dinsdag 7 april 2020

271. Stemmen uit de oorlog (6): schuilnamen en nepjaartallen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kon niet elke auteur meer publiceren, zoals de dichter M. Nijhoff. Hij had zich namelijk niet aangesloten bij de Kultuurkamer, een door de Duitse bezetter ingestelde organisatie die publicaties onder controle hield. 

Drukkers, uitgevers en auteurs stonden verschillende middelen ter beschikking om te ontsnappen aan de wurgende greep van de Kultuurkamer en aan de censuur.

Niet iedereen slaagde daarin. Sommige drukkers zijn vanwege hun illegale drukwerk tijdens de oorlog gevangen gezet en vermoord. 

André Gide, Moer (1944)

Het was niet zonder gevaar, maar uitgevers en drukkers waren vindingrijk en eeuwenlange ervaringen met censuur door overheden hadden de branche ervaring opgeleverd. Er waren handigheidjes. 


Voor nieuwe uitgaven was toestemming nodig; maar oudere boeken konden meestal gewoon verkocht worden, als ze tenminste niet openlijk opriepen tot verzet tegen de Nazis of spotprenten van Hitler bevatten. Maar dat waren er in Nederland niet zo veel: in de jaren dertig probeerde Nederland tenslotte neutraal te staan tegenover het 'bevriende staatshoofd' Hitler.

André Gide, Moer (1944)
Tweedehandsboeken kon je natuurlijk ook gewoon even maken. Dat deed je door een nieuw boek te voorzien van een ander jaar van uitgave dan het werkelijke jaar. Een voorbeeld daarvan is de uitgave Moer, een vertaling door Nijhoff van Paludes van de Franse auteur André Gide. Op de titelpagina zette uitgever A.A.M. Stols niet het eigenlijke jaartal, 1944, maar het fictieve jaartal 1929. Dat was dus zelfs nog voordat Hitler in Duitsland aan de macht kwam, een heel veilig jaartal dus.

Stols had overigens in 1930 een Franstalige editie van Paludes uitgegeven. Het werk stamde uit 1895, maar heeft een lichtheid die het zeer geschikt maakte voor de oorlogsdagen. Nijhoff noemde het daarom nu een 'narrenspel'.

Moer verscheen dus met een fake-jaartal op de titelpagina. Dat jaartal kwam niet uit de lucht vallen, want Nijhoff had in 1928 de tekst al vertaald en in 1929 in het tijdschrift De Stem uitgegeven. Maar een boekuitgave was er toen niet gekomen. Mathijs Sanders schreef een boeiend essay over de ontstaansgeschiedenis van de vertaling - zie de weergave in DBNL: 'Van Paludes naar Moer'.

André Gide, Moer (1944)
[Particuliere collectie]
De oplage was klein en kwam uiteraard 'niet in den handel'. Dat was voorheen een aanduiding van exclusiviteit, en een extra reden voor verzamelaars om zo'n boek aan te schaffen. Nu was het gewoon noodzaak: Nijhoff mocht immers niet publiceren. De kleine oplage kan er voor bedoeld zijn om het boek buiten het blikveld van de bezetter te houden en het inderdaad alleen te laten circuleren binnen de kringen van 'den vertaler, den drukker en hunne vrienden', zoals het colofon duidelijk aangeeft, maar het kan ook een simpel gevolg zijn van gebrek aan papier voor meer exemplaren. Papier voor deze uitgave moest immers ook uit de geheime voorraad van de drukkerij komen.

Belle de Zuylen, Mistress Henley (1944)

Een andere methode om censuur, inbeslagname of arrestatie en bestraffing te voorkomen was het gebruik van gefingeerde auteurs- en uitgeversnamen. Nijhoff, bijvoorbeeld, werd in de uitgaven van De Blauwe Schuit aangeduid als 'de dichter van de Blauwe Schuit' - zie een van die uitgaven op de KB-website: Holland. In plaats van foto, uit 1942.

