 1977)

Zijn werk verscheen ook in boekvorm, in de vorm van illustraties bij gedichten van Konstantínos Kaváfis en Wallace Stevens. De originele uitgaven daarvan, verhandeld door kunstgaleries zijn bijna onbetaalbaar, maar er zijn wat meer volkse edities die wel binnen bereik zijn. De KB, nationale bibliotheek, bezit bijvoorbeeld een exemplaar van het door de Petersburg Press uitgegeven The Blue Guitar van Wallace Stevens uit 1977.

Deze uitgave is niet een van de 235 portfolios met de originele etsen, maar een catalogus die deze luxe uitgave 'documenteert'. Ook deze 'catalogus' is echter zorgvuldig in kleur gedrukt, beter dan menig geïllustreerd boek. 

De boeken moeten we nu maar, bij gebrek aan beter, ook een eeuwig leven gunnen.

vrijdag 15 mei 2026

400. Online gepubliceerd: de brieven van Charles Ricketts

De drie delen van The Collected Letters of Charles Ricketts, onder redactie van John Aplin en mijzelf, zijn op 8 mei gepubliceerd als E-Book (PDF) door Brill in Leiden/Boston. De gebonden papieren exemplaren zullen half juni in de handel komen.

The Collected Letters of Charles Ricketts
(volume III). Brill, 2026

De inleidende hoofdstukken - Introduction, A Charles Ricketts Chronology, Editorial Principles, Sources and Acknowledgements, Abbreviations, and the List of Figures - zijn gratis toegankelijk via de website van Brill, zie de notitie over deel I op de website van Brill. 

Deel III bevat de Index of Books, Bookplates, Posters and Ephemera Designed or Illustrated by Ricketts, de Index of Letters by Recipient, en de General Index. Ook deze zijn gratis te raadplegen via Brill, zie de beschrijving van deel III op de website van Brill.

Voor meer over het tweede deel, zie de website van Brill. In totaal zijn nu 2.147 brieven van Charles Ricketts (waaronder enkele van Charles Shannon) beschikbaar voor studenten, onderzoekers en liefhebbers van boek- en theaterontwerp, kunst en kunstpolitiek.

woensdag 18 maart 2026

399. Een gedicht over perkament

De afgelopen week heb ik geprobeerd om de profielen over de Dichters des Vaderlands en de historische dichters - en daarvan vooral de recent overleden dichters - bij te werken, nu we even geen stagiaires hebben om dit voor ons te doen.

Daaronder was de vorig jaar overleden dichter Esther Jansma, van wie de laatste bundel nog niet was behandeld: Rennen naar het einde van honger uit 2020.

Esther Jansma, Rennen naar het einde van honger (2020)
[foto op omslag door Willem Gorter]

Daarin trof ik een gedicht aan dat over de materialiteit van het boek gaat, en dat is een zeldzaam verschijnsel in poëzie.

Het gedicht ‘Gebedenboek’ gaat over een een middeleeuws manuscript, geschreven op perkament: 

Ik werd van mijn karkas gestroopt, te weken gelegd 

in een snelstromende beek, met ijzer geschraapt, 

op een rek gespannen, met puimsteen en kalk gepolijst,

op maat gesneden, in elkaar genaaid en vol bezweringen

gezet tegen ontelbaar ondenkbaar ellendige eindes.

 

Het is niet de vrome, religieuze tekst die tot ons spreekt, maar het materiaal waarop die tekst is geschreven. Als boek wordt het, voor ingebruikname, door middel van ‘bezweringen’ tegen het verloren gaan van het waardevolle en unieke handschrift beschermd, een heel andere behandeling dan het dier waarvan het perkament is gemaakt heeft moeten ondergaan:

 

Ik werd voor mijn moordenaars een plattegrond,

een partituur van hoe men om genade hoort te smeken.

Zo dwing ik ontzag af voor mijn godsvruchtige slachters.

Maar ooit was het anders, drukte ik me eenvoudig

tegen de eeuwige warmte van mijn moeder en sliep.


