woensdag 9 maart 2022

317. Boeken delen: bijeenkomst over de bibliotheek van Anthon Beeke

Aanstaande zaterdag 12 maart geven Lidewij Edelkoort en ik, samen met ontwerper Charlotte Grün, een tweede presentatie over de collectie van Anthon Beeke: over verzamelingen, over passies, over de structuur van boeken, over kleur en papier, over sporen door de collectie die je kunt volgen of zelf ontdekken. 

De eerste presentatie zag er zo uit (zie foto):

Foto: Ton Martens

Aanmelden via de website van de KB:

Locatie: KB, eerste verdieping, voorbij de draaideur, tegenover de inschrijvingsbalie
Datum: zaterdag 12 maart

Programma:
11.00 Welkom in de KB, met koffie en een stukje taart
11.30 Gesprek met Lidewij Edelkoort, Charlotte Grün en Paul van Capelleveen
12.30 Snuffelen door de boeken van Anthon

Deelname is gratis. Graag aanmelden via inschrijven@kb.nl. 

zondag 27 februari 2022

316. Een zeldzaam kerstgeschenk van Top Naeff

Van het verhaal Kerstgeschenk van Top Naeff verscheen in 1943 een bijzondere editie in maar drie exemplaren. Enige tijd geleden kocht ik hiervan nummer 'twee' voor de KB.

Het verhaal verscheen voor het eerst in het kerstnummer van De Groene Amsterdammer op 23 december 1927. Door De Avondpost werd het 'een mooie gevoelige schets' genoemd en het zou een populair verhaal worden. In 1928 verscheen het in de bundel Klein avontuur (uitgeverij Van Holkema & Warendorf). Het verscheen ook in verschillende bloemlezingen en ging een eigen leven leiden in het circuit van voordrachtkunstenaars en het verenigingsleven.

Op maandag 10 december 1928 droeg de "heer D. de Vries" het verhaal voor het Nutsdepartement Oostwoud in West-Friesland. De Nieuwe Hoornsche Courant liet het weten.

Jacob Merkelbach,
Portret van Top Naeff (1921)

Mej. H. Paarlberg declameerde het verhaal op 22 november 1934 voor de Nutsvergadering Venhuizen.

In maart 1936 hield de Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen een voordrachtsavond in Oldenzaal. Jac. Elsäcker trad op als declamator van onder andere dit verhaal van Top Naeff. Met hetzelfde programma deed hij ook de plaatsen Laren (december 1936) en Zuidbroek (januari 1939) aan.

Elizabeth Zeeman uit Rijswijk las in haar woonplaats voor 't Nut het verhaal voor op 22 oktober 1936 en dat viel zeer in de smaak, rapporteerden de kranten.

In maart 1937 las L.M. van Itallie het verhaal voor in Klazienaveen voor de afdeling daar van De Rijzende Kerk: 'De keurige wijze waarop spreekster dit deed, had aller bewondering.'

De heer J. Apon deed hetzelfde in januari 1939 in Schiedam voor weer een ander christelijk publiek. 

Voor de afdeling Wijdenes en Oosterleek van de Bond voor Boerinnen en andere Plattelandsvrouwen droeg mevr. A. Roersch-Semeijns het 'op verdienstelijke wijze' voor. Als dank ontving zij een 'bloeiende plant'. Dat was net voor de oorlog op 23 februari 1940. In de oorlog ging zij door met dit soort voordrachten, bijvoorbeeld in december 1941 voor de Afdeling Haarlem en Omstreken van de Nederlandsche Vrouwen Electriciteits Vereeniging. 

Het vooroorlogse Nederland barstte van de verenigingen met curieus specifieke doelgroepen én er was een bloeiende voordracht-praktijk. Ze bijvoorbeeld een overzicht van mogelijke onderwerpen en sprekers in het tijdschrift Neerlandia (1934). Een boek over de verrichtingen van Nederlandse voordrachtkunstenaars is er niet, helaas. Zou interessant kunnen zijn.

Na oorlog gingen de voordrachten voorlopig door. Hester Janssen-Klencke las het verhaal voor in Hilversum in december 1948. Ook na de dood van Naeff in 1953 bleef het verhaal populair voor voordrachtavonden. Op 24 december 1980 zond TV-omroep NCRV een opname uit van Naeffs kerstverhaal in de bewerking van Willem Wilmink.

Top Naeff, Kerstgeschenk (1943)

In 1943 verscheen een tot nu geheel onbekend gebleven afzonderlijke uitgave van het verhaal in een minieme oplage van drie genummerde exemplaren. Ook biograaf Gé Vaartjes, wiens biografie Rebel & dame verscheen in 2010, kende deze uitgave niet, schreef hij mij.

