![]() |
| Meesterboek van het St. Lucasgilde (Collectie KB) |
Ligatuur - Paul van Capelleveen over zijn ervaringen als conservator in de KB nationale bibliotheek, Den Haag
vrijdag 7 februari 2020
261. Pieter de Hooch en het Gildeboek
Nog een weekje is de tentoonstelling over Pieter de Hooch te zien in Delft. Er ligt ook een handschrift uit de KB-collectie, namelijk het tweede meesterboek van het St. Lucasgilde met de aantekeningen over Pieter de Hooch.
Het boek bevat aantekeningen over schilders, maar er waren ook andere leden, zoals op de openliggende pagina's in de tentoonstelling te zien is. Er worden bijvoorbeeld enkele boekbinders genoemd - andere beroepen waren: schilders van stoelen, tapijtwevers, graveurs, drukkers en boekhandelaren.
dinsdag 4 februari 2020
260. Stemmen uit de oorlog (1): de verzameling van een parapsycholoog
"Stemmen uit de oorlog" is de huidige topstukkententoonstelling van de KB - online tonen we een aantal van de stukken uit de vitrines. Elke week volgt een nieuwe aflevering.
Stemmen uit de oorlog (10): bevrijdingsfeesten
Stemmen uit de oorlog (9): het "gewone" dagelijkse leven
Stemmen uit de oorlog (8): mooie foute posters.
Stemmen uit de oorlog (7): bevrijdingsvlaggen.
Stemmen uit de oorlog (6): schuilnamen en nepjaartallen.
Stemmen uit de oorlog (5): de lockdown matroesjka.
Stemmen uit de oorlog (4): vrije en onvrije kranten.
Stemmen uit de oorlog (3): kleuren van de oorlog.
Stemmen uit de oorlog (2): propaganda en rouwannonces.
Hieronder volgt
Stemmen uit de oorlog (1): de verzameling van een parapsycholoog
Ik mocht voor deze tentoonstelling de selectie maken, en kon dat doen op basis van een lijst van verschillende groeperingen die voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog hun stem lieten horen: exil-auteurs die uit Duitsland waren gevlucht in de jaren dertig, dagboekschrijvers tijdens de oorlog, Joodse onderduikers, NSB'ers, Engelandvaarders, de Duitse bezetter, illegaal publicerende dichters, en zo voort.
Het zijn niet allemaal boeken, pamfletten of kranten. De KB bezit ook oorlogsaffiches, handgeschreven brieven en dagboeken en archivalia zoals een foto van De Grebbeberg tijdens de eerste oorlogsdagen in 1940. Ze werden vrijwel meteen na de oorlog opgenomen in de KB-collectie.
Stemmen uit de oorlog (10): bevrijdingsfeesten
Stemmen uit de oorlog (9): het "gewone" dagelijkse leven
Stemmen uit de oorlog (8): mooie foute posters.
Stemmen uit de oorlog (7): bevrijdingsvlaggen.
Stemmen uit de oorlog (6): schuilnamen en nepjaartallen.
Stemmen uit de oorlog (5): de lockdown matroesjka.
Stemmen uit de oorlog (4): vrije en onvrije kranten.
Stemmen uit de oorlog (3): kleuren van de oorlog.
Stemmen uit de oorlog (2): propaganda en rouwannonces.
Hieronder volgt
Stemmen uit de oorlog (1): de verzameling van een parapsycholoog
Ik mocht voor deze tentoonstelling de selectie maken, en kon dat doen op basis van een lijst van verschillende groeperingen die voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog hun stem lieten horen: exil-auteurs die uit Duitsland waren gevlucht in de jaren dertig, dagboekschrijvers tijdens de oorlog, Joodse onderduikers, NSB'ers, Engelandvaarders, de Duitse bezetter, illegaal publicerende dichters, en zo voort.