Een zeldzame stem, dit sprekende dier dat tot boek werd verwerkt.

donderdag 26 februari 2026

398. Een hond, een val, zonder geblaf

In de eerste bibliotheek waarin ik werkte, niet als professional, maar wel als betaalde deel-kracht, las ik hele kasten leeg, om het zo te zeggen. Afgezien daarvan leerde ik het toenmalige systeem voor plaatsing uit mijn hoofd, al doende, omdat mijn voornaamste taak was om de boeken terug te plaatsen op hun plek. Voor romans was dat makkelijk: zodra een volgeladen kar met populaire boeken de balie verliet met mij aan het roer stortte een menigte zich erop, zelfs voordat een gigantische tafel werd bereikt waarop de meest gewilde boeken werden gelegd, met de rug naar boven, dus vrij kwetsbaar op hun buik tegen elkaar steunend. Allemaal dikke, geplastificeerde romans, vaak vertalingen - Cookson en Konsalik bijvoorbeeld.

Wat bleef er dan nog op die kar liggen? 

Andere veel gelezen boeken, zoals detectives en spionageromans. En ja, af en toe, een poëziebundel.

Zelf las ik destijds alles in de literaire kasten in een uithoek van de bibliotheek, boek voor boek, met dichters over wie ik nooit eerder op school iets hoorde. Gerrit Komrij bijvoorbeeld. Jan Emmens was waarschijnlijk ook daarbij, denk ik, in dat Arnhemse filiaal in Presikhaaf. Dat filiaal was destijds het grootste van de stad en kon bogen op een rijke collectie poëzie, waarvan ik misschien wel de meest enthousiaste gebruiker was. Eerlijk gezegd weet ik niet of ik de bundel daar leende en las, of dat het later elders was. Hoe dan ook, die uitgaven van Van Oorschot, met hun geringe formaat en omvang en hun uniforme vormgeving staan in mijn geheugen gegrift, ook en vooral in het geheugen van mijn handen die de bundels hanteerden. Judith Herzberg, bijvoorbeeld. Het papier was glad, maar niet te wit, flexibel maar niet te dun.

Jan Emmens, Een hond van Pavlov (1969)

Een hond van Pavlov was in 1969 de laatste dichtbundel van Jan Emmens, twee jaar later maakte hij een eind aan zijn leven. Ik was waarschijnlijk ongeveer zeventien jaar oud toen ik zijn bundels las. 

Nu heb ik die bundel recent herlezen en viel mij op dat ik de beste herinneringen bewaarde aan een gedicht dat niet van Emmens zelf was maar van W.H. Auden. Emmens vertaalde diens beroemde gedicht 'Musée des Beaux Arts'. Nog steeds vind ik dit het beste gedicht in die bundel, al zijn er enkele gedichten die meer benauwend zijn, zoals 'Hard facts', en 'Spreken over Paris', maar ze bereiken niet die ontspannen verbinding tussen tragedie en terloopsheid die Auden meesterlijk wist te combineren in beelden die, hoewel ontleend aan een schilderij, een eigen leven gingen leiden.

Van dat gedicht zou een hedendaagse vertaling welkom zijn.

En misschien moeten we ook eens beginnen aan het hertalen van de gedichten van Emmens zelf, om de eigenaardigheden van zijn tijd te vervangen door die van onszelf.

Want ook wij zijn eigenaardig.

zaterdag 24 januari 2026

397. Laureaten van de Anny Antoine / Louis Koopman stipendia

Afgelopen december kon het bestuur van de Anny Antoine / Louis Koopman Collectie in de KB, nationale bibliotheek, bekend maken dat er twee stipendia gaan worden uitgereikt. De competitie was na de zomer geopend en uit binnen- en buitenland werden aanvragen ervoor ingestuurd. Op basis van hun plannen zijn de stipendia toegekend aan Ava Wilson en Robin Chardon.

Het Anny Antoine stipendium (€10,000) gaat naar Ava Wilson voor een onderzoek naar de relatie tussen de thema's 'lichaam', 'landschap' en 'tekst' in kunstenaarsboeken uit de Antoine / Koopman-collectie. Dat zal resulteren in een academische studie, maar ook wordt een publiekspresentatie voorbereid.

Het Louis Koopman stipendium (€5,000) is toegekend aan Robin Chardon, die, geïnspireerd door werken uit de collectie, een eigen kunstenaarsboek zal maken rond het thema 'tijd' met als invalshoeken 'natuur' en 'lichaam'. Dat zal deels een essay worden, maar Chardon schrijft zelf Franstalige gedichten en de verwachting is dat die ook in haar boek een plaats zullen krijgen.


Binnenkort spreek ik met de laureaten over een concrete invulling van hun plannen en de komende maanden zullen beiden hun project aanvangen.