Ook Stols verschool zich achter pseudoniemen. In de oorlogsjaren drukte hij soms boeken die niet zijn eigen naam vermeldden, maar die van de Franse uitgever  Pierre Mangart. Een van die uitgaafjes in een tekst van Belle van Zuylen, een verhaal uit 1784 dat vanuit het standpunt van een vrouw ongelukkige huwelijken bespreekt.

Stols liet voorin het boek duidelijk zetten dat het in Frankrijk was gedrukt en achterin, in het colofon, las men dat het boek in Parijs bij Claude Sézille was gedrukt in opdracht van Pierre Mangart die kennelijk woonde in Rosières in Picardie, in het noorden van Frankrijk. In werkelijkheid woonde Stols destijds in Den Haag en liet hij het boekje drukken bij Drukkerij Trio - een befaamde Haagse zaak. Voor elke drukker die hij voor zulk soort clandestiene uitgaven inzette bedacht Stols een ander pseudoniem. Sézille (Trio) komt in meerdere publicaties voor. 

Voor het echie plaatste Stols in sommige exemplaren onder het nummer ook nog de paraaf van de denkbeeldige uitgever: 'P.M.'

Belle de Zuylen, Mistress Henley (1944)
[Exemplaar Universiteitsbibliotheek Leiden]

vrijdag 3 april 2020

270. Chagall zoekt Krabbé

Jeroen Krabbé volgt in een aantal afleveringen van zijn televisieprogramma Krabbé zoekt Chagall de sporen van de schilder Marc Chagall (1897-1985) en die brachten hem naar Wit-Rusland en Parijs. Behalve schilderijen maakte Chagall ook boekillustraties, zoals te zien is op de KB-website - zie Suite provinciale:

In mei 1922 wilde Chagall zich definitief vestigen in Parijs. Maar voor hij de Franse hoofdstad bereikte, bezocht hij Berlijn, waar hij een half jaar bleef wonen en werken. Hier startte zijn loopbaan als graficus. Chagall had zojuist een boek geschreven over zijn jeugd: Ma vie. Een Duitse galeriehouder, Cassirer, was bereid het uit te geven, mits hij de tekst met 20 etsen verlevendigde. Tot het einde van zijn leven zou Chagall dankbaar zijn voor deze uitdaging: 'Met een lithografische steen of koperplaat is het net of ik een talisman in handen houdt. Ik denk dat ik er al mijn verdriet en vreugde in kwijt kan, alles wat ik in de loop der jaren heb meegemaakt'.

Visitekaartje van Gustave Coquiot (Collectie Van Gogh Museum, zie Het Geheugen)
Toen Chagall in Parijs arriveerde, ontmoette hij Gustave Coquiot (1865-1926) die al bekend was met Chagalls gravures en litho's van de maanden daarvoor; sterker nog, de kunstcriticus bezat een groot aantal schilderijen van hem die eerder door Chagall waren achtergelaten in Parijs en waren verdwenen. 

Coquiot kende vele kunstenaars en schreef verschillende kunstmonografieën, zoals een boek over Vincent van Gogh (1923). Hij was een vroege bewonderaar van de jongste generaties kunstenaars en schreef werken over het kubisme (in 1914) en de voorgangers van de kubisten, zoals Gauguin en Cézanne. 

In die tijd kwam Chagall in contact met de gerenommeerde uitgever en kunsthandelaar Ambroise Vollard, die hem een aantal belangrijke teksten liet illustreren.

Samen met Gustave Coquiot maakte Chagall één boek dat in 1927, een jaar na de dood van de auteur, verscheen bij uitgeverij André Delpeuch in Parijs. Het bevatte 92 illustraties naar pen- en penseeltekeningen van Chagall die het sprookje over de inwoners van een Frans dorpje in beeld brengen.

Al is de schilder Chagall vooral bekend door zijn expressieve kleuren en symbolistische voorstellingen, de tekeningen zijn in zwart-wit gedrukt en hebben een expressieve vlotte toets. Zowel mensen als dieren zijn schetsmatig afgebeeld, zoals de geit en de dandy op pagina 9 van het boek, waarbij de bos bloemen en het kapsel van de man sterk contrasteren met het eenvoudige "kapsel" van de geit. De schets is een satire op de ijdelheid en de lust.