![]() |
| De Grebbeberg, 1940 (foto) |
| Benzinebonnen |
Na
de oorlog werden allerlei oorlogspublicaties verzameld. Ook de KB heeft
verzamelingen efemeer materiaal. Doos “258 B 23” bijvoorbeeld bevat een foto
van de gevechten op de Grebbeberg, een mededeling van de Duitse bezetter om
geen “weerstand” meer te bieden (1940) en een oproep van NSB-hoofd Mussert om
anti-Duitse sentimenten weg te poetsen (1941). De verzamelaar hiervan was
parapsycholoog George Zorab: in juli 1940 ontving hij bonnen voor brandstof
voor zijn auto, in juli 1942 werd hij er op gewezen dat Joden voortaan
uitgesloten waren van telefoonverkeer en ook kreeg Zorab opdracht om Duitsers
huisvesting én voeding te verlenen.
Na heropening weer te zien bij de KB.
maandag 13 januari 2020
259. Vormgeving door J.F. van Royen (De Zilverdistel)
J.F. van Royen die vanaf de Eerste Wereldoorlog de volledige zeggenschap kreeg over De Zilverdistel en die echt een private press werd toen een drukpers bij hem het Haagse huis werd ingetakeld gaf af en toe een boekje voor anderen vorm, op verzoek. Zulke boekjes drukte hij dan niet zelf, maar verwantschap met de uitgaven van De Zilverdistel is er wel zeker. Dat werk deed hij doorgaans anoniem, waardoor het moeilijk is om voorbeelden te vinden.
![]() |
| Henri Marcella, Algemeene bepalingen van wetgeving voor Nederlandsch-Indië (1913) [fragment] |
In 1913 gaf Van Royen aanwijzingen voor het zetwerk van Henri Marcella's proefschrift Algemeene bepalingen van wetgeving voor Nederlandsch-Indië. In oktober correspondeerde ik kort met Nick ter Wal van Antiquariaat Artistiek Bureau over dit soort door Van Royen vormgegeven boeken. Hij wilde graag weten of daarvan een lijst bestond. Nou nee dus, het werk is ook vrijwel altijd anoniem gedaan en meestal valt alleen uit brieven of archiefnotities op te maken dat Van Royen erbij betrokken was.
Zijn belangstelling was natuurlijk gewekt omdat hij precies zo'n boekje had gevonden. De KB bezat daarvan al een (herbonden) exemplaar, maar het exemplaar met bewijslast bevindt zich nu ook in de collectie. Het gaat om een postume uitgave van een classica, Louise H. Benschop-Greve's editie van Plutarchus Leven van Philopoimen (1918). [Een exemplaar is digitaal beschikbaar via Delpher.]
Zijn belangstelling was natuurlijk gewekt omdat hij precies zo'n boekje had gevonden. De KB bezat daarvan al een (herbonden) exemplaar, maar het exemplaar met bewijslast bevindt zich nu ook in de collectie. Het gaat om een postume uitgave van een classica, Louise H. Benschop-Greve's editie van Plutarchus Leven van Philopoimen (1918). [Een exemplaar is digitaal beschikbaar via Delpher.]
![]() |
| Plutarchus' Leven van Philopoimen (1918) |
Dit nu opgedoken exemplaar komt uit de verzameling van Vloemans wiens exlibris in het boek is geplakt. Dat is gedateerd 1925. Het zou kunnen gaan om Antoon Vloemans (1898-1982), een uit Antwerpen afkomstige filosoof die na studies te Gent, Göttingen, Berlijn en Marburg in Wassenaar en later Den Haag neerstreek. Hij schreef cultuurhistorische boeken met een antropologische grondslag over oosterse filosofie, Spinoza, Nietzsche en een van zijn boeken heet De zin van het leven. Toen het Plutarchus boekje verscheen woonde hij nog niet in het Haagse - hij promoveerde enkele jaren pas in Göttingen en het is dan ook onwaarschijnlijk dat hij de eerste bezitter ervan is geweest. Aangezien de voorletters van Vloemans niet op het exlibris staan is onzeker of het om hem gaat natuurlijk.