Franck Venaille, Melancholia. Illustrations en filigrane par Monique-Mathieu Frénaud,
sur papier à la main cloisonné de Michel Guet.
Bussy le Grand: m.m. éd. [Monique Mathieu-Frénaud], 2001





vrijdag 26 december 2025

396. Pan van Herman Gorter

Sommige luxe edities leiden een verborgen bestaan, soms wel langer dan honderd jaar. De eerste druk van Pan. Een gedicht van Herman Gorter kwam in 1912 uit bij W. Versluys in Amsterdam. Het boek werd gedrukt in een oplage van 2600 exemplaren op gewoon papier (met horizontale kettinglijnen) en gebonden in een witte linnen band. De titel staat in de linker bovenhoek op het voorplat, op de rug staat H. GORTER | PAN.

Herman Gorter, Pan (1912):
titel op voorplat van luxe editie (boven) en gewone editie (onder)

Maar er verscheen destijds ook een luxe editie, gebonden in heel perkament. Daarvan zijn mij twee exemplaren bekend: een is ooit via Catawiki verkocht en een ander bevond zich in de collectie van Max en Wilma Schuhmacher. Dat tweede exemplaar is onlangs geveild bij Zwiggelaar Auctions. Ik probeerde er online op te bieden voor de KB, maar technisch ging er iets fout. Het bleef aanvankelijk daardoor onverkocht - wat mij zeer verbaasde, maar in de naverkoop kon ik het alsnog voor de KB verwerven (samen met drie andere bundels die we al hadden) voor een magere €200.

De socialistische gedichten van Gorter zijn nu eenmaal minder populair dan in zijn eigen tijd.

Herman Gorter, Pan (1912):
rugtitel op luxe exemplaar (links) en gewoon exemplaar (rechts)

De luxe editie is twee keer zo dik uitgevallen als de gewone en daarom is voor de rugtitel een andere letter gebruikt, die niet, zoals bij de gewone editie, compact en verlengd is.

De dikte is ontstaan omdat er ander papier is gebruikt. De luxe exemplaren zijn gedrukt handgemaakt papier met het watermerk van Van Gelder Zonen.


Watermerk in luxe editie van Herman Gorter, Pan (1912)

Eigenlijk is het papier wat minder geschikt om het gedicht op te drukken wat al blijkt op de pagina met een verantwoording door de auteur. Hij schrijft onder andere dat een deel van het gedicht eerder verscheen en toen werd opgedragen aan Anton Pannekoek in Bremen. De letter B in de gewone editie is helder, maar op het grovere papier van de luxe editie zijn de boogjes van de B bijna weggevallen en lijkt er niet Bremen maar Eremen te staan.

Geen van beide exemplaren bevat sporen van eerdere verzamelaars, laat staan die van uitgever of auteur, terwijl ik me toch niets anders kan voorstellen dan dat W. Versluys enkele exemplaren speciaal voor zijn succesvolle auteur Gorter luxe liet drukken.

woensdag 15 oktober 2025

395. Instructies van een verffabrikant uit Voorburg

De verffabriek W.E. Vahrenkamp in Voorburg gaf vanaf de jaren dertig enkele instructieboeken uit voor schilders en klanten die schilderwerk wilden laten verrichten. Lettervaria verscheen in 1941, Oranje-versieringen stamde uit 1938 en ook in 1938 publiceerde Vahrenkamp Kleuren en kleuren-harmonie. Het zijn zeldzame boeken geworden. 

W.E. Vahrenkamp, Kleuren en kleuren-harmonie (1938)

De naam Vahrenkamp klinkt Duits en dat klopt. Vader Vahrenkamp was geboren in Iserlohn en moeder in Düsseldorf. Carl Vahrenkamp was een kunstschilder die een kleine collectie naliet (enkele afbeeldingen zijn bij het RKD bekend). Zoon Wolfgang Erich Vahrenkamp werd geboren in Voorburg in 1903. Hij stierf op 77-jarige leeftijd in 1980. Zoon W.E. was bij zijn huwelijk in 1931 al verffabrikant en het bedrijf werd in 1936 een naamloze vennootschap. 

De Delftsche Courant van 19 september 1938 meldde de verschijning van zijn boek Kleuren en kleuren-harmonie (het voorwoord in het boek is gedateerd 'augustus 1938'). Het boek bestaat uit vier delen en kreeg de nummers 6-7-8-9 in de 'Schilder-boekenserie der N.V. Verffabriek W.E. Vahrenkamp, Voorburg'. De KB heeft een complete set verworven, in de oorspronkelijk doos met daarop een paar keer het stempel van de firma J. Rillema, Huis- en Decor. Schilder in Ulrum (Groningen).