Een van de 550 exemplaren maakt deel uit van de Collectie Koopman van de KB. Daarin zijn nog veel meer schilders vertegenwoordigd met hun boekillustraties of kunstenaarsboeken.

woensdag 1 april 2020

269. Stemmen uit de oorlog (5): de lockdown matroesjka

Een hele reeks woorden dringt zich de laatste weken aan ons op en ze zijn allemaal synoniem voor een gebrek aan bewegingsvrijheid: lockdown is wel de belangrijkste. In het Nederlands betekent het iets als 'afsluiting'. 

Binnen een lockdown kun je ook nog quarantaine krijgen, zelfs thuisquarantaine, wat dan betekent dat je niet alleen je huis niet uit mag, maar binnen het huis contact met huisgenoten moet voorkomen. En die mogen het huis dan evenmin verlaten.

Zulke toestanden bestonden natuurlijk al in gevangenissen, detentie dus, maar gevangenen zijn nu zelfs nog minder 'vrij', want ze mogen geen bezoek meer ontvangen. En verzorgingshuizen hanteren dezelfde regel. Bejaardendetentie dus. Ook ziekenhuizen vermijden bezoek, ook voor patiënten op de intensive care, die overigens al in 'slaap' zijn gebracht, dus in coma, afgezonderd van bezoek. 

Binnen een lockdown kun je nog geïnterneerd zijn, zoals de asielzoekers in kampen op de Griekse eilanden. De ene soort van gevangenschap nog radelozer, uitzichtlozer dan de andere. En dat met een onzichtbare vijand - we zien alleen de gevolgen. 

Dat was tijdens de Tweede Wereldoorlog natuurlijk heel anders. Maar ook daar had je een soort matroesjka-achtige opsluiting: in bezet gebied, in de gevangenis, in de isoleercel. Of: in bezet gebied, in onderduik. Ook kon je van de ene op de andere dag veranderen van bezetter in gevangene, zoals in (destijds) Nederlands-Indië (Indonesië), dat in 1940 nog door het koloniale Nederland werd overheerst, maar  vervolgens door de Japanse bezetter werd ingenomen. De voormalige bezetters verdwenen achter het prikkeldraad in woonwijken en kampen, mannen apart van vrouwen en kinderen.

Dagboek Leo Jansen (KB: KW 79 L 32)
Een van die gevangenen in Indonesië was Leo Jansen. Mr. Dr. Leo Frederik Jansen, geboren in Oud-Gastel op 4 december 1903, studeerde rechtsgeleerdheid aan de Rooms Katholieke Universiteit Nijmegen van 1923 tot 1927. In september 1929 reisde hij met de Jan Pietersz Coen naar Java om in Pontianak te werken als 'surnumerair' in het 'Hoofdkantoor van den Dienst der Belastingen'. In 1930 promoveerde hij aan de Rechtshoogeschool Batavia op het proefschrift De grondtrekken van den Sovjetstaat. Dat was de eerste openbare promotie aan deze school. (Zie via Delpher het Bataviaasch Nieuwsblad, 28 april 1930). Hij voer een paar keer heen en weer tussen Rotterdam en Java, in augustus 1930 meldde de Indische Courant dat hij nu 'met mevrouw Jansen en kind' op de Baloeran naar Batavia voer. Hij begon in de kranten over financiële kwesties te publiceren.

Voor de oorlog correspondeerde Jansen onder andere met de schrijver E. du Perron, die hij in 1937 ontmoette (zie DBNL). Hij hield vanaf 1937 wekelijkse lezingen van een kwartier over politiek voor de Bataviasche Radio Vereeniging en in 1939 gaf hij voordrachten aan de Volksuniversiteit Batavia. Toen was hij referendaris bij het Departement van Financiën. In oktober 1939 werd hij waarnemend secretaris van de Raad van Indië. De definitieve benoeming kwam in mei 1940.