Hoe dan ook, het begeleidende briefje maakt dit exemplaar interessant en helaas is niet bekend aan wie het gericht is: 'Hooggeachte Heer' is de aanvang. De datum is 22 juni 1918, dezelfde datum als de ondertekening van het voorwoord in het boek.
![]() |
| Briefje en voorwoord van W.J.M. Benschop in Plutarchus' Leven van Philopoimen (1918) |
Daarin vertelt W.J.M. Benschop dat zijn echtgenote haar vertaling van Plutarchus niet heeft kunnen voltooien en dat hij dat aan de hand van haar laatste aantekeningen heeft gedaan. In het briefje vraagt hij zich af of de vertaling een ruimer publiek verdient, 'goedkooper gedrukt'. Want nu zijn er slechts vijftig exemplaren gedrukt:
Thans zijn slechts een 50 tal exemplaren gedrukt, welke ik aan familie & kennissen ten geschenke geef. De uitvoering (verzorging) van het boekje heb ik speciaal te danken aan mijn tegenwoordigen chef, Mr. v. Royen.
![]() |
| Brief van W.J.M. Benschop (1918) en pagina uit Plutarchus' Leven van Philopoimen (1918) |
Van Royen heeft dit boekje van 61 pagina's een vorm gegeven die sterk verwant is aan de uitgaven van De Zilverdistel, met een eenvoudige titelpagina en hoofdstukaanduidingen in de buitenmarges, gedrukt in rood. De initiaal "P" op de eerste tekstpagina is wat afwijkend. Deze is ontworpen door S.H. de Roos en was bij Lettergieterij "Amsterdam" te koop als onderdeel van een serie initialen bij de Hollandsche Mediaeval. De tekst is niet gezet uit de Hollandsche Mediaeval.
![]() |
| Begin en slot van Plutarchus' Leven van Philopoimen (1918) |
In zijn brief schrijft Benschop dat hij Van Royen kent door zijn beroep:
Mijn bureauwerk geeft mij thans bevrediging. Wij hebben een besten Directeur-Generaal en de heer v. Royen heeft aan mijn werkzaamheden een groote verandering gegeven. Helaas dat mijn vrouw die niet heeft mogen beleven!
Benschop was per 1 februari 1917 adjunct-commies bij de twaalfde afdeling Kabinet, archief en secretarie van het hoofdbestuur van de posterijen en telegrafie, waarvan sinds 1913 Jhr. G.A.A. Alting van Geusau de directeur-generaal was. Van Royen was in 1917 tot Adminstrateur benoemd, na de directeur-generaal het hoogste ambt.
De vrouw van Benschop, Louise Henriette Greve overleed op 31 augustus 1916 in de leeftijd van 39 jaar. Ze was geboren in Nijmegen op 22 februari 1877.
(Terzijde, voor de genealogen onder ons: haar ouders waren Louis Antonius Greve [1828-1879] en Henriette Maria Cornelie Snellen [1840-1920]); de overlijdensannonces in de Bredasche Courant en de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 2 september 1916 bevatten als adres Danckertstraat 8 in Den Haag, het adres van haar moeder, de weduwe L.A. Greve-Snellen.)
Op 22 juni 1901 was Louise Henriette in Den Haag getrouwd met de toen 28-jarige "industrieel" Wilm Johan Marius Benschop (geboren in Zwolle op 20 april 1873). Hij zou zijn weduwe lang overleven en overleed op 20 juni 1963. In 1918 publiceerde hij (met H. Icke) een studie over de recente ontwikkelingen bij de PTT: Een korte geschiedenis van het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegraphie ter herdenking van zijn 25-jarig bestaan 1893-1918. Artikelen over dat onderwerp zou hij tot kort voor zijn overlijden schrijven. In zijn jonge jaren schreef hij een novelle Bertha (1894). Er zijn brieven van hem aan verschillende uitgevers bekend. Als oud-hoofdcommies bij het Hoofdbestuur der P.T.T. werd hij in 1947 onderscheiden met als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Volgens het naslagwerk van Pieter Scheen (Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars : 1750-1950) was hij ook kunstschilder.