W.E. Vahrenkamp, Kleuren en kleuren-harmonie (1938)

Het eerste deel (staand formaat) bevat inleidingen over kleurgebruik voor verschillende soorten vertrekken, zoals huiskamers, salons, keukens en kantoren, met een overzicht van het karakter van kleuren: 

Crême geeft de illusie van ruimte. Het geeft licht en leven in een woning.
of: 
Zwart is de somberheid in eigen persoon, de kleur der rouw. Als garneering doet zwart echter vaak bijzonder mooi aan.

W.E. Vahrenkamp, Kleuren en kleuren-harmonie (1938)

De hoofdstukken zijn eerder praktisch en gebaseerd op persoonlijke smaak dan theoretisch. Meer informatie volgt over lichtechtheid van kleuren, het samenspel van kleuren en er is een paginalange typering van kleuren. In dat gedeelte heeft een gebruiker drie potloodstrepen in de marge gezet bij:

Bronsgroen, licht.
   Een gemengde kleur, uit chromaatgeel, Berlijnsch blauw, wit en zwart.
Bronsgroen, midden
   Een gemengde kleur, uit Geeloker, chromaatgeel, Berlijnsch blauw, wit en zwart.
Bronsgroen, donker.
   Een gemengde kleur, uit Geeloker, chromaatgroen, ongebrande omber en zwart.

Maar ook kleuren als 'Schijtgeel' (afkooksel van gele bessen) en 'Schweinfürtergroen' (combinatie van koper en arsenicum: 'Prachtige groene kleur, doch zwaar giftig.') worden benoemd - dit is een interessant onderdeel, zeker niet alleen voor schilders. 

W.E. Vahrenkamp, Kleuren en kleuren-harmonie (1938)

Deel twee, drie en vier zijn gedrukt in liggend formaat en bevatten het eigenlijke werk: tientallen voorbeelden van kleurencombinaties voor twee- en driekleurige deuren, vlakke deuren met plint, tweekleurige buitengevels, trappen, tuinmeubelen en keukens, gevolgd door gepleisterde en geverfde gevels in drie kleuren, gang met kamerinterieurs, traphallen, en voorbeelden van bedrijfsreclames, waaronder fabrieksgevels, auto's en bakfietsen.

W.E. Vahrenkamp, Kleuren en kleuren-harmonie (1938)

De boeken zijn ook in Voorburg gedrukt, bij Drukkerij Die Haghe, waar begin jaren negentig - nadat het bedrijf als drukkerij feitelijk niet meer bestond - enkele margedrukkers en kunstenaars terecht konden om hun boeken te drukken. Het moet gezegd worden, de kleurenvlakken sluiten niet overal even strak aan, maar de veelkleurigheid van de voorbeelden brengt de jaren dertig vrolijk in beeld met kleuren als oranje in combinatie met bruin. 

W.E. Vahrenkamp, Kleuren en kleuren-harmonie (1938)

In een onderzoek naar boeken voor huisschilders is geconstateerd dat Vahrenkamp terminologie en theorie vaak niet goed begrepen lijkt te hebben en dat hij geen onderscheid maakte tussen primaire, secundaire en teritaire kleuren. Hij dacht vanuit het materiaal, de praktijk en de eigen smaak. Desalniettemin zijn het boeiende publicaties waarvan de illustraties nu vooral een kleurrijke weerslag van de jaren dertig geven.

donderdag 25 september 2025

394. Wordingen in perkament

De laatste tijd ben ik nogal bezig geweest met bijzondere boekbanden die in oplage worden gemaakt voor private presses en commerciële uitgevers. Bij dat onderzoek stuit ik soms op leemten in onze collectie en hoe fijn is het niet als er dan een antiquariaat ergens in Nederland juist dit boek op de planken heeft staan.

Henriette Roland Holst van der Schalk, Wordingen (1949)

Het is niet zo dat we helemaal geen exemplaar van dit werk bezitten, integendeel. Van Wordingen van Henriette Roland Holst van der Schalk, verschenen in 1949, heeft de KB niet minder dan vier exemplaren. Drie daarvan maken deel uit van de collectie Brusse, het complete uitgeversfonds van de Rotterdamse uitgeverij waarvan mijn collega's Peter van Beest en Peter de Bode jaren geleden een mooie bibliografie maakten.