L.F. Jansen, De grondtrekken van den Sovjetstaat (1930)
Bij het uitbreken van de oorlog in de Stille Oceaan was Leo Jansen dus Secretaris van de Raad van Nederlands Oost-Indië. Door de Japanse overheid werd hij - omdat hij Japans sprak - gedwongen te werken voor de Japanse inlichtingendienst en moest hij de geallieerde radiostations afluisteren. Hij hield dagboeken bij, waarin hij krantenberichten, foto’s en cartoons plakte. (Het dagboek werd uitgegeven in 1988). De Japanse militaire politie zette hem in 1944 gevangen en hij werd gemarteld. Hij maakte de bevrijding van het kamp Sint Vincentius weliswaar mee, maar overleed drie dagen erna op 2 september 1945. Hij was 41 jaar. Zijn overlijdensannonce zegt niets over vrouw en kind(eren).

Op 30 oktober 1942 noteerde hij dat 'Stefje' een Nederlandse gevangene in een trein zag huilen:

Stefje is naar Priok geweest en haar trein heeft bij toeval stilgestaan naast een trein met Hollandsche krijgsgevangenen. Ze mochten niet spreken. Een jonge "knappe vent" maakte een wuivend gebaar met zijn vingers, terwijl dikke tranen over zijn wangen rolden toen de trein weer in beweging kwam.


Priok was de haven van Batavia. Ook 'Irma' maakte een tochtje:


Irma is vier dagen in Bandung geweest en komt terug met de boodschap dat de Europeanen daar nog altijd veel opgewekter leven dan hier. 

[...]
Bij terugkomst werd ze in de trein lastig gevallen door een Japansche soldaat, die met 'n woordenboekje in zijn hand haar borsten press en zelfs haar beenen betastte.

Een Me-Too situatie in een treincoupé in bezet gebied dat al gekoloniseerd was. Een Indische matroesjka-situatie.

donderdag 26 maart 2020

268. Stemmen uit de oorlog (4): vrije en onvrije kranten

Het KB-gebouw is nu gesloten, maar online is de KB 24/7 open. De tentoonstelling "Stemmen uit de oorlog" wordt hier ook digitaal voortgezet. Vandaag over de stem van de journalist, de krant, tijdens en na de oorlog.

Het Vrije Volk (1946)
Kranten konden tijdens de oorlog niet vrijelijk publiceren, vooral niet over politiek. De Duitse bezetter controleerde de berichtgeving; journalisten deden bovendien aan zelfcensuur uit angst voor strafmaatregelen. Er was behoefte aan tegenstemmen. 

Met gevaar voor eigen leven drukten en verspreidden sommige verzetsgroepen illegale kranten (vaak in stencil). 

Zij hielden de officiële berichtgeving tegen het licht, vertelden wat de bezetter echt van plan was en publiceerden nieuws dat elders verzwegen werd. Verzetsgroepen bleven zo bovendien op de hoogte van wat de anderen deden.

Zo werden tijdens de oorlog Het Parool, Trouw en Vrij Nederland opgericht, die hun onafhankelijkheid na de oorlog trots afficheerden.

Andere kranten werden opgericht zodra een regio bevrijd was. Het Vrije Volk verscheen voor het eerst in Zuid-Nederland in maart 1945. 

Het Parool. De krant der bevrijding (1945)
Veel affiches zijn niet door de kunstenaars gesigneerd. Het Parool. Krant der bevrijding uit 1945 toont een jonge vrouw op blote voeten - een stedemaagd - met een gigantische vlag en vier vredesduiven. De belettering voegt aan de kleuren rood-wit-blauw nog het bruin toe: "Het Parool Strijdbaar Democratisch". Deze poster vangt het moment van de bevrijding, met zicht op een toekomst in vrijheid. 

Het affiche was het werk van kunstenaar Theo Kurpershoek (1914-1998). Onder de titel van het affiche heeft hij een pijl en boog getekend, waarvan de pijl is vervangen door een tekenpen. Het affiche werd gedrukt bij De Jong & Co in Hilversum.

Een andere poster, Het Parool. Vrij onverveerd, is wèl gesigneerd: rechtsonder het beeld staat de naam Wagemans.