Maar het was dus als collega bij de PTT dat Van Royen het boekje met Plutarchus' tekst heeft vormgegeven.
De vrouw van Benschop, Louise Henriette Greve overleed op 31 augustus 1916 in de leeftijd van 39 jaar. Ze was geboren in Nijmegen op 22 februari 1877.
(Terzijde, voor de genealogen onder ons: haar ouders waren Louis Antonius Greve [1828-1879] en Henriette Maria Cornelie Snellen [1840-1920]); de overlijdensannonces in de Bredasche Courant en de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 2 september 1916 bevatten als adres Danckertstraat 8 in Den Haag, het adres van haar moeder, de weduwe L.A. Greve-Snellen.)
Op 22 juni 1901 was Louise Henriette in Den Haag getrouwd met de toen 28-jarige "industrieel" Wilm Johan Marius Benschop (geboren in Zwolle op 20 april 1873). Hij zou zijn weduwe lang overleven en overleed op 20 juni 1963. In 1918 publiceerde hij (met H. Icke) een studie over de recente ontwikkelingen bij de PTT: Een korte geschiedenis van het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegraphie ter herdenking van zijn 25-jarig bestaan 1893-1918. Artikelen over dat onderwerp zou hij tot kort voor zijn overlijden schrijven. In zijn jonge jaren schreef hij een novelle Bertha (1894). Er zijn brieven van hem aan verschillende uitgevers bekend. Als oud-hoofdcommies bij het Hoofdbestuur der P.T.T. werd hij in 1947 onderscheiden met als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Volgens het naslagwerk van Pieter Scheen (Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars : 1750-1950) was hij ook kunstschilder.
Maar het was dus als collega bij de PTT dat Van Royen het boekje met Plutarchus' tekst heeft vormgegeven.
donderdag 12 december 2019
258. H.N. Werkman: compleet en incompleet
![]() |
| Pesach 1936 (in vitrine KB Den Haag, december 2019) |
Daarvan bezit de KB sinds kort een incompleet exemplaar. Wat ontbreekt zijn twee teksten van Werkman. Hij nam deze over uit twee eerdere publicaties: een daarvan is Hot Printing, de andere is Februari aanbieding. Deze dateren uit 1935 en 1936, terwijl Pesach 1936 rond Pasen van 1936 moet zijn gemaakt. Voorop staat een afbeelding van een rabbi.
De afbeelding boven is gemaakt terwijl het boek in de vitrine bij de afdeling Bijzondere Collecties staat - daar staat het nog een maandje; vandaar de weerspiegeling van de letters 'tie'.
Dat de teksten ontbreken is eigenlijk niet zo erg. Werkman zelf schreef namelijk – aan de fotograaf Paul Guermonprez – dat alleen het omslag en de tekening op de middenpagina’s van belang waren: ‘de tekst is betrekkelijk bijzaak’. Bovendien: elk exemplaar bevat andere teksten en een aantal van die teksten heeft de KB bij het exemplaar van Hot Printing.
Dat de teksten ontbreken is eigenlijk niet zo erg. Werkman zelf schreef namelijk – aan de fotograaf Paul Guermonprez – dat alleen het omslag en de tekening op de middenpagina’s van belang waren: ‘de tekst is betrekkelijk bijzaak’. Bovendien: elk exemplaar bevat andere teksten en een aantal van die teksten heeft de KB bij het exemplaar van Hot Printing.
Beide illustraties zijn in elk exemplaar met de hand getekend, met de handrol, een drukkersinstrument dat normaal niet voor tekeningen werd gebruikt. Met de zijkant ervan kon Werkman vrij snel schetsen maken. De diagonale kleurenstroken zijn gerold. Ook gebruikte hij sjablonen (voor de pijlen). De titel is gezet uit het lettertype Cheltenham.