Het verhaal is gebonden in een perkamenten band en ligt in een met blauw sierpapier versierde canvas cassette. Daarin ligt het boek op een bollig kussentje.

Top Naeff, Kerstgeschenk (1943)

Op de titelpagina is een eenvoudige versiering aangebracht, maar de naam van de uitgever of een plaats van uitgave worden niet genoemd. Ook het colofon geeft daarover geen informatie.

Top Naeff, Kerstgeschenk (1943)

De naam van de drukker wordt niet genoemd en over de gelegenheid voor de uitgave is het colofon vaag: 'een bijzondere gelegenheid'. Het jaar van uitgave wordt wel gepreciseerd: 'Kerstmis 1943'. Het lettertype is rond die tijd zo algemeen in gebruik in Nederland dat het geen informatie over drukker of uitgever prijsgeeft. Het boekje van 26 genummerde pagina's is gezet uit Hollandsche Mediaeval van S.H. de Roos, die ook de sierletter 'D' ontwierp die op de eerste tekstpagina is gebruikt.

Top Naeff, Kerstgeschenk (1943)

Het boekje is niet door de auteur gesigneerd, maar het verhaal is wel, kennelijk, met haar toestemming gedrukt. Het lijkt erop dat het voor een wel heel particuliere gelegenheid is gedrukt. De vraag is of de auteur zelf ooit een exemplaar heeft ontvangen.

Nummer één zal voor iemand zijn gedrukt die het aangeboden kreeg en nummer drie voor de schenker ervan, maar voor wie was nummer twee? 

De enige sporen die er nu nog zijn zijn enkele in potlood geschreven nummers voorin: 'E545' en 'KC3135' waaronder met een vraagteken het jaartal '1943' is geschreven. Ook al raadselachtige nummers.

Hoe speciaal de gelegenheid ook is geweest, we weten er nu niets meer van.

zaterdag 19 februari 2022

315. De bibliotheek van Anthon Beeke in de KB

Eindelijk kan ik weer eens meedoen met een echte presentatie van boeken aan een publiek. Boeken en publiek in één ruimte. Lang niet gedaan!

Aanstaande dinsdag, 22 februari, is er in de KB, nationale bibliotheek een bijzondere workshop waarbij 'trendforcaster' Lidewij Edelkoort en ik zullen praten over de persoonlijke boekenverzameling van Anthon Beeke die nu in de KB is tentoongesteld.


Body Type van Anthon Beeke,
geëxposeerd in Eindhoven, 2020

Beeke (1942-2018) was een vernieuwende, toonaangevende grafisch vormgever waarvan ik me zelf vooral de affiches voor Toneelgroep Amsterdam herinner en natuurlijk zijn beroemde Body Type. Beelden die je nooit meer vergeet. Waar haalde hij zijn inspiratie vandaan? Uit van alles, objecten, efemere druksels, maar ook kunst en boeken. Zijn verzameling bestaat eigenlijk uit verschillende deelverzamelingen, zoals typografie, seks en mode, maar wat het boeiend maakt zijn niet zozeer de afzonderlijke boeken, maar hun onderlinge connecties. Wat betekenen de sporen die je kunt volgen door deze verzameling?


Tentoonstelling verzameling Anthon Beeke in de KB 2022

Leren we de man kennen door zijn verzameling? Kijken we anders naar zijn werk door naar zijn boekenkast te kijken. Alle boeken kunnen door het publiek in de hand worden genomen en bekeken. Je hoeft je nieuwsgierigheid niet te bedwingen!

Locatie: KB, Den Haag: eerste verdieping, in de zaal achter de draaideur. Een KB-pas is niet nodig, toegang is gratis.

Datum: Dinsdag 22 februari.

Aanvang: 19.00 uur.

Programma:
18.30 Welkom in de KB, met een drankje
19.00 Lezing door Lidewij Edelkoort en Paul van Capelleveen
20.00 Snuffelen in de boeken van Anthon


Aanmelden via: inschrijven@kb.nl onder vermelding: avondpresentatie Beeke 22 februari.

dinsdag 15 februari 2022

314. Een nieuw verworven Verworvenheden

De grote populariteit van de gedichten van Henriëtte Roland Holst-van der Schalk kunnen wij ons nu misschien moeilijk indenken - maar die was immens. Dat blijkt uit het herdrukken van bundels natuurlijk, maar ook uit het overschrijven van haar gedichten door mensen die de soms kostbare uitgaven niet konden betalen. Van de bundel Verworvenheden uit 1927 verschenen twee herdrukken bij uitgeverij Brusse. De eerste editie was een bibliofiele uitgave van Leiter-Nypels in Maastricht. 

Henriëtte Roland Holst-van der Schalk,
Verworvenheden (1927): pagina 10

Daarvan werden er 150 gedrukt op papier van Van Gelder met het watermerk 'ossekop' en 50 op papier van Pannekoek met die naam als watermerk. Minstens één lezer heeft een van die exemplaren met de hand overgeschreven (het was te koop bij Antiquariaat Fokas Holthuis). Hij gebruikte nummer 69 - dat weten we omdat hij het hele colofon netjes overschreef, inclusief het exemplaarnummer. Uitzonderlijk is dat we zijn naam kennen - overgeschreven of -getypte teksten zijn niet eens zo zeldzaam, maar ze zijn in de regel anoniem. Deze niet. De naam van de overschrijver is Chris Weststrate in Dreischor en hij dateerde het ook: januari MCMXXXIV, 1934 dus. Dat is dus zeven jaar na de publicatie. Hij heeft ook de mooie initialen, ontworpen door S.H. de Roos, gekopieerd.

De KB heeft geen enkel genummerd exemplaar! Van de drie exemplaren in de collectie zijn er twee gedrukt op Ossekop-papier en een op Pannekoek-papier. Dat laatste exemplaar is op naam gedrukt voor de Koninklijke Bibliotheek. De twee andere exemplaren zijn ook op naam gedrukt, de eerste voor de historicus Johan Huizinga. De tweede was bedoeld voor de ontwerper van het gebruikte lettertype Grotius, De Roos, maar die ontving dit exemplaar niet (er waren er vast een paar op zijn naam gedrukt), want de drukker gaf het aan iemand anders, haalde de gedrukte opdracht door en schreef eronder dat het bestemd was voor A.J. Luikinga. Charles Nypels dateerde het ook: 'Febr. '28'. 

Henriëtte Roland Holst-van der Schalk,
Verworvenheden (1927): colofon

Nu hebben we nog een vierde exemplaar erbij! Dit is ook weer op naam gedrukt en wel voor de schrijfster zelf. Dit exemplaar is echter niet gedrukt op die mooie Nederlandse papieren die genoemd worden in het colofon, maar op simili-Japans papier, een heel glad papier waarop de rode initialen extra mooi uitkomen. Het is bovendien gebonden in heel rood leer, met op de voorzijde van de band een stempel met (alle!) initialen van Henriëtte Roland Holst-van der Schalk: H R H v d S. 

Henriëtte Roland Holst-van der Schalk,
Verworvenheden (1927): boekband luxe exemplaar

Hoogstwaarschijnlijk een uniek presentje van drukker Nypels aan de hooggeëerde dichteres.

vrijdag 11 februari 2022

313. Hinkelspel in kinderboek

Tijdens de eerste lockdown in 2020 leefden de kinderen in onze straat zich uit met opbeurende tekeningen. Tegenover onze voordeur verscheen een roze hart met daarin de tekst in krijt geschreven: 'Hou vol'. Dat hebben we dus maar gedaan. Je probeert je buren te vriend te houden.

'Hou vol' (kinderstraattekening april 2020)

De kinderen vermaakten zich ook met spelletjes waarvan wij de regels niet doorzagen en die, aan het soms luide volume te horen trouwens ook om de haverklap veranderden. Een op de klinkers getekend hinkelspel dat vanuit onze straat de hoek omging en de dwarsstraat helemaal uitliep stelde ons ook voor raadsels die ik maar zo heb gelaten, want zei Mulisch niet: 'Het beste is het raadsel te vergroten'?

'Boek lezen' (hinkelspel, mei 2020)

Er stonden eigenaardige opdrachten? doelen? wensen? bij geschreven, zoals 'Boek lezen'. Ik schreef er over in blog 280 Kinderspel en Robbert-Jan Henkes reageerde daarop. Hij kon het goed gebruiken voor een vervolg op zijn kinderboek De bende van Lieke. En zo belandde een Haagse kindertekst in een nieuw kinderboek. Onlangs is het verschenen: Nou ja zeg. Nieuwe avonturen van de bende van Lieke (Em. Querido's Uitgeverij).

Lieke zelf schrijft 'boek lezen', vriendin Liv tekent 'auto' (stond ook bij ons op straat, net als de som '2x3') en Henkes voegt er nog andere dingen aan toe, dingen die 'je dan moest nadoen': 'maanlanden' en 'lekke bal'. Maar dan gaan de kinderen opeens een ander spel spelen. Dit hoofdstuk heet 'misschieten'.

Aart Clerkx, omslag voor Robbert-Jan Henkes,
Nou ja zeg! Nieuwe avonturen van de bende van Lieke (2022)

De geestige tekenaar Aart Clerkx maakte ook voor dit deel tekeningen en een omslagillustratie. Op het vooromslag staat een 'meneer' met zijn i-phone foto's te maken van de teksten van het hinkelspel, 'boek lezen', als eerste. 


zondag 30 januari 2022

312. Onze ouderwetse tijd

Ik ben deel 21 van de volledige werken van W.F. Hermans aan het lezen en terwijl niet eerder gebundelde artikelen soms getuigen van een blik die wij nu ouderwets vinden, nog afgezien van zijn behoefte altijd gelijk te krijgen, valt me vooral zijn uiterste lucide stijl op, die een forse zeggingskracht koppelt aan een acute beleving van het heden.

W.F. Hermans, Volledige werken 21 (2021)

Soms benadrukt Hermans aspecten die we vaak vergeten in zijn werk: de absolute kritiek waaraan hij ook zijn eigen werk onderwierp, zoals blijkt uit dit fragment dat een zekere kwetsbaarheid uitstraalt:

Want in niemand's boeken staan zoveel drukfouten, spelfouten, denkfouten, onafgemaakte gedachtengangen enz. als in de mijne, 'n teken dat ik onophoudelijk datgene wat ik lees, verwar met datgene wat ik zou moeten lezen, anders gezegd: met dat wat ik had moeten schrijven. Hieruit blijkt dat ik, zij het onderbewust, mijn eigen boeken wel degelijk uit het hoofd ken - maar alleen in de vorm waarin zij geschreven hadden moeten worden, niet  zoals ze ten slotte zwart op wit zijn komen te staan. (Het Vaderland, 16 oktober 1954).

Elders is zijn analyse van andermans werken nog steeds inzichtelijk, zoals over het absurde theater van Ionesco. La Cantatrice chauve was een van de eerste Franse toneelstukken die ik in de tweede klas van de middelbare school klassikaal te lezen kreeg - en te horen, want met de tekst voor ons werd een bandopname afgespeeld. Ik herinner me ook dat ik er verschrikkelijk om moest lachen (dat had ik bijvoorbeeld niet bij Céline wiens werk ik een jaar later las, niet klassikaal uiteraard, want het was wel een christelijk lyceum) en dat mijn klasgenoten die reactie niet schenen te delen. Het toneelstuk blijft voor mij een van de hoogtepunten van het twintigste-eeuwse toneel.

Hermans schreef er in 1956 over, naar aanleiding van een studentenvoorstelling in Groningen:

In zijn toneel worden geen problemen opgelost, zijn wereld is zin- en probleemloos, zijn drama's staan veel dichter bij de lyriek en het ballet dan bij de preek en de roman. (Der Clerke Cronike, 23 maart 1956).

Dichter bij Monty Python dan bij Racine. En dat geldt in zekere zin ook voor het werk van Hermans zelf dat ons door zijn heldere formuleringen de gedachte opdringt dat ook onze tijd eerder ouderwets zal zijn dan we denken, maar daarom niet minder zinloos of veelzeggend.

dinsdag 28 december 2021

311. Zelf ontwerpen van vlakversieringen

Talens (tegenwoordig Royal Talens) werd in 1899 opgericht door Marten Talens als 'De Nederlandse Fabriek voor Verf, Lak en Inkt' in Apeldoorn en richtte zich eerst op de fabricage van kantoorartikelen en inkten, maar later ook op verf. De fabriek werd ook uitgever van verschillende instructieboeken die de verkoop van de producten kon ondersteunen. Een van zulke boeken verscheen in 1928: Zelf ontwerpen van vlakke versieringen voor schabloneeren, batikken, enz. De prijs ervan bedroeg f 4,90 en daarvoor kreeg de koper 24 bladen met kleurrijke voorbeelden en een losse tekst met toelichtingen van alle afbeeldingen.

Zelf ontwerpen van vlakversieringen (1940)

In 1930 werd de prijs van het boek verlaagd tot f 2,90. 

In 1940 verscheen, volgens de Brinkman bibliografie, een herdruk onder een iets andere titel: Zelf ontwerpen van vlakversieringen. Deze editie lijkt zeldzamer te zijn; onlangs kocht ik een exemplaar voor de KB. 

Zelf ontwerpen van vlakversieringen (1940): plaat 5

De illustraties zijn schitterend gedrukt en dit exemplaar is duidelijk ook gebruikt. Voorin staat het naamstempel van 'leeraar schoonschrijven', 'calligraag en teekenaar' C.C. van der Riet uit Hilversum en hij heeft waarschijnlijk ook de aantekeningen in potlood gemaakt die bijvoorbeeld aangeven dat een ontwerp twee vormen combineert, zoals 'cirkel en driehoek', of dat een herhaald patroon ontstaat door 'as wenteling'. Met deze her-uitgave is intussen iets eigenaardigs aan de hand.

Zelf ontwerpen van vlakversieringen (1940): plaat 11 (detail)

Om te ontdekken wat dit is gaan we naar de titelpagina uit 1940. De tekenaar van de illustraties was schilder, tekenaar en etser G.J. van Lerven (1885-1966) die van 1914 tot 1951 als docent en directeur verbonden was aan het Genootschap 'Kunstoefening' in Arnhem. 

Zelf ontwerpen van vlakversieringen (1940): titelpagina

Het boekje is helemaal vormgegeven in de stijl van het tijdschrift Wendingen (1918-1931), ook de in 1940 uitgegeven editie. 

De tekst werd geschreven door C. Bakhuizen van den Brink-Ozinga en dat was een interessante vrouw die geboren werd in 1894 en een acadamische opleiding kreeg waarna ze er niet voor koos zich te vestigen als schilder, maar als tekenlerares, aanvankelijk in Deventer aan een meisjes-HBS (vanaf 1917) en later aan de openbae U.L.O.-scholen in Utrecht. Ze huwde Johannes Bakhuizen van den Brink (1894-1961), maar in 1932 werd de scheiding uitgesproken. Hij hertrouwde, zij niet en ging voortaan door het leven als mej. Clasca Ozinga.

Vanaf 1953 werkte ze als leraar tekenen en kunstgeschiedenis aan het Nieuw Lyceum in Hilversum. Ze studeerde op latere leeftijd psychologie en pedagogiek aan de universiteiten van Nijmegen en Utrecht en deed onderzoek naar het tekenonderwijs en de interpretatie van kindertekeningen in binnen- en buitenland. Jarenlang fungeerde zij als secretaresse van de stichting "Tekenen is een wereldtaal" van Art for Worldfriendship. Ze verzamelde honderden voorbeelden van kindertekeningen en publiceerde daarover in 1969 een monografie.

Ze gaf lezingen in binnen- en buitenland, waar de stem van de 1.80 grote Ozinga luid en duidelijk kon worden verstaan - toch komt haar naam niet voor in het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. Met haar tentoonstellingen, lezingen en publicaties over kindertekeningen haalde ze toch regelmatig de pers, zie bijvoorbeeld voor een foto van Clasca Ozinga uit 1969 (Algemeen Handelblad, 3 oktober 1969) ter gelegenheid van de publicatie van Kind en kreatieve aktiviteit, naar aanleiding waarvan een jaar later in het Centraal Museum in Utrecht een tentoonstelling werd georganiseerd.

Kijken we nu naar de titelpagina uit 1940, dan zien we meteen dat haar naam daar staat alsof zij nog altijd de echtgenote van Bakhuizen van den Brink was, die overigens hertrouwde in 1937 (met Jeanne Laarman). De zelfbewuste Clasca Ozinga zou die naam nooit zelf op de titelpagina hebben laten zetten. Dat moet Talens zelf hebben gedaan.

De uitgave uit 1940 is geen herdruk, wel is er een nieuw omslag en een nieuwe titelpagina gedrukt, met een moderner titel, maar zonder de auteurs te raadplegen en zonder hun functie opnieuw te benoemen. 

Het boek uit 1928 was geen bestseller, werd twee jaar later in prijs verlaagd en werd ondanks dat een winkeldochter tot in 1940 Talens besloot de resterende exemplaren in een nieuw jasje te steken en heeft dus de laatste restanten van de eerste (en enige) druk voorzien van een bijpassend omslag. Aan de inhoud was verder niets veranderd.

Het is de vraag of Clasca Ozinga dit ooit te weten is gekomen. Rond die tijd was ze al helemaal bezig met kindertekeningen. Ze merkte bijvoorbeeld op dat aan het begin van de oorlog geen sporen van de oorlog in Europa terug te vinden waren in de kindertekeningen van meisjes, maar wel in die van jongens, technisch vaak nog knap ook, zei ze.