Wim L. Wagemans (tekening), affiche Het Parool Vrij Onverveerd (1945)
De boodschap van deze poster is andersoortig. Deze blikt juist terug naar de jaren van terreur en onderdrukking, hoewel de boodschap bijna identiek is: "Vier jaar illegaal strijdblad THANS dagelijks bevrijdingsnieuws". De prent is realistisch-symbolisch van aard. De Nederlandse leeuw verjaagt de Duitse adelaar, vertrapt een bajonet, verscheurt een vlag met hakenkruis en verbreekt de ketenen van de slavernij.

Deze poster is getekend door de kunstenaar Willem Leonard (Wim) Wagemans (1906-1993) - een Leidse kunstenaar opgeleid in Den Haag, nota bene. Hij werkte dan ook niet voor de Amsterdamse tak van Het Parool, maar voor de Haagse redactie. 

Wagemans werd later vooral bekend als glazenier, maar was ook lithograaf, schilder en grafisch ontwerper, en ontwierp voor de oorlog reclameposters voor Meka (chocolade) en Erdal (schoensmeer).

De poster kon nog niet proeven van de bevrijding omdat die nog helemaal niet op handen was; de bladen van 100 bij 60 cm werden met iets teveel optimisme al op Dolle Dinsdag opgeplakt, dus op 5 september 1944. Een valse start! Toen de Duitse bezetting toch niet voorbij bleek te zijn, werden de affiches gauw verwijderd. Lees hierover een artikel uit Het Parool uit 1995 beschikbaar via Delpher.

Wagemans werkte voor het verzet en vervalste paspoorten en handtekeningen - zo vertelde zijn weduwe later. 

De affiches werden in litho gedrukt bij Drukkerij Sleijser in Voorburg (het contact was een neef van de kunstenaar) en lagen dus al klaar voor de aanstaande bevrijding. Honderden affiches werden in de avonduren van Dolle Dinsdag in Bezuidenhout opgeplakt, en een dag later in aller ijl weer weggehaald, in een kist verstopt, en begraven in de tuin van de drukker. Na de oorlog werden ze opgegraven en opnieuw opgeplakt in Den Haag - Het Parool-artikel (zie boven) toont een foto van een Haagse ruïne waarop de poster prijkt.

Zie voor eerdere en latere afleveringen het overzicht op:
Stemmen uit de oorlog (1)

maandag 23 maart 2020

267. Avondpresentaties bijzondere collecties

In 2018 begonnen we aan het begin van een donderdagavond - vanaf zes uur - met speciale presentaties van kunst in boeken in de KB. De avondpresentaties werden steeds drukker bezocht. Recent wilden we er twee over H.N. Werkman organiseren en die waren al snel voltekend. Maar ze kunnen nu niet doorgaan natuurlijk.

Zodra de KB weer open mag - en bij leven en welzijn - zullen we een reeks nieuwe avondpresentaties aankondigen.


Avondpresentatie in de KB, 19 december 2019

Intussen, een terugblik op een van die avonden, waarbij kunstenaars zich voorstellingen van dieren maakten: prachtige ingekleurde platen in vogelboeken, een luxe editie van Jiskefets Dierenwinkel, kunstenaarsboeken, fotoboeken - veel kwam voorbij - niet alleen mooie boeken hoor, voor het perspectief werden ook enkele heel lelijke boeken getoond - en alles kon worden doorgebladerd voor de Echte Authentieke Ervaring van het Boek.

Nu even alleen online, zie bijvoorbeeld H.N. Werkmans Hot Printing, Boutens en Toorops Naenia, de geschiedenis van de private press in Nederland, G.W. Dijsselhofs illustraties in Kunst en samenleving, en internationale boekkunst in de Collectie Koopman. Onze website is omvangrijk, je hoeft je er niet te vervelen en je kunt heerlijk ronddwalen!


Avondpresentatie in de KB, 19 december 2019

vrijdag 20 maart 2020

266. Stemmen uit de oorlog (3): kleuren van de oorlog

De tentoonstelling "Stemmen uit de Oorlog" in de KB is tijdelijk niet toegankelijk - vanwege de maatregelen tegen het Coronavirus, uiteraard.

Maar ik kan wel vertellen wat er zoal in de vitrines ligt en wat de KB zoal verzameld heeft op dit gebied. 


Verdinaso-Nederland Program (1939)
De jaren dertig waren het toneel van een veelheid aan politieke bewegingen, linksom, rechtsom, rechtdoor en achterwaarts. In 1939 publiceerde Verdinaso-Nederland in Nijmegen deze brochure. 

Verdinaso staat voor Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen. De Nederlandse tak van Verdinaso viel in het niet bij de Vlaamse die duizenden sympathisanten telde. Men streefde naar de “Dietsche Volksstaat”: heel België, Nederland én Luxemburg verenigd. Dat hoefde niet democratisch te gebeuren vond Verdinaso. 

De antisemitische en antiparlementarische beweging had te kampen met innerlijke gespletenheid én talloze concurrerende groepen. De oprichter werd in 1940 geëxecuteerd en de Nederlandse tak moest van de bezetter fuseren met de NSB.

Een opvallende eigenschap van het gepubliceerde programma is de kleur van het omslag - typografisch heeft het boekje verder weinig te bieden. De kleur oranje staat natuurlijk voor een eenheid van Nederland en omringende gebieden die verwijst naar een moment in de geschiedenis dat de Prins van Oranje, Willem de Zwijger, als leider werd gezien van een gebied dat ook Vlaanderen omvatte.

Dat soort kleuren - we hebben natuurlijk ook de vlag: rood, wit en blauw - blijft de hele oorlog als code gebruikt worden, zowel in publicaties van het verzet als in die van de bezetter. Het hoofd van Michiel de Ruyter tegen een oranje achtergrond siert affiches van de Waffen SS.


Affiche "Op-tegen het bolsjewisme! Meldt u aan bij de Waffen SS" (1943)
Het gebruik van de kleuren rood, wit en blauw kon een stil protest tegen de bezetter inhouden. Een van de verhalen die in de KB de ronde doet - maar er is geen hard bewijs voor - betreft een collectie boeken in de zogenaamde Koningskamer - boven de ingang in het oude gebouw aan het Voorhout - die tijdens de oorlogsjaren zo was geordend in de hoge boekenkasten dat banen rode leren ruggen werden gevolgd door planken met witte boekbanden met onderaan een groot aantal blauwe banden.

Dat zou gebeurd zijn met de zogeheten Collectie Koopman. En dat zou best kunnen, want op Franse wijze waren deze literaire boeken in halfleer gebonden in allerlei kleuren: bruin, groen, wit, blauw en rood bijvoorbeeld. 



Collectie Koopman in de KB, Nationale bibliotheek (foto's: Jos Uljee/Beeldstudio KB)
Veel boeken van de auteur Paul Valéry waren bijvoorbeeld gebonden in wit perkament en veel van de werken van de schrijfster Colette - ook een favoriet van de verzamelaar Koopman en zijn verloofde Anny Antoine - waren gebonden in blauw leer. Zo'n vlag-opstelling werd natuurlijk niet door veel mensen gezien tijdens de oorlog, en ik weet niet zeker of je die vanaf de straat kon zien. En dan nog, was dat maar kort het geval, want al gauw werden ze met andere schatten van de KB naar veiliger locaties overgebracht.

Zie voor eerdere en latere afleveringen het overzicht op:
Stemmen uit de Oorlog (1)

woensdag 4 maart 2020

265. De Wereldbibliotheek in vele varianten

Van de populaire uitgaven van uitgeverij De Wereldbibliotheek bestaan vele varianten. De uitgeverij werd opgericht door Leo Simons in 1905 en droeg aanvankelijk de naam Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur. Simons leerde het vak in Londen en bracht het nu in de praktijk met goedkope uitgaven die voor “iedereen” geschikt waren. Een sterk staaltje socialistische volksopvoeding.  