![]() |
| April 1937 (Apologien) (in vitrine KB, Den Haag, december 2019) |
Voor de kunstenaarsvereniging De Ploeg in Groningen maakte Werkman de uitgave April 1937, ook bekend als Apologien vanwege de belangrijkste tekst daarin (door de schilder Johan Dijkstra). Het omslag is een druksel met twee koppen en profil. Hiervoor combineerde Werkman linoleumsneden met druksels van los zetmateriaal. Deze uitgave is wel compleet, inclusief het vignet van De Ploeg op het omslag dat in sommige exemplaren ontbreekt.
Te zien in de vitrine Bijzondere Collecties in de KB Den Haag (tot medio januari):
H.N. Werkman, Pesach 1936.
Groningen, H.N. Werkman, 1936
Incompleet: bevat alleen het omslag met illustratie van een rabbi en het middenblad met de illustratie ‘Tusschen de keerkringen’.
Dit was het exemplaar van ‘Fie en Siep’ [=Fie Werkman (dochter) en Siep van den Berg].
Aanvraagnummer: KW GW X100217.
April 1937 [Apologien]. Teksten van Johan Dijkstra en Hendrik de Vries.
Groningen, De Ploeg, 1937
Omslag H.N. Werkman (origineel ingekleurde linosnede)
Aanvraagnummer: KW GW X100211
Te zien in de vitrine Bijzondere Collecties in de KB Den Haag (tot medio januari):
H.N. Werkman, Pesach 1936.
Groningen, H.N. Werkman, 1936
Incompleet: bevat alleen het omslag met illustratie van een rabbi en het middenblad met de illustratie ‘Tusschen de keerkringen’.
Dit was het exemplaar van ‘Fie en Siep’ [=Fie Werkman (dochter) en Siep van den Berg].
Aanvraagnummer: KW GW X100217.
April 1937 [Apologien]. Teksten van Johan Dijkstra en Hendrik de Vries.
Groningen, De Ploeg, 1937
Omslag H.N. Werkman (origineel ingekleurde linosnede)
Aanvraagnummer: KW GW X100211
maandag 9 december 2019
257. Kleine uitgevers en het andere boek
Gisteren vond in Paradiso in Amsterdam de Beurs voor Kleine Uitgevers plaats, waar we alleen al een kijkje nemen om te zien of er nieuwe uitgevers zijn opgedoken die hun publicaties nog aan de KB kunnen aanbieden. De beurs duurt tegenwoordig nog maar één middag, waardoor het op het hoogtepunt wel een beetje dringen bij de tafels was, maar het zorgde er ook voor dat je zowat iedereen tegenkwam; het had een gezellige compactheid.
Vergeleken met de Other Book Fair in The Little Grey Space in the Middle in Den Haag, een week eerder, was het publiek in Paradiso gemiddeld ouder - in Den Haag viel op hoe divers en jong het publiek was. Daar staat misschien wel tegenover dat het Amsterdamse publiek kooplustiger leek.
Op The Other Book Fair stonden meer jongere kunstenaars die hun eigen zines en boeken publiceren en daar waren voor de KB veel nieuwe namen bij. Boekjes als Steel het boek als de zon opkomt en The Provo Bicycle Trick kunnen we nu in Rotterdam bij de Printroom bestellen, maar veelal kopen we de zines rechtstreeks bij de kunstenaars, zoals Vincent Bijleveld.
| Beurs voor Kleine Uitgevers (Amsterdam, 2019) |
| The Other Book Fair (Den Haag, 1 december 2019) |
dinsdag 3 december 2019
256. Dr Jekyll en Mr Hyde
Op 3 december 1894 stierf Robert Louis Stevenson, de auteur van Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde, een boek dat veel filmers en kunstenaars heeft geïnspireerd. Een van de interessantere kunstenaarsboeken waarin de strijd tussen Dr Jekyll en Mr Hyde wordt gevisualiseerd is gemaakt door de Franse kunstenaar Didier Mutel. Het was zijn eindexamenproject voor de École Estienne in Parijs.