Aanwezig zijn een ingenaaid exemplaar en twee exemplaren gebonden in linnen. Maar van deze uitgave werden honderd exemplaren gedrukt op Hollandsch Van Gelder, genummerd, gesigneerd door de dichteres en gebonden in linnen of heelperkament. Daarvan had de KB nog geen exemplaar. Nu wel, dankzij antiquariaat Secundus in Ter Hole, nabij Hulst in Zeeuws-Vlaanderen. Een streek waarvan de plaatsnamen alleen hele dichtregels kunnen vullen: Zaamslag, Vogelwaarde, Hengstdijk, Kuitaart, Reuzenhoek, Roverberg, Nieuw Namen.

Henriette Roland Holst van der Schalk, Wordingen (1949)

Deze editie in vrij dik varkensperkament was feestelijk bedoeld - van de honderd exemplaren op luxe papier werden er twintig in perkament gebonden en vijftig in linnen (wat er met de andere dertig exemplaren gebeurde is onbekend). Het boek verscheen bij de tachtigste verjaardag van de dichteres, die er op de foto uitziet naar haar leeftijd. Ook haar handtekening in het colofon vertoont sporen van de rap voorbij snellende tijd.

Henriette Roland Holst van der Schalk, Wordingen (1949)


Achterop is met een stempel in blinddruk haar monogram geplaatst: HRHvdS.

Henriette Roland Holst van der Schalk, Wordingen (1949)

De bandstempels op voor- en achterplat zijn ontworpen door Jan van Krimpen, wat nog eens onderstreept hoe uitgeverij Brusse dacht over het werk van de dichteres die drie jaar na deze publicatie zou overlijden. De broers W.L. en J. Brusse hingen de sociaaldemocratische idealen aan en publiceerden het werk van socialisten zoals Roland Holst van der Schalk, maar ook dat van C.A. Adama van Scheltema. 

Dit forse boek is in het naoorlogse fonds van Brusse een uitzondering. Het fonds dat bekend werd om de modernistische uitgaven, verzorgde heel wat luxe drukken tot de Tweede Wereldoorlog, maar na de oorlog werd dit hun enige genummerde oplage in perkament.

dinsdag 19 augustus 2025

393. Mr. Simon Paap in Londen

In de kast lag nog een pamfletje dat ik in Engeland kocht in de Covid-tijd. Het lag in een stapeltje 'probleemgevallen', want wat was het nou precies? 

Aan de ene kant een bekendmaking over een Franse jongen van zeven jaar oud, Charles-Juste-Prudent Burat, gekleed in een 'oosters' kostuum, met de haardos van een 25-jarige, de wenkbrauwen van een 20-jarige, enorme kuiten en hij woog, naar 'eigen' zeggen 210 pond. Je kon hem bezichtigen en hij werd vergezeld van zijn ouders en tweelingzus. De tekst in het Frans werd buiten het kader vergezeld door een Duitse vertaling.

Advertentie over Charles-Juste-Prudent Burat
[Collectie KB]

De jongen werd, kortom, gepresenteerd als een rariteit. Dat had hij gemeen met de man over wie een blad met advertentie op de achterzijde is geplakt. Deze is afgeknipt, pal om het decoratieve kader.

Blad met advertentie over Simon Paap (1815)
[Collectie KB]

Deze Simon Paap werd geboren in mei 1789 in Zandvaart waar hij als zoon van een visser opgroeide. Na zijn vierde raakte zijn groei verstoord en hij werd uiteindelijk ongeveer 71 centimeter hoog. Vanwege de oorlogsdreigingen in die tijd besloot vader Paap niet meer uit te varen en werd de vissersboot verkocht. De kleine Simon kon sindsdien voor inkomsten zorgen door op de kermis als bezienswaardigheid uitgebaat te worden. Als de aandacht van het publiek na een tijd verslapte verzon hij iets nieuws: hij vermomde zich en trad op als kaartspelende hond.

Hij trad ook op in het buitenland. Hij verbleef vanaf 1815 lange tijd in Londen en maakte in 1818 een tournee door Engeland. In 1819 keerde hij terug naar huis in verband met de dood van zijn moeder en andere familieleden. In 1822 trad hij op in Brussel, waar Jean Philippe Oorloft (1793-1861) een miniatuurportret van hem maakte.

J.P. Oorloft, miniatuurportret van Simon Paap (1822)
Olieverf op koper achter glas
[Collectie Frans Hals Museum]

Hij overleed in 1828 in Dendermonde aan een longontsteking die hij opliep bij een mishandeling op de kermis. 

Op verschillende momenten was hij voorgesteld aan het hof. In 1809 ontmoette hij Louis, koning van Nederland namens Napoleon. In 1814 werd hij voorgesteld aan de hele koninklijke familie van Koning Willem I. In 1815 werd hij gekoesterd door de Prince Regent, de latere George IV, die hem allerlei privileges verleende, zoals bescherming, een podium en een slaapplaats.

Soms werd hij begeleid door familieleden, zoals zijn zwager Jakob Hollenberg, soms waren er agenten of kermisexploitanten die een optreden organiseerden. Daaronder waren bijvoorbeeld de komediant Robert William Elliston en Daniël Gyngell, maar kennelijk ook de op het vlugblad genoemde Mr Sampiemon. Dat was een Nederlandse kermisexploitant. In een boek over diens familie staat een ander advertentieblad afgedrukt, waarvan de tekst maar deels overeenkomt met het KB-exemplaar. Dat tweede blad bevindt zich in de collectie van de Bodleian Library, Oxford (John Johnson collectie). Het is gedrukt door 'W. Glindon aan de Haymarket. Onder die advertentie staat dat hij snel kon werken: 'Bills printed at the HOUR's NOTICE'. 

Daar hebben de organisatoren kennelijk een paar keer gebruik van gemaakt. Jammer dat de naam van de drukker in het KB-exemplaar is weggesneden. Overigens waren deze eerste Engelse optredens geen succes. Dat kwam pas nadat de Prince Regent zich over Simon Paap ontfermde.   

Aantekening:
Voor een afbeelding van het blad in Oxford, zie: Christiaan Baars, De kunstminnende Sampimon. Familiegeschiedenis en genealogie Sampimon & Sampiemon. [Hillegom: Christiaan Baars], 2019, p. 40.
Over het leven van Simon Paap: H.W. van der Heijden, Jaapje van Zandvoort. De gevierde dwerg. Biografie van Simon Jane Paap (1789-1828). [Puurs]: UniBook, 2010. 

donderdag 10 juli 2025

392. Een dichtbundel uit Deurne

Vandaag ontving ik van antiquariaat Hinderickx en Winderickx de enige dichtbundel van de Deurnse kunstenaar Jack Harden (1935-2022), Rode zon vol eeuwigheid. De bundel werd gedrukt in 1976 door de Drukkerij & Uitgeverij Tij Kools in Deurne. Kools (1937-2016) was zelf ook kunstenaar, publicist over lokale onderwerpen en uitgever. Hij was bovendien activist, wiens auto en drukkerij door andersdenkenden in brand werden gestoken (zie een interview in Het Vrije Volk, 13 februari 1984).

Colofon in Jack Harden, Rode zon vol eeuwigheid (1976)

Het boek bevat negentien titelloze gedichten en evenzovele tekeningen. De tekening op het omslag wordt binnenin nog eens afgebeeld, maar dan overdwars geplaatst, terwijl aan de handtekening toch duidelijk is dat die van het omslag correct is.

Jack Harden, Rode zon vol eeuwigheid (1976): omslag

Harden droeg de gedichten op aan zijn moeder, die een jaar eerder was overleden. Op zijn Brabants: 'voor ons moeder'.

Jack Harden, Rode zon vol eeuwigheid (1976): opdracht

De lezer merkt dat er technisch iets eigenaardigs aan de hand is, bijvoorbeeld:

weten is de deksel op je neus
kiezen is de tanden los in je bek
lopen is je zelf voorbij

De woorden staan soms met vreemde spatiëring naast elkaar, de letters dansen een beetje, en soms driftig, sommige letters liggen bijna op elkaar, andere vallen onder de regel, of tuimelen links de marge in.



Jack Harden, Rode zon vol eeuwigheid (1976)

Het boek is waarschijnlijk in offset gedrukt, de teksten zijn niet met de hand gezet uit loden letters. Dat zou nog een hele toer geweest zijn om daarin dansende regels te krijgen met ongelijk wit tussen woorden en letters en regels. Het kan wel, maar is een hels werk en waarom zou je dat willen?

Waarschijnlijk heeft de dichter of de drukker de gedichten letter voor letter geplakt met Letraset-letters die je destijds overal kon kopen. Dat waren zelfklevende letters die je van een transparant vel op het papier kon wrijven.

Helvetica medium extended, letraset-vel

Ze worden via internet nog steeds aangeboden. Je kunt ze heel slordig plakken, wat de dichter in dit geval misschien wel nastreefde omdat hij wel 'dichter' wilde zijn, maar geen 'poëet' (zoals hij in een van de gedichten schreef), maar je kunt het natuurlijk ook heel netjes doen. Dat vergt wat meer oefening.

Met deze uitgave heeft de KB nu een duidelijk voorbeeld van deze typografische nieuwigheid.

donderdag 12 juni 2025

391. Jules de Praetere en Krefeld

De Vlaamse kunstenaar, drukker, graficus, leraar en bestuurder Jules de Praetere (1879-1947) was opgeleid aan de Gentse Academie voor Schone Kunst en tijdens een vervolgopleiding aan de nijverheidsschool begon hij een eigen drukkerij, die gefinancierd werd door rijke relaties, zowel kunstenaars als industriëlen. Toen die hun geld niet terug dreigden te krijgen, vluchtte hij zowat naar Duitsland. Hij had ervaring opgedaan in Krefeld. Het eerste boek dat hij drukte was in 1898 een catalogus van een tentoonstelling in het Kaiser Wilhelm Museum Krefeld: Ausstellung Vlämischer Künstler im Kaiser Wilhelm Museum Krefeld. Juli-Sept. 1898. Katalog.

Ausstellung von Schulbildern und Bilderbüchern,
Juli-August im Kaiser Wilhelm Museum Krefeld
 1901 (1901):
omslag

In de zomer van 1901 was hij er weer en schreef hij (op 28 juni 1901) dat hij er juist was benoemd tot professor Kunstonderwijs aan de Nijverheidsschool. In feite werkte hij er als leraar grafische kunsten en boekdrukkunst aan de School voor Kunsten en Ambachten. Deze carrière zou zich voornamelijk buiten België afspelen: hij werd assistent in het Kaiser Wilhelm Museum, vervolgens leraar aan de kunstacademie van Düsseldorf en in 1905 trok hij naar Zürich om directeur te worden van de school voor decoratieve kunsten én het kunstnijverheidsmuseum. Dit buitenlandse avontuur eindigde twintig jaar na Krefeld in Bazel, waar hij vanaf 1914 tot 1921 als directeur werkte aan de hogere Kunstnijverheidsschool.

Intussen ontwierp hij boeken en ex-libris en folders voor Vlaamse en Nederlandse uitgevers. Een minder bekende uitgave die hij decoreerde was ook een tentoonstellingscatalogus voor het museum in Krefeld, met als omslagtitel: Katalog der Ausstellung von Schulbildern, Bilderbüchern, Juli-August 1901 im Kaiser Wilhelm Museum Krefeld. 

Ausstellung von Schulbildern und Bilderbüchern,
Juli-August im Kaiser Wilhelm Museum Krefeld
 1901 (1901): 
achteromslag

Voor deze catalogus (15,5 x 14 cm) verzorgde hij de ontwerpen: 'Textanordnung und Umschlag von Julius de Praetere, Krefeld'. Het boek werd gedrukt bij drukkerij, uitgeverij en boekhandel Kramer & Baum in Krefeld. Hij tekende drie decoraties, voor het vooromslag, voor de titelpagina en voor het achteromslag. De decoratie op de titelpagina is een abstractie van zijn ontwerp voor het achteromslag (waarin de letters KWM voor het museum verwerkt zijn). Op de titelpagina is het samengesteld uit rechte en kromme lijnen. Zijn monogram plaatste hij alleen op het achteromslag.

Ausstellung von Schulbildern und Bilderbüchern,
Juli-August im Kaiser Wilhelm Museum Krefeld
 1901 (1901):
titelpagina

De internationale tentoonstelling bevatte ook een selectie van Nederlandse schoolboeken die was geleverd door Scheltema & Holkema uit Amsterdam. De meeste werken (62) kwamen echter uit Duitsland en Engeland (74), met veel kleinere selecties uit België (2 werken), Denemarken (9), Frankrijk (35), Noorwegen (10) en Zweden (9). De Nederlandse selectie bedroeg 12 nummers.


Ausstellung von Schulbildern und Bilderbüchern,
Juli-August im Kaiser Wilhelm Museum Krefeld
 1901 (1901):
de Nederlandse bijdrage

Er was een reeks bijbelse wandplaten te zien, uitgegeven door Scheltema & Holkema voor het protestantse onderwijs, drie boeken van Theo van Hoytema en een Kijksprookje getekend door 'Oomben', dat wil zeggen: Oom Ben (pseudoniem van B.W. Wierink). Verder werk met illustraties door Nelly Bodenheim, J.G. van Caspel, W.F. Vaarzin Morel, Theo Nieuwenhuys en L. Klavier. De Nederlandse pers schijnt er geen aandacht aan te hebben besteed.

[Voor Ligatuur schreef ik al een paar keer over De Praetere: boekbandstempels naar zijn ontwerp in de collectie van de KB (nummer 246) en Vlaamse private presses rond 1900 (nummer 163).]

donderdag 5 juni 2025

390. Het rollende rad

In juni 1939 verschenen in zeer uiteenlopende tijdschriften (van De Groene Amsterdammer tot Het Nieuw Israelietisch Weekblad), kortom voor een breed publiek, advertenties voor een tentoonstelling die in drie filialen van De Bijenkorf in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam plaatsvond: 'Zoo reisde men vroeger, zoo reizen wij nu'.

Bezoekt de tentoonstelling "HET ROLLENDE RAD" die van Zaterdag 24 Juni tot en met Zaterdag 8 Juli wordt gehouden in de Bijenkorf Amsterdam Dan Haag Rotterdam Een tentoonstelling die een beeld geeft van de ontwikkeling der Verkeersmiddelen in 4000 jaar en die der Spoorwegen in 100 jaar Toegang vrij

Delftsche Courant, 23 juni 1939

De Bijenkorf adverteerde zelf voor dit evenement dat je in veertig minuten 4000 jaar reislustigheid toonde met de belofte dat je in even zo weinig minuten in de winkel kon aanschaffen wat je als 'moderne' (luxe en praktische) reiziger toen nodig had: luchtbed, step-in broekje, wollen plaid, hoofddoek, paspoort-etui, sponzenzak, sporthemd, hangmat, reispyjama, strandhoed of een 'fleurige strandjas van mooie cretonne met latex-bovenlijfje en treksluiting'.

Haagsche Courant, 23 juni 1939

Rotterdamsch Nieuwsblad, 23 juni 1939

Het bijzondere was dat het geen reizende tentoonstelling was, maar dat de objecten op de drie locaties tegelijk getoond werden. Er waren schematische voorstellingen te zien van handelswegen (bijvoorbeeld die van de Inca's) en de ontwikkeling van voertuigen tot de stoomlocomotief. De tentoonstelling was ingericht door de Internationale Stichting voor Beeldpaedagogie (International Foundation for Visual Education).


Tentoonstelling 'Het rollende rad'
[uit de catalogus Gerd Arntz: kritische grafiek en beeldstatistiek.
Den Haag: Haags Gemeentemuseum, 1976]

Het vouwblad dat bij die gelegenheid verscheen is buitengewoon zeldzaam en kon onlangs via de veiling van Bubb Kuyper Auctions in Haarlem aan de KB-collectie worden toegevoegd. Voorop is de wereldbol afgebeeld met een stoomtreintje dat er overheen rijdt.

Het rollende rad (voorzijde vouwblad)

Binnenin zijn pictogrammen gebruikt voor de illustraties. Deze vorm van visuele statistiek poogde overzicht en helderheid te bieden bij complexe informatie. De Isotype-methode was ontwikkeld door Gerd Arntz met Otto Neurath. Beiden waren in de jaren dertig gevlucht voor de Nazis en in Den Haag beland waar Arntz werkte voor het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het rollende rad (pagina 2 van vouwblad)

De toegenomen verkeerscapaciteit wordt afgebeeld door een paard dat een kar trekt boven tien paarden die eenzelfde kar trekken.

Het rollende rad (pagina 4 van vouwblad)

Het gemechaniseerde vervoer wordt afgezet tegen het transport door mens en dier: vliegtuig, bus, tram en schip tegenover lama, Inca, koe met wagen, lastdrager, drommedaris en ruiter te paard.

De oranje en blauwe kleur van de afbeeldingen in dit vouwblad helpen ook om een breed publiek aan te spreken.