C. en M. Scharten-Antink, De nar uit de Maremmen. III: Naar de eeuwige stad (1929)
De uitgeverij bracht boeken uit van Goethe en Dante, maar ook van Betje Wolff en Aagje Deken, Multatuli en Vondel. Daarnaast verschenen titels over specifieke onderwerpen, zoals De ontwikkeling en de oorsprong van de taal. Allemaal in hetzelfde formaat, op goedkoop papier, maar met modieus gedecoreerde omslagen en titelpagina's die herinneren aan de uitgaven van de Engelse kunstenaar William Morris.   

De KB bezit een uitgebreide collectie van De Wereldbibliotheek, mede dankzij de verzameldrift van A.W.J. Remmerswaal uit Den Haag; hij was boekbinder- en restaurator bij de KB en nogal een karakter. Hij haalde de krant door te protesteren tegen het voorgenomen huwelijk van Prinses Beatrix en Prins Claus (zie bijvoorbeeld De Volkskrant, in Delpher). Remmerswaal was amateurfotograaf en maakte ook enkele filmpjes van de Haagse binnenstad voordat die voor nieuw- en hoogbouw werd gesloopt en een filmpje uit 1961 over het transportsysteem voor aanvragen en boeken in de KB (destijds aan het Voorhout). Hij verzamelde ook ansichtkaarten.
Dante’s Louteringsberg (1913): ingenaaid in papieren omslag en gebonden in halflinnen
Uitgaven werden aan het begin van de twintigste eeuw niet meteen gebonden; dat gebeurde in verschillende partijen, als er vraag was naar een titel, bijvoorbeeld voorafgaand aan de feestdagen in december. De binder gebruikte dan vaak verschillende materialen. Twee collecties in de KB getuigen van die bandvarianten: de verzameling werken van Louis Couperus én de uitgaven van de Wereldbibliotheek. Zo’n collectie geeft een tijdsbeeld en brengt de praktijk van kleine bindpartijen in beeld.


Twee exemplaren van B.G. Escher, De gedaanteveranderingen onzer aarde (1916)



Auteursnaam en titel op voorplat:
uitgelijnd (boven) en vanuit het hart gezet (onder)
De edities verschenen in een papieren omslag, een halflinnen of een linnen band en daarbij kunnen verschillende kleuren gebruikt zijn voor het materiaal en voor de bestempeling met teksten en afbeeldingen.   

Vaak verschillen de schutbladen (afwijkende sierpapieren), de titels werden opnieuw gezet uit een andere letter of anders vormgegeven; de rug vermeldt wel of geen nummer of jaartal. Het uitgeversvignet is de ene keer groter dan de andere. Bij het ene exemplaar wordt de prijs op het omslag vermeld, bij het andere niet. En zo voort. De verschillen zijn legio. Er waren voor veel titels verschillende bindpartijen.     

Sommige bandontwerpen zijn gesigneerd door HH [Herman Hana] of P.H. Praag. 

Onlangs zijn de laatste exemplaren uit de collectie van Remmerswaal geïnventariseerd. Nadat de collectie grotendeel gecatalogiseerd was bleven circa zeven meter dubbele titels over. Die zijn de afgelopen jaren stuk voor stuk bekeken op grote en kleine verschillen in de uitvoering - en daarbij kwamen de getoonde en nog vele andere varianten te voorschijn. De collectie neemt nu meer dan vijfenveertig strekkende meter boekenplank in beslag.


Twee exemplaren van O. Jespersen, De ontwikkeling en de oorsprong van de taal (1928):
auteursnaam en titel in verschillende corpsen (kleinere en grotere letters)


Twee exemplaren van O. Jespersen, De ontwikkeling en de oorsprong van de taal (1928):
uitgeversmerk in verschillende groottes

O. Jespersen, De ontwikkeling en de oorsprong van de taal (1928):
witte schutbladen, bedrukt in oranje, en groene schutbladen, bedrukt in grijs
De afgebeelde selectie is enige tijd te zien in de vitrine bij de ingang van de leeszaal Bijzondere Collecties van de KB.