![]() |
Robert Louis Stevenson, Le cas étrange du Dr Jekyll et de M. Hyde (editie Didier Mutel)
(Paris, Didier Mutel, 1994)
|
Dr. Jekyll probeert door experimenten de goede en slechte eigenschappen van een mens te scheiden. Het middel dat hij ontwikkelt en inneemt verandert hem in een kwaadaardig wezen, Mr. Hyde. Dankzij een tegengif kan hij weer terugkeren naar zijn goede ik. Maar Mr Hyde neemt gaandeweg de overhand en pleegt misdaden en een moord. Het tegengif blijkt op en Dr Jekyll pleegt zelfmoord om zijn kwade ik het zwijgen op te leggen.
![]() |
Robert Louis Stevenson, Le cas étrange du Dr Jekyll et de M. Hyde (editie Didier Mutel)
(Paris, Didier Mutel, 1994)
|
Het exemplaar bevindt zich in de collectie van de KB (aanvraagnummer KW KOOPM E 95) en kan worden ingezien in de leeszaal Bijzondere collecties.
zondag 10 november 2019
255. Ronald Firbank in Rome
Een van mijn lievelingsauteurs is de Engelse schrijver Ronald Firbank (1886-1926) die een ongewoon leven leidde. Zijn boeken bestaan voornamelijk uit dialogen, of althans, regels uit gesprekken die niet volgens een bepaald patroon verlopen - dat heeft hij gemeen met die andere bewonderde auteur Ivy Compton-Burnett. Beiden ontlenen de stof en in zekere zin de stijl aan de negentiende eeuw; Firbank werd beinvloed door Oscar Wilde. Maar zijn boeken hebben een unieke toon.
Hij wordt door tegenstrijdigheden gekenmerkt: schuw en openlijk homoseksueel, lijdend aan een longziekte, maar steeds op reis naar Egypte, Griekenland, Spanje, Italië. Hij had van huis uit geld genoeg om te doen wat hij wilde, en al hadden zijn boeken bij zijn collega's een soort succes, hij betaalde zijn uitgever om ze te kunnen publiceren.
Hij stierf in Rome, waar een landgenoot hem vanuit zijn appartement soms 's nachts hoorde lachen om wat hij zat te schrijven. Zijn graf is er nog. Het ligt op het immense kerkhof Verano. Je moet wel weten in welk kwadrant hij ligt (nummer 38).
Er liggen bloemen op het graf, niet recent neergelegd. Bladeren van de bomen aan kop en voetzijde liggen op de steen, waarvan de inscriptie nog uitstekend te lezen is. Dat geldt niet voor alle stenen in dit perceel waar onder andere Duitsers en Polen liggen. Firbank ligt aan de rand van het perceel.
Het bezoeken van graven is natuurlijk volstrekt nutteloos, maar het zet wellicht aan tot het weer eens lezen van een van zijn romans.
![]() |
| Inscriptie op het graf van Ronald Firbank |
Hij stierf in Rome, waar een landgenoot hem vanuit zijn appartement soms 's nachts hoorde lachen om wat hij zat te schrijven. Zijn graf is er nog. Het ligt op het immense kerkhof Verano. Je moet wel weten in welk kwadrant hij ligt (nummer 38).
![]() |
| Plattegrond van de Verano begraafplaats |
![]() |
| Het graf van Ronald Firbank (2019) |
Het bezoeken van graven is natuurlijk volstrekt nutteloos, maar het zet wellicht aan tot het weer eens lezen van een van zijn romans.
Abonneren op:
Posts (Atom